Documentsoort

Trefwoord

Organisatie

  • Jurisprudentie

Pagina's

Resultaten 71 - 80 van totaal 996 resultaten
  1. Hoge Raad Taal Nederlands Op 6 december heeft de Hoge Raad gekeken naar de beoordeling van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De Hoge Raad heeft overwogen dat het Hof niet blijk gaf van een onjuiste rechtsopvatting en toereikend heeft gemot ...

    Op 6 december heeft de Hoge Raad gekeken naar de beoordeling van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De Hoge Raad heeft overwogen dat het Hof niet blijk gaf van een onjuiste rechtsopvatting en toereikend heeft gemotiveerd dat het slachtoffer zich in een kwetsbare positie bevond en dat hier misbruik van is gemaakt door de verdachte(n). De Hoge Raad benadrukt hierbij dat daadwerkelijke uitbuiting niet hoeft plaats te vinden, maar dat het oogmerk van uitbuiting van aan ander volstaat voor de vervulling van de delictsomschrijving van artikel 273f eerste lid aanhef en onder sub 1 Sr. Het maakt dus niet uit dat het Roemeense slachtoffer het werk in een bordeel niet heeft verricht. Het beroep van de de betrokkene wordt door de Hoge Raad verworpen. 

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Nederland
    • Hoge Raad
    • Strafrecht
    • Kwetsbare situatie
    • oogmerkt van uitbuiting
    • Mensenhandel
    • Nederlands
  2. Rechtbank Amsterdam Taal Nederlands Op 11 november 2016 heeft de Rechtbank Amsterdam verdachte veroordeeld van het ten laste gelegde feit mensenhandel. Hierbij wordt verdachte schuldig bevonden van mensenhandel ten aanzien van drie vrouwen ...

    Op 11 november 2016 heeft de Rechtbank Amsterdam verdachte veroordeeld van het ten laste gelegde feit mensenhandel. Hierbij wordt verdachte schuldig bevonden van mensenhandel ten aanzien van drie vrouwen gedurende een periode variërend van een half jaar tot meerdere jaren. De rechtbank overwoog dat bij gedwongen tewerkstelling in de seksindustrie per definitie sprake is van uitbuiting, want de lichamelijke integriteit is dan altijd in het geding. Het feit dat slachtoffers wellicht in een eerder stadium vrijwillig voor de prostitutie hadden gekozen, doet daar niet aan af.  Volgens de rechtbank was de kern van het handelen van verdachte, zoals blijkt uit rechtsoverweging 8.3, de constante dwang jegens de slachtoffers, misleiding van deze jonge vrouwen, het misbruik van de kwetsbare positie van die vrouwen en het emotionele overwicht dat verdachte en haar medeverdachten hadden op de vrouwen. De rechtbank overwoog verder dat het optreden van verdachte (en medeverdachten) getuigt van het ontbreken van elk respect jegens de slachtoffers, die zij slechts als productiemiddelen beschouwden. Ook ging zij voorbij aan hun belangen. Zij zorgden ervoor dat slachtoffers het gevoel kregen deel uit te maken van de familie. Tekenend is het feit dat verdachte 'mama' werd genoemd en dat de slachtoffers "thuis" konden komen (nadat zij voldoende hadden verdiend). Naar het oordeel van de rechtbank kan uit het oogpunt van vergelding, speciale en algemene preventie bij de bepaling van de omvang van de aan verdachte op te leggen straf alleen worden volstaan met een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van langere duur. Verdachte is veroodeeld tot een gevangenisstraf van 6,5 jaren. Hierbij wordt de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoorlegging van die straf in mindering gebracht.In deze zaak waren verschillende verdachten. Sommige verdachten zijn veroordeeld en sommige verdachten zijn vrijgesproken. De opgelegde straf variërt hierbij ook.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Nederland
    • Rechtbank Amsterdam
    • Strafrecht
    • Veroordeling mensenhandel
    • Nederlands
  3. Rechtbank Amsterdam Taal Nederlands Op 11 november 2016 heeft de Rechtbank Amsterdam verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde mensenhandel. Wel is verdachte veroordeeld voor het tweede ten laste gelegde feit, te weten gewoontewitwa ...

