• Artikel 8 EVRM

Pagina's

Resultaten 1 - 10 van totaal 17 resultaten
  1. 13 jun 1979

    Language Dutch 62 reads European Court of Human Rights (ECHR) Volgens deze zaak dient het begrip ‘family life’ ruim opgevat te worden en vallen hier ook de banden van nabije familieleden onder, zoals onder andere de band tussen grootouders en kleinkindere ...

    Volgens deze zaak dient het begrip ‘family life’ ruim opgevat te worden en vallen hier ook de banden van nabije familieleden onder, zoals onder andere de band tussen grootouders en kleinkinderen. Respect voor ‘family life’ legt voor een Staat de verplichting op een dergelijke band normaal te laten ontwikkelen. Artikel 8 EVRM maakt geen onderscheid tussen een ‘wettig’ dan wel ‘onwettige’ familie. Hiermee wordt bedoeld dat een kind voortgekomen uit getrouwde ouders en een kind voortgekomen uit een ongehuwde relatie gelijk behandeld worden.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie EHRM
    • Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM)
    • Artikel 8 EVRM
    • Artikel 8 EVRM
    • Engels
  2. 13 jun 1979

    Language Dutch 64 reads European Court of Human Rights (ECHR) Volgens deze zaak dient het begrip ‘family life’ ruim opgevat te worden en vallen hier ook de banden van nabije familieleden onder, zoals onder andere de band tussen grootouders en kleinkindere ...

    Volgens deze zaak dient het begrip ‘family life’ ruim opgevat te worden en vallen hier ook de banden van nabije familieleden onder, zoals onder andere de band tussen grootouders en kleinkinderen. Respect voor ‘family life’ legt voor een Staat de verplichting op een dergelijke band normaal te laten ontwikkelen. Artikel 8 EVRM maakt geen onderscheid tussen een ‘wettig’ dan wel ‘onwettige’ familie. Hiermee wordt bedoeld dat een kind voortgekomen uit getrouwde ouders en een kind voortgekomen uit een ongehuwde relatie gelijk behandeld worden.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie EHRM
    • Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM)
    • Artikel 8 EVRM
    • Artikel 8 EVRM
    • Frans
  3. Language Dutch 65 reads European Court of Human Rights (ECHR) Samenwonen is geen noodzakelijke vereiste om van ‘family life’ te kunnen spreken. De relatie die tussen echtgenoten wordt geschapen door een wettig en echt huwelijk, moet worden beschouwd als ‘ ...

    Samenwonen is geen noodzakelijke vereiste om van ‘family life’ te kunnen spreken. De relatie die tussen echtgenoten wordt geschapen door een wettig en echt huwelijk, moet worden beschouwd als ‘family life’. Uit het ‘family’- begrip van artikel 8 vloeit voort dat een kind dat uit een dergelijk verbond wordt geboren automatisch deel uitmaakt van die relatie. Dit heeft als consequentie dat door en vanaf de geboorte van het kind tussen kind en ouders een band bestaat die neerkomt op ‘family life’. Zelfs als de ouders op dat moment niet samenwonen.Eventuele latere gebeurtenissen kunnen die band verbreken. De band kan worden verbroken, wanneer een ouder zich geheel onttrekt aan de opvoeding. Daarentegen tonen frequentie en regelmatigheid van bezoeken een familieband aan. Factoren als de jeugdige leeftijd van het kind en het belang van het contact worden meegenomen bij de beoordeling of sprake is van ‘family life’.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie EHRM
    • Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM)
    • Artikel 8 EVRM
    • Artikel 8 EVRM
    • Engels
  4. Language Dutch 51 reads European Court of Human Rights (ECHR) Samenwonen is geen noodzakelijke vereiste om van ‘family life’ te kunnen spreken. De relatie die tussen echtgenoten wordt geschapen door een wettig en echt huwelijk, moet worden beschouwd als ‘ ...

