Trefwoord

  • Jeugdprostitutie

Pagina's

Resultaten 1 - 10 van totaal 61 resultaten
  1. Taal Nederlands Expertisecentrum Mensenhandel & (jeugd)Prostitutie Hettie Castelijns en Daniëlle van Went onderzochten namens Lumens in Eindhoven de omvang van de jongensprostitutie. Schokkend is hoe jong ze zijn, de jongens die in het ...

    Hettie Castelijns en Daniëlle van Went onderzochten namens Lumens in Eindhoven de omvang van de jongensprostitutie. Schokkend is hoe jong ze zijn, de jongens die in het onderzoek in beeld worden gebracht variëren tussen de 14 en 23 jaar oud. De problematiek van jongensslachtoffers van seksuele uitbuiting speelt zich af in het onzichtbare, wat het lastig maakt om de omvang in kaart te brengen. Uit het onderzoek blijkt dat er te weinig kennis beschikbaar is over jongens die slachtoffer worden van mensenhandelaren en het onduidelijk is hoe zij het beste geholpen kunnen worden.

    Publicaties

    • Publicaties
    • Expertisecentrum Mensenhandel & (jeugd)Prostitutie
    • Jeugdprostitutie
    • Seksuele uitbuiting
    • Jongensprostitutie
    • Mensehandel
    • Nederlands
  2. 6 Taal Nederlands Een analyse van Titel XIV, Tweede Boek, Wetboek van Strafrecht met het oog op samenhang, complexiteit en normstelling In dit rapport wordt onderzocht of er aanleiding bestaat om de zedentitel grondig te herzien. Het betreft ...

    Een analyse van Titel XIV, Tweede Boek, Wetboek van Strafrecht met het oog op samenhang, complexiteit en normstellingIn dit rapport wordt onderzocht of er aanleiding bestaat om de zedentitel grondig te herzien. Het betreft een onderzoek naar de vraag of de zedentitel in termen van interne samenhang, begrijpelijkheid, en normstelling nog adequaat functioneert.Auteurs: K. Lindenberg en A.A. van Dijk.Klik hier voor de reactie van de minister van Veiligheid en Justitie op dit rapport.

    Publicaties

    • Rapporten
    • Ontucht
    • Zedendelict
    • Jeugdprostitutie
    • Nederlands
  3. Taal Nederlands 2 Minister van Veiligheid en Justitie Brief van de minister van Veiligheid en Justitie Van der Steur met daarin zijn reactie op een aantal onderwerpen op het terrein van zedenmisdrijven, namelijk:- digitale fenomenen van onwe ...

    Brief van de minister van Veiligheid en Justitie Van der Steur met daarin zijn reactie op een aantal onderwerpen op het terrein van zedenmisdrijven, namelijk:- digitale fenomenen van onwenselijk gedrag zoals sexting en wraakporno- diverse kwesties rondom de bestraffing van zedenmisdrijven- 'Herziening van zedendelicten?': onderzoek uitgevoerd door de Rijksuniversiteit Groningen in opdracht van het WODC.

    Overheidspublicaties

    • Brieven van ministers en staatssecretarissen
    • Minister van Veiligheid en Justitie
    • Ontucht
    • Zedendelict
    • Jeugdprostitutie
    • Nederlands
  4. Taal Nederlands Rechtbank Overijssel De rechtbank Overijssel heeft verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met een proeftijd van twee jaren wegens tegen betaling ontuchtige handelingen te hebben verrich ...

    De rechtbank Overijssel heeft verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met een proeftijd van twee jaren wegens tegen betaling ontuchtige handelingen te hebben verricht met een minderjarige. De rechtbank oordeelt als volgt.“Net als de officier van justitie en de raadsman acht de rechtbank hetgeen verdachte ten laste is gelegd wettig en overtuigend bewezen. De beslissing dat verdachte de feiten heeft begaan steunt op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. De rechtbank overweegt dat sprake is van een bekennende verdachte in de zin van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering en zal daarom in de bijlage van dit vonnis volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die tot de bewezenverklaring hebben geleid.”

