• Loverboy
  • Jurisprudentie
  • Film
  • Minderjarigen

Door MHW geduid als zeer belangrijk

Resultaten 1 - 2 van totaal 2 resultaten
  1. Taal Nederlands 6 Rechtbank Midden-Nederland Verdachte wordt veroordeeld wegens mensenhandel tot een gevangenisstraf van 20 maanden. De rechtbank overweegt: 'Verdachte heeft een minderjarig en kwetsbaar meisje in de prostitutie gebracht ...

    Verdachte wordt veroordeeld wegens mensenhandel tot een gevangenisstraf van 20 maanden. De rechtbank overweegt:'Verdachte heeft een minderjarig en kwetsbaar meisje in de prostitutie gebracht, haar daar enkele maanden in gehouden en van haar geprofiteerd. Verdachte had in die periode een relatie met het slachtoffer en heeft als een zogenaamde loverboy gebruik gemaakt van het feit dat zij erg verliefd op hem was. Gebleken is dat verdachte op manipulatieve wijze, door onder meer een mooie, gezamenlijke toekomst voor te spiegelen en haar seksuele handelingen te laten verrichten met familieleden, oftewel het zogenaamde ‘inwerken’ ertoe over heeft gehaald zich tegen betaling te prostitueren. Verdachte heeft met dit feit het slachtoffer op een vergaande en ontluisterende manier uitgebuit, waarbij op een grove wijze de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer geheel ondergeschikt is gemaakt aan verdachtes zucht naar geldelijk gewin.'

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Rechtbank Midden-Nederland
    • Minderjarigen
    • Minderjarige
    • Loverboy
    • Licht Verstandelijk Beperkt (LVB)
    • Nederlands
  2. 11 Rechtbank Limburg Taal Nederlands Verdachte Justin P. (rapper Jay Zakelijk) is door de rechtbank Limburg veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 jaar, waarvan een jaar voorwaardelijk. De rechtbank Limburg acht bewezen verklaard dat verd ...

    Verdachte Justin P. (rapper Jay Zakelijk) is door de rechtbank Limburg veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 jaar, waarvan een jaar voorwaardelijk. De rechtbank Limburg acht bewezen verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel ten opzichte van twee minderjarige slachtoffers. Een van de minderjarige slachtoffers is verder uitgebuit nadat de leeftijd van achttien jaar bereikt was.  Verdachte is veroordeeld wegens mensenhandel van twee minderjarige (art. 273f Sr, lid 1, sub 2 & 5) en wegens mensenhandel van een meerderjarige (art. 273f Sr lid 1, sub 1). Verdachte was zelf een aantal jaar minderjarig ten tijde van de gepleegde delicten. Verdachte is echter volledig als meerderjarige berecht. De rechtbank oordeelt:'De rechtbank vindt in de ernst van de feiten, in de persoonlijkheid van de verdachte en in de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan voldoende grond om het minderjarigenstrafrecht buiten toepassing te laten.' De rechtbank oordeelde als volgt over de bewezen mensenhandel: 'Verdachte ging in deze opzet een relatie aan met een vrouw, aan wie in het begin alle aandacht en liefde werd gegeven en een gouden toekomst met verdachte in het vooruitzicht werd gesteld. Vervolgens kwam – veelal vrij snel – een omslagpunt in de relatie, waarna de vrouw door verdachte werd voorgehouden dat, als zij met hem verder wilde, zij degene was die – door onder andere zich te prostitueren – voor de financiële middelen moest zorgen. Niet alle vrouwen zijn daarin meegegaan. Enkel [slachtoffer 3] is uiteindelijk daadwerkelijk in de prostitutie gebracht en werd vervolgens verplicht om alle verdiensten aan verdachte af te geven, veelal onder het voorwendsel dat het geld zou worden gespaard voor hun beider toekomst. Ook de andere slachtoffers moesten onder valse voorwendselen hun geld aan verdachte afgeven. Ook moesten zij cadeau’s voor verdachte kopen om te bewijzen goede vriendinnen te zijn dan wel hun liefde te bewijzen.' En:'Verdachte heeft [slachtoffer 2] gechanteerd met het openbaar maken van een seksfilm. Verdachte heeft aldus handelend overwicht gekregen op de vrouwen en/of hen misleid. Verdachte heeft voordeel getrokken uit het geld dat de vrouwen aan hem hebben betaald.'Verder sprak de rechtbank zich als volgt uit over de hoogte van de strafoplegging:'Ten slotte overweegt de rechtbank dat verdachte op de zitting op geen enkele wijze verantwoordelijkheid heeft genomen voor de bewezenverklaarde feiten. Hij lijkt het laakbare van zijn handelen niet in te zien. Dat zal de rechtbank in het nadeel van verdachte laten meewegen. De rechtbank acht dit bovendien zorgelijk, omdat zij niet het vertrouwen heeft gekregen dat verdachte zich in de toekomst zal onthouden van feiten als de bewezen verklaarde.'     

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Nederland
    • Rechtbank Limburg
    • Minderjarigen
    • Loverboy
    • Seksueel misbruik
    • Jeugdprostitutie
    • Seksuele uitbuiting
    • Nederlands