Documentsoort

Trefwoord

Organisatie

  • Strafrecht

Pagina's

Resultaten 1 - 10 van totaal 729 resultaten
  1. Taal Nederlands 24 Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen Zevende Rapportage Mensenhandel (2009) van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel. Het zevende rapport van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel is een aanvu ...

    Zevende Rapportage Mensenhandel (2009) van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel.Het zevende rapport van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel is een aanvulling op de eerdere rapportages. Het bevat cijfermateriaal tot en met 2008 en informatie tot 1 juli 2009.In hoofdstuk twee worden de ontwikkelingen in de Nederlandse regelgeving besproken, zoals artikel 273f Wetboek van Strafrecht, Wet regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche en de Wet politiegegevens. In het derde hoofdstuk wordt ingegaan op ontwikkelingen binnen de VN, de EU, de Raad van Europa en de OVSE. In hoofdstuk vier komt de positie van slachtoffers van mensenhandel en de mogelijkheden voor opvang en hulp aan bod.In het vijfde hoofdstuk worden de wijziging in de B9-regeling en het voortgezet verblijf besproken. Ook een onderzoek naar de beklagprocedure is in dit hoofdstuk terug te vinden. Het non-punishment-beginsel komt in hoofdstuk zes aan de orde.In hoofdstuk zeven komt de bestuurlijke handhaving aan de orde. Het achtste hoofdstuk betreft opsporing. Er wordt onder andere aangegeven dat de politie in de praktijk niet altijd kiest om capaciteit in te zetten voor de opsporing van mensenhandel en dat het werken met gespecialiseerde teams vruchten afwerkt. In hoofdstuk negen worden cijfers over verdachten en dader gepresenteerd. Hoofdstuk tien gaat over het OM en de vervolging van verdachten.In hoofdstuk elf is een analyse te vinden van jurisprudentie op het gebied van uitbuiting in de seksindustrie. In hoofdstuk twaalf wordt de overige uitbuiting besproken en in hoofdstuk dertien komt orgaanhandel aan bod.Hoofdstuk veertien geeft aanbevelingen. 

    Publicaties

    • Rapporten
    • Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen
    • Non-punishment
    • Voortgezet verblijf
    • Non-punishmentbeginsel
    • Orgaanhandel
    • Prostitutie
    • B8/3
    • Overige uitbuiting
    • Bestuurlijke handhaving
    • Nederlands
  2. Language Dutch 47 reads European Court of Human Rights (ECHR) In deze zaak heeft het EHRM uitspraak gedaan in een zaak waarbij sprake is van een kindhuwelijk en een beroep op ‘family life’ op grond van artikel 8 EVRM. Verzoekers zijn Afghaanse onderdanen ...

    In deze zaak heeft het EHRM uitspraak gedaan in een zaak waarbij sprake is van een kindhuwelijk en een beroep op ‘family life’ op grond van artikel 8 EVRM.Verzoekers zijn Afghaanse onderdanen die in Genève (Zwitserland) wonen en asiel hebben aangevraagd. Daarnaast zijn verzoekers via Italië naar Zwitserland gekomen en presenteren zich als een getrouwd stel aan de Zwitserse autoriteiten. Volgens het echtpaar zijn ze in een religieuze ceremonie in Iran getrouwd. Op dat moment was mevrouw ZH 14 jaar oud en de heer RH 18 jaar oud. Hun asielaanvraag werd in december 2011 en maart 2012 afgewezen. Gezien zij eerst in Italië waren aangekomen, is de Zwitserse autoriteiten van mening dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van hun asielverzoek (Dublin-verordening II).In de daaropvolgende beroepsprocedure heeft de nationale rechter de afwijzing van hun asielaanvraag bevestigd. Zij hebben verzuimd om een certificaat van het huwelijk te weerleggen. Hun religieuze huwelijk wordt niet als rechtsgeldig erkend in Zwitserland omdat de wet in Afghanistan een verbod heeft op huwelijken voor vrouwen onder de leeftijd van 15 jaar. Bovendien is het huwelijk van het echtpaar onverenigbaar met de Zwitserse wet op grond van openbare orde. Seksuele gemeenschap met een kind onder de leeftijd van 16 is een misdaad in Zwitserland. Derhalve kan mevrouw ZH in het kader van het EU-recht niet worden gekwalificeerd als een lid van de familie van de heer RH en kunnen zij geen aanspraak maken op het recht op een gezinsleven op grond van de Europese Conventie. De heer RH werd uitgezet naar Italië, maar keerde een paar dagen later terug. Op basis van artikel 8 EVRM klagen verzoekers dat de uitzetting van de heer RH naar Italië een schending van hun recht op eerbiediging van het gezinsleven is.Het Europese Hof ziet geen reden om af te wijken van de bevindingen van de FAC (Federal Administrative Court). Het Europese Hof is van mening dat artikel 8 EVRM niet kan worden geïnterpreteerd als het opleggen van een verplichting aan een staat om een huwelijk (religieus of anderszins) van een 14-jarige te erkennen.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie EHRM
    • Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM)
    • Kindhuwelijk
    • Minderjarigen
    • Asiel
    • EHRM
    • Family life
    • Zwitserland
    • Dublin-verordening
    • Artikel 8 EVRM
    • Afghanistan
    • Terugkeer
    • Religieuze huwelijk
    • Eerbiediging op het gezinsleven
    • Kindbruiden
    • Kindhuwelijk
    • Engels
  3. Taal Nederlands Rechtbank Oost-Brabant Op 13 oktober heeft de Rechtbank Oost-Brabant verdachte vrijsgesproken van het (primair) ten laste gelegde mensenhandel. Er was onvoldoende bewijs voorhanden om tot een bewezensverklaring van het ten l ...

