Trefwoord

Organisatie

  • Raad van State

Pagina's

Resultaten 51 - 60 van totaal 70 resultaten
  1. 74 reads States Council (Dutch) Language Dutch De Raad van State acht het hoger beroep kennelijk ongegrond. De rechtbank oordeelde: 'Uit de door eiseres overgelegde  documentatie en getuigenverklaringen kan niet worden opgemaakt of zij om een dergeli ...

    De Raad van State acht het hoger beroep kennelijk ongegrond. De rechtbank oordeelde:'Uit de door eiseres overgelegde documentatie en getuigenverklaringen kan niet worden opgemaakt of zij om een dergelijk aanvraagformulier heeft verzocht. Evenmin vult daaruit op te maken dat de Chinese autoriteiten hebben geweigerd haar een dergelijk aanvraagformulier ie verstrekken. Dat eiseres niet over een (kopie van een) paspoort of identiteitskaart beschikt of kan beschikken, is blijkens het bestreden besluit geen punt van geschil. Uit de door eiseres overgelegde informatie en getuigenverklaringen blijkt echter evenmin dat zij haar hukou-registratie heeft aangeboden teneinde de Chinese autoriteiten te bewegen het door haar gewenste onderzoek te verrichten. Ook blijkt uit het voorgaande niet dat de Chinese autoriteiten slechts bereid waren actie te ondernemen als eiseres een (kopie van) een identiteitsdocument zou overleggen. De stelling dat eiseres niet meer over een (kopie van) een Chinees paspoort of een identiteitskaart kan beschikken, noch haar hukou-registratie over zou kunnen leggen dan wel (op een daartoe bestemd aanvraagformulier) zou kunnen noteren, heeft verweerder er niet toe hoeven leiden het beroep van eiseres op artikel 3.72, artikel 3.102, derde lid, van het Vb 2000 en paragraaf B 1/4.2 van de Vc 2000 te honoreren.'  De rechtbank vindt dat er geen sprake is van bijzondere individuele omstandigheden.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • China
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Artikel 8 EVRM
    • Paspoortvereiste
    • Represailles
    • Bijzondere individuele omstandigheden
    • Nederlands
  2. Language Dutch 54 reads States Council (Dutch) De Raad van State acht het hoger beroep van de vreemdeling kennelijk gegrond: 'In het arrest van 21 januari 2011 van het EHRM in de zaak M.S.S.  tegen België en Griekenland, zaak nr. 30696/09, JV 2011/68 ...

    De Raad van State acht het hoger beroep van de vreemdeling kennelijk gegrond:'In het arrest van 21 januari 2011 van het EHRM in de zaak M.S.S. tegen België en Griekenland, zaak nr. 30696/09, JV 2011/68 komt het EHRM kort weergegeven tot het oordeel dat, onder meer gelet op de risico's die voortvloeien uit de gebreken in de Griekse asielprocedure en de leefomstandigheden van asielzoekers in Griekenland, overdracht door België naar Griekenland in strijd is met artikel 3 van het EVRM. Gelet daarop klaagt de vreemdeling terecht dat ook zijn overdracht aan die lidstaat in strijd zou zijn met dit artikel. De grieven slagen.'  

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • Asielprocedure
    • Artikel 3 EVRM
    • Nederlands
  3. 78 reads States Council (Dutch) Language Dutch Hoger beroep minister tegen de uitspraak van de rechtbank Assen van 21 februari 2011 (10/4706) Vbt-regulier afgewezen. De Afdeling oordeelt als volgt. De vreemdeling heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij nie ...

    Hoger beroep minister tegen de uitspraak van de rechtbank Assen van 21 februari 2011 (10/4706) Vbt-regulier afgewezen. De Afdeling oordeelt als volgt. De vreemdeling heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij niet in staat zal zijn, eventueel met behulp van NAPTIP, een nieuw netwerk op te bouwen en zich te hervestigen. Gelet hierop, heeft de minister zich met de in 2.4.2. weergegeven motivering in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat van de vreemdeling kan worden gevergd dat zij Nederland verlaat.De omstandigheid dat, zoals de rechtbank heeft overwogen, in het ambtsbericht is vermeld dat slechts een zeer klein percentage van alle vrouwen die slachtoffer zijn geworden van mensenhandel, die in Europa in de prostitutie hebben gewerkt en die vrijwillig of gedwongen zijn teruggekeerd naar Nigeria in één van de NAPTIP-shelters terechtkomt, leidt niet tot een ander oordeel, nu volgens het ambtsbericht aan degenen die de hulp van NAPTIP willen aanvaarden, opvang en bijstand wordt geboden. Hoger beroep minister gegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Nigeria
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Voortgezet verblijf
    • Nederlands
  4. Language Dutch 75 reads States Council (Dutch) In de vreemdelingenwetgeving en het bij de toepassing daarvan gevoerde beleid is voorzien  in een specifieke beperking inzake medische behandeling. Zoals de Afdeling heeft  overwogen in de uitspraak van 2 maa ...