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Rechtbank Overijssel
    • Minderjarigen
    • Strafrecht
    • Jeugdprostitutie
    • Minderjarig
    • Ontuchtige Handelingen
    • Medewerking verdachte
    • Nederlands
  5. Rechtbank Rotterdam Taal Nederlands De rechtbank Rotterdam veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 9 maanden en een proeftijd van 2 jaar wegens het plegen van ontucht met een minderjarig meisje in de jeugdprostitutie. De rechtbank ...

    De rechtbank Rotterdam veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 9 maanden en een proeftijd van 2 jaar wegens het plegen van ontucht met een minderjarig meisje in de jeugdprostitutie. De rechtbank oordeelt als volgt:“De verdachte maakt deel uit van een groep prostitutieklanten die op 12 mei 2014 in Schiedam een zestienjarig meisje hebben bezocht dat zich tegen betaling beschikbaar stelde om seksuele handelingen met een derde te hebben. Hij heeft betaald voor seksuele handelingen met haar. Hij heeft daardoor misbruik gemaakt van het meisje, zonder zich te bekommeren om de gevolgen die zijn handelen voor haar zou hebben, terwijl hij, als volwassen man, juist degene was die het meisje deze seksuele handelingen had moeten besparen. Het is bekend dat dit soort seksuele handelingen voor de meisjes die er het slachtoffer van zijn grote gevolgen kunnen hebben voor hun verdere ontwikkeling. De rechtbank rekent de verdachte dit alles zwaar aan. Hij heeft door zijn handelen de lichamelijke integriteit van het meisje in ernstige mate geschonden en bijgedragen aan het in stand houden van jeugdprostitutie.”

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Nederland
    • Rechtbank Rotterdam
    • Minderjarigen
    • Strafrecht
    • Jeugdprostitutie
    • Kelderbox
    • Minderjarige
    • Nederlands
  6. Rechtbank Limburg Taal Nederlands Uitspraak in de 'Valkenburgse zedenzaak'. De rechtbank Limburg veroordeelt verdachte (klant) tot een gevangenisstraf van 1 dag en een taakstraf van 150 uren wegens het plegen van ontucht met een m ...

    Uitspraak in de 'Valkenburgse zedenzaak'.De rechtbank Limburg veroordeelt verdachte (klant) tot een gevangenisstraf van 1 dag en een taakstraf van 150 uren wegens het plegen van ontucht met een minderjarig meisje van zestien in de prostitutie. De rechtbank oordeelt als volgt:'Verdachte maakt deel uit van de groep jeugdprostitutieklanten die terecht staat in de ‘Valkenburgse zedenzaak’. De rechtbank realiseert zich dat deze zaak een grote impact heeft op de levens van àlle betrokkenen. In de eerste en voornaamste plaats op dat van het minderjarige slachtoffer en haar naasten. Dat verwoordt zij ook in haar slachtofferverklaring. Daarnaast heeft de zaak van begin af aan kunnen rekenen op bijzonder veel publiciteit. De rechtbank kan zich voorstellen dat dit ook belastend is voor de verdachten en hun directe omgeving, althans voor zover die door verdachten op de hoogte is gebracht.'En:'Voor jeugdprostitutie is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf het uitgangspunt. De rechtbank vindt die in elk geval op haar plaats als de verdachte bewust ontucht wilde plegen met een minderjarige. De rechtbank houdt er echter rekening mee dat uit het strafdossier niet kan worden afgeleid dat verdachte bewust op zoek was naar een seksafspraak met een meisje dat jonger was dan 18 jaar. Hij reageerde op een advertentie op een website waar bij het profiel van het meisje de leeftijd van 18 jaar stond vermeld. Daarvan had verdachte zich echter moeten vergewissen, Dat heeft hij nagelaten en zo is hij in werkelijkheid terechtgekomen bij het minderjarige slachtoffer en daarvoor draagt hij verantwoordelijkheid. Zonder ook maar iets af te doen aan de ernst van het strafbare feit en de gevolgen voor het slachtoffer, is het verwijt dat verdachte kan worden gemaakt beperkter dan in het geval dat hij wel bewust op zoek was gegaan naar een minderjarige of wist dat zij minderjarig was. Daarnaast weegt de rechtbank mee dat dat verdachte een blanco strafblad heeft en dat de reclassering het recidiverisico inschat als laag.'En:'Gelet op deze omstandigheden acht de rechtbank anders dan de officier van justitie een onvoorwaardelijke gevangenisstraf een te zware strafmodaliteit. De rechtbank is in overeenstemming met uitspraken in vergelijkbare zaken van oordeel dat een taakstraf al dan niet in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf het meest passend is. Op grond van het bepaalde in artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht is deze strafmodaliteit voor jeugdprostitutie echter niet meer mogelijk. Artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht sluit immers uit dat de rechtbank (onder meer) voor dit feit niet kan volstaan met het opleggen van een enkele taakstraf. Daarom zal de rechtbank kiezen voor een in haar ogen minder bevredigende oplossing, namelijk een gevangenisstraf voor de duur van één dag in combinatie met een taakstraf. Tegen een dergelijk gecombineerde straf verzet artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht zich niet.'En:'De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag, groot € 1.000,00 , tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert.'

