Trefwoord

    Pagina's

    Resultaten 21 - 30 van totaal 60 resultaten
    1. Taal Onbepaald It has been observed over decades that, poverty forces poor families to send their children to work, which results in a serious problem the world is facing nowadays. Child labour can leave many severe consequences on children ...

      It has been observed over decades that, poverty forces poor families to send their children to work, which results in a serious problem the world is facing nowadays. Child labour can leave many severe consequences on children and their families. When children work, it does not mean as a standard, they support their families economically, neither all of them get paid for their work since many of them work as bonded labour or as slaves. In addition to that, they face many problems which may cause permanent damage to their childhood.Children usually work to contribute and provide financial support to their families. Their health is often ignored by their parents or they may not be aware about their children’s health. This paper illustrates how both India and Nigeria have adopted laws and regulations to eliminate child labour. However despite all the efforts, child labour and the factors that influence the incidence of child labour continues to be prevalent.The results from this study explain the reasons which forces children to work, poverty. This paper also draws conclusion that governments, societies, and communities should cooperate in a better way with each other to decrease child labour. Possible and innovate solutions and suggestions are arose at the end of this paper.

      Publicaties

      • Rapporten
      • Nigeria
      • India
      • Minderjarigen / Kinderhandel
      • Kinderarbeid
      • Armoede
      • Engels
    2. Language Dutch 151 reads FairWork Communicatie met slachtoffers van mensenhandel is lastig. Dit heeft te maken met taalproblemen en traumatische ervaringen, maar ook met verschillen in gewoonten, de culturele eigenheid van de streek waar een slachtoffer v ...

      Communicatie met slachtoffers van mensenhandel is lastig. Dit heeft te maken met taalproblemen en traumatische ervaringen, maar ook met verschillen in gewoonten, de culturele eigenheid van de streek waar een slachtoffer vandaan komt en het sociale systeem waarin hij of zij is opgevoed. Dat geldt ook voor de slachtoffers waarop deze brochure zich concentreert: vrouwen uit (de omgeving van) Benin-city in Nigeria. Deze slachtoffers hebben een beduidend andere achtergrond dan slachtoffers uit andere delen van het land. De meeste slachtoffers van mensenhandel in Nederland die uit Nigeria komen, komen uit Benin-city of de omgeving daarvan.

      Publicaties

      • Brochures/jaarverslagen
      • Nigeria
      • FairWork
      • Nederlands
    3. 140 reads Language Dutch Auteur: Tobore Ovuorie, Trouw. Dutch Undercover in de Nigeriaanse vrouwenhandel Articles Nigeria Saturday, January 25, 2014 ...

      Auteur: Tobore Ovuorie, Trouw.

      Publicaties

      • Artikelen
      • Nigeria
      • Nederlands
    4. 128 reads Court of Overijssel Language Dutch Beroep gegrond. Verzoekster heeft gesteld dat terugkeer naar Nigeria een schending van artikel 3 EVRM oplevert, omdat er een aanzienlijk risico bestaat dat haar iets zal worden aangedaan door de mensenhandelaar ...

      Beroep gegrond. Verzoekster heeft gesteld dat terugkeer naar Nigeria een schending van artikel 3 EVRM oplevert, omdat er een aanzienlijk risico bestaat dat haar iets zal worden aangedaan door de mensenhandelaar die ook haar ouders heeft vermoord.De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder zich op goede gronden op het standpunt heeft kunnen stellen dat verzoekster niet aannemelijk heeft gemaakt dat er voor haar elders in Nigeria geen vestigingsalternatief is. Zij heeft niet met concrete informatie aannemelijk gemaakt dat NAPTIP (National Agency for the Prohibition of Traffic In Persons and Other Related Matters) in haar specifieke geval niet voldoende opvang en bescherming zal kunnen bieden.Voorts heeft verzoekster aangevoerd dat haar dochtertje bij terugkeer naar Nigeria het risico loopt te worden besneden en verwijst daarbij naar het ambtsbericht van oktober 2012. De stelling van verweerder ter zitting dat NAPTIP in het algemeen is opgericht ter bescherming en dat er daarom vanuit mag worden gegaan dat NAPTIP ook in staat is bescherming te bieden tegen een dreigende besnijdenis is – zoals verweerder ter zitting desgevraagd ook heeft bevestigd – gebaseerd op een aanname. Concrete aanwijzingen voor deze stelling heeft verweerder niet aangeleverd.De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder zich niet zonder nadere motivering op het standpunt heeft kunnen stellen dat er voor verzoekster – voor zover zij vreest voor besnijdenis van haar dochtertje – een vestigingsalternatief (elders) in Nigeria bestaat. Hieruit volgt dat het bestreden besluit is genomen in strijd met artikel 3.46 Awb.