    Samenwonen is geen noodzakelijke vereiste om van ‘family life’ te kunnen spreken. De relatie die tussen echtgenoten wordt geschapen door een wettig en echt huwelijk, moet worden beschouwd als ‘family life’. Uit het ‘family’- begrip van artikel 8 vloeit voort dat een kind dat uit een dergelijk verbond wordt geboren automatisch deel uitmaakt van die relatie. Dit heeft als consequentie dat door en vanaf de geboorte van het kind tussen kind en ouders een band bestaat die neerkomt op ‘family life’. Zelfs als de ouders op dat moment niet samenwonen.Eventuele latere gebeurtenissen kunnen die band verbreken. De band kan worden verbroken, wanneer een ouder zich geheel onttrekt aan de opvoeding. Daarentegen tonen frequentie en regelmatigheid van bezoeken een familieband aan. Factoren als de jeugdige leeftijd van het kind en het belang van het contact worden meegenomen bij de beoordeling of sprake is van ‘family life’.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie EHRM
    • Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM)
    • Artikel 8 EVRM
    • Artikel 8 EVRM
    • Frans
  5. Language Dutch 65 reads European Court of Human Rights (ECHR) Het EHRM merkt op dat slechts bij hoge uitzondering positieve verplichtingen op grond van het recht op gezinsleven kunnen leiden tot een verblijf voor een illegaal verblijvende moeder vanwege d ...

    Het EHRM merkt op dat slechts bij hoge uitzondering positieve verplichtingen op grond van het recht op gezinsleven kunnen leiden tot een verblijf voor een illegaal verblijvende moeder vanwege de band met haar dochter (r.o. 39). Aangezien volgens de Nederlandse overheid indertijd wel rechtmatig verblijf met Hoogkamer mogelijk was geweest, wordt Rodrigues het illegaal verblijf niet kwalijk genomen. Uitzetting van de moeder zou voor haar toen driejarige dochter vergaande consequenties hebben en die acht het EHRM niet aanvaardbaar. Bovendien levert de uitspraak van de familierechter over toekenning van de ouderlijke macht aan de vader een objectieve belemmering op om het familieleven in Brazilië voort te zetten. Hoogkamer heeft namelijk aangegeven nooit met een vertrek van Rachel te zullen instemmen.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie EHRM
    • Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM)
    • Artikel 8 EVRM
    • Artikel 8 EVRM
    • Engels
  6. Language Dutch 62 reads European Court of Human Rights (ECHR) Het EHRM merkt op dat slechts bij hoge uitzondering positieve verplichtingen op grond van het recht op gezinsleven kunnen leiden tot een verblijf voor een illegaal verblijvende moeder vanwege d ...

    Het EHRM merkt op dat slechts bij hoge uitzondering positieve verplichtingen op grond van het recht op gezinsleven kunnen leiden tot een verblijf voor een illegaal verblijvende moeder vanwege de band met haar dochter (r.o. 39). Aangezien volgens de Nederlandse overheid indertijd wel rechtmatig verblijf met Hoogkamer mogelijk was geweest, wordt Rodrigues het illegaal verblijf niet kwalijk genomen. Uitzetting van de moeder zou voor haar toen driejarige dochter vergaande consequenties hebben en die acht het EHRM niet aanvaardbaar. Bovendien levert de uitspraak van de familierechter over toekenning van de ouderlijke macht aan de vader een objectieve belemmering op om het familieleven in Brazilië voort te zetten. Hoogkamer heeft namelijk aangegeven nooit met een vertrek van Rachel te zullen instemmen.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie EHRM
    • Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM)
    • Artikel 8 EVRM
    • Artikel 8 EVRM
    • Frans
  7. 04 dec 2012

    Language Dutch 79 reads European Court of Human Rights (ECHR) Uit het arrest Butt kan voorts worden afgeleid dat zwaarwegende redenen van migratiebeleid in beginsel aanleiding zijn het gedrag van de ouders van een vreemdeling aan de desbetreffende vreemde ...

