Trefwoord

Organisatie

  • Raad van State

Pagina's

Resultaten 61 - 70 van totaal 70 resultaten
  1. Language Dutch 54 reads States Council (Dutch) Hoger beroep van de vreemdeling tegen de uitspraak van rechtbank Amsterdam van 27 januari 2010 (10/599 en 10/603). De Afdeling oordeelt dat, indien aan de vreemdeling een verblijfsvergunning regulier zou zijn ...

    Hoger beroep van de vreemdeling tegen de uitspraak van rechtbank Amsterdam van 27 januari 2010 (10/599 en 10/603). De Afdeling oordeelt dat, indien aan de vreemdeling een verblijfsvergunning regulier zou zijn verleend, voordat op de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel was beslist, de staatssecretaris deze aanvraag krachtens artikel 30 lid 1 onder b Vw had moeten afwijzen.De Afdeling is tevens van oordeel dat de vreemdeling terecht betoogt dat, zolang de vreemdeling in het bezit is van een verblijfsvergunning regulier, zij met het door haar ingestelde beroep niet kan bereiken dat aan haar alsnog een verblijfsvergunning asiel wordt verleend. Dit leidt ertoe dat de vreemdeling toetsing van de weigering haar een verblijfsvergunning asiel te verlenen wordt onthouden, zolang zij in het bezit is van een verblijfsvergunning regulier.De intrekking van de verblijfsvergunning regulier dan wel de weigering om haar te verlengen is, naar het oordeel van de Afdeling, als een nieuw gebleken feit dat toetsing van het besluit op de opvolgende aanvraag mogelijk maakt als ware het een eerste afwijzing. De situatie waaraan de vreemdeling procesbelang stelt te ontlenen, zal zich dus niet voordoen. Hoger beroep kennelijk ongegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • Procesbelang
    • B8/3
    • Nederlands
  2. Language Dutch 73 reads States Council (Dutch) Hoger beroep van de staatssecretaris tegen rechtbank Zutphen (13 mei 2009, 08/32886). De staatsecretaris heeft zich in dit geval niet zonder meer op het standpunt kunnen stellen dat de vreemdeling reeds ten t ...

    Hoger beroep van de staatssecretaris tegen rechtbank Zutphen (13 mei 2009, 08/32886). De staatsecretaris heeft zich in dit geval niet zonder meer op het standpunt kunnen stellen dat de vreemdeling reeds ten tijde van het nader gehoor in staat was uit eigen beweging een eventueel relaas over mensenhandel naar voren te brengen. Dit geldt te meer nu de staatssecretaris het noodzakelijk acht vreemdelingen die in de beschermde opvang worden geplaatst, uitdrukkelijk voor te lichten over mensenhandel, uitbuiting en prostitutie.De rechtbank heeft dan ook terecht geoordeeld dat zonder nadere motivering niet valt in te zien dat van de vreemdeling reeds tijdens het nader gehoor verwacht mocht worden dat hij, onafhankelijk van een door mensensmokkelaars ingeprent relaas, overeenkomstig de werkelijkheid zou verklaren. Dat het gezien de omstandigheden van dit geval niet in de rede ligt dat hij een volgende, aan mensensmokkel gerelateerde, asielaanvraag van de vreemdeling met toepassing van artikel 4:6 Awb zal afdoen, leidt niet tot een ander oordeel. Hoger beroep ongegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • India
    • Raad van State
    • Alleenstaande Minderjarige Vreemdeling (AMV)
    • Mensensmokkel
    • Nederlands
  3. Language Dutch 776 reads States Council (Dutch) Hoger beroep van de SvJ tegen de uitspraak van Rb Haarlem van 28 mei 2009 (08/28632) waarbij het beroep van de vreemdelinge tegen haar ongewenstverklaring gegrond is verklaard. De SvJ klaagt dat de Rb ten on ...

    Hoger beroep van de SvJ tegen de uitspraak van Rb Haarlem van 28 mei 2009 (08/28632) waarbij het beroep van de vreemdelinge tegen haar ongewenstverklaring gegrond is verklaard. De SvJ klaagt dat de Rb ten onrechte heeft overwogen dat de medische situatie van de vreemdelinge niet op zorgvuldige wijze bij de belangenafweging is betrokken.De SvJ betoogt dat BMA geen inhoudelijk medisch advies heeft kunnen uitbrengen omdat de vreemdelinge niet onder behandeling stond. Er was zodoende onvoldoende informatie beschikbaar om tot een inhoudelijk advies te komen. Hoger beroep gegrond. De Afdeling beoordeelt vervolgens de beroepsgronden.Door de vreemdelinge is betoogd dat zij vanwege haar psychische toestand niet in staat is aangifte van mensenhandel tedoen. De omstandigheid dat zij is aangehouden in een prostitutiebedrijf en daarbij in het bezit was van een vervalst paspoort is echter voldoende om te concluderen dat sprake is geweest van mensenhandel. De Afdeling oordeelt dat dit echter niet in een procedure omtrent ongewenstverklaring aan de orde kan komen. Beroep ongegrond. Hoger beroep SvJ gegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • B8/3
    • Belangenafweging
    • BMA-advies
    • Medische omstandigheden
    • Ongewenstverklaring
    • Nederlands
  4. Language Dutch 73 reads States Council (Dutch) Betreft hoger beroep tegen de uitspraak van rechtbank Amsterdam van 17 december 2007 (07/21311). De SvJ klaagt in de eerste grief dat de Rb ten onrechte heeft geoordeeld dat het beroep van de vreemdeling op h ...