    In de vreemdelingenwetgeving en het bij de toepassing daarvan gevoerde beleid is voorzien in een specifieke beperking inzake medische behandeling. Zoals de Afdeling heeft overwogen in de uitspraak van 2 maart 2007 in zaak nr. 200607507/1, volgt uit de daaruit blijkende systematiek dat bij een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd die verband houdt met psychische problemen moet worden aangesloten bij de daarvoor geldende beperkingen en moet ter verkrijging van een zodanige vergunning een daartoe strekkende aanvraag worden ingediend. Nu door de vreemdeling, los van de gestelde, niet aannemelijk geachte, herintegratieproblemen slechts medische aspecten zijn aangevoerd heeft de minister die terecht als een op zichzelf staande grond ter verkrijging van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aangemerkt die naar aanleiding van een daartoe strekkende aanvraag kunnen worden beoordeeld. De minister heeft zich  derhalve terecht op het standpunt gesteld dat zich in dit geval geen bijzondere individuele omstandigheden als bedoeld in artikel 3.52 van het Vb 2000 voordoen. De grief slaagt. Het hoger beroep is kennelijk gegrond. 

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Medische omstandigheden
    • Voortgezet verblijf
    • Nederlands
  5. 85 reads States Council (Dutch) Language Dutch In de vreemdelingenwetgeving en het bij de toepassing daarvan gevoerde beleid is voorzien  in een specifieke beperking inzake medische behandeling. Zoals de Afdeling heeft  overwogen in de uitspraak van 2 maa ...

    In de vreemdelingenwetgeving en het bij de toepassing daarvan gevoerde beleid is voorzien in een specifieke beperking inzake medische behandeling. Zoals de Afdeling heeft overwogen in de uitspraak van 2 maart 2007 in zaak nr. 200607507/1, volgt uit de daaruit blijkende systematiek dat bij een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd die verband houdt met psychische problemen moet worden aangesloten bij de daarvoor geldende beperkingen en moet ter verkrijging van een zodanige vergunning een daartoe strekkende aanvraag worden ingediend. Nu door de vreemdeling, los van de gestelde, niet aannemelijk geachte, herintegratieproblemen slechts medische aspecten zijn aangevoerd heeft de minister die terecht als een op zichzelf staande grond ter verkrijging van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aangemerkt die naar aanleiding van een daartoe strekkende aanvraag kunnen worden beoordeeld. De minister heeft zich  derhalve terecht op het standpunt gesteld dat zich in dit geval geen bijzondere individuele omstandigheden als bedoeld in artikel 3.52 van het Vb 2000 voordoen. De grief slaagt. Het hoger beroep is kennelijk gegrond. 

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Gambia
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Medische omstandigheden
    • Voortgezet verblijf
    • Nederlands
  6. Language Dutch 57 reads States Council (Dutch) Advies van de Raad van State bij de EU-Mensenhandelrichtlijn Bij Kabinetsmissive van 6 januari 2012, no.12.000023, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Veiligheid en Justitie, bij de Afdelin ...

    Advies van de Raad van State bij de EU-MensenhandelrichtlijnBij Kabinetsmissive van 6 januari 2012, no.12.000023, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Veiligheid en Justitie, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot implementatie van de richtlijn 2011/36/EU van het Europees Parlement en de Raad inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel, de bescherming van slachtoffers ervan, en ter vervanging van kaderbesluit 2002/629/JBZ van de Raad (PbEU L 101), met memorie van toelichting.