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Nederland
    • Rechtbank Limburg
    • Strafrecht
    • Jeugdprostitutie
    • Seksuele uitbuiting
    • Hotelprostitutie
    • Valkenburgse zedenzaak
    • Minderjarige
    • Nederlands
  7. Rechtbank Limburg Taal Nederlands Uitspraak in de 'Valkenburgse zedenzaak'. De rechtbank Limburg veroordeelt verdachte (klant) tot een gevangenisstraf van 1 dag en een taakstraf van 120 uren wegens het plegen van ontucht met een m ...

    Uitspraak in de 'Valkenburgse zedenzaak'.De rechtbank Limburg veroordeelt verdachte (klant) tot een gevangenisstraf van 1 dag en een taakstraf van 120 uren wegens het plegen van ontucht met een minderjarig meisje van zestien in de prostitutie. De rechtbank oordeelt als volgt:'Verdachte maakt deel uit van de groep jeugdprostitutieklanten die terecht staat in de zogenaamde ‘Valkenburgse zedenzaak’. De rechtbank realiseert zich dat dit een grote impact heeft op de levens van àlle betrokkenen. In de eerste en voornaamste plaats op dat van het minderjarige slachtoffer en haar naasten. Dat verwoordt zij ook in de slachtofferverklaring die ter terechtzitting is voorgelezen. Daarnaast heeft de zaak van begin af aan kunnen rekenen op bijzonder veel publiciteit. De rechtbank kan zich voorstellen dat dit ook belastend is voor de verdachten en hun directe omgeving, althans voor zover die door verdachten op de hoogte is gebracht.'En:'Bij jeugdprostitutie is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf het uitgangspunt. De rechtbank vindt die in elk geval op haar plaats als de verdachte bewust ontucht met een minderjarige wilde plegen. De rechtbank houdt er echter rekening mee dat uit het strafdossier niet kan worden afgeleid dat verdachte bewust op zoek was naar een seksafspraak met een meisje dat jonger was dan 18 jaar. Hij reageerde op een advertentie op een website waar bij het profiel van het meisje de leeftijd van 18 jaar stond vermeld en hij heeft bij de politie verklaard dat het meisje tegen hem had gezegd dat ze geen identiteitskaart had en dat zij 18 jaar was. Daarvan had verdachte zich echter moeten vergewissen, te meer daar zij ontkennend antwoordde op zijn vraag of zij in het bezit was van een identiteitskaart. Dat heeft hij nagelaten en zo is hij in werkelijkheid terechtgekomen bij het minderjarige slachtoffer en daarvoor draagt hij verantwoordelijkheid. Zonder ook maar iets af te doen aan de ernst van het strafbare feit en de gevolgen voor het slachtoffer, is het verwijt dat deze verdachte kan worden gemaakt minder groot dan in het geval dat iemand wel bewust op zoek is gegaan naar een minderjarige of wist dat zij minderjarig was. Daarnaast weegt de rechtbank mee dat dat verdachte een blanco strafblad heeft en dat de reclassering het recidiverisico inschat als laag.'En:'Gelet op deze omstandigheden acht de rechtbank anders dan de officier van justitie een onvoorwaardelijke gevangenisstraf een te zware strafmodaliteit. De rechtbank is van oordeel dat in dit geval een taakstraf in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf het meest passend zou zijn. Op grond van het bepaalde in artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht is deze strafmodaliteit voor jeugdprostitutie echter niet meer mogelijk. Artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht sluit immers uit dat de rechtbank (onder meer) voor dit feit niet kan volstaan met het opleggen van een enkele taakstraf. Daarom zal de rechtbank kiezen voor een in haar ogen minder bevredigende oplossing, namelijk een gevangenisstraf voor de duur van één dag in combinatie met een taakstraf. Tegen een dergelijk gecombineerde straf verzet artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht zich niet.'

