Trefwoord

Organisatie

  • Verblijfsrecht

Door MHW geduid als zeer belangrijk

Pagina's

Resultaten 81 - 90 van totaal 157 resultaten
  1. Language Dutch 81 reads States Council (Dutch) De Raad van State overweegt: 'Nu de vreemdeling eerst kort na zijn inbewaringstelling melding heeft gemaakt van misbruik door zijn voormalige werkgever, kon de IND hem volgens het onder 1.1. weergegeven ...

    De Raad van State overweegt:'Nu de vreemdeling eerst kort na zijn inbewaringstelling melding heeft gemaakt van misbruik door zijn voormalige werkgever, kon de IND hem volgens het onder 1.1. weergegeven beleid uitsluitend een bedenktijd verlenen, indien het OM en de politie hiermee akkoord gingen. Ten tijde van de sluiting van het onderzoek ter zitting van de rechtbank moest echter nog door gespecialiseerde politiemedewerkers worden onderzocht of de vreemdeling werkzaam is geweest in een situatie als strafbaar gesteld in artikel 273f van het WvSr en hem een bedenktijd moest worden aangeboden. De rechtbank kon niet op de uitkomsten van dit onderzoek vooruitlopen. Zij kon dan ook niet tot het oordeel komen dat de maatregel van bewaring diende te worden opgeheven, omdat de staatssecretaris de vreemdeling een bedenktijd had moeten aanbieden.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • Bedenktijd
    • Vreemdelingendetentie/vreemdelingenbewaring
    • Bedenktijd
    • Nederlands
  2. Language Dutch 107 reads States Council (Dutch) Aanvraag tot voortgezet verblijf afgewezen. Vreemdeling gaat in bezwaar en beroep. De rechtbank oordeelt in beroep ' dat de staatssecretaris zich, gelet op de omstandigheid dat de vreemdeling niet de be ...

    Aanvraag tot voortgezet verblijf afgewezen. Vreemdeling gaat in bezwaar en beroep. De rechtbank oordeelt in beroep 'dat de staatssecretaris zich, gelet op de omstandigheid dat de vreemdeling niet de bescherming van een mannelijk familielid geniet en er geen sprake is van een sociaal netwerk, mede in het licht van de weergegeven passage uit het ambtsbericht, niet zonder nadere motivering op het standpunt heeft kunnen stellen dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij haar dochter niet zal kunnen onttrekken aan vrouwenbesnijdenis en haar dochter bij terugkeer derhalve een reëel risico loopt te worden besneden'.De staatssecretaris gaat in hoger beroep. De Raad van State acht het hoger beroep kennelijk gegrond: 'De vreemdeling heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij niet in staat zal zijn, eventueel met behulp van NAPTIP, de IOM en Bureau Maatwerk bij Terugkeer, een nieuw netwerk op te bouwen en zich te hervestigen. Met hetgeen de staatssecretaris in het besluit van 23 oktober 2012 heeft opgenomen ter aanvulling van hetgeen reeds was opgenomen in het besluit van 13 maart 2012 heeft hij, anders dan de rechtbank heeft overwogen, voldoende gemotiveerd dat van de vreemdeling kan worden gevergd dat zij Nederland verlaat. Het betoog van de vreemdeling dat de door haar naar voren gebrachte psychische en andere medische omstandigheden hierbij onvoldoende zijn meegenomen, leidt voorts niet tot een ander oordeel. De vreemdeling heeft immers niet gesteld dat deze omstandigheden verband houden met de omstandigheid dat zij in het verleden slachtoffer is geworden van mensenhandel, zodat de staatssecretaris in dit geval de psychische en andere medische omstandigheden terecht als een op zichzelf staande grond ter verkrijging van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd heeft aangemerkt die naar aanleiding van een daartoe strekkende aanvraag kunnen worden beoordeeld.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Voortgezet verblijf
    • Vrouwenbesnijdenis/Vrouwelijke genitale verminking
    • Besnijdenis
    • Nederlands
  3. Taal Nederlands 16 Rechtbank Den Haag Gerechtvaardigd onderscheid tussen vreemdelingen met een asielverblijfsvergunning en vreemdelingen met een reguliere verblijfsvergunning met betrekking tot het kinderpardon. De staatssecretaris heeft de ...