    Overheidspublicaties

    • Overige documenten overheid
    • Raad van State
    • Mensenhandelrichtlijn EU (2011/36/EU)
  7. Language Dutch 91 reads States Council (Dutch) Hoger beroep van de vreemdeling in de uitspraak van rechtbank Zwolle van 19 februari 2010 in zaak nr. 09/35115.De vreemdeling heeft op 24 april 2009 een aanvraag ingediend voor een vbt-asiel. Op 27 april 2009 ...

    Hoger beroep van de vreemdeling in de uitspraak van rechtbank Zwolle van 19 februari 2010 in zaak nr. 09/35115.De vreemdeling heeft op 24 april 2009 een aanvraag ingediend voor een vbt-asiel. Op 27 april 2009 heeft het eerste gehoor plaatsgevonden. Zij is daarop in de beschermde opvang geplaatst, waar amv's die (mogelijk) slachtoffer zijn of dreigen te worden van mensenhandel, beschermd worden opgevangen. Hierbij wordt een methodiek gebruikt “deprogrammering” die minderjarigen helpt tegen de invloed van de handelaar/uitbuiter.Tijdens het nader gehoor is de vreemdeling op 11 juni 2009 in de gelegenheid gesteld haar aanvraag toe te lichten. De minister heeft de aanvraag van de vreemdeling afgewezen, omdat hij haar asielrelaas ongeloofwaardig acht. De Afdeling overweegt dat de omstandigheid dat de vreemdeling niet nader heeft geconcretiseerd waarom de deprogrammering had moeten worden afgewacht, dat door de vreemdeling bij de aanvang van het gehoor is verklaard dat zij in staat was te worden gehoord en dat geen melding is gemaakt van bijzonderheden waarmee rekening zou moeten worden gehouden, onvoldoende grond vormen voor het oordeel dat de minister geen aanleiding heeft hoeven zien het nader gehoor uit te stellen.In het licht van de brieven van de staatssecretaris aan de Tweede Kamer met betrekking tot de bescherming van amv’s tegen mensenhandel lag het op de weg van de minister zich ervan te vergewissen dat de in die brieven genoemde omstandigheden in dit geval niet zodanig zwaarwegend waren dat in verband daarmee het nader gehoor van de vreemdeling vooralsnog niet kon plaatsvinden en heeft de minister niet kunnen volstaan met de vaststelling dat er van de zijde van de vreemdeling geen nadere op haar geval betrekking hebbende bijzonderheden zijn genoemd. Hoger beroep gegrond, beroep gegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • AMV's
    • Nader gehoor
    • Nederlands
  8. Language Dutch 49 reads States Council (Dutch) Hoger beroep van de vreemdelinge tegen de uitspraak van de rechtbank Den Bosch van 20 december 2010 (Awb 10/41793) tegen de maatregel van bewaring. De vreemdelinge stelt dat zij slachtoffer is van mensenhande ...

    Hoger beroep van de vreemdelinge tegen de uitspraak van de rechtbank Den Bosch van 20 december 2010 (Awb 10/41793) tegen de maatregel van bewaring. De vreemdelinge stelt dat zij slachtoffer is van mensenhandel, dat zij zich in de bedenktijdfase als bedoeld in paragraaf B9/3.1 Vc bevindt en dus de grond aan de bewaring is komen te ontvallen.Voor zover de vreemdeling in hoger beroep heeft geklaagd dat de rechtbank niet is ingegaan op haar betoog dat zij in het geheel niet in bewaring had mogen worden gesteld, is haar klacht terecht voorgedragen. De rechtbank heeft slechts beoordeeld of de grondslag achteraf bezien aan de maatregel van bewaring is komen te ontvallen. De grief kan echter niet tot het daarmee beoogde doel leiden. De Afdeling is van oordeel dat de vreemdelinge niet behoort tot één van de in paragraaf B9/3.2 genoemde categorieën vreemdelingen voor wie een bedenktijd openstaat en aan wie rechtmatig verblijf in de zin van art. 8 (k) Vw toekomt. Verder is de vreemdelinge niet aangetroffen bij een controle verband houdende met mensenhandel en is evenmin de toegang geweigerd aan de grens. Verder heeft zij tijdens haar asielprocedure uit 2008 niet betoogd dat zij zodanig onder druk van mensenhandelaars stond dat van haar niet mocht worden verwacht dat zij overeenkomstig de werkelijkheid zou verklaren. De vreemdelinge heeft ook nog geen daadwerkelijke aangifte gedaan, zodat zij ook geen verblijfsrecht kan ontlenen aan art. 8(a) Vw. De enkele mededeling dat de vreemdeling aangifte wilde doen, doet op zichzelf niet de rechtsgrond aan de bewaring ontvallen. De minister was aldus niet gehouden haar inbewaringstelling achterwege te laten. Hoger beroep ongegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • Vreemdelingendetentie/vreemdelingenbewaring
    • Nederlands
  9. Language Dutch 45 reads States Council (Dutch) Hoger beroep vreemdeling tegen rechtbank Amsterdam, 5 maart 2010, 08/37328. De vreemdeling klaagt in zijn eerste grief dat de rechtbank ten onrechte de in zijn beroepschrift opgenomen aanvullend asielrelaas i ...