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Nederland
    • Rechtbank Limburg
    • Strafrecht
    • Jeugdprostitutie
    • Hotelprostitutie
    • Valkenburgse zedenzaak
    • Minderjarige
    • Nederlands
  8. Rechtbank Limburg Taal Nederlands Uitspraak in de 'Valkenburgse zedenzaak'. De rechtbank Limburg veroordeelt verdachte (klant) tot een gevangenisstraf van 1 dag en een taakstraf van 180 uren wegens het plegen van ontucht met een m ...

    Uitspraak in de 'Valkenburgse zedenzaak'.De rechtbank Limburg veroordeelt verdachte (klant) tot een gevangenisstraf van 1 dag en een taakstraf van 180 uren wegens het plegen van ontucht met een minderjarig meisje van zestien in de prostitutie. De rechtbank oordeelt als volgt:'Verdachte maakt deel uit van de groep jeugdprostitutieklanten die terecht staat in de zogenaamde ‘Valkenburgse zedenzaak’. De rechtbank realiseert zich dat deze zaak een grote impact heeft op de levens van àlle betrokkenen. In de eerste en voornaamste plaats op dat van het minderjarige slachtoffer en haar naasten. Dat verwoordt zij ook in haar slachtofferverklaring. Daarnaast heeft de zaak van begin af aan kunnen rekenen op bijzonder veel publiciteit. De rechtbank kan zich voorstellen dat dit ook belastend is voor verdachten en hun directe omgeving, althans voor zover die door verdachten op de hoogte is gebracht.'En:'Voor jeugdprostitutie is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf het uitgangspunt. De rechtbank vindt die in elk geval op haar plaats als de verdachte bewust ontucht met een minderjarige wilde plegen. De rechtbank houdt er echter rekening mee dat uit het strafdossier niet kan worden afgeleid dat verdachte bewust op zoek was naar een seksafspraak met een meisje dat jonger was dan 18 jaar. Hij reageerde op een advertentie op een website waar bij het profiel van het meisje de leeftijd van 18 jaar stond vermeld. Daarvan had verdachte zich echter moeten vergewissen. Dat heeft hij nagelaten en zo is hij in werkelijkheid terechtgekomen bij het minderjarige slachtoffer en daarvoor draagt hij verantwoordelijkheid. Zonder ook maar iets af te doen aan de ernst van het strafbare feit en de gevolgen voor het slachtoffer, is het verwijt dat deze verdachte kan worden gemaakt minder groot dan in het geval dat iemand welbewust op zoek is gegaan naar een minderjarige of wist dat zij minderjarig was. Daarnaast weegt de rechtbank mee dat dat verdachte een blanco strafblad heeft en dat de reclassering het recidiverisico inschat als laag.'En:'Gelet op deze omstandigheden acht de rechtbank anders dan de officier van justitie een onvoorwaardelijke gevangenisstraf een te zware strafmodaliteit. De rechtbank is in overeenstemming met uitspraken in vergelijkbare zaken van oordeel dat een taakstraf al dan niet in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf het meest passend is. Op grond van het bepaalde in artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht is deze strafmodaliteit voor jeugdprostitutie echter niet meer mogelijk. Artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht sluit immers uit dat de rechtbank (onder meer) voor dit feit niet kan volstaan met het opleggen van een enkele taakstraf. Daarom zal de rechtbank kiezen voor een in haar ogen minder bevredigende oplossing, namelijk een gevangenisstraf voor de duur van één dag in combinatie met een taakstraf. Tegen een dergelijk gecombineerde straf verzet artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht zich niet.'

