Trefwoord

Organisatie

  • Raad van State

Pagina's

Resultaten 21 - 30 van totaal 70 resultaten
  1. 112 reads States Council (Dutch) Language Dutch De Raad van State overweegt: 'Uit de weergegeven passages van het ambtsbericht volgt dat een grote meerderheid van de vrouwen in Nigeria niet wordt besneden, dat het percentage vrouwen dat wordt besnede ...

    De Raad van State overweegt:'Uit de weergegeven passages van het ambtsbericht volgt dat een grote meerderheid van de vrouwen in Nigeria niet wordt besneden, dat het percentage vrouwen dat wordt besneden in de stedelijke gebieden afneemt en dat in enkele grote steden opvangmogelijkheden door ngo's worden geboden aan vrouwen die zich willen onttrekken aan besnijdenis. Onder verwijzing naar voormelde uitspraak van de Afdeling van 1 juli 2011 en het aan de moeder van de vreemdeling gerichte besluit waarbij de afwijzing van de aanvraag van de moeder om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd is gehandhaafd, heeft de staatssecretaris zich terecht op het standpunt gesteld dat, voor zover de vreemdeling betoogt dat binnen haar etnische bevolkingsgroep meisjes worden besneden, zij niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij geen opvang kan verkrijgen in een stad buiten het herkomstgebied van haar moeder in Nigeria om zich aan het risico van besnijdenis te onttrekken. Uit het ambtsbericht kan niet worden afgeleid dat de vreemdeling bij opvang in een stad in een deelstaat waar vrouwenbesnijdenis niet is verboden een reëel risico loopt op besnijdenis. Voorts volgt uit de uitspraak van heden in zaak nr. 201307508/1/V1 dat de vreemdeling bij die opvang door haar moeder kan worden begeleid.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Nigeria
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Vrouwenbesnijdenis/Vrouwelijke genitale verminking
    • Besnijdenis
    • Nederlands
  2. Language Dutch 81 reads States Council (Dutch) De Raad van State overweegt: 'Nu de vreemdeling eerst kort na zijn inbewaringstelling melding heeft gemaakt van misbruik door zijn voormalige werkgever, kon de IND hem volgens het onder 1.1. weergegeven ...

    De Raad van State overweegt:'Nu de vreemdeling eerst kort na zijn inbewaringstelling melding heeft gemaakt van misbruik door zijn voormalige werkgever, kon de IND hem volgens het onder 1.1. weergegeven beleid uitsluitend een bedenktijd verlenen, indien het OM en de politie hiermee akkoord gingen. Ten tijde van de sluiting van het onderzoek ter zitting van de rechtbank moest echter nog door gespecialiseerde politiemedewerkers worden onderzocht of de vreemdeling werkzaam is geweest in een situatie als strafbaar gesteld in artikel 273f van het WvSr en hem een bedenktijd moest worden aangeboden. De rechtbank kon niet op de uitkomsten van dit onderzoek vooruitlopen. Zij kon dan ook niet tot het oordeel komen dat de maatregel van bewaring diende te worden opgeheven, omdat de staatssecretaris de vreemdeling een bedenktijd had moeten aanbieden.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • Bedenktijd
    • Vreemdelingendetentie/vreemdelingenbewaring
    • Bedenktijd
    • Nederlands
  3. 101 reads States Council (Dutch) Language Dutch De Raad van State overweegt: 'Het besluit, zoals hiervoor onder 4.2. weergegeven, geeft er, anders dan de vreemdeling betoogt, voorts geen blijk van dat de staatssecretaris zich, bezien in het licht van ...

    De Raad van State overweegt:'Het besluit, zoals hiervoor onder 4.2. weergegeven, geeft er, anders dan de vreemdeling betoogt, voorts geen blijk van dat de staatssecretaris zich, bezien in het licht van artikel 3 van het Verdrag inzake de rechten van het kind, onvoldoende rekenschap heeft gegeven van de belangen van het kind van de vreemdeling. Het betoog van de vreemdeling dat een buiten het huwelijk geboren kind het risico loopt bij zijn moeder te worden weggenomen en het besluit daarom in strijd is met artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden leidt niet tot een ander oordeel, nu, zoals de staatssecretaris terecht heeft overwogen, de vreemdeling dit niet heeft onderbouwd. De beroepsgrond faalt.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Sierra Leone
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK)
    • Voortgezet verblijf
    • Vrouwenbesnijdenis/Vrouwelijke genitale verminking
    • Besnijdenis
    • Nederlands
  4. Language Dutch 82 reads States Council (Dutch) De Raad van State overweegt: 'Het betoog van [wederpartij] dat de rechtbank heeft miskend dat artikel 27 van het Verdrag inzake de rechten van het kind (hierna: het IVRK) ertoe strekt dat kinderen in sta ...