    Uit het arrest Butt kan voorts worden afgeleid dat zwaarwegende redenen van migratiebeleid in beginsel aanleiding zijn het gedrag van de ouders van een vreemdeling aan de desbetreffende vreemdeling toe te rekenen, in verband met het risico dat ouders de positie van hun kinderen misbruiken om een verblijfsrecht te verkrijgen. Indien de desbetreffende vreemdeling dan wel diens ouders konden – althans hadden moeten – weten dat het verblijfsrecht van die vreemdeling onzeker was, bestaat slechts onder bijzondere omstandigheden reden voor de conclusie dat op grond van artikel 8 van het EVRM een verplichting bestaat tot het laten voortzetten van het privéleven onderscheidenlijk familie- en gezinsleven.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie EHRM
    • Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM)
    • Artikel 8 EVRM
    • Artikel 8 EVRM
    • Engels
  8. Taal Nederlands 8 Eiseres wordt verdacht van het doen van valse aangifte, daarom heeft verweerder haar B9-verblijfsvergunning met terugwerkende kracht ingetrokken. De rechtbank vernietigt het besluit omdat verweerder er niet in is geslaagd o ...

    Eiseres wordt verdacht van het doen van valse aangifte, daarom heeft verweerder haar B9-verblijfsvergunning met terugwerkende kracht ingetrokken. De rechtbank vernietigt het besluit omdat verweerder er niet in is geslaagd om aannemelijk te maken dat eiseres onjuiste gegevens heeft verstrekt. Verweerder kan niet volstaan met verwijzen naar dagvaarding van officier van Justitie nu er nog geen uitspraak is gedaan in de strafzaak.Verder overweegt de rechtbank:'Tenslotte wijst verweerder op de verklaring van eiseres, dat [naam 5] haar heeft voorgesteld aan zijn ouders en zij bij de ouders van [naam 5] heeft gelogeerd. Verweerder acht het niet logisch dat [naam 5] dat zou hebben gedaan en eiseres af en toe mee zou nemen naar zijn ouders, indien het zijn doel was eiseres seksueel uit te buiten. Naar het oordeel van de rechtbank betreft het ook hier een waardeoordeel van verweerder, terwijl niet valt uit te sluiten dat [naam 5] dit inderdaad heeft gedaan en eiseres eerst daarna heeft gedwongen zich te prostitueren, zoals eiseres zelf ook heeft verklaard. De rechtbank merkt hierbij nog op dat de verklaringen van eiseres op dit punt passen in het algemeen bekende beeld van de praktijken van een zogenoemde loverboy, waarbij de loverboy eerst het vertrouwen van het slachtoffer wint en daarna het slachtoffer dwingt tot prostitutie.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • B8/3
    • Artikel 8 EVRM
    • Valse aangifte
    • Misbruik B8/3 (B9)
    • Artikel 8 EVRM
    • Nederlands
  9. Taal Nederlands 9 Rechtbank Den Haag Voorlopige voorziening toegewezen. De aanvragen van de vreemdelingen om verlening van een verblijfsvergunning onder de overgangsregeling langdurig verblijvende kinderen zijn afgewezen. Vreemdeling 1 voldo ...