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Nederland
    • Rechtbank Limburg
    • Strafrecht
    • Jeugdprostitutie
    • Hotelprostitutie
    • Valkenburgse zedenzaak
    • Minderjarige
    • Nederlands
  9. Rechtbank Limburg Taal Nederlands Uitspraak in de 'Valkenburgse zedenzaak'. De rechtbank Limburg veroordeelt verdachte (klant) tot een gevangenisstraf van 1 dag en een taakstraf van 180 uren wegens het plegen van ontucht met een m ...

    Uitspraak in de 'Valkenburgse zedenzaak'.De rechtbank Limburg veroordeelt verdachte (klant) tot een gevangenisstraf van 1 dag en een taakstraf van 180 uren wegens het plegen van ontucht met een minderjarig meisje van zestien in de prostitutie. De rechtbank oordeelt als volgt:'Verdachte maakt deel uit van de groep jeugdprostitutieklanten die terecht staat in de zogenaamde ‘Valkenburgse zedenzaak’. De rechtbank realiseert zich dat dit een grote impact heeft op de levens van àlle betrokkenen. In de eerste en voornaamste plaats op dat van het minderjarige slachtoffer en haar naasten. Dat verwoordt zij ook in de slachtofferverklaring die ter terechtzitting is voorgelezen. Daarnaast heeft de zaak van begin af aan kunnen rekenen op bijzonder veel publiciteit. De rechtbank kan zich voorstellen dat dit ook belastend is voor de verdachten en hun directe omgeving, althans voor zover die door verdachten op de hoogte is gebracht.'En:'Voor jeugdprostitutie is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf het uitgangspunt. De rechtbank vindt die in elk geval op haar plaats als de verdachte bewust ontucht wilde plegen met een minderjarige. De rechtbank houdt er echter rekening mee dat uit het strafdossier niet kan worden afgeleid dat verdachte bewust op zoek was naar een seksafspraak met een meisje dat jonger was dan 18 jaar. Hij reageerde op een advertentie op een website waar bij het profiel van het meisje de leeftijd van 18 jaar stond vermeld. Daarvan had verdachte zich echter moeten vergewissen, Dat heeft hij nagelaten en zo is hij in werkelijkheid terechtgekomen bij het minderjarige slachtoffer en daarvoor draagt hij verantwoordelijkheid. Zonder ook maar iets af te doen aan de ernst van het strafbare feit en de gevolgen voor het slachtoffer, is het verwijt dat verdachte kan worden gemaakt beperkter dan in het geval dat hij wel bewust op zoek was gegaan naar een minderjarige of wist dat zij minderjarig was. Daarnaast weegt de rechtbank mee dat dat verdachte een blanco strafblad heeft en dat de reclassering het recidiverisico inschat als laag.'En:'Gelet op deze omstandigheden acht de rechtbank anders dan de officier van justitie een onvoorwaardelijke gevangenisstraf een te zware strafmodaliteit. De rechtbank is in overeenstemming met uitspraken in vergelijkbare zaken van oordeel dat een taakstraf al dan niet in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf het meest passend is. Op grond van het bepaalde in artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht is deze strafmodaliteit voor jeugdprostitutie echter niet meer mogelijk. Artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht sluit immers uit dat de rechtbank (onder meer) voor dit feit niet kan volstaan met het opleggen van een enkele taakstraf. Daarom zal de rechtbank kiezen voor een in haar ogen minder bevredigende oplossing, namelijk een gevangenisstraf voor de duur van één dag in combinatie met een taakstraf. Tegen een dergelijk gecombineerde straf verzet artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht zich niet.'

