• Schadevergoedingsmaatregel
  • Rechtbank Amsterdam
  • Schadevergoeding
Resultaten 1 - 8 van totaal 8 resultaten
  1. 48 reads Court of Amsterdam Language Dutch Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee jaren voor mensenhandel in vereniging gepleegd en medeplegen van mishandeling. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan uitbuiting en mishan ...

    Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee jaren voor mensenhandel in vereniging gepleegd en medeplegen van mishandeling. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan uitbuiting en mishandeling van slachtoffer 3. Verdachte heeft samen met zijn ouders, (medeverdachten 4 en 5), misbruik gemaakt van een kwetsbare jonge vrouw gedurende een periode van circa twaalf maanden.De rechtbank overweegt ‘dat [slachtoffer 3] het echtpaar [medeverdachten 4 en 5] heeft ontmoet toen zij, zoals zij zelf verklaard, in een kwetsbare positie zat. Ze was jong, haar vader was aan de drank en het gezin had niet voldoende inkomen om van rond te komen. [slachtoffer 3] had de neiging verkeerd gezelschap op te zoeken en liet zich makkelijk tot dingen overhalen. Hierdoor had ze problemen met haar ouders en ze was een keer van school gestuurd. Verdachte en zijn ouders hebben misbruik gemaakt van die kwetsbare positie door haar voor te houden dat ze in de prostitutie veel geld kon verdienen en daarmee haar ouders kon helpen. Ze spiegelden haar voor dat zij tot hun familie behoorde. De eerste paar maanden nadat [slachtoffer 3] de familie leerde kennen, had zij nog contact met haar eigen familie, maar daarna heeft ze, op initiatief van de familie [familie verdachte en medeverdachten 4 en 5], aan haar ouders verteld dat ze een relatie had met verdachte en in een hotel zou gaan werken, terwijl zij in werkelijkheid in Zwitserland en later Nederland in de prostitutie ging werken. Verdachte en zijn ouders hebben [slachtoffer 3] vervolgens gedwongen in de prostitutie te (blijven) werken en haar verdiensten aan hen af te staan door haar, onder meer, te controleren en haar uit te schelden en te slaan als ze niet genoeg verdiende. Toen [slachtoffer 3] was weggelopen, hebben verdachte en zijn ouders haar teruggehaald. In aanwezigheid van verdachte hebben [medeverdachten 4 en 5] [slachtoffer 3] dusdanig mishandeld dat zij daar een blauw oog aan overhield. [slachtoffer 3] bevond zich in landen waarvan ze de taal niet sprak en waar ze de weg niet kende’.De rechtbank wijst de vordering van slachtoffer 3 toe tot € 26.700,- (zesentwintigduizend en zevenhonderd euro), bestaande uit materiële en immateriële schadevergoeding. In belang van het slachtoffer is, als extra waarborg voor betaling, de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.    

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Nederland
    • Rechtbank Amsterdam
    • Strafrecht
    • Schadevergoeding
    • Schadevergoedingsmaatregel
    • Seksuele uitbuiting
    • Medeplegen
    • Mishandeling
    • Nederlands
  2. 55 reads Court of Amsterdam Language Dutch Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren voor mensenhandel in vereniging gepleegd, meermalen gepleegd; medeplichtigheid aan mensenhandel in vereniging gepleegd, meermalen geple ...

    Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren voor mensenhandel in vereniging gepleegd, meermalen gepleegd; medeplichtigheid aan mensenhandel in vereniging gepleegd, meermalen gepleegd en medeplegen van mishandeling. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de uitbuiting van slachtoffer 1 en 3 en is medeplichtig geweest aan de uitbuiting van slachtoffer 4 en 5. Daarnaast is verdachte schuldig aan mishandeling van slachtoffer 3.De rechtbank overweegt als volgt: ‘Verdachte heeft samen met zijn echtgenote en, voor zover het [slachtoffer 3] betreft, een handlanger misbruik gemaakt van twee kwetsbare jonge vrouwen. Ten aanzien van [slachtoffer 3] gedurende een periode van ongeveer veertien maanden. Ten aanzien van [slachtoffer 1] ongeveer zeven dagen. (…) De rechtbank overweegt dat [slachtoffer 3] het echtpaar [medeverdachte 1] heeft ontmoet, toen zij, zoals zij zelf heeft verklaard, in een kwetsbare positie zat. [slachtoffer 3] was destijds achttien jaar oud, haar vader was alcoholist, met haar moeder had ze geen contact meer, haar neef had zich verhangen en [slachtoffer 3] werd depressief. De vader van [slachtoffer 3] had haar met Kerstmis het huis uit gejaagd en gezegd dat hij haar nooit meer wilde zien. Via een schoolkameraad kwam zij met de familie [familie van verdachte] in contact. Verdachte en zijn echtgenote hebben van die kwetsbare positie misbruik gemaakt door [slachtoffer 3] toen over te halen om in de prostitutie te gaan werken onder het voorwendsel dat zij haar op alle gebieden zouden steunen. Het echtpaar spiegelde [slachtoffer 3] voor haar (nieuwe) familie te zijn. Ze moest hen ook vader en moeder noemen. [slachtoffer 3] moest haar inkomsten aan het echtpaar en hun handlanger geven. Zij beloofden een huis en een auto voor haar te zullen kopen, maar ook daarvan kwam niets terecht. Verdachte, zijn echtgenote en zijn handlanger hebben [slachtoffer 3] vervolgens gedwongen in de prostitutie te (blijven) werken en haar verdiensten aan hen af te staan door, onder meer, hun stem tegen haar te verheffen en haar te slaan als zij, naar het oordeel van het echtpaar [verdachte en medeverdachte 1] en hun handlanger, niet voldoende verdiende. [slachtoffer 3] bevond zich in een land waarvan ze de taal niet sprak en waar ze de weg niet kende’.De rechtbank overweegt verder ‘dat [slachtoffer 1] het echtpaar [verdachte en medeverdachte 1] eveneens heeft ontmoet toen zij, zoals zij zelf heeft verklaard, in een kwetsbare positie zat. [slachtoffer 1] was op dat moment een week aan het werk in de prostitutie in Hongarije, omdat zij zonder hulp haar kind van twee jaar oud moest onderhouden. Haar moeder was overleden en haar vader had [slachtoffer 1] en haar moeder verlaten. De partner van [slachtoffer 1] zat in de gevangenis. Verdachte en zijn echtgenote hebben van die kwetsbare positie misbruik gemaakt door [slachtoffer 1] over te halen in Nederland in de prostitutie te gaan werken, onder het voorwendsel dat ze daar veel meer zou kunnen verdienen. Verdachte en zijn echtgenote hebben [slachtoffer 1] vervolgens gedwongen in de prostitutie te (blijven) werken en haar verdiensten aan hen af te staan door, onder meer, haar uit te schelden en haar te slaan. [slachtoffer 1] bevond zich in een land waarvan zij de taal niet sprak en waar ze de weg niet kende. De rechtbank rekent het verdachte daarbij ook bijzonder zwaar aan dat hij [slachtoffer 1] heeft gedwongen haar wenkbrauwen te laten tatoeëren.Verdachte is voorts behulpzaam geweest bij het misbruik dat de familie [familie medeverdachte 3,4 en 5] maakte van twee andere jonge vrouwen, [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5]. Verdachte en zijn echtgenote hebben de familie [familie medeverdachte 3,4 en 5] immers de weg gewezen naar [plaats]. Verder heeft hij, samen met zijn echtgenote en handlanger, de familie [familie medeverdachte 3,4 en 5], [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] gehuisvest in het appartement dat zij reeds tot hun beschikking hadden en waar zij reeds [slachtoffer 3] hadden ondergebracht. Zonder de hulp van verdachte, zijn echtgenote en zijn handlanger was het voor de familie [familie medeverdachte 3,4 en 5] een stuk lastiger geweest om hun weg te vinden in [plaats] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] daar uit te buiten’.De rechtbank is van oordeel 'dat verdachte door aldus te handelen welbewust misbruik heeft gemaakt van [slachtoffer 3], [slachtoffer 1], [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5]. Hij heeft geen respect getoond voor hun fundamentele waarden, namelijk de individuele vrijheid en lichamelijke integriteit. Verdachte heeft uitsluitend gehandeld uit winstbejag. Verdachte en zijn echtgenote hebben het initiatief genomen voor de uitbuiting en die (bijna) volledig uitgevoerd. Voor de periodes die zij niet in Nederland aanwezig waren, nam hun handlanger, [medeverdachte 2], hun taken waar en zag hij erop toe dat [slachtoffer 3] haar werk deed, verantwoording aflegde, voldoende verdiende en haar inkomsten afstond'.De vorderingen van slachtoffer 3 en 4 zijn toegewezen tot een bedrag van € 29.300,- (negenentwintigduizend en driehonderd euro) respectievelijk € 26.700,- (zesentwintigduizend en zevenhonderd euro). In het belang van beide slachtoffers is, als extra waarborg voor betaling, de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.   