    De Raad van State overweegt:'Het betoog van [wederpartij] dat de rechtbank heeft miskend dat artikel 27 van het Verdrag inzake de rechten van het kind (hierna: het IVRK) ertoe strekt dat kinderen in staat moeten worden gesteld op te groeien volgens het hier geldende sociaal minimum, faalt evenzeer. Ingevolge artikel 27, eerste lid, erkennen de Staten die partij zijn, het recht van ieder kind op een levensstandaard die toereikend is voor de lichamelijke, geestelijke, intellectuele, zedelijke en maatschappelijke ontwikkeling van het kind. Ingevolge het derde lid nemen de Staten die partij zijn, in overeenstemming met de nationale omstandigheden en met de middelen die hun ten dienste staan, passende maatregelen om ouders en anderen die verantwoordelijk zijn voor het kind te helpen dit recht te verwezenlijken, en voorzien, indien de behoefte daaraan bestaat, in programma’s voor materiële bijstand en ondersteuning, met name wat betreft voeding, kleding en huisvesting. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (bijvoorbeeld de uitspraken van 13 juni 2007 in zaak nr. 200607475/1 en van 22 februari 2012 in zaak nr. 201107168/1/A2) bevat artikel 27 van het IVRK geen normen die vatbaar zijn voor rechtstreekse toetsing door de rechter, aangezien zij daarvoor niet voldoende concreet zijn en derhalve nadere uitwerking behoeven. Bovendien is het bij de rechtbank bestreden besluit niet genomen jegens het kind van [wederpartij]. Het gaat hier om een financiële bijdrage van het Rijk in de kosten van kinderen, waarop niet een kind zelf maar een ouder voor een kind aanspraak kan hebben. De ouder is begunstigde. De rechtbank heeft in het betoog derhalve terecht geen grond gezien voor het oordeel dat de weigering om [wederpartij] een kindgebonden budget te verstrekken strijd oplevert met het IVRK.'

    Jurisprudentie

    • Belastingrecht
    • Raad van State
    • Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK)
    • Kindgebonden budget
    • Nederlands
  5. Language Dutch 99 reads States Council (Dutch) De Raad van State overweegt: 'De staatssecretaris betoogt in dit verband terecht dat hij, gelet op het gewicht dat in het onder 3.1. weergegeven beleid wordt toegekend aan psychische of andere medische o ...

    De Raad van State overweegt:'De staatssecretaris betoogt in dit verband terecht dat hij, gelet op het gewicht dat in het onder 3.1. weergegeven beleid wordt toegekend aan psychische of andere medische omstandigheden binnen de door hem te maken afweging, niet nader heeft hoeven onderzoeken of er voor de vreemdeling in Sierra Leone voldoende mogelijkheden voor medisch-psychische behandeling bestaan. In de vreemdelingenwetgeving en het bij de toepassing daarvan gevoerde beleid is voorzien in een specifieke beperking inzake medische behandeling. Zoals de Afdeling heeft overwogen in de uitspraak van 2 maart 2007 in zaak nr. 200607507/1, volgt uit die wetgeving en de daaruit blijkende systematiek dat bij een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd die verband houdt met psychische problemen, moet worden aangesloten bij de daarvoor geldende beperkingen en ter verkrijging van een zodanige vergunning een daartoe strekkende aanvraag moet worden ingediend.De rechtbank heeft dan ook ten onrechte geoordeeld dat de staatssecretaris geen besluit op het door de vreemdeling gemaakte bezwaar mocht nemen, zonder voorafgaand medisch advies in te winnen over het gewicht dat aan haar psychische problemen moet worden toegekend.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Medische omstandigheden
    • Nederlands
  6. Language Dutch 107 reads States Council (Dutch) Aanvraag tot voortgezet verblijf afgewezen. Vreemdeling gaat in bezwaar en beroep. De rechtbank oordeelt in beroep ' dat de staatssecretaris zich, gelet op de omstandigheid dat de vreemdeling niet de be ...