      Jurisprudentie

      • Vreemdelingenrecht
      • Nigeria
      • Rechtbank Overijssel
      • Artikel 3 EVRM
      • Asielprocedure
      • Artikel 3 EVRM
      • Besnijdenis
      • Nederlands
    5. 13 Rechtbank Den Haag Taal Nederlands Beroep gegrond. De vreemdeling vreest bij terugkeer naar Nigeria onder meer voor mensenhandelaren en de besnijdenis van haar dochter. Volgens de staatssecretaris kan zij hiertegen de bescherming van de a ...

      Beroep gegrond. De vreemdeling vreest bij terugkeer naar Nigeria onder meer voor mensenhandelaren en de besnijdenis van haar dochter. Volgens de staatssecretaris kan zij hiertegen de bescherming van de autoriteiten in Nigeria inroepen. Volgens de vreemdeling heeft de staatssecretaris ten onrechte overwogen dat NAPTIP haar en de kinderen bescherming en opvang kan bieden. Ook blijkt nergens dat NAPTIP tegen besnijdenis bescherming kan bieden.De rechtbank is van oordeel dat NAPTIP bescherming kan bieden tegen represailles van mensenhandelaren. Het standpunt van de staatssecretaris dat evenmin een reële vrees voor besnijdenis van de minderjarige kinderen aannemelijk is gemaakt, wordt niet gevolgd. Hiertoe acht de voorzieningenrechter van belang dat uit het ambtsbericht van oktober 2012 weliswaar blijkt dat besnijdenis strafbaar is gesteld in verscheidene deelstaten, maar dat uit datzelfde ambtsbericht tevens blijkt dat er in de praktijk zelden controles worden uitgevoerd, en dat er niet of nauwelijks rechtsvervolging plaats vindt.Over het algemeen is de politie niet in staat om bescherming te bieden aan vrouwen en meisjes die dreigen slachtoffer te worden van genitale verminking, aldus het ambtsbericht. Deze gang van zaken wordt bevestigd in een brief van Defence for Children. Het standpunt van verweerder dat het NAPTIP ook tegen een eventuele dreigende genitale verminking van de dochtertjes van verzoekster bescherming kan bieden, is onvoldoende onderbouwd.Hiertoe wijst de voorzieningenrechter erop dat uit het ambtsbericht noch uit andere door de staatssecretaris bij de besluitvorming betrokken informatie blijkt dat het NAPTIP naast opvang en bescherming van slachtoffers van mensenhandel, tevens bescherming kan bieden tegen het risico op besnijdenis in Nigeria. Daarnaast is het besluit in strijd met artikel 3:2 Awb omdat er geen medisch deskundigenadvies van het BMA aan het besluit ten grond ligt en omdat de belangen van het kind niet zijn meegewogen.

      Jurisprudentie

      • Vreemdelingenrecht
      • Nigeria
      • Rechtbank Den Haag
      • Artikel 3 EVRM
      • Asielprocedure
      • Belang van het kind
      • Besnijdenis
      • Nederlands
    6. 17 jan 2014

      66 reads Language Dutch National Agency for Prohibition of Traffic in Persons and Other related Matters (NAPTIP) came into being on the 26th of August, 2003, with the appointment of its pioneer Executive Secretary/Chief Executive. The Agency which is the ...

      National Agency for Prohibition of Traffic in Persons and Other related Matters (NAPTIP) came into being on the 26th of August, 2003, with the appointment of its pioneer Executive Secretary/Chief Executive. The Agency which is the creation of Trafficking in Persons (Prohibition) Law Enforcement and Administration Act, 2003 is the Federal Government of Nigeria’s response to addressing the scourge of trafficking in persons in Nigeria and its attendant human abuses in its entire ramification. It is also a fulfillment of her international obligation under the trafficking in persons protocol supplementing the Transnational Organized Crime Convention (TOC). Nigeria became signatory to the Transnational Organized Crime Convention and its trafficking in Persons Protocol on the 13th December, 2000. Article 5 of the said trafficking protocol enjoins State parties to criminalize practices and conducts that subject human beings to all forms of exploitation which includes in the minimum sexual and labour exploitation.

      Lijst van organisaties

      • Lijst van organisaties
      • Nigeria
      • Engels
    7. 161 reads Language Dutch Moeder (eiseres 1) heeft voortgezet verblijf aangevraagd, maar dat is afgewezen. Dochter (eiseres 2) heeft verblijfsvergunning met beperking 'gezinshereniging met ouder' gehad, maar deze is ingetrokken. Eiseressen 1 en 2 ...