    Voorlopige voorziening toegewezen. De aanvragen van de vreemdelingen om verlening van een verblijfsvergunning onder de overgangsregeling langdurig verblijvende kinderen zijn afgewezen. Vreemdeling 1 voldoet niet aan de vereisten van de kinderregeling om dat zij nooit een asielaanvraag in Nederland heeft ingediend.Er is een gerechtvaardigd onderscheid tussen kinderen met een asielachtergrond, en kinderen zonder een dergelijke achtergrond. Deze is onder meer gelegen in het aspect van de subjectieve vrees voor terugkeer naar het land van herkomst, een vrees die niet speelt bij kinderen die een reguliere aanvraag hebben gedaan.De vreemdelingen voeren aan dat het onderscheid in het algemeen ongerechtvaardigd is, en als dit wel het gerechtvaardigd is, dit in hun specifieke geval toch als een ongerechtvaardigd onderscheid moet worden beschouwd, nu de vreemdelingen rechtmatig verblijf hebben gehad op grond van een B9-procedure. De voorzieningenrechter overweegt ten aanzien van de vraag of dit onderscheid gerechtvaardigd is als volgt.Bij de beantwoording van deze vraagt speelt in deze specifieke zaak de vraag mee of het feit dat de vreemdelingen op grond van de B9-regeling rechtmatig verblijf hebben genoten, de uitkomst anders maakt. De voorzieningenrechter is van oordeel dat deze vereenvoudigde spoedprocedure zich niet goed leent voor een zorgvuldige beoordeling van deze complexe rechtsvragen.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Rechtbank Den Haag
    • Minderjarigen / Kinderhandel
    • Artikel 8 EVRM
    • B8/3
    • Kinderpardon
    • Nederlands
  10. 161 reads Language Dutch Moeder (eiseres 1) heeft voortgezet verblijf aangevraagd, maar dat is afgewezen. Dochter (eiseres 2) heeft verblijfsvergunning met beperking 'gezinshereniging met ouder' gehad, maar deze is ingetrokken. Eiseressen 1 en 2 ...

    Moeder (eiseres 1) heeft voortgezet verblijf aangevraagd, maar dat is afgewezen. Dochter (eiseres 2) heeft verblijfsvergunning met beperking 'gezinshereniging met ouder' gehad, maar deze is ingetrokken. Eiseressen 1 en 2 wonen sinds 1998 in Nederland en eiseres 2 volgt hier een opleiding.De rechtbank is van oordeel dat het bestreden besluit op het punt van beoordeling van het beroep met betrekking tot artikel 8 EVRM niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid en genomen en evenmin op een deugdelijke motivering berust. Volgens de rechtbank had verweerder de mogelijkheid dat eiseres 2 besneden kan worden in de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM moeten betrekken. Ook heeft verweerder onvoldoende bij de belangenafweging betrokken dat eiseres 2 slechts een half jaar oud was toen zij naar Nederland kwam en sindsdien altijd in Nederland is verbleven en ook haar schoolopleiding hier volgt. Volgens de rechtbank is het spreken van Pidgin Engels en het hebben van de Nigeriaanse nationaliteit niet voldoende om te spreken van een (culturele) band met Nigeria.Het beroep van eiseres 2 wordt gegrond verklaard.Met betrekking tot eiseres 1 zegt de rechtbank dat verweerder niet zomaar mag stellen dat het hele mensenhandelrelaas niet aannemelijk is, omdat eiseres 1 tegenstrijdige verklaringen over een bepaalde periode heeft afgelegd. Ook is de rechtbank het eens met eiseres 1 dat niet van haar kan worden verwacht dat zij op detailniveau volledig consistent verklaart over gebeurtenissen die twintig jaar geleden hebben plaatsgevonden. Rechtbank volgt verweerder niet in het standpunt dat het mensenhandelrelaas niet aannemelijk is, omdat eiseres 1 pas in 2010 aangifte heeft gedaan en dat daaruit volgt dat zij haar situatie blijkbaar niet als urgent dan wel als niet serieus genoeg heeft ingeschat. De verklaring dat eiseres 1 bang was en tijd nodig had om moed bijeen te rapen en dat zij uiteindelijk met hulp van de kerk en haar advocaat aangifte heeft gedaan acht de rechtbank plausibel.De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van 'klemmende redenen van humanitaire aard'. Omdat het beroep van eiseres 2 gegrond is verklaard is, is niet uit te sluiten dat eiseres 2 een verblijfsvergunning krijgt. De motivering van verweerder dat geen sprake is van schending van artikel 8 EVRM kan daarom geen stand meer houden. Beroep van eiseres 1 is ook gegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Nigeria
    • Voortgezet verblijf
    • Artikel 8 EVRM
    • Artikel 8 EVRM
    • Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK)
    • Voortgezet verblijf
    • Besnijdenis
    • Nederlands

Pagina's