    Op 11 november 2016 heeft de Rechtbank Amsterdam verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde mensenhandel. Wel is verdachte veroordeeld voor het tweede ten laste gelegde feit, te weten gewoontewitwassen. Enkel in het geval dat verdachte wist of had moeten weten dat slachtoffer werd uitgebuit, kan verdachte worden aangerekend dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel. Het feit dat verdachte slechts wist dat slachtoffer in de prostitutie werkte, levert geen strafbare bijdrage aan mensenhandel. De rechtbank oordeelt dat niet buiten redelijke twijfel is komen vast te staan dat verdachte zich, al dan niet in vereniging, schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel. Verdachte wordt hierdoor vrijgesproken. Voor het tweede feit, gewoontewitwassen, wordt verdachte veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf.  Zes maanden hiervan zullen niet ten uitvoer worden gelegd, tenzij later anders wordt bepaald.Overigens werden andere verdachten wel veroordeeld voor mensenhandel en werden zij veroordeeld tot respectievelijk zes jaar en zes en een half jaar gevangenisstraf.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Nederland
    • Rechtbank Amsterdam
    • Strafrecht
    • Vrijspraak mensenhandel
    • gewoontewitwassen
    • Nederlands
  4. Gerechtshof Amsterdam Taal Nederlands Op 13 juli 2016 oordeelde het Hof dat er geen sprake was van mensenhandel aangezien uit de feitelijke omstandigheden onvoldoende overwicht voortvloeide en aangeefster zich niet in een kwetsbare situatie ...

    Op 13 juli 2016 oordeelde het Hof dat er geen sprake was van mensenhandel aangezien uit de feitelijke omstandigheden onvoldoende overwicht voortvloeide en aangeefster zich niet in een kwetsbare situatie bevond. Aangeefster had onder andere zelf aangegeven in de prostitutie te willen gaan werken en als reactie daarop heeft verdachte haar geholpen. Ook in sms'jes wordt duidelijk dat het contact tussen aangeefster en verdachte op vriendelijke wijze plaats vond. Het feit dat twee collega's van aangeefster verklaarden dat aangeefster door verdachte werd gedwongen in de prostitutie te gaan, doet hiet niet aan af. Het enkele leeftijdsverschil tussen aangeefster en verdachte brengt niet zonder meer een overwicht met zich mee. Uit geen van de feiten blijkt dat aangeefster op een bepaalde manier emotioneel afhankelijk was van de verdachte. De verdachte wordt vrijgesproken van het ten laste gelegde nu er onvoldoende bewijsmiddelen zijn.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Nederland
    • Gerechtshof Amsterdam
    • Strafrecht
    • Vrijspraak mensenhandel
    • onvoldoende overwicht
    • geen kwetsbare situatie
    • Nederlands
  5. Hoge Raad Taal Nederlands Op 8 november 2016 heeft de Hoge Raad besloten dat het vonnis van het Gerechtshof in stand moet worden gehouden. Volgens artikel 407 Sv kan het hoger beroep slechts worden ingesteld in zijn geheel en het Openbaar M ...

    Op 8 november 2016 heeft de Hoge Raad besloten dat het vonnis van het Gerechtshof in stand moet worden gehouden. Volgens artikel 407 Sv kan het hoger beroep slechts worden ingesteld in zijn geheel en het Openbaar Ministerie heeft  volgens de Hoge Raad hier niet aan voldaan. De vrijspraak tegen mensenhandel blijft in stand.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Nederland
    • Hoge Raad
    • Strafrecht
    • Vrijspraak mensenhandel
    • cassatie
    • Nederlands
  6. Taal Nederlands Rechtbank Oost-Brabant Op 13 oktober heeft de Rechtbank Oost-Brabant verdachte vrijsgesproken van het (primair) ten laste gelegde mensenhandel. Er was onvoldoende bewijs voorhanden om tot een bewezensverklaring van het ten l ...