      Moeder (eiseres 1) heeft voortgezet verblijf aangevraagd, maar dat is afgewezen. Dochter (eiseres 2) heeft verblijfsvergunning met beperking 'gezinshereniging met ouder' gehad, maar deze is ingetrokken. Eiseressen 1 en 2 wonen sinds 1998 in Nederland en eiseres 2 volgt hier een opleiding.De rechtbank is van oordeel dat het bestreden besluit op het punt van beoordeling van het beroep met betrekking tot artikel 8 EVRM niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid en genomen en evenmin op een deugdelijke motivering berust. Volgens de rechtbank had verweerder de mogelijkheid dat eiseres 2 besneden kan worden in de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM moeten betrekken. Ook heeft verweerder onvoldoende bij de belangenafweging betrokken dat eiseres 2 slechts een half jaar oud was toen zij naar Nederland kwam en sindsdien altijd in Nederland is verbleven en ook haar schoolopleiding hier volgt. Volgens de rechtbank is het spreken van Pidgin Engels en het hebben van de Nigeriaanse nationaliteit niet voldoende om te spreken van een (culturele) band met Nigeria.Het beroep van eiseres 2 wordt gegrond verklaard.Met betrekking tot eiseres 1 zegt de rechtbank dat verweerder niet zomaar mag stellen dat het hele mensenhandelrelaas niet aannemelijk is, omdat eiseres 1 tegenstrijdige verklaringen over een bepaalde periode heeft afgelegd. Ook is de rechtbank het eens met eiseres 1 dat niet van haar kan worden verwacht dat zij op detailniveau volledig consistent verklaart over gebeurtenissen die twintig jaar geleden hebben plaatsgevonden. Rechtbank volgt verweerder niet in het standpunt dat het mensenhandelrelaas niet aannemelijk is, omdat eiseres 1 pas in 2010 aangifte heeft gedaan en dat daaruit volgt dat zij haar situatie blijkbaar niet als urgent dan wel als niet serieus genoeg heeft ingeschat. De verklaring dat eiseres 1 bang was en tijd nodig had om moed bijeen te rapen en dat zij uiteindelijk met hulp van de kerk en haar advocaat aangifte heeft gedaan acht de rechtbank plausibel.De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van 'klemmende redenen van humanitaire aard'. Omdat het beroep van eiseres 2 gegrond is verklaard is, is niet uit te sluiten dat eiseres 2 een verblijfsvergunning krijgt. De motivering van verweerder dat geen sprake is van schending van artikel 8 EVRM kan daarom geen stand meer houden. Beroep van eiseres 1 is ook gegrond.

      Jurisprudentie

      • Vreemdelingenrecht
      • Nigeria
      • Voortgezet verblijf
      • Artikel 8 EVRM
      • Artikel 8 EVRM
      • Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK)
      • Voortgezet verblijf
      • Besnijdenis
      • Nederlands
    8. Language Dutch 95 reads Court of Noord-Holland Beroep gegrond ten aanzien van de verplichting Nederland onmiddellijk te verlaten en het inreisverbod. De rechtbank oordeelt dat de vreemdeling bescherming kan krijgen tegen mensensmokkelaars door zich te wen ...

      Beroep gegrond ten aanzien van de verplichting Nederland onmiddellijk te verlaten en het inreisverbod. De rechtbank oordeelt dat de vreemdeling bescherming kan krijgen tegen mensensmokkelaars door zich te wenden tot de autoriteiten en de ondersteuning van het NAPTIP.Ten aanzien van het terugkeerbesluit stelt de rechtbank voorop dat de staatssecretaris in bijzondere gevallen van zijn bevoegdheid de terugkeertermijn te verkorten kan afzien. Naar het oordeel van de rechtbank dient de staatssecretaris nader te motiveren waarom daartoe in het onderhavige geval geen aanleiding zou bestaan. Daartoe is redengevend dat de staatssecretaris in het onderhavige besluit het asielrelaas van eiseres geloofwaardig heeft geoordeeld, en dat volgens dit relaas het valse Duitse visum waarop de veroordeling betrekking had aan de vreemdeling was gegeven binnen het kader van de op haar gelegde druk om in de prostitutie werkzaam te zijn.Ten aanzien van het inreisverbod van vijf jaar overweegt de rechtbank dat de vreemdeling onder druk naar Nederland is gekomen om hier in de prostitutie werkzaam was, en het valse Duitse visum volgens het asielrelaas, in het kader van die op haar uitgeoefende druk aan haar was gegeven. De staatssecretaris dient nader te motiveren waarom onder de gestelde omstandigheden niet is gebleken van individuele of bijzondere omstandigheden die nopen tot het afzien van het uitvaardigen van een inreisverbod dan wel tot het opleggen van een inreisverbod van kortere duur.