    Gerechtvaardigd onderscheid tussen vreemdelingen met een asielverblijfsvergunning en vreemdelingen met een reguliere verblijfsvergunning met betrekking tot het kinderpardon.De staatssecretaris heeft de aanvragen afgewezen omdat niet is voldaan aan de voorwaarde uit de Kinderregeling dat ten behoeven van vreemdeling 1 een asielaanvraag moet zijn ingediend. De moeder van vreemdeling 1 is eerder in het bezit geweest van een reguliere verblijfsvergunning onder de beperking vervolging van mensenhandel. De vreemdelingen hebben aangevoerd dat het onderscheid in de Kinderregeling tussen vreemdelingen met een asielachtergrond en aanvragers met een reguliere achtergrond onrechtmatig is en in strijd met internationale verdragen.Uit het arrest Butt t. Noorwegen van het EHRM (47017/09) van 4 december 2012 en de uitspraak van de Afdeling van 13 november 2013 in zaak nr 201207970/1 maakt de rechtbank op dat door ouders gemaakte keuzes mogen worden toegerekend. Indien aan het kind een verblijfsvergunning op grond van de Kinderregeling zou worden verleend, zouden de ouders ook een verblijfsvergunning krijgen. Er is een risico dat ouders de positie van hun kinderen misbruiken om een verblijfrecht te verkrijgen.Voorts heeft de staatssecretaris naar het oordeel van de rechtbank zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat een objectieve en redelijke rechtvaardiging aanwezig is voor het gemaakte onderscheid. De staatssecretaris heeft daarbij kunnen wijzen op het verschil in verantwoordelijkheid van de overheid voor asielzoekers en voor andere vreemdelingen, dat de positie van vreemdelingen tijdens de asielprocedure verschilt van de positie van andere vreemdelingen en ook gewicht kunnen toekennen aan de omstandigheid dat asielprocedures lang en slepend kunnen zijn. Er is geen sprake van strijd met artikel 14 EVRM. De staatssecretaris heeft zich ook op het standpunt mogen stellen dat geen sprake is van het recht op eerbiediging van het privéleven, alle voor die belangenafweging van betekenis zijnde feiten en omstandigheden zijn kenbaar betrokken.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Rechtbank Den Haag
    • Artikel 8 EVRM
    • Kinderpardon
    • Artikel 8 EVRM
    • Kinderpardon
    • Nederlands
  4. Language Dutch 99 reads States Council (Dutch) De Raad van State overweegt: 'De staatssecretaris betoogt in dit verband terecht dat hij, gelet op het gewicht dat in het onder 3.1. weergegeven beleid wordt toegekend aan psychische of andere medische o ...

    De Raad van State overweegt:'De staatssecretaris betoogt in dit verband terecht dat hij, gelet op het gewicht dat in het onder 3.1. weergegeven beleid wordt toegekend aan psychische of andere medische omstandigheden binnen de door hem te maken afweging, niet nader heeft hoeven onderzoeken of er voor de vreemdeling in Sierra Leone voldoende mogelijkheden voor medisch-psychische behandeling bestaan. In de vreemdelingenwetgeving en het bij de toepassing daarvan gevoerde beleid is voorzien in een specifieke beperking inzake medische behandeling. Zoals de Afdeling heeft overwogen in de uitspraak van 2 maart 2007 in zaak nr. 200607507/1, volgt uit die wetgeving en de daaruit blijkende systematiek dat bij een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd die verband houdt met psychische problemen, moet worden aangesloten bij de daarvoor geldende beperkingen en ter verkrijging van een zodanige vergunning een daartoe strekkende aanvraag moet worden ingediend.De rechtbank heeft dan ook ten onrechte geoordeeld dat de staatssecretaris geen besluit op het door de vreemdeling gemaakte bezwaar mocht nemen, zonder voorafgaand medisch advies in te winnen over het gewicht dat aan haar psychische problemen moet worden toegekend.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Medische omstandigheden
    • Nederlands
  5. Language Dutch 267 reads WODC Onderzoek uitgevoerd door Regioplan Beleidsonderzoek in samenwerking met prof. dr. Joanne van der Leun, afdeling Criminologie van de Universiteit Leiden. In het rapport is vooronderzoek gedaan naar de mogelijkheid om oneigenl ...

    Onderzoek uitgevoerd door Regioplan Beleidsonderzoek in samenwerking met prof. dr. Joanne van der Leun, afdeling Criminologie van de Universiteit Leiden. In het rapport is vooronderzoek gedaan naar de mogelijkheid om oneigenlijk gebruik van de Verblijfsregeling Mensenhandel te meten en te kwantificeren.Vindplaats rapport op de website van WODC, klik hier.

    Publicaties

    • Rapporten
    • WODC
    • Verblijfsrecht
    • Valse aangifte
    • Misbruik B8/3 (B9)
    • Nederlands
  6. Language Dutch 166 reads Ministry of Justice (Dutch) Aanbiedingsbrief van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie bij het rapport 'Vooronderzoek naar oneigenlijk gebruik Verblijfsregeling Mensenhandel'.   1 Pagina 1 van 3 > Retouradres ...

    Aanbiedingsbrief van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie bij het rapport 'Vooronderzoek naar oneigenlijk gebruik Verblijfsregeling Mensenhandel'. 