    Aanvraag tot voortgezet verblijf afgewezen. Vreemdeling gaat in bezwaar en beroep. De rechtbank oordeelt in beroep 'dat de staatssecretaris zich, gelet op de omstandigheid dat de vreemdeling niet de bescherming van een mannelijk familielid geniet en er geen sprake is van een sociaal netwerk, mede in het licht van de weergegeven passage uit het ambtsbericht, niet zonder nadere motivering op het standpunt heeft kunnen stellen dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij haar dochter niet zal kunnen onttrekken aan vrouwenbesnijdenis en haar dochter bij terugkeer derhalve een reëel risico loopt te worden besneden'.De staatssecretaris gaat in hoger beroep. De Raad van State acht het hoger beroep kennelijk gegrond: 'De vreemdeling heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij niet in staat zal zijn, eventueel met behulp van NAPTIP, de IOM en Bureau Maatwerk bij Terugkeer, een nieuw netwerk op te bouwen en zich te hervestigen. Met hetgeen de staatssecretaris in het besluit van 23 oktober 2012 heeft opgenomen ter aanvulling van hetgeen reeds was opgenomen in het besluit van 13 maart 2012 heeft hij, anders dan de rechtbank heeft overwogen, voldoende gemotiveerd dat van de vreemdeling kan worden gevergd dat zij Nederland verlaat. Het betoog van de vreemdeling dat de door haar naar voren gebrachte psychische en andere medische omstandigheden hierbij onvoldoende zijn meegenomen, leidt voorts niet tot een ander oordeel. De vreemdeling heeft immers niet gesteld dat deze omstandigheden verband houden met de omstandigheid dat zij in het verleden slachtoffer is geworden van mensenhandel, zodat de staatssecretaris in dit geval de psychische en andere medische omstandigheden terecht als een op zichzelf staande grond ter verkrijging van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd heeft aangemerkt die naar aanleiding van een daartoe strekkende aanvraag kunnen worden beoordeeld.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Voortgezet verblijf
    • Vrouwenbesnijdenis/Vrouwelijke genitale verminking
    • Besnijdenis
    • Nederlands
  7. 94 reads Language Dutch States Council (Dutch) Met de rechtbank is de Afdeling van oordeel dat de Belastingdienst zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat het niet toekennen van een voorschot kindgebonden budget 2011 aan [appellante] niet strijdig ...

    Met de rechtbank is de Afdeling van oordeel dat de Belastingdienst zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat het niet toekennen van een voorschot kindgebonden budget 2011 aan [appellante] niet strijdig is met artikel 14 gelezen in verbinding met artikel 8 van het EVRM. De door [appellante] gestelde omstandigheden betreffen haar vlucht uit Nigeria in het jaar 2000 en het feit dat zij in het verleden als slachtoffer van mensenhandel tot prostitutie is gedwongen.Voorts betreft het de gestelde psychische klachten en de omstandigheid dat [appellante] en haar kinderen onder het bestaansminimum moeten leven omdat zij niet naar Nigeria kunnen terugkeren. Deze omstandigheden zijn ieder voor zich geen bijzondere omstandigheden die in dit geval de weigering van een kindgebonden budget strijdig doet zijn met het discriminatieverbod in samenhang met het recht op eerbiediging van het familie- en gezinsleven.Wat de gestelde medische klachten betreft, overweegt de Afdeling dat het koppelingsbeginsel er niet aan in de weg staat dat [appellante] voor haar klachten rechtstreeks beroep kan doen op medisch noodzakelijke zorg aan vreemdelingen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de Vw 2000, zoals in dit geval ook heeft plaatsgevonden en tot een behandelaanbod heeft geleid.Voorts overweegt de Afdeling dat de omstandigheid dat [appellante] en haar kinderen onder het bestaansminimum moeten leven omdat zij niet naar Nigeria kunnen terugkeren, niet kan worden beschouwd als een bijzondere omstandigheid die zou moeten leiden tot het buiten toepassing laten van de Koppelingswet en uiteindelijk tot de verstrekking van een voorschot kindgebonden budget omdat het voorschot kindgebonden budget niet strekt tot het waarborgen van het bestaansminimum.Ook als de genoemde omstandigheden, voor zover relevant, in onderling verband worden beschouwd, zijn zij niet zo bijzonder dat daarom de Koppelingswet buiten toepassing gelaten zou moeten worden.