    Hoger beroep vreemdeling tegen rechtbank Amsterdam, 5 maart 2010, 08/37328. De vreemdeling klaagt in zijn eerste grief dat de rechtbank ten onrechte de in zijn beroepschrift opgenomen aanvullend asielrelaas inzake seksueel misbruik niet met toepassing van artikel 83 van de Vreemdelingenwet 2000 bij de behandeling van zijn beroep heeft meegenomen. Hij betoogt daartoe dat gelet op de Afdelinguitspraak van 15 januari 2010 in zaak nr. 200904260/1/V3 de rechtbank deze informatie wel bij de beoordeling had moeten betrekken.De Afdeling oordeelt dat niet met vrucht kan worden staande gehouden dat de vreemdeling reeds ten tijde van het nader gehoor op 6 maart 2008 in staat was uit eigen beweging een eventueel relaas over seksueel misbruik naar voren te brengen. Dit geldt te meer nu de staatssecretaris het, gelet op hetgeen hiervoor onder 2.2. is overwogen, noodzakelijk acht vreemdelingen die in de beschermde opvang worden geplaatst, uitdrukkelijk voor te lichten over mensenhandel, uitbuiting en prostitutie. Dat de vreemdeling na afloop van het nader gehoor heeft verklaard alles te hebben verteld wat van belang was voor de beoordeling van zijn aanvraag, kan daaraan in het licht van het gestelde in voornoemde brief van 11 maart 2009 niet afdoen.Gelet hierop kan evenmin met vrucht worden staande gehouden dat de vreemdeling het aanvullende relaas inzake seksueel misbruik in de bestuurlijke fase had kunnen en moeten aanvoeren, zodat de overwegingen van de rechtbank dienaangaande evenzeer onjuist zijn. De conclusie is dat de rechtbank het relaas van de vreemdeling inzake seksueel misbruik ten onrechte niet bij haar beoordeling heeft betrokken.Hoger beroep gegrond; beroep gegrond

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • Asielprocedure
    • Nader gehoor
    • Nederlands
  10. Language Dutch 82 reads States Council (Dutch) Hoger beroep van de vreemdeling tegen rechtbank Den Haag van 13 januari (09/18313). Vreemdelingen klagen dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat zij bij terugkeer geen reëel risico lopen op behande ...

    Hoger beroep van de vreemdeling tegen rechtbank Den Haag van 13 januari (09/18313). Vreemdelingen klagen dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat zij bij terugkeer geen reëel risico lopen op behandeling in strijd met art. 3 EVRM.Ten onrechte is geoordeeld dat hun vrees niet met informatie uit een objectieve bron aannemelijk zijn gemaakt. Deze vrees bestaat er nu een van de vreemdelingen aan het licht heeft gebracht dat een Surinaamse minister betrokken was bij het faciliteren van mensenhandel. Ter onderbouwing hebben vreemdelingen onder meer gewezen op het krantenbericht ‘Jurist Marica blijft erbij: wél politieke invloeden rechterlijke macht’.De Afdeling overweegt dat de Rb terecht heeft geoordeeld dat de informatie niet afkomstig is uit een objectieve bron. Met het krantenbericht hebben vreemdelingen die vrees evenmin voldoende onderbouwd, nu hieruit niet volgt dat zij bij terugkeer zullen worden blootgesteld aan ernstige bedreigingen. Hoger beroep ongegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Suriname
    • Raad van State
    • Asielprocedure
    • Bewijs
    • Objectieve bron
    • Nederlands

Pagina's