Trefwoord

Organisatie

  • Verblijfsrecht

Door MHW geduid als zeer belangrijk

Pagina's

Resultaten 51 - 60 van totaal 157 resultaten
  1. 13 jun 1979

    Language Dutch 64 reads European Court of Human Rights (ECHR) Volgens deze zaak dient het begrip ‘family life’ ruim opgevat te worden en vallen hier ook de banden van nabije familieleden onder, zoals onder andere de band tussen grootouders en kleinkindere ...

    Volgens deze zaak dient het begrip ‘family life’ ruim opgevat te worden en vallen hier ook de banden van nabije familieleden onder, zoals onder andere de band tussen grootouders en kleinkinderen. Respect voor ‘family life’ legt voor een Staat de verplichting op een dergelijke band normaal te laten ontwikkelen. Artikel 8 EVRM maakt geen onderscheid tussen een ‘wettig’ dan wel ‘onwettige’ familie. Hiermee wordt bedoeld dat een kind voortgekomen uit getrouwde ouders en een kind voortgekomen uit een ongehuwde relatie gelijk behandeld worden.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie EHRM
    • Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM)
    • Artikel 8 EVRM
    • Artikel 8 EVRM
    • Frans
  2. 13 jun 1979

    Language Dutch 62 reads European Court of Human Rights (ECHR) Volgens deze zaak dient het begrip ‘family life’ ruim opgevat te worden en vallen hier ook de banden van nabije familieleden onder, zoals onder andere de band tussen grootouders en kleinkindere ...

    Volgens deze zaak dient het begrip ‘family life’ ruim opgevat te worden en vallen hier ook de banden van nabije familieleden onder, zoals onder andere de band tussen grootouders en kleinkinderen. Respect voor ‘family life’ legt voor een Staat de verplichting op een dergelijke band normaal te laten ontwikkelen. Artikel 8 EVRM maakt geen onderscheid tussen een ‘wettig’ dan wel ‘onwettige’ familie. Hiermee wordt bedoeld dat een kind voortgekomen uit getrouwde ouders en een kind voortgekomen uit een ongehuwde relatie gelijk behandeld worden.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie EHRM
    • Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM)
    • Artikel 8 EVRM
    • Artikel 8 EVRM
    • Engels
  3. 04 dec 2012

    Language Dutch 79 reads European Court of Human Rights (ECHR) Uit het arrest Butt kan voorts worden afgeleid dat zwaarwegende redenen van migratiebeleid in beginsel aanleiding zijn het gedrag van de ouders van een vreemdeling aan de desbetreffende vreemde ...

    Uit het arrest Butt kan voorts worden afgeleid dat zwaarwegende redenen van migratiebeleid in beginsel aanleiding zijn het gedrag van de ouders van een vreemdeling aan de desbetreffende vreemdeling toe te rekenen, in verband met het risico dat ouders de positie van hun kinderen misbruiken om een verblijfsrecht te verkrijgen. Indien de desbetreffende vreemdeling dan wel diens ouders konden – althans hadden moeten – weten dat het verblijfsrecht van die vreemdeling onzeker was, bestaat slechts onder bijzondere omstandigheden reden voor de conclusie dat op grond van artikel 8 van het EVRM een verplichting bestaat tot het laten voortzetten van het privéleven onderscheidenlijk familie- en gezinsleven.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie EHRM
    • Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM)
    • Artikel 8 EVRM
    • Artikel 8 EVRM
    • Engels
  4. 74 reads States Council (Dutch) Language Dutch De Raad van State acht het hoger beroep kennelijk ongegrond. De rechtbank oordeelde: 'Uit de door eiseres overgelegde  documentatie en getuigenverklaringen kan niet worden opgemaakt of zij om een dergeli ...

    De Raad van State acht het hoger beroep kennelijk ongegrond. De rechtbank oordeelde:'Uit de door eiseres overgelegde documentatie en getuigenverklaringen kan niet worden opgemaakt of zij om een dergelijk aanvraagformulier heeft verzocht. Evenmin vult daaruit op te maken dat de Chinese autoriteiten hebben geweigerd haar een dergelijk aanvraagformulier ie verstrekken. Dat eiseres niet over een (kopie van een) paspoort of identiteitskaart beschikt of kan beschikken, is blijkens het bestreden besluit geen punt van geschil. Uit de door eiseres overgelegde informatie en getuigenverklaringen blijkt echter evenmin dat zij haar hukou-registratie heeft aangeboden teneinde de Chinese autoriteiten te bewegen het door haar gewenste onderzoek te verrichten. Ook blijkt uit het voorgaande niet dat de Chinese autoriteiten slechts bereid waren actie te ondernemen als eiseres een (kopie van) een identiteitsdocument zou overleggen. De stelling dat eiseres niet meer over een (kopie van) een Chinees paspoort of een identiteitskaart kan beschikken, noch haar hukou-registratie over zou kunnen leggen dan wel (op een daartoe bestemd aanvraagformulier) zou kunnen noteren, heeft verweerder er niet toe hoeven leiden het beroep van eiseres op artikel 3.72, artikel 3.102, derde lid, van het Vb 2000 en paragraaf B 1/4.2 van de Vc 2000 te honoreren.'  De rechtbank vindt dat er geen sprake is van bijzondere individuele omstandigheden.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • China
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Paspoortvereiste
    • Represailles
    • Bijzondere individuele omstandigheden
    • Artikel 8 EVRM
    • Nederlands
  5. 60 reads States Council (Dutch) Language Dutch Verweerder heeft de aanvraag van de vreemdeling tot verlening van een verblijfsvergunning asiel afgewezen en ambtshalve besloten de vreemdeling niet in het bezit te stellen van een verblijfsvergunning regulie ...

