• Overige uitbuiting
  • Strafrecht
  • 2015
Resultaten 1 - 3 van totaal 3 resultaten
  1. Language Dutch 32 reads Court of Midden-Nederland Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf maanden waarvan drie maanden voorwaardelijk wegens mensenhandel. De vrouw zette jonge kinderen in voor het plegen van winkeldiefstallen. De re ...

    Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf maanden waarvan drie maanden voorwaardelijk wegens mensenhandel. De vrouw zette jonge kinderen in voor het plegen van winkeldiefstallen. De rechtbank overweegt:'Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan 3 winkeldiefstallen. Daarbij heeft verdachte jonge kinderen ingezet om de diefstallen te (helpen) plegen. In plaats van hen normbesef bij te brengen, zoals van en volwassene verwacht mag worden, heeft zij voor haar eigen financiële gewin de integriteit van deze kinderen opzij gezet. Op schaamteloze wijze heeft verdachte met inzet van de kinderen een grote hoeveelheid goederen weggenomen. Het is een feit van algemene bekendheid dat het voorbeeld dat verdachte heeft gegeven en het feit dat ze hen ook liet stelen, een zeer slechte invloed heeft op de ontwikkeling van jonge kinderen. De rechtbank neemt dit verdachte bijzonder kwalijk.'

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Rechtbank Midden-Nederland
    • Criminele uitbuiting
    • Diefstal
    • Criminele uitbuiting
    • Nederlands
  2. Taal Nederlands Rechtbank Midden-Nederland De verdachte is vrijgesproken van mensenhandel vanwege gebrek aan bewijs. De rechtbank overweegt: 'De tenlastelegging in de onderhavige zaak is vooral gebaseerd op de verklaringen van aangever ...

    De verdachte is vrijgesproken van mensenhandel vanwege gebrek aan bewijs. De rechtbank overweegt:'De tenlastelegging in de onderhavige zaak is vooral gebaseerd op de verklaringen van aangever [aangever] , een Roemeense man die niet over een werkvergunning beschikte. De verklaringen die [aangever] heeft afgelegd bevatten indicatoren voor uitbuiting. De rechtbank is echter van oordeel dat [aangever] zo inconsistent verklaart, dat deze verklaringen niet in overwegende mate het bewijs van de uitbuitingssituatie kunnen vormen. De inconsistenties betreffen onder meer de afspraken die [aangever] met verdachte zou hebben gemaakt en de periode waarin hij voor verdachte en andere travellers zou hebben gewerkt. De rechtbank acht aanvullend bewijsmateriaal voor de uitbuitingssituatie daarom noodzakelijk. Op basis van het zich in het dossier bevindende bewijsmateriaal kan echter slechts worden vastgesteld dat [aangever] heeft gewerkt voor een groep travellers, waarvan verdachte deel uitmaakte, en dat [aangever] voor die werkzaamheden betaald heeft gekregen. De rechtbank kan niet vaststellen hoeveel [aangever] betaald heeft gekregen. Dat het te weinig is geweest berust alleen op de verklaring van [aangever] zelf. Ook kan worden vastgesteld dat [aangever] in ieder geval een korte periode in een smerige caravan heeft verbleven. De politie heeft hem daarin immers aangetroffen. Dat hij daar voor langere tijd heeft verbleven, berust wederom enkel op de verklaring van [aangever] zelf. De verklaring van campingbeheerder [getuige 2] kan wat betreft de uitbuitingssituatie niet als aanvullend bewijs worden gezien. [getuige 2] verklaart immers hoofdzakelijk over wat [aangever] hem heeft verteld.'

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Rechtbank Midden-Nederland
    • Overige uitbuiting
    • Overige uitbuiting
    • Steunbewijs
    • Bewijs
    • Arbeidsuitbuiting
    • Nederlands
  3. Language Dutch 130 reads Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 33 maanden wegens mensenhandel. De rechtbank overweegt: "De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan medeplegen van mensenhandel door met zijn mededaders Hongaren te we ...

    Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 33 maanden wegens mensenhandel. De rechtbank overweegt:"De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan medeplegen van mensenhandel door met zijn mededaders Hongaren te werven voor (naar Hongaarse begrippen) goed betaalde arbeid in Nederland. De Hongaren werden met velen ondergebracht in huizen met slechte leefomstandigheden en zij hadden nauwelijks geld om te eten. Het merendeel van de slachtoffers leed honger. Doordat de verdachte samen met zijn mededaders bemiddelingskosten, kosten voor onderdak en eten in rekening brachten, terwijl er geen of niet continu werk beschikbaar was, verkeerden deze Hongaren in een afhankelijke positie van de verdachte en zijn mededaders. Daarnaast werden in de gevallen dat er wel werk beschikbaar was de salarissen afgepakt of werden deze gestort op bankrekeningen van de verdachte en zijn mededaders. De slachtoffers konden zich aldus niet of zeer moeizaam aan de situatie onttrekken omdat ze simpelweg geen (financiële) mogelijkheden hadden om een andere keuze te maken dan te blijven waar ze waren. De verdachte heeft door zijn handelingen de persoonlijke vrijheid van de slachtoffers veelal voor lange tijd geschonden. De uitbuiting heeft in ieder geval bij 10 personen plaatsgevonden en in enkele gevallen heeft de uitbuiting meerdere jaren geduurd. De verdachte heeft misbruik gemaakt van de kwetsbare positie waarin de slachtoffers verkeerden om daar zelf (financieel) voordeel uit te trekken. Verder moet hem worden aangerekend dat hij geweld tegen drie van hen en tegen mededader [medeverdachte 1] heeft gebruikt."

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Overige uitbuiting
    • Arbeidsuitbuiting
    • Overige uitbuiting
    • Nederlands