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Nederland
    • Rechtbank Limburg
    • Strafrecht
    • Jeugdprostitutie
    • Hotelprostitutie
    • Valkenburgse zedenzaak
    • Minderjarige
    • Nederlands
  10. Rechtbank Limburg Taal Nederlands Uitspraak in de 'Valkenburgse zedenzaak'. De rechtbank Limburg veroordeelt verdachte (klant) tot een gevangenisstraf van 1 dag en een taakstraf van 120 uren wegens het plegen van ontucht met een m ...

    Uitspraak in de 'Valkenburgse zedenzaak'.De rechtbank Limburg veroordeelt verdachte (klant) tot een gevangenisstraf van 1 dag en een taakstraf van 120 uren wegens het plegen van ontucht met een minderjarig meisje van zestien in de prostitutie. De rechtbank oordeelt als volgt:'Verdachte maakt deel uit van de groep jeugdprostitutieklanten die terecht staat in de zogenaamde ‘Valkenburgse zedenzaak’. De rechtbank realiseert zich dat dit een grote impact heeft op de levens van àlle betrokkenen. In de eerste en voornaamste plaats op dat van het minderjarige slachtoffer en haar naasten. Dat verwoordt zij ook in de slachtofferverklaring die ter terechtzitting is voorgelezen. Daarnaast heeft de zaak van begin af aan kunnen rekenen op bijzonder veel publiciteit. De rechtbank kan zich voorstellen dat dit ook belastend is voor de verdachten en hun directe omgeving, althans voor zover die door verdachten op de hoogte is gebracht.'En:'Voor jeugdprostitutie is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf het uitgangspunt. De rechtbank vindt die in elk geval op haar plaats als de veroordeelde bewust ontucht met een minderjarige wilde plegen. De rechtbank houdt er echter rekening mee dat uit het strafdossier in deze zaak niet kan worden afgeleid dat verdachte bewust op zoek was naar een seksafspraak met een meisje dat jonger was dan 18 jaar. Hij reageerde op een advertentie op een website waar bij het profiel van het meisje de leeftijd van 18 jaar stond vermeld. Bij de politie heeft de verdachte verklaard dat hij het meisje gevraagd heeft of zij 18 jaar was omdat hij zijn twijfels had. Verderop geeft hij aan dat hij er ‘echt van overtuigd was dat die vrouw 18 jaar oud was’. Kennelijk was het antwoord van het meisje voor de verdachte voldoende om zijn twijfels weg te nemen. Door daarmee genoegen te nemen is verdachte in werkelijkheid terechtgekomen bij het minderjarige slachtoffer en daarvoor draagt hij verantwoordelijkheid. Zonder ook maar iets af te doen aan de ernst van het strafbare feit en de gevolgen voor het slachtoffer, is het verwijt dat deze verdachte kan worden gemaakt minder groot dan in het geval dat iemand wel bewust op zoek is gegaan naar een minderjarige of wist dat zij minderjarig was. Daarnaast weegt de rechtbank mee dat dat verdachte een blanco strafblad heeft en dat de reclassering het recidiverisico inschat als laag.'En:'Gelet op deze omstandigheden acht de rechtbank anders dan de officier van justitie een onvoorwaardelijke gevangenisstraf een te zware strafmodaliteit. De rechtbank is in overeenstemming met uitspraken in vergelijkbare zaken van oordeel dat een taakstraf al dan niet in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf het meest passend is. Op grond van het bepaalde in artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht is deze strafmodaliteit voor jeugdprostitutie echter niet meer mogelijk. Artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht sluit immers uit dat de rechtbank (onder meer) voor dit feit niet kan volstaan met het opleggen van een enkele taakstraf. Daarom zal de rechtbank kiezen voor een in haar ogen minder bevredigende oplossing, namelijk een gevangenisstraf voor de duur van één dag in combinatie met een taakstraf. Tegen een dergelijk gecombineerde straf verzet artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht zich niet.' 

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Nederland
    • Rechtbank Limburg
    • Strafrecht
    • Jeugdprostitutie
    • Hotelprostitutie
    • Valkenburgse zedenzaak
    • Minderjarige
    • Nederlands

Pagina's