    Verweerder heeft de aanvraag van de vreemdeling tot verlening van een verblijfsvergunning asiel afgewezen en ambtshalve besloten de vreemdeling niet in het bezit te stellen van een verblijfsvergunning regulier. De Raad van State acht het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevestigt de aangevallen uitspraak van de rechtbank.De vreemdeling heeft niet aannemelijk kunnen maken dat het ontbreken van nationaliteits- en identiteitspapieren niet aan haar kan worden toegerekend. Verder ontbeert het relaas van de vreemdeling positieve overtuigingskracht. De rechtbank overwoog: 'De ongeloofwaardigheid van het asielrelaas brengt mee dat verweerder in het asielrelaas terecht geen grond heeft gezien voor toewijzing van de aanvraag van eiseres. Daarnaast heeft eiseres onvoldoende onderbouwd dat zij, omdat zij naar Nederland is gebracht om in de prostitutie te gaan werken, bij terugkeer in haar land van herkomst een reëel risico loopt om te worden onderworpen aan foltering, onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing. Eiseres kan immers niet worden gevolgd in haar verklaringen dat zij naar Nederland is gebracht om in de prostitutie te gaan werken, omdat uit haar eigen verklaringen niet naar voren is gekomen dat zij in opdracht van in de prostitutie moest gaan werken. Daarbij brengt eiseres deze stelling pas in de zienswijze naar voren en is deze niet nader onderbouwd.' 

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Kameroen
    • Raad van State
    • Verblijfsrecht
    • Positieve overtuigingskracht
    • Represailles
    • Asielprocedure
    • Nederlands
  6. Language Dutch 43 reads States Council (Dutch) Aanvraag tot voortgezet verblijf van de vreemdeling is afgewezen. In geschil is of er sprake is van bijzondere individuele omstandigheden. De Raad van State acht het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevsti ...

    Aanvraag tot voortgezet verblijf van de vreemdeling is afgewezen. In geschil is of er sprake is van bijzondere individuele omstandigheden. De Raad van State acht het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevstigt de uitspraak van de rechtbank.De rechtbank overwoog:'Verweerder is bij de beoordeling van de vraag of aannemelijk is dat eiser slachtoffer van mensenhandel is geworden, in het primaire besluit, dat is ingelast in het bestreden besluit, uitgegaan van de verklaring die eiser op 30 mei 2008 bij de politie heeft afgelegd. De rechtbank volgt verweerder hierin. Eiser heeft namelijk in de door hem gevoerde procedures (over een lange periode) nooit melding gemaakt van de omstandigheid dat hij de verklaring van 30 mei 2008 heeft afgelegd onder invloed van mensenhandelaren, ondanks de bijstand van een raadsman. Zelfs in het gehoor van 14 januari 20 U is hier geen melding van gemaakt. Pas in beroep is dit door eiser naar voren gebracht. Uit de door eiser aangehaalde zienswijze van 21 juli 2008 volgt naar het oordeel van de rechtbank evenmin dat eiser melding heeft gemaakt van het onjuist verklaren onder invloed van mensenhandelaren. Verder is van belang dat eiser verschillende redenen heeft gegeven waarom hij op 30 mei 2008 onjuist zou hebben verklaard. Naast dat hij heeft verklaard onder invloed van mensenhandelaren te hebben gestaan heeft hij ook aangevoerd dat hij onjuist heeft verklaard omdat hij bang was opgesloten te worden. De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat verweerder terecht heeft overwogen dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt zijn verklaring op 30 mei 2008 te hebben afgelegd onder invloed van mensenhandelaren.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Represailles
    • Bijzondere individuele omstandigheden
    • Voortgezet verblijf
    • Nederlands
  7. Language Dutch 47 reads States Council (Dutch) De Raad van State oordeelt: 'Uit de op de zaak betrekking hebbende stukken blijkt niet dat de vreemdeling tijdens de bewaring eerder dan op 18 december 2012 is gewezen op de mogelijkheid van het doen van ...