      Jurisprudentie

      • Vreemdelingenrecht
      • Nigeria
      • Rechtbank Noord-Holland
      • Asielprocedure
      • Terugkeer
      • Nederlands
    9. Taal Nederlands 9 Rechtbank Limburg Beroep gegrond, rechtsgevolgen in stand. De voorzieningenrechter overweegt dat de staatssecretaris de vreemdeling in redelijkheid heeft kunnen tegenwerpen dat zij geen documenten heeft overlegd ter onderbo ...

      Beroep gegrond, rechtsgevolgen in stand. De voorzieningenrechter overweegt dat de staatssecretaris de vreemdeling in redelijkheid heeft kunnen tegenwerpen dat zij geen documenten heeft overlegd ter onderbouwing van de reisroute van Nigeria naar Italië en van Italië naar Nederland. Ook heeft de staatssecretaris zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het asielrelaas positieve overtuigingskracht mist, nu zij nauwelijks informatie weet te verschaffen over de man met wie zij zegt sinds 2006 een relatie te hebben en met wie zij twee kinderen heeft gekregen.De staatssecretaris heeft terecht geconcludeerd dat zij geen verdragsvluchteling is en niet heeft aangetoond dat zij bij gedwongen terugkeer zal worden onderworpen aan behandeling in strijd met artikel 3 EVRM. De vreemdeling heeft in het kader van de b-grond nog een beroep gedaan op de vrees voor besnijdenis in Nigeria van haar minderjarige dochter.De voorzieningenrechter is van oordeel dat de staatssecretaris een te beperkt toetsingskader heeft toegepast, nu de gestelde vrees alleen is beoordeeld in het licht van de aannemelijkheid van het asielrelaas. De staatssecretaris heeft hiermee miskend dat ook beoordeeld moet worden of er in het land van herkomst in het algemeen een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM bestaat. Reeds hierom wordt het beroep gegrond verklaard. De voorzieningenrechter ziet echter aanleiding de rechtsgevolgen in stand te laten, nu de vreemdeling de vrees voor besnijdenis in haar concrete geval niet aannemelijk heeft weten te maken.

      Jurisprudentie

      • Vreemdelingenrecht
      • Nigeria
      • Rechtbank Limburg
      • Asielprocedure
      • Artikel 3 EVRM
      • Reisdocumenten
      • Besnijdenis
      • Nederlands
    10. Taal Nederlands 8 Rechtbank Limburg Beroep ongegrond. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de staatssecretaris zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het asielrelaas positieve overtuigingskracht mist. Het betoog ...

      Beroep ongegrond. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de staatssecretaris zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het asielrelaas positieve overtuigingskracht mist. Het betoog van de vreemdeling dat haar een vergunning op de b-grond toekomt omdat zij voor de mensenhandelaar en zijn kompanen te vrezen heeft in Nigeria faalt, omdat zij niet uit objectief verifieerbare bron heeft vernomen dat deze mannen haar familie in Nigeria na haar vertrek hebben mishandeld. De overgelegde aangifte door haar broer is voorts niet op authenticiteit waardeerbaar vanwege het ontbreken van referentiemateriaal.In het kader van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw 2000 is een beroep gedaan op het traumatabeleid. De staatssecretaris heeft in redelijkheid kunnen betogen dat een voodoo-ritueel niet valt onder handelingen die zijn verricht van overheidswege, door politieke of militante groeperingen die de feitelijke macht uitoefenen in een land van herkomst of een deel daarvan, of door groeperingen waartegen de overheid niet in staat of niet bereid is bescherming te bieden.Dat de vreemdeling – nu zij slachtoffer is geworden van mensenhandel, vervolgens in de prostitutie is beland en inmiddels ook nog alleenstaande moeder is – in Nigeria geen sociaal netwerk heeft, levert ook geen geslaagd beroep op de c-grond op. In dit verband heeft de staatssecretaris zich onder verwijzing naar het ambtsbericht inzake Nigeria van 17 oktober 2012 in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij niet in staat zal zijn, eventueel met behulp van National Agency for Prohibition of Traffic in Persons and Other Related Matters (NAPTIP), een nieuw netwerk op te bouwen en zich te hervestigen.

      Jurisprudentie

      • Vreemdelingenrecht
      • Nigeria
      • Rechtbank Limburg
      • Asielprocedure
      • Prostitutie
      • Herintegratie
      • Nederlands

    Pagina's