    Betreft hoger beroep tegen de uitspraak van rechtbank Amsterdam van 17 december 2007 (07/21311). De SvJ klaagt in de eerste grief dat de Rb ten onrechte heeft geoordeeld dat het beroep van de vreemdeling op het vertrouwensbeginsel slaagt, nu de vreemdeling uit het handelen van de SvJ heeft mogen concluderen dat aan haar rechtmatig verblijf was toegestaan.Honorering van het door de vreemdeling gedane beroep op het vertrouwensbeginsel zou betekenen dat haar een verblijfsvergunning als bedoeld in art. 3.48 Vb (vervolging wegens mensenhandel) zou moeten worden verleend voor een periode waarin, ook met inachtneming van art. 3.88 Vb, niet langer is voldaan aan de beperking van de vergunning.Het vertrouwensbeginsel strekt niet zo ver, dat het de SvJ verplicht om in strijd met een algemeen verbindend wettelijk voorschrift te besluiten. De Rb heeft dit niet onderkend. De eerste grief slaagt. De tweede grief faalt. Grief 3 en 4 missen zelfstandige betekenis. Hoger beroep gegrond. (JV 2008/334)

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • B8/3
    • Beklagprocedure
    • Nederlands
  5. Language Dutch 59 reads States Council (Dutch) Betreft hoger beroep staatssecretaris tegen de uitspraak van rechtbank Zwolle van 24 april 2007 (Awb 05/51918). De aanvraag van de vreemdeling om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning w ...

    Betreft hoger beroep staatssecretaris tegen de uitspraak van rechtbank Zwolle van 24 april 2007 (Awb 05/51918). De aanvraag van de vreemdeling om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning wegens mensenhandel is afgewezen. Volgens de grief van de staatssecretaris is de berechting in feitelijke aanleg, waarnaar het beleid inzake slachtoffer- en getuige aangevers van mensenhandel wordt verwezen, beëindigd.Volgens paragraaf B9/4.6 van de Vc kan de geldigheid van de verblijfsvergunning worden verlengd zolang er sprake is van een strafrechtelijk opsporings- en vervolgingsonderzoek naar of berechting feitelijke aanleg van de verdachte van het strafbare feit ter zake waarvan aangifte is gedaan. Nu het Gerechtshof uitspraak heeft gedaan in de strafzaak terzake mensenhandel en dit arrest onherroepelijk is geworden is hiermee de berechting in feitelijke aanleg van de verdachte van het strafbare feit ter zake waarvan door de vreemdeling aangifte is gedaan, beëindigd.De omstandigheid dat uit het uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister volgt dat de opgelegde maatregel tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel nog niet onherroepelijk is, doet aan het voorgaande niet af. De grief slaagt. Het hoger beroep is kennelijk gegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • B8/3
    • Afwijzing verlenging
    • Nederlands
  6. Language Dutch 96 reads States Council (Dutch) Hoger beroep van de Staatssecretaris tegen uitspraak van rechtbank Haarlem van 31 juli 2007 (Awb 07/28508). De Staatssecretaris klaagt dat de voorzieningenrechter ten onrechte oordeelde dat onvoldoende was ge ...

    Hoger beroep van de Staatssecretaris tegen uitspraak van rechtbank Haarlem van 31 juli 2007 (Awb 07/28508). De Staatssecretaris klaagt dat de voorzieningenrechter ten onrechte oordeelde dat onvoldoende was gemotiveerd waarom de vermoedens die de vreemdeling ontleende aan de door haar gestelde feiten ongeloofwaardig zouden zijn.Verweerder acht het ongeloofwaardig dat de vreemdelinge bij terugkeer niet door de autoriteiten kan worden beschermd tegen de vrouwenhandelaar die haar tegen haar wil heeft vastgehouden, omdat dit een invloedrijk persoon zou zijn. De vreemdelinge heeft deze stelling niet nader onderbouwd.Uit het ambtsbericht blijkt dat mensenhandel in Kameroen is verboden en dat daarvoor een gevangenisstraf van 15 tot 20 jaar kan worden opgelegd. Gelet hierop heeft de staatssecretaris in redelijkheid ongeloofwaardig kunnen achten dat de vreemdeling niet voor bescherming in aanmerking kan komen. Hoger beroep gegrond; zaak naar de rechtbank teruggewezen. (NAV 2008/5 m.nt. Oomen, JV 2007/478 m.nt. Spijkerboer)