    Op 13 oktober heeft de Rechtbank Oost-Brabant verdachte vrijsgesproken van het (primair) ten laste gelegde mensenhandel. Er was onvoldoende bewijs voorhanden om tot een bewezensverklaring van het ten laste gelegde te komen. Op basis van de stukken in het dossier acht de rechtbank niet bewezen dat verdachte gebruikt heeft gemaakt van dwang, geweld of een andere feitelijkheid. Er zijn hier wel aanwijzingen voor, maar dit zijn slechts aanwijzingen en dat is niet voldoende om tot een bewezensverklaring te komen.De rechtbank overweegt dat voor een bewezenverklaring van de dwangmiddelen ‘misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht’ en ‘misbruik van een kwetsbare positie’ twee factoren zijn vereist: het bestaan van een dergelijke situatie en het bewustzijn daarvan aan de kant van verdachte. In deze zaak wordt de lat van voldoende wettig bewijs wordt  niet gehaald, nu deze aanwijzingen in onvoldoende mate worden ondersteund door ’hardere’ bewijsmiddelen in het dossier.Verder is de rechtbank van oordeel dat niet is komen vast te staan dat slachtoffer geen andere werkelijke of aanvaardbare keuze had dan zich te prostitueren in dienst van verdachte. Daarnaast overweegt de rechtbank dat slachtoffer de vrijheid en de mogelijkheid heeft gehad om zich aan de situatie te onttrekken.De rechtbank acht dat van een uitbuitingssituatie geen sprake is geweest. De rechtbank heeft daarom de verdachte integraal vrijgesproken van het primair ten laste gelegde.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Rechtbank Oost-Brabant
    • Strafrecht
    • Vrijspraak mensenhandel
    • geen bewijs misbruik van kwetsbare positie
    • geen uitbuitingssituatie
    • Nederlands
  4. Rechtbank Noord-Nederland Taal Nederlands Op 15 december 2016 heeft de Rechtbank Noord-Nederland verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde mensenhandel. De rechtbank stelt valt dat de verdediging niet in de gelegenheid is gesteld de ...

    Op 15 december 2016 heeft de Rechtbank Noord-Nederland verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde mensenhandel.De rechtbank stelt valt dat de verdediging niet in de gelegenheid is gesteld de belastende getuige (het slachtoffer) te ondervragen en dat hiervoor geen compensatie mogelijk is. Ten aanzien van de rechtvaardiging van de inbreuk op het ondervragingsrecht overweegt de rechtbank dat de betwiste onderdelen van de verklaringen van het slachtoffer door de verdachte  in voldoende mate ondersteund worden door de verklaringen van de partner van het slachtoffer. De verdediging heeft namelijk de verklaringen van de partner van het slachtoffer kunnen toetsen middels meerdere verhoren bij de rechter-commissaris volgens de rechtbank.Toch heeft de rechtbank niet de overtuiging gekregen dat slachtoffer en haar partner slachtoffer beschreven wijze door verdachte is gedwongen tot het verrichten van prostitutiewerkzaamheden en het afstaan van haar verdiensten. Dit komt onder andere doordat het slachtoffer telkens ontkend had dat zij al in de prostitutie had gewerkt en bleef werken, maar dit achteraf onjuist bleek. De verdachte wordt door de rechtbank vrijgesproken nu het ten laste gelegde niet bewezen is verklaard. 