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Nederland
    • Rechtbank Amsterdam
    • Strafrecht
    • Schadevergoeding
    • Schadevergoedingsmaatregel
    • Seksuele uitbuiting
    • Medeplegen
    • Mishandeling
    • Nederlands
  3. 54 reads Court of Amsterdam Language Dutch Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren voor mensenhandel in vereniging gepleegd, meermalen gepleegd en medeplegen van mishandeling. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan ...

    Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren voor mensenhandel in vereniging gepleegd, meermalen gepleegd en medeplegen van mishandeling. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de uitbuiting van slachtoffer 3 en 4 en mishandeling van slachtoffer 3.Verdachte heeft samen met zijn echtgenote (en hun zoon) misbruik gemaakt van twee kwetsbare jonge vrouwen. Ten aanzien van [slachtoffer 3] gedurende een periode van ongeveer twaalf maanden en ten aanzien van [slachtoffer 4] gedurende een periode van enkele dagen. De rechtbank overweegt ‘dat [slachtoffer 3] het echtpaar [verdachte en medeverdachte 4] heeft ontmoet toen zij, zoals zij zelf verklaard, in een kwetsbare positie zat. Ze was jong, haar vader was aan de drank en het gezin had niet voldoende inkomen om van rond te komen. [slachtoffer 3] had de neiging verkeerd gezelschap op te zoeken en liet zich makkelijk tot dingen overhalen. Hierdoor had ze problemen met haar ouders en ze was een keer van school gestuurd. Verdachte en haar echtgenoot hebben misbruik gemaakt van die kwetsbare positie door haar voor te houden dat ze in de prostitutie veel geld kon verdienen en daarmee haar ouders kon helpen. Ze spiegelden haar voor dat zij tot hun familie behoorde. De eerste paar maanden nadat [slachtoffer 3] de familie leerde kennen, had zij nog contact met haar eigen familie, maar daarna heeft ze, op initiatief van de familie [ familie verdachte en medeverdachten 4 en 5], aan haar ouders verteld dat ze een relatie had met [medeverdachte 5] en in een hotel zou gaan werken, terwijl zij in werkelijkheid in Zwitserland en later Nederland in de prostitutie ging werken. Verdachte, zijn echtgenote en hun zoon hebben [slachtoffer 3] vervolgens gedwongen in de prostitutie te (blijven) werken en haar verdiensten aan hen af te staan door haar, onder meer, te controleren en haar uit te schelden en te slaan als ze niet genoeg verdiende. Toen [slachtoffer 3] was weggelopen, hebben verdachte, [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] haar teruggehaald. In aanwezigheid van hun zoon en anderen hebben verdachte en zijn echtgenote [slachtoffer 3] dusdanig mishandeld dat zij daar een blauw oog aan overhield. [slachtoffer 3] bevond zich in landen waarvan ze de taal niet spraken de weg niet kende’.De rechtbank overweegt verder ‘dat [slachtoffer 4] de familie [familie verdachte en medeverdachten 4 en 5] ook heeft ontmoet toen zij, zoals zij zelf heeft verklaard, in een kwetsbare positie zat. [slachtoffer 4] had financiële problemen en wilde korte tijd in de prostitutie werken om uit die problemen te komen. Verdachte en zijn echtgenote hebben misbruik gemaakt van die kwetsbare positie. Zij hebben haar voorgespiegeld dat ze veel zou kunnen verdienen in Nederland en dat zij al haar geld zelf zou mogen houden. Nadat [slachtoffer 4] in Nederland was gearriveerd en gehuisvest, moest ook zij op de Wallen als raamprostituee werken en gedwongen haar geld afstaan. [slachtoffer 4] is weliswaar niet geslagen door verdachte en zijn echtgenote, maar zij is wel getuige geweest van het geweld dat jegens [slachtoffer 3] werd aangewend. [slachtoffer 4] werd hierdoor zo bang dat zij is blijven werken als prostituee’.De rechtbank is van oordeel ‘dat verdachte door aldus te handelen welbewust misbruik heeft gemaakt van [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4]. Hij heeft geen respect getoond voor hun fundamentele waarden, namelijk de individuele vrijheid en lichamelijke integriteit. Verdachte heeft uitsluitend gehandeld uit winstbejag. Verdachte en zijn echtgenote hebben het initiatief genomen voor de uitbuiting en die (bijna) volledig uitgevoerd, daarin bijgestaan door hun zoon. Verdachte heeft op geen enkele manier ervan blijk gegeven dat hij zich bewust is van de ernst van zijn gedragingen’.De vordering van slachtoffer 3 is toegewezen tot een bedrag van € 26.700,- (zesentwintigduizend en zevenhonderd euro), bestaande uit materiële en immateriële schadevergoeding.  In het belang van het slachtoffer is, als extra waarborg voor betaling, de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.   