    De Raad van State oordeelt:'Uit de op de zaak betrekking hebbende stukken blijkt niet dat de vreemdeling tijdens de bewaring eerder dan op 18 december 2012 is gewezen op de mogelijkheid van het doen van aangifte dan wel het op andere wijze medewerken aan een strafrechtelijk opsporings- of vervolgingsonderzoek naar mensenhandel. Aangezien de staatssecretaris niet heeft betwist dat de KMar reeds op 5 december 2012 de bedoeling had de vreemdeling te horen en in de gelegenheid te stellen aangifte van mensenhandel te doen, valt zonder nadere toelichting niet in te zien waarom dit eerst op 18 december 2012 kon plaatsvinden. Uit vorenbedoelde stukken blijkt voorts evenmin dat tijdens de bewaring, in aanvulling op de enkele reeds voordien in dat opzicht verrichte handelingen, nog nadere handelingen zijn verricht ter verwezenlijking van de met die maatregel beoogde uitzetting van de vreemdeling.Onder de hiervoor weergegeven omstandigheden heeft de staatssecretaris niet de ter voorkoming van een onevenredig lange voortduring van de bewaring vereiste mate van voortvarendheid aan de dag gelegd. De rechtbank heeft derhalve ten onrechte geen aanleiding gezien een voortvarendheidsgebrek aan te nemen. De bewaring is van meet af aan onrechtmatig.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • B8/3
    • Vreemdelingendetentie/vreemdelingenbewaring
    • Aangifte
    • Nederlands
  8. Language Dutch 46 reads States Council (Dutch) Zowel staatssecretaris als de vreemdeling gaan in beroep tegen de uitspraak van de rechtbank. De staatssecretaris heeft zowel de aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel als een verblijfsvergunning regulier ...

    Zowel staatssecretaris als de vreemdeling gaan in beroep tegen de uitspraak van de rechtbank. De staatssecretaris heeft zowel de aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel als een verblijfsvergunning regulier afgewezen. De staatssecretaris oordeelde dat haar asielrelaas een positieve overtuigingskracht mist. De Raad van State gaat hierin mee. Met betrekking tot de verblijfsvergunning regulier oordeelt de Raad van State:'Het betoog van de vreemdeling dat de staatssecretaris ten onrechte heeft geweigerd haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking 'vervolging van mensenhandel' te verlenen, kan niet worden gevolgd. Nu de vreemdeling geen aangifte heeft gedaan, voldoet zij reeds daarom niet aan de in paragraaf B9/2 van de Vc 2000 gestelde voorwaarden om in aanmerking te komen voor verlening van deze verblijfsvergunning.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • Verblijfsrecht
    • Positieve overtuigingskracht
    • Aangifte
    • B8/3
    • Psychologisch onderzoek
    • Asielprocedure
    • Medische omstandigheden
    • Nederlands
  9. Language Dutch 63 reads States Council (Dutch) De B9-verblijfsvergunning van de vreemdeling wordt met terugwerkende kracht ingetrokken naar het moment waarop het Gerechtshof uitspraak heeft gedaan in de beklagprocedure. De rechtbank vindt dit onredelijk, ...

    De B9-verblijfsvergunning van de vreemdeling wordt met terugwerkende kracht ingetrokken naar het moment waarop het Gerechtshof uitspraak heeft gedaan in de beklagprocedure. De rechtbank vindt dit onredelijk, omdat er voor de vreemdeling een 'verblijfsgat' zal ontstaan en zij in de periode geen verstrekkingen en opvang had mogen ontvangen. De Raad van State oordeelt:'Voor het oordeel dat onder de door de rechtbank geschetste omstandigheden intrekking met terugwerkende kracht van de aan vreemdeling 1 verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met de vervolging van mensenhandel kennelijk onredelijk is, bestaat geen aanleiding. Gelet op de onder 4 weergegeven wet- en regelgeving diende vreemdeling 1 ermee rekening te houden dat deze vergunning zou worden ingetrokken met ingang van de datum van de uitspraak van het gerechtshof. Voorts bestaan geen aanwijzingen dat tot terugvordering van de verstrekkingen zal worden overgegaan.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • B8/3
    • B8/3
    • Nederlands
  10. Language Dutch 55 reads States Council (Dutch) De vreemdeling heeft recht op voortgezet verblijf omdat zij langer dan drie jaar een verblijfsvergunning op grond van de B9-regeling heeft wanneer het Gerechtshof een beslissing neemt in de beklagprocedure. D ...

    De vreemdeling heeft recht op voortgezet verblijf omdat zij langer dan drie jaar een verblijfsvergunning op grond van de B9-regeling heeft wanneer het Gerechtshof een beslissing neemt in de beklagprocedure. De Raad van State:'Uit het besluit van 21 mei 2012 blijkt dat de staatssecretaris bij de beantwoording van de vraag of de opsporing dan wel de vervolging is beëindigd, de datum van de beschikking van het Gerechtshof in de beklagprocedure, te weten 13 december 2010, als uitgangspunt heeft genomen, hetgeen overeenkomt met het ten tijde van belang geldende beleid. Gelet hierop heeft de rechtbank niet onderkend dat vreemdeling 1 terecht heeft aangevoerd dat zij sinds 24 september 2007, en daarom langer dan drie jaar, in het bezit was van een verblijfsvergunning regulier onder de beperking, bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder s, van het Vb 2000. De grief slaagt.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Beklagprocedure
    • Voortgezet verblijf
    • Nederlands

Pagina's