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Nederland
    • Rechtbank Noord-Nederland
    • Strafrecht
    • Vrijspraak mensenhandel
    • ontbreken van overtuigend wettelijk bewijs
    • Nederlands
  5. Rechtbank Amsterdam Taal Nederlands Op 11 november 2016 heeft de Rechtbank Amsterdam verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde mensenhandel. Wel is verdachte veroordeeld voor het tweede ten laste gelegde feit, te weten gewoontewitwa ...

    Op 11 november 2016 heeft de Rechtbank Amsterdam verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde mensenhandel. Wel is verdachte veroordeeld voor het tweede ten laste gelegde feit, te weten gewoontewitwassen. Enkel in het geval dat verdachte wist of had moeten weten dat slachtoffer werd uitgebuit, kan verdachte worden aangerekend dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel. Het feit dat verdachte slechts wist dat slachtoffer in de prostitutie werkte, levert geen strafbare bijdrage aan mensenhandel. De rechtbank oordeelt dat niet buiten redelijke twijfel is komen vast te staan dat verdachte zich, al dan niet in vereniging, schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel. Verdachte wordt hierdoor vrijgesproken. Voor het tweede feit, gewoontewitwassen, wordt verdachte veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf.  Zes maanden hiervan zullen niet ten uitvoer worden gelegd, tenzij later anders wordt bepaald.Overigens werden andere verdachten wel veroordeeld voor mensenhandel en werden zij veroordeeld tot respectievelijk zes jaar en zes en een half jaar gevangenisstraf.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Nederland
    • Rechtbank Amsterdam
    • Strafrecht
    • Vrijspraak mensenhandel
    • gewoontewitwassen
    • Nederlands
  6. Hoge Raad Taal Nederlands Op 8 november 2016 heeft de Hoge Raad besloten dat het vonnis van het Gerechtshof in stand moet worden gehouden. Volgens artikel 407 Sv kan het hoger beroep slechts worden ingesteld in zijn geheel en het Openbaar M ...

    Op 8 november 2016 heeft de Hoge Raad besloten dat het vonnis van het Gerechtshof in stand moet worden gehouden. Volgens artikel 407 Sv kan het hoger beroep slechts worden ingesteld in zijn geheel en het Openbaar Ministerie heeft  volgens de Hoge Raad hier niet aan voldaan. De vrijspraak tegen mensenhandel blijft in stand.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Nederland
    • Hoge Raad
    • Strafrecht
    • Vrijspraak mensenhandel
    • cassatie
    • Nederlands
  7. Gerechtshof Amsterdam Taal Nederlands Op 13 juli 2016 oordeelde het Hof dat er geen sprake was van mensenhandel aangezien uit de feitelijke omstandigheden onvoldoende overwicht voortvloeide en aangeefster zich niet in een kwetsbare situatie ...

    Op 13 juli 2016 oordeelde het Hof dat er geen sprake was van mensenhandel aangezien uit de feitelijke omstandigheden onvoldoende overwicht voortvloeide en aangeefster zich niet in een kwetsbare situatie bevond. Aangeefster had onder andere zelf aangegeven in de prostitutie te willen gaan werken en als reactie daarop heeft verdachte haar geholpen. Ook in sms'jes wordt duidelijk dat het contact tussen aangeefster en verdachte op vriendelijke wijze plaats vond. Het feit dat twee collega's van aangeefster verklaarden dat aangeefster door verdachte werd gedwongen in de prostitutie te gaan, doet hiet niet aan af. Het enkele leeftijdsverschil tussen aangeefster en verdachte brengt niet zonder meer een overwicht met zich mee. Uit geen van de feiten blijkt dat aangeefster op een bepaalde manier emotioneel afhankelijk was van de verdachte. De verdachte wordt vrijgesproken van het ten laste gelegde nu er onvoldoende bewijsmiddelen zijn.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Nederland
    • Gerechtshof Amsterdam
    • Strafrecht
    • Vrijspraak mensenhandel
    • onvoldoende overwicht
    • geen kwetsbare situatie
    • Nederlands
  8. Gerechtshof Amsterdam Taal Nederlands Op 8 december 2016 heeft het Gerechtshof Amsterdam de verdachte vrijgesproken van het tenlastegelegde mensenhandel. Het Hof overwoog dat er geen bewijs naar voren is gekomen dat de verdachte zich schuld ...