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Nederland
    • Rechtbank Amsterdam
    • Strafrecht
    • Schadevergoeding
    • Schadevergoedingsmaatregel
    • Seksuele uitbuiting
    • Medeplegen
    • Mishandeling
    • Nederlands
  4. 51 reads Court of Amsterdam Language Dutch Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren voor mensenhandel in vereniging gepleegd, meermalen gepleegd en medeplegen van mishandeling. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan ...

    Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren voor mensenhandel in vereniging gepleegd, meermalen gepleegd en medeplegen van mishandeling. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de uitbuiting van slachtoffer 3 en 4 en mishandeling van slachtoffer 3.Verdachte heeft samen met haar echtgenoot (en haar zoon) misbruik gemaakt van twee kwetsbare jonge vrouwen. Ten aanzien van [slachtoffer 3] gedurende een periode van ongeveer twaalf maanden en ten aanzien van [slachtoffer 4] gedurende een periode van enkele dagen. De rechtbank overweegt ‘dat [slachtoffer 3] het echtpaar [verdachte en medeverdachte 4] heeft ontmoet toen zij, zoals zij zelf verklaard, in een kwetsbare positie zat. Ze was jong, haar vader was aan de drank en het gezin had niet voldoende inkomen om van rond te komen. [slachtoffer 3] had de neiging verkeerd gezelschap op te zoeken en liet zich makkelijk tot dingen overhalen. Hierdoor had ze problemen met haar ouders en ze was een keer van school gestuurd. Verdachte en haar echtgenoot hebben misbruik gemaakt van die kwetsbare positie door haar voor te houden dat ze in de prostitutie veel geld kon verdienen en daarmee haar ouders kon helpen. Ze spiegelden haar voor dat zij tot hun familie behoorde. De eerste paar maanden nadat [slachtoffer 3] de familie leerde kennen, had zij nog contact met haar eigen familie, maar daarna heeft ze, op initiatief van de familie [familie verdachte en medeverdachten 4 en 5], aan haar ouders verteld dat ze een relatie had met [medeverdachte 5] en in een hotel zou gaan werken, terwijl zij in werkelijkheid in Zwitserland en later Nederland in de prostitutie ging werken. Verdachte, haar echtgenoot en haar zoon hebben [slachtoffer 3] vervolgens gedwongen in de prostitutie te (blijven) werken en haar verdiensten aan hen af te staan door haar, onder meer, te controleren en haar uit te schelden en te slaan als ze niet genoeg verdiende. Toen [slachtoffer 3] was weggelopen, hebben verdachte, [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] haar teruggehaald. In aanwezigheid van hun zoon en anderen hebben verdachte en haar echtgenoot [slachtoffer 3] dusdanig mishandeld dat zij daar een blauw oog aan overhield. [slachtoffer 3] bevond zich in landen waarvan ze de taal niet sprak en waar ze de weg niet kende’.De rechtbank overweegt verder ‘dat [slachtoffer 4] de familie [familie verdachte en medeverdachten 4 en 5] ook heeft ontmoet toen zij, zoals zij zelf heeft verklaard, in een kwetsbare positie zat. [slachtoffer 4] had financiële problemen en wilde korte tijd in de prostitutie werken om uit die problemen te komen. Verdachte en haar echtgenoot hebben misbruik gemaakt van die kwetsbare positie. Zij hebben [slachtoffer 4] voorgespiegeld dat ze veel zou kunnen verdienen in Nederland en dat zij al haar geld zelf zou mogen houden. Nadat [slachtoffer 4] in Nederland was gearriveerd en gehuisvest, moest ook zij op de Wallen als raamprostituee werken en gedwongen haar geld afstaan. [slachtoffer 4] is weliswaar niet geslagen door verdachte en haar familie, maar zij is wel getuige geweest van het geweld dat jegens [slachtoffer 3] werd aangewend. [slachtoffer 4] werd hierdoor zo bang dat zij is blijven werken als prostituee.De rechtbank is van oordeel ‘dat verdachte door aldus te handelen welbewust misbruik heeft gemaakt van [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4]. Zij heeft geen respect getoond voor hun fundamentele waarden, namelijk de individuele vrijheid en lichamelijke integriteit. Verdachte heeft uitsluitend gehandeld uit winstbejag. Verdachte en haar echtgenoot hebben het initiatief genomen voor de uitbuiting en die (bijna) volledig uitgevoerd, daarin bijgestaan door hun zoon. Verdachte heeft op geen enkele manier ervan blijk gegeven dat zij zich bewust is van de ernst van haar gedragingen.De vordering van slachtoffer 3 is toegewezen tot een bedrag van € 26.700,- (zesentwintigduizend en zevenhonderd euro), bestaande uit materiële en immateriële schadevergoeding. In het belang van het slachtoffer is,als extra waarborg voor betaling, de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd. 

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Nederland
    • Rechtbank Amsterdam
    • Strafrecht
    • Schadevergoeding
    • Schadevergoedingsmaatregel
    • Seksuele uitbuiting
    • Medeplegen
    • Mishandeling
    • Nederlands
  5. 56 reads Court of Amsterdam Language Dutch Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee jaren voor mensenhandel in vereniging gepleegd, medeplichtigheid aan mensenhandel in vereniging gepleegd en medeplegen van mishandeling. Verd ...

    Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee jaren voor mensenhandel in vereniging gepleegd, medeplichtigheid aan mensenhandel in vereniging gepleegd en medeplegen van mishandeling. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de uitbuiting en mishandeling van slachtoffer 3 en aan medeplichtigheid aan de uitbuiting van slachtoffer 4. Verdachte heeft samen met het echtpaar [medeverdachten 1 en 2] misbruik gemaakt van een kwetsbare jonge vrouw gedurende een periode van ongeveer veertien maanden.De rechtbank overweegt ‘dat [slachtoffer 3] het echtpaar [medeverdachten 1 en 2] heeft ontmoet, toen zij, zoals zij zelf heeft verklaard, in een kwetsbare positie zat. [slachtoffer 3] was destijds achttien jaar oud, haar vader was alcoholist, met haar moeder had ze geen contact meer, haar neef had zich verhangen en [slachtoffer 3] werd depressief. De vader van [slachtoffer 3] had haar met Kerstmis het huis uit gejaagd en gezegd dat hij haar nooit meer wilde zien. Via een schoolkameraad kwam zij met de familie [medeverdachten 1 en 2] in contact. Zij hebben van die kwetsbare positie misbruik gemaakt door [slachtoffer 3] toen over te halen om in de prostitutie te gaan werken onder het voorwendsel dat zij haar op alle gebieden zouden steunen. Het echtpaar spiegelde [slachtoffer 3] voor haar (nieuwe) familie te zijn. Ze moest hen ook vader en moeder noemen. [slachtoffer 3] moest haar inkomsten aan het echtpaar en verdachte geven. Het echtpaar [medeverdachten 1 en 2] beloofde een huis en een auto voor haar te zullen kopen, maar ook daarvan kwam niets terecht. Verdachte en het echtpaar [medeverdachten 1 en 2] hebben [slachtoffer 3] vervolgens gedwongen in de prostitutie te (blijven) werken en haar verdiensten aan hen af te staan door, onder meer, hun stem tegen haar te verheffen en haar te slaan toen zij, naar het oordeel van verdachte en het echtpaar [medeverdachten 1 en 2], niet voldoende verdiende. [slachtoffer 3] bevond zich in een land waarvan ze de taal niet sprak en waar ze de weg niet kende.Verdachte is voorts behulpzaam geweest bij het misbruik dat de familie [medeverdachten 3,4 en 5] maakte van een andere jonge vrouw, [slachtoffer 4]. Verdachte heeft, samen met het echtpaar [medeverdachten 1 en 2], de familie [medeverdachten 3,4 en 5] en [slachtoffer 4] gehuisvest in het appartement dat zij reeds tot hun beschikking hadden en waar zij reeds [slachtoffer 3] hadden ondergebracht. Zonder de hulp van verdachte en het echtpaar [medeverdachten 1 en 2] was het voor de familie [medeverdachten 3,4 en 5] een stuk lastiger geweest om hun weg te vinden in [plaats] en [slachtoffer 4] daar uit te buiten. Verder heeft verdachte samen met de zoon van de familie [medeverdachten 3,4 en 5] [slachtoffer 4] gecontroleerd als zij aan het werk was. Verdachte liep samen met [medeverdachte 5] op de Wallen rond en zij spraken [slachtoffer 4] aan als zij zat of niet met een potentiële klant in zee ging’.De rechtbank is verder van oordeel ‘dat verdachte door aldus te handelen welbewust misbruik heeft gemaakt van [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4]. Hij heeft geen respect getoond voor hun fundamentele waarden, namelijk de individuele vrijheid en lichamelijke integriteit. Verdachte heeft uitsluitend gehandeld uit winstbejag. Tijdens de periodes waarin het echtpaar [medeverdachten 1 en 2] niet in Nederland aanwezig was, hadden zij verdachte als vervanger aangesteld. Hij nam hun taken waar en zag erop toe dat [slachtoffer 3] haar werk deed, verantwoording aflegde, voldoende verdiende en haar inkomsten afstond. Verdachte heeft op geen enkele manier ervan blijk gegeven dat hij zich bewust is van de ernst van zijn gedragingen’.De vorderingen van slachtoffer 3 en 4 zijn toegewezen tot een bedrag van € 29.300,- (negenentwintigduizend en driehonderd euro) respectievelijk € 26.700,- (zesentwintigduizend en zevenhonderd euro). In het belang van beide slachtoffers is, als extra waarborg voor betaling, de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd. 

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Nederland
    • Rechtbank Amsterdam
    • Strafrecht
    • Schadevergoeding
    • Schadevergoedingsmaatregel
    • Seksuele uitbuiting
    • Medeplegen
    • Mishandeling
    • Nederlands
  6. 67 reads Court of Amsterdam Language Dutch Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren voor mensenhandel in vereniging gepleegd, meermalen gepleegd; medeplichtigheid aan mensenhandel in vereniging gepleegd en medeplegen va ...

    Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren voor mensenhandel in vereniging gepleegd, meermalen gepleegd; medeplichtigheid aan mensenhandel in vereniging gepleegd en medeplegen van mishandeling. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de uitbuiting van slachtoffer 1 en 3 en medeplichtigheid aan uitbuiting van slachtoffer 4. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan mishandeling van slachtoffer 3. Verdachte heeft samen met haar echtgenoot en een handlanger misbruik gemaakt van twee kwetsbare jonge vrouwen. Ten aanzien van [slachtoffer 3] gedurende een periode van ongeveer veertien maanden. Ten aanzien van [slachtoffer 1] ongeveer zeven dagen.De rechtbank overweegt ‘dat [slachtoffer 3] het [verdachte en medeverdachte 1] heeft ontmoet, toen zij, zoals zij zelf heeft verklaard, in een kwetsbare positie zat. [slachtoffer 3] was destijds achttien jaar oud, haar vader was alcoholist, met haar moeder had ze geen contact meer, haar neef had zich verhangen en [slachtoffer 3] werd depressief. De vader van [slachtoffer 3] had haar met Kerstmis het huis uit gejaagd en gezegd dat hij haar nooit meer wilde zien. Via een schoolkameraad kwam zij met de familie [verdachte en medeverdachte 1] in contact. Verdachte en haar echtgenoot hebben van die kwetsbare positie misbruik gemaakt door [slachtoffer 3] toen over te halen om in de prostitutie te gaan werken onder het voorwendsel dat zij haar op alle gebieden zouden steunen. Het echtpaar spiegelde [slachtoffer 3] voor haar (nieuwe) familie te zijn. Ze moest hen ook vader en moeder noemen. [slachtoffer 3] moest haar inkomsten aan het echtpaar en hun handlanger geven. Zij beloofden een huis en een auto voor haar te zullen kopen, maar ook daarvan kwam niets terecht. Verdachte, haar echtgenoot en haar handlanger hebben [slachtoffer 3] vervolgens gedwongen in de prostitutie te (blijven) werken en haar verdiensten aan hen af te staan door, onder meer, hun stem tegen haar te verheffen en haar te slaan toen zij, naar het oordeel van het [verdachte en medeverdachte 1] en hun handlanger, niet voldoende verdiende. [slachtoffer 3] bevond zich in een land waarvan ze de taal niet sprak en waar ze de weg niet kende’.De rechtbank overweegt verder ‘dat [slachtoffer 1] het [verdachte en medeverdachte 1] ook heeft ontmoet toen zij, zoals zij zelf heeft verklaard, in een kwetsbare positie zat. [slachtoffer 1] was op dat moment een week aan het werk in de prostitutie in Hongarije, omdat zij zonder hulp haar kind van twee jaar oud moest onderhouden. Haar moeder was overleden en haar vader had [slachtoffer 1] en haar moeder verlaten. De partner van [slachtoffer 1] zat in de gevangenis. Verdachte en haar echtgenoot hebben van die kwetsbare positie misbruik gemaakt door [slachtoffer 1] over te halen in Nederland in de prostitutie te gaan werken, onder het voorwendsel dat ze daar veel meer zou kunnen verdienen. Verdachte en haar echtgenoot hebben [slachtoffer 1] vervolgens gedwongen in de prostitutie te (blijven) werken en haar verdiensten aan hen af te staan door, onder meer, haar uit te schelden en haar te slaan. [slachtoffer 1] bevond zich in een land waarvan zij de taal niet sprak en waar ze de weg niet kende. De rechtbank rekent het verdachte daarbij ook bijzonder zwaar aan dat zij [slachtoffer 1] heeft gedwongen haar wenkbrauwen te tatoeëren. Verdachte is voorts behulpzaam geweest bij het misbruik dat de [medeverdachten 3,4 en 5] maakte van een andere jonge vrouw, [slachtoffer 4]. Verdachte en haar echtgenoot hebben de [medeverdachten 3,4 en 5] immers de weg gewezen naar [plaats]. Verder heeft zij, samen met haar echtgenoot en handlanger, de [medeverdachten 3,4 en 5] en [slachtoffer 4] gehuisvest in het appartement dat zij reeds tot hun beschikking hadden en waar zij reeds [slachtoffer 3] hadden ondergebracht. Zonder de hulp van verdachte, haar echtgenoot en haar handlanger was het voor de [medeverdachten 3,4 en 5] een stuk lastiger geweest om hun weg te vinden in [plaats] en [slachtoffer 4] daar uit te buiten'.De rechtbank is van oordeel ‘dat verdachte door aldus te handelen welbewust misbruik heeft gemaakt van [slachtoffer 3], [slachtoffer 1] en [slachtoffer 4]. Zij heeft geen respect getoond voor hun fundamentele waarden, namelijk de individuele vrijheid en lichamelijke integriteit. Verdachte heeft uitsluitend gehandeld uit winstbejag. Verdachte en haar echtgenoot hebben het initiatief genomen voor de uitbuiting en die (bijna) volledig uitgevoerd. Voor de periodes die zij niet in Nederland aanwezig waren, hadden zij een vervanger aangesteld, [medeverdachte 2], die hun taken waarnam en erop toe zag dat [slachtoffer 3], kort gezegd, haar werk deed, verantwoording aflegde, voldoende verdiende en haar inkomsten afstond’.De vorderingen van slachtoffer 3 en 4 zijn toegewezen tot een bedrag van € 29.300,- (negenentwintigduizend en driehonderd euro) respectievelijk € 26.700,- (zesentwintigduizend en zevenhonderd euro). In het belang van beide slachtoffers is, als extra waarborg voor betaling, de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.     

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Nederland
    • Rechtbank Amsterdam
    • Strafrecht
    • Schadevergoeding
    • Schadevergoedingsmaatregel
    • Seksuele uitbuiting
    • Medeplegen
    • Mishandeling
    • Nederlands
  7. 40 reads Court of Amsterdam Language Dutch Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zestien maanden waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren voor mensenhandel in vereniging jegens een persoon die de lee ...

    Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zestien maanden waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren voor mensenhandel in vereniging jegens een persoon die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt en medeplegen van onttrekking van een minderjarige aan het wettig gezag. Verdachte heeft slachtoffer benaderd op Hyves en net zolang aangedrongen totdat zij ermee instemde om met verdachte af te spreken en naar Amsterdam te gaan. Het slachtoffer dacht dat zij gewoon gingen ‘chillen’ maar al snel werd er een seksadvertentie van haar geplaatst op internet en moest zij in de prostitutie gaan werken. Gelukkig is het, wegens ziekte van het slachtoffer, niet zo ver gekomen. Slachtoffer was een kwetsbaar meisje van slechts 14 jaar. Dit wordt verdachte zeer zwaar aangerekend. Zij had bovendien geen identiteitskaart en geld bij zich waardoor zij zich zeer afhankelijk van de verdachte en medeverdachte 1 voelde. Ze was angstig waardoor zij niet in staat was om weg te gaan. De vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer en diens moeder  is toegewezen tot een bedrag van € 2.013,28 (tweeduizenddertien euro en achtentwintig eurocent) respectievelijk € 750,00 (zevenhonderdvijftig euro). In het belang van zowel het slachtoffer als haar moeder wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.  

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Nederland
    • Rechtbank Amsterdam
    • Strafrecht
    • Minderjarige
    • Schadevergoeding
    • Schadevergoedingsmaatregel
    • Gezag
    • Nederlands
  8. Language Dutch 176 reads Court of Amsterdam Verdachte is veroordeeld voor mensenhandel tot een gevangenisstraf van vier jaar. Zij heeft gedurende anderhalf jaar twee Braziliaanse vrouwen gedwongen in het huishouden te werken zonder salaris. De vrouwen wer ...

    Verdachte is veroordeeld voor mensenhandel tot een gevangenisstraf van vier jaar. Zij heeft gedurende anderhalf jaar twee Braziliaanse vrouwen gedwongen in het huishouden te werken zonder salaris. De vrouwen werden mishandeld, geïntimideerd en vernederd. De partner van verdachte is vrijgesproken.De twee slachtoffers kregen schadevergoedingen toegekend van respectievelijk € 29.733,35 en € 16.059,64. 

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Rechtbank Amsterdam
    • Strafrecht
    • Schadevergoeding
    • Schadevergoeding
    • Schadevergoedingsmaatregel
    • Overige uitbuiting
    • Nederlands