    Op 13 oktober heeft de Rechtbank Oost-Brabant verdachte vrijsgesproken van het (primair) ten laste gelegde mensenhandel. Er was onvoldoende bewijs voorhanden om tot een bewezensverklaring van het ten laste gelegde te komen. Op basis van de stukken in het dossier acht de rechtbank niet bewezen dat verdachte gebruikt heeft gemaakt van dwang, geweld of een andere feitelijkheid. Er zijn hier wel aanwijzingen voor, maar dit zijn slechts aanwijzingen en dat is niet voldoende om tot een bewezensverklaring te komen.De rechtbank overweegt dat voor een bewezenverklaring van de dwangmiddelen ‘misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht’ en ‘misbruik van een kwetsbare positie’ twee factoren zijn vereist: het bestaan van een dergelijke situatie en het bewustzijn daarvan aan de kant van verdachte. In deze zaak wordt de lat van voldoende wettig bewijs wordt  niet gehaald, nu deze aanwijzingen in onvoldoende mate worden ondersteund door ’hardere’ bewijsmiddelen in het dossier.Verder is de rechtbank van oordeel dat niet is komen vast te staan dat slachtoffer geen andere werkelijke of aanvaardbare keuze had dan zich te prostitueren in dienst van verdachte. Daarnaast overweegt de rechtbank dat slachtoffer de vrijheid en de mogelijkheid heeft gehad om zich aan de situatie te onttrekken.De rechtbank acht dat van een uitbuitingssituatie geen sprake is geweest. De rechtbank heeft daarom de verdachte integraal vrijgesproken van het primair ten laste gelegde.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Rechtbank Oost-Brabant
    • Strafrecht
    • Vrijspraak mensenhandel
    • geen bewijs misbruik van kwetsbare positie
    • geen uitbuitingssituatie
    • Nederlands
  7. Taal Nederlands Rechtbank Noord-Holland ECLI:NL:RBNHO:2016:8645 Op 22 augustus heeft de rechtbank Noord-Holland de verdachte schuldig bevonden aan mensenhandel. Een van de slachtoffers was minderjarig en een tweede slachtoffer was zelf ook ...

    ECLI:NL:RBNHO:2016:8645Op 22 augustus heeft de rechtbank Noord-Holland de verdachte schuldig bevonden aan mensenhandel. Een van de slachtoffers was minderjarig en een tweede slachtoffer was zelf ook verdachte in de zaak. De raadsman van verdachte stelde dat de belastende verklaringen van de slachtoffers niet betrouwbaar en geloofwaardig waren en daarom niet als wettig bewijs konden worden gebruikt.  In rechtsoverweging 3.7 oordeelt de rechtbank echter dat de verklaringen in onderling verband als samenhangend kunnen worden gezien en dat beide verklaringen  gedetailleerd en consistent zijn. De verklaringen worden op relevante onderdelen ondersteund door andere bewsijmiddelen zodat voldaan is aan het wettelijk bewijsminimum.Verdachte wordt veroordeeld tot veertig maanden gevangenisstraf en moet een schadevergoeding betalen van 6139 euro.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Rechtbank Noord-Holland
    • Strafrecht
    • Veroordeling mensenhandel
    • minderjarig slachtoffer
    • bewijsminimum
    • Nederlands
  8. Language Dutch 1 read Arnhem-Leeuwarden Court of Justice ECLI:NL:GHARL:2016:8124 Het hof heeft op 13 oktober 2016 verdachte veroordeelt voor mensenhandel van een minderjarig slachtoffer en heeft hiermee zijn hoger beroep ongegrond verklaard. Het hof verkl ...

