• Overige uitbuiting
  • Rechtbank Midden-Nederland
Resultaten 1 - 3 van totaal 3 resultaten
  1. Language Dutch 32 reads Court of Midden-Nederland Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf maanden waarvan drie maanden voorwaardelijk wegens mensenhandel. De vrouw zette jonge kinderen in voor het plegen van winkeldiefstallen. De re ...

    Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf maanden waarvan drie maanden voorwaardelijk wegens mensenhandel. De vrouw zette jonge kinderen in voor het plegen van winkeldiefstallen. De rechtbank overweegt:'Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan 3 winkeldiefstallen. Daarbij heeft verdachte jonge kinderen ingezet om de diefstallen te (helpen) plegen. In plaats van hen normbesef bij te brengen, zoals van en volwassene verwacht mag worden, heeft zij voor haar eigen financiële gewin de integriteit van deze kinderen opzij gezet. Op schaamteloze wijze heeft verdachte met inzet van de kinderen een grote hoeveelheid goederen weggenomen. Het is een feit van algemene bekendheid dat het voorbeeld dat verdachte heeft gegeven en het feit dat ze hen ook liet stelen, een zeer slechte invloed heeft op de ontwikkeling van jonge kinderen. De rechtbank neemt dit verdachte bijzonder kwalijk.'

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Rechtbank Midden-Nederland
    • Criminele uitbuiting
    • Diefstal
    • Criminele uitbuiting
    • Nederlands
  2. Taal Nederlands Rechtbank Midden-Nederland De verdachte is vrijgesproken van mensenhandel vanwege gebrek aan bewijs. De rechtbank overweegt: 'De tenlastelegging in de onderhavige zaak is vooral gebaseerd op de verklaringen van aangever ...

    De verdachte is vrijgesproken van mensenhandel vanwege gebrek aan bewijs. De rechtbank overweegt:'De tenlastelegging in de onderhavige zaak is vooral gebaseerd op de verklaringen van aangever [aangever] , een Roemeense man die niet over een werkvergunning beschikte. De verklaringen die [aangever] heeft afgelegd bevatten indicatoren voor uitbuiting. De rechtbank is echter van oordeel dat [aangever] zo inconsistent verklaart, dat deze verklaringen niet in overwegende mate het bewijs van de uitbuitingssituatie kunnen vormen. De inconsistenties betreffen onder meer de afspraken die [aangever] met verdachte zou hebben gemaakt en de periode waarin hij voor verdachte en andere travellers zou hebben gewerkt. De rechtbank acht aanvullend bewijsmateriaal voor de uitbuitingssituatie daarom noodzakelijk. Op basis van het zich in het dossier bevindende bewijsmateriaal kan echter slechts worden vastgesteld dat [aangever] heeft gewerkt voor een groep travellers, waarvan verdachte deel uitmaakte, en dat [aangever] voor die werkzaamheden betaald heeft gekregen. De rechtbank kan niet vaststellen hoeveel [aangever] betaald heeft gekregen. Dat het te weinig is geweest berust alleen op de verklaring van [aangever] zelf. Ook kan worden vastgesteld dat [aangever] in ieder geval een korte periode in een smerige caravan heeft verbleven. De politie heeft hem daarin immers aangetroffen. Dat hij daar voor langere tijd heeft verbleven, berust wederom enkel op de verklaring van [aangever] zelf. De verklaring van campingbeheerder [getuige 2] kan wat betreft de uitbuitingssituatie niet als aanvullend bewijs worden gezien. [getuige 2] verklaart immers hoofdzakelijk over wat [aangever] hem heeft verteld.'

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Rechtbank Midden-Nederland
    • Overige uitbuiting
    • Overige uitbuiting
    • Steunbewijs
    • Bewijs
    • Arbeidsuitbuiting
    • Nederlands
  3. 5 Rechtbank Midden-Nederland Taal Nederlands De verdachte heeft zijn kleindochter ingezet voor het plegen van een winkeldiefstal. De kleindochter heeft voor €60 aan boodschappen gestolen. Zij moest boodschappen in de trolley doen terwijl de ...

    De verdachte heeft zijn kleindochter ingezet voor het plegen van een winkeldiefstal. De kleindochter heeft voor €60 aan boodschappen gestolen. Zij moest boodschappen in de trolley doen terwijl de verdachte af en toe in haar buurt verkeerde en aanwijzingen gaf. De verdachte zorgde ervoor dat zij met de gevulde trolley langs de kassa mee naar buiten liep, terwijl hij de cassière afleidde. ''Verdachte heeft zich intensief bemoeid met de gang naar de Albert Heijn, de handelingen die zijn kleindochter in deze supermarkt heeft verricht (de feitelijke diefstal) en de aftocht daarna. Hieruit volgt dat verdachte met het vervoeren van zijn kleindochter naar de winkel het oogmerk had om haar daar ten behoeve van verdachte boodschappen in de trolley te laten stoppen om haar vervolgens de winkel te laten verlaten zonder de etenswaren te laten afrekenen.''

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Nederland
    • Rechtbank Midden-Nederland
    • Criminele uitbuiting
    • Overige uitbuiting
    • Diefstal
    • Minderjarige
    • Nederlands