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Kameroen
    • Raad van State
    • Geloofwaardigheid
    • Motiveringsplicht
    • Nederlands
  7. Language Dutch 81 reads States Council (Dutch) Het verzoek van appellante tot verlening van Rvb-verstrekkingen over de maand december 2005 is door het COA op 10 maart 2006 afgewezen. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard (AWB 06/16997). In hog ...

    Het verzoek van appellante tot verlening van Rvb-verstrekkingen over de maand december 2005 is door het COA op 10 maart 2006 afgewezen. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard (AWB 06/16997).In hoger beroep klaagt appellante dat het COA de datum beëindiging van de haar toegekende Rvb-verstrekkingen, zijnde 8 december 2005, heeft kunnen baseren op informatie van de IND. Uit deze informatie bleek dat appellante korte tijd (van 8-15 december 2005) rechtmatig verblijf in NL heeft gehad op grond van een vbt-regulier B9 (mensenhandel). Het besluit hiertoe is door de IND op 16 januari 2006, na de periode waarop de aanvraag Rvb betrekking heeft, genomen. De afdeling oordeelt dat het COA terecht rekening heeft gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden op het moment van de besluitvorming. Het hoger beroep is ongegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • B8/3
    • Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA)
    • Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen (Rvb)
    • Nederlands
  8. Language Dutch 68 reads States Council (Dutch) De rechtbank heeft niet onderkend dat voor de betekenis van artikel 3.88 Vb 2000 de tekst van die bepaling als uitgangspunt dient te worden genomen. Aangezien in het artikel in duidelijke bewoordingen is neer ...

    De rechtbank heeft niet onderkend dat voor de betekenis van artikel 3.88 Vb 2000 de tekst van die bepaling als uitgangspunt dient te worden genomen. Aangezien in het artikel in duidelijke bewoordingen is neergelegd dat de vreemdeling tegen de beslissing tot niet vervolging of niet verdere vervolging van de verdachte van mensenhandel schriftelijk beklag moet hebben gedaan bij het gerechtshof en uit de bepaling ook duidelijk volgt dat daarbij wordt gedoeld op de vreemdeling die een aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning heeft ingediend, is de tekst bepalend voor de uitleg van het artikel. De rechter komt dan niet toe aan een van die tekst afwijkende, door hem redelijk bevonden uitleg, als door de rechtbank in de bestreden overweging neergelegd. Nu voorts niet in geschil is dat de vreemdeling geen schriftelijk beklag tegen de niet vervolging van de verdachte van mensenhandel bij het gerechtshof heeft ingediend en artikel 3.88 Vb 2000 verder geen ruimte biedt voor afwijking in bijzondere gevallen, heeft de rechtbank ten onrechte grond gevonden voor het oordeel dat het bij haar bestreden besluit met betrekking tot de toepassing van artikel 3.88 Vb 2000 niet deugdelijk is gemotiveerd. (JV 2007/44)

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • B8/3
    • Verlenging verblijfsvergunning
    • Beklagprocedure
    • Nederlands
  9. Language Dutch 77 reads States Council (Dutch) Hoger beroep tegen de uitspraak van Rb Den Haag van 3.7.2003. Appellant klaagt dat de rechter heeft miskend dat haar in de asielprocedure een bedenktijd gegund had moeten worden als bedoeld in Vc/B9. De Afdel ...

    Hoger beroep tegen de uitspraak van Rb Den Haag van 3.7.2003. Appellant klaagt dat de rechter heeft miskend dat haar in de asielprocedure een bedenktijd gegund had moeten worden als bedoeld in Vc/B9. De Afdeling oordeelt dat dit beleid betrekking heeft op de behandeling van een reguliere aanvraag met de beperking verband houdend met de vervolging van mensenhandel als bedoeld in art. 3.48 Vb. Deze bedenktijd is niet van toepassing op asielaanvragen. Hoger beroep ongegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • Bedenktijd
    • Nederlands
  10. Language Dutch 55 reads States Council (Dutch) Verzoek tot Nederlanderschap afgewezen omdat verzoeker is veroordeeld voor mensenhandel. Raad vanstate 2000492 199901597/1. Datum uitspraak:- 9 tIMI 2000 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger be ...

    Verzoek tot Nederlanderschap afgewezen omdat verzoeker is veroordeeld voor mensenhandel.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • Naturalisatie
    • Nederlands

Pagina's