    ECLI:NL:GHARL:2016:8124Het hof heeft op 13 oktober 2016 verdachte veroordeelt voor mensenhandel van een minderjarig slachtoffer en heeft hiermee zijn hoger beroep ongegrond verklaard. Het hof verklaart dat er verschillende omstandigheden van belang zijn bij de straftoemeting:de periode waarin sprake is geweest van uitbuiting;- het aantal slachtoffers dat is uitgebuit;- de omstandigheid dat sprake is van een georganiseerd verband;- de wijze (zoals de mate van geweld) waarop het slachtoffer is gedwongen/bewogen de prostitutiewerkzaamheden te doen;- de leeftijd en/of kwetsbaarheid van het slachtoffer;- het aantal dagen per week en het aantal uren per dag waarop er gewerkt moest worden;- de werkzaamheden die verricht moesten worden;- de werkomstandigheden (werken op straat of binnen, werken tijdens ziekte en zwangerschap, zonder condoom);- de hoeveelheid geld die werd afgedragen;- het percentage van de verdiensten dat moest worden afgedragen;- overige omstandigheden zoals gedwongen abortus, tatoeages en borstvergrotingen;- de rol van verdachte met betrekking tot die uitbuiting (vervulde hij een kernrol of was hij ‘slechts’ faciliterend);- de houding van de verdachte (heeft hij inzicht getoond in het kwalijke van zijn gedrag);- relevante recidive.Verdachte heeft het slachtoffer uit Bulgarije naar Nederland gebracht en haar enkele wekeen in de prostitutie laten werken. Aangezien het slachtoffer pas vijftien jaar was, was er sprake van een erg afhankelijke positie.Uit oogpunt van vergelding is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf geboden.Verdachte wordt veroordeelt tot dertig maanden gevangenisstraf en moet aan verdachte een schadevergoeding betalen van vierduizend euro. 

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
    • Strafrecht
    • Veroordeling mensenhandel
    • minderjarig slachtoffer
    • strafmotivering mensenhandel
    • Nederlands
  9. Taal Nederlands 1 Rechtbank Amsterdam ECLI:NL:RBAMST:2016:5852 Op 25 augustus 2016 heeft de rechtbank Amsterdam een minderjarige verdachte schuldig veroordeelt voor mensenhandel. Het slachtoffer was eveneens minderjarig. In rechtsoverweging ...

    ECLI:NL:RBAMST:2016:5852Op 25 augustus 2016 heeft de rechtbank Amsterdam een minderjarige verdachte schuldig veroordeelt voor mensenhandel. Het slachtoffer was eveneens minderjarig. In rechtsoverweging 9.3 overweegt de rechtbank dat mensenhandel waarbij, in het bijzonder een minderjarige slachtoffer, in de prostitutie wordt gebracht een ontluisterende manier van uitbuiting is. Verder overweegt de rechtbank dat het geringe leeftijdsverschil tussen verdachte en het slachtoffer de verdachte niet ten voordele komt nu er wel degelijk een overwicht te onderkennen was.Bij verdachte is vastgesteld dat er sprake was van een gedragsstoornis, maar tijdens de observatieperiode is dit niet tot uitdrukking gekomen. De rechtbank oordeelt verdachte volledig toerekeningsvatbaar.De verdachte wordt veroordeelt tot een jeugddetentie voor de duur van veertien maanden. Ook zal verdachte bij de Reclassering onder hoede komen te staan en moet verdachte meewerken met een behandeling bij De Bascule.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Rechtbank Amsterdam
    • Strafrecht
    • Veroordeling mensenhandel
    • minderjarig slachtoffer
    • minderjarige verdachte
    • Nederlands
  10. Language Dutch 7 reads Amsterdam Court of Justice ECLI:NL:GHAMS:2016:3765   Op 19 september 2016 heeft het Gerechtshof Amsterdam verdachte veroordeeld voor mensenhandel met betrekking tot een minderjarig slachtoffer. Het hof overweegt onder andere dat art ...

    ECLI:NL:GHAMS:2016:3765 Op 19 september 2016 heeft het Gerechtshof Amsterdam verdachte veroordeeld voor mensenhandel met betrekking tot een minderjarig slachtoffer. Het hof overweegt onder andere dat artikel 273f eerste lid aanhef en onder 5 Sr ziet op bescherming van kinderen en dat om die reden de eis van het gebruik van dwangmiddelen ontbreekt. Ook uit de wetsgeschiedenis vloeit voort dat de wetgever de strafbaarstelling van op de prostitutiegerichte handelen van minderjarigen geen verdergaande specifieke, uitbuitingsitutatie kenmerkende, omstandigheden heeft willen opleggen.  Verder overweegt het hof dat juist minderjarigen met een problematisch verleden degene zijn die in de prostitutie belanden en dat hun mindere mentale weerbaarheid kwetsbare sociaal-economische positie daar een rol in kunnen spelen.Verdachte wordt veroordeelt tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden. 

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Gerechtshof Amsterdam
    • Strafrecht
    • Veroordeling mensenhandel
    • minderjarig slachtoffer
    • Nederlands

Pagina's