    Publicaties

    • Brieven
    • Ministerie van Veiligheid en Justitie
    • Verblijfsrecht
    • Misbruik B8/3 (B9)
    • Nederlands
  7. Language Dutch 56 reads Deze documentanalyse richt zich op de uitvoering van de bestaande regeling voor slachtoffers van mensenhandel, zoals vastgelegd in de vreemdelingencirculaire hoofdstuk B9.  Mr. drs. Marjan Wijers Documentanalyse B9 regeling mensenh ...

    Deze documentanalyse richt zich op de uitvoering van de bestaande regeling voor slachtoffers van mensenhandel, zoals vastgelegd in de vreemdelingencirculaire hoofdstuk B9. 

    Publicaties

    • Artikelen
    • B8/3
    • B8/3
    • Nederlands
  8. Language Dutch 79 reads Defence for Children UNICEF ECPAT Een duurzame oplossing voor minderjarige buitenlandse slachtoffers mensenhandel. Een duurzame oplossing voor minderjarige buitenlandse slachtoffers mensenhandel Beter Beschermd in de B8/3 Oktober 2 ...

    Een duurzame oplossing voor minderjarige buitenlandse slachtoffers mensenhandel.

    Publicaties

    • Rapporten
    • Defence for Children
    • UNICEF
    • ECPAT
    • Minderjarigen / Kinderhandel
    • Verblijfsrecht
    • Minderjarige
    • B8/3
    • Nederlands
  9. Language Dutch 74 reads Centre against Child- and Human Trafficking Artikel van Jessica Schöning, juriste/projectmedewerker CKM. Wanneer een buitenlands slachtoffer van mensenhandel besloten heeft om aangifte van mensenhandel te doen, krijgt hij of zij ni ...

    Artikel van Jessica Schöning, juriste/projectmedewerker CKM.Wanneer een buitenlands slachtoffer van mensenhandel besloten heeft om aangifte van mensenhandel te doen, krijgt hij of zij niet alleen te maken met uiteenlopende strafrechtelijke procedures maar ook met een verblijfsrechtelijk traject en de bijbehorende procedures en regels. Op het moment dat het Openbaar Ministerie van mening is dat er onvoldoende aanknopingspunten zijn voor de vervolging van de verdachte(n) van de mensenhandel, wordt het buitenlandse slachtoffer geconfronteerd met lastige verblijfsprocedures bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst. Procedures die niet gelijktijdig gevolgd mogen worden en ingewikkeld in elkaar zitten en zodoende een jarenlange strijd ten aanzien van het verblijf met zich meebrengen. De kennis en kunde van een advocaat is dan ook op z’n plaats.

    Publicaties

    • Artikelen
    • Het Centrum Kinderhandel Mensenhandel (CKM)
    • Verblijfsrecht
    • Legal aid (funded)
    • Verblijfsvergunning
    • Nederlands
  10. Taal Nederlands 8 Eiseres wordt verdacht van het doen van valse aangifte, daarom heeft verweerder haar B9-verblijfsvergunning met terugwerkende kracht ingetrokken. De rechtbank vernietigt het besluit omdat verweerder er niet in is geslaagd o ...

    Eiseres wordt verdacht van het doen van valse aangifte, daarom heeft verweerder haar B9-verblijfsvergunning met terugwerkende kracht ingetrokken. De rechtbank vernietigt het besluit omdat verweerder er niet in is geslaagd om aannemelijk te maken dat eiseres onjuiste gegevens heeft verstrekt. Verweerder kan niet volstaan met verwijzen naar dagvaarding van officier van Justitie nu er nog geen uitspraak is gedaan in de strafzaak.Verder overweegt de rechtbank:'Tenslotte wijst verweerder op de verklaring van eiseres, dat [naam 5] haar heeft voorgesteld aan zijn ouders en zij bij de ouders van [naam 5] heeft gelogeerd. Verweerder acht het niet logisch dat [naam 5] dat zou hebben gedaan en eiseres af en toe mee zou nemen naar zijn ouders, indien het zijn doel was eiseres seksueel uit te buiten. Naar het oordeel van de rechtbank betreft het ook hier een waardeoordeel van verweerder, terwijl niet valt uit te sluiten dat [naam 5] dit inderdaad heeft gedaan en eiseres eerst daarna heeft gedwongen zich te prostitueren, zoals eiseres zelf ook heeft verklaard. De rechtbank merkt hierbij nog op dat de verklaringen van eiseres op dit punt passen in het algemeen bekende beeld van de praktijken van een zogenoemde loverboy, waarbij de loverboy eerst het vertrouwen van het slachtoffer wint en daarna het slachtoffer dwingt tot prostitutie.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • B8/3
    • Artikel 8 EVRM
    • Artikel 8 EVRM
    • Valse aangifte
    • Misbruik B8/3 (B9)
    • Nederlands

Pagina's