    Jurisprudentie

    • Belastingrecht
    • Raad van State
    • Nederlands
  8. Language Dutch 71 reads States Council (Dutch) De rechtbank overweegt: 'Voor zover [appellante] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat artikel 27 van het IVRK er zelfstandig toe strekt dat kinderen in staat moeten worden gesteld op te groeien vol ...

    De rechtbank overweegt:'Voor zover [appellante] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat artikel 27 van het IVRK er zelfstandig toe strekt dat kinderen in staat moeten worden gesteld op te groeien volgens het hier te lande geldende sociaal minimum, overweegt de Afdeling, onder verwijzing naar onder meer de uitspraken van 13 juni 2007, in zaak nr. 200607475/1, en 22 februari 2012, in zaak nr. 201107168/1/A2, dat artikel 27 van het IVRK geen normen bevat die vatbaar zijn voor rechtstreekse toetsing door de rechter, aangezien zij daarvoor niet voldoende concreet zijn en derhalve nadere uitwerking in nationale wet- en regelgeving behoeven. Bovendien is het bij de rechtbank bestreden besluit niet genomen jegens de kinderen van [appellante]. Het gaat hier om een financiële bijdrage van het Rijk in de kosten van kinderen, waarop niet een kind zelf maar een ouder voor een kind aanspraak kan hebben. De ouder is begunstigde. De rechtbank heeft in het betoog derhalve terecht geen grond gezien voor het oordeel dat de weigering [appellante] een voorschot kindgebonden budget te verstrekken strijd oplevert met het IVRK.'

    Jurisprudentie

    • Belastingrecht
    • Raad van State
    • Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK)
    • Kindgebonden budget
    • Nederlands
  9. 23 dec 2013

    Language Dutch 88 reads States Council (Dutch) Betreft voorstel tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering  in verband met het laten vervallen van de maximum duur van voorwaardelijke beëindiging van verpleging van overh ...

    Betreft voorstel tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering  in verband met het laten vervallen van de maximum duur van voorwaardelijke beëindiging van verpleging van overheidswege, het verlengen van de proeftijden van de voorwaardelijke invrijheidsstelling en de invoering van een langdurige gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel van ter beschikking bgestelden en zeden- en geweldsdelinquenten (langdurig toezicht, gedragsbeïnvloeding en vrijheidbeperking) met memorie van toelichting.

    Overheidspublicaties

    • Overige documenten overheid
    • Raad van State
    • Strafmaatregel
    • Strafmaat
  10. Language Dutch 79 reads States Council (Dutch) De Raad van State overweegt: 'De vreemdeling heeft, naast het gestelde risico van represailles van de zijde van (handlangers van) [persoon], ook aangevoerd te vrezen voor vervolging van de zijde van (han ...

    De Raad van State overweegt:'De vreemdeling heeft, naast het gestelde risico van represailles van de zijde van (handlangers van) [persoon], ook aangevoerd te vrezen voor vervolging van de zijde van (handlangers van) [persoon]. Nog daargelaten de vraag of in het hiervoor onder 2. weergegeven beleid niet veeleer wordt gedoeld op strafrechtelijke vervolging in plaats van op vervolging van de zijde van de vermeende mensenhandelaar, volgt uit de in hoger beroep verrichte toetsing dat de staatssecretaris zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij na terugkeer naar haar land van herkomst te vrezen heeft voor represailles van de zijde van (handlangers van) [persoon]. Gelet op de samenhang die in dit geval bestaat ten aanzien van hetgeen de vreemdeling over beide factoren heeft aangevoerd, moet de door de staatssecretaris aan dat standpunt ten grondslag gelegde motivering worden geacht mede te zien op het door de vreemdeling gestelde risico van vervolging en kan de vreemdeling derhalve niet worden gevolgd in het door haar op dit punt gestelde motiveringsgebrek.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Represailles
    • Nederlands

Pagina's