    Op 8 december 2016 heeft het Gerechtshof Amsterdam de verdachte vrijgesproken van het tenlastegelegde mensenhandel. Het Hof overwoog dat er geen bewijs naar voren is gekomen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde handelingen met betrekking tot artikel 273f Sr.Uit de totstandkomingsgeschiedenis van artikel 273f Sr en de toepasselijke jurisprudentie volgt dat mensenhandel is gericht op uitbuiting. Het gebrek aan keuzevrijheid en afhankelijkheid komt nader tot uitdrukking in de verschillende bestanddelen van artikel 273f Sr, waarbij deze gedragingen alleen bestraft kunnen worden als zij zijn begaan onder omstandigheden waarbij (oogmerk van) uitbuiting kan worden verondersteld. Het enkele aanwenden van dwangmiddelen is niet voldoende om uitbuiting op te leveren, maar het (impliciet in te lezen) oogmerk van uitbuiting brengt met zich mee dat sprake moet zijn van een (voorgenomen) ernstige inbreuk op de lichamelijke en/of geestelijke integriteit en/of de persoonlijke vrijheid. Het Hof overwoog dat in dit geval sprake was van een uitbuitingssituatie wanneer de betrokkene in een situatie verkeert die niet gelijk is aan de omstandigheden waarin een mondige prostitue(e) pleegt te verkeren in Nederland. Hier was dit echter niet het geval.Wel kan worden bewezen dat verdachte het slachtoffer heeft bewogen hem te bevoordelen uit de opbrengst van seksuele handelingen door middel van misleiding. In diverse telefoongesprekken vraagt de verdachte aan slachtoffer om geld naar hem over te maken voor doeleinden (die achteraf verzonnen bleken te zijn). Hiermee heeft verdachte doelbewust een foute voorstelling van zaken gegeven.  Het hof heeft echter niet kunnen vaststellen dat van (het oogmerk van) uitbuiting sprake is geweest. Er blijkt geen sprake te zijn van een afhankelijkheidspositie van het slachtofffer aan de verdachte. Het bewijsmateriaal is onvoldoende om te kunnen spreken van een dermate ernstige inbreuk op de lichamelijke of geestelijke integriteit of persoonlijke vrijheid van het slachtoffer dat in dit geval (het oogmerk van) uitbuiting bewezen kan worden geacht.Verdachte wordt vrijgesproken.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Nederland
    • Gerechtshof Amsterdam
    • Strafrecht
    • Vrijspraak mensenhandel
    • geen oogmerk van uitbuiting
    • Nederlands
  9. Language Dutch 3 reads Court of Midden-Nederland De Rechtbank Midden-Nederland spreekt een verdachte van mensenhandel vrij. De Rechtbank acht niet bewezen dat de verdachte als medepleger aangemerkt kan worden en dat sprake is geweest van het gebruik van d ...

    De Rechtbank Midden-Nederland spreekt een verdachte van mensenhandel vrij. De Rechtbank acht niet bewezen dat de verdachte als medepleger aangemerkt kan worden en dat sprake is geweest van het gebruik van dwangmiddelen ten opzichte van het slachtoffer. 

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Rechtbank Midden-Nederland
    • Strafrecht
    • Seksuele uitbuiting
    • Gedwongen prostitutie
    • Vrijspraak mensenhandel
    • Nederlands
  10. Gerechtshof Den Haag Taal Nederlands Op 23 juni 2016 heeft het Gerechtshof Den Haag verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde mensenhandel. Hierbij overwoog het hof dat de verklaringen van aangeefster op essentiële onderdelen niet e ...

    Op 23 juni 2016 heeft het Gerechtshof Den Haag verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde mensenhandel. Hierbij overwoog het hof dat de verklaringen van aangeefster op essentiële onderdelen niet eensluitend zijn en in sommige gevallen zelfs innerlijk tegenstrijdig.De bankrekeningen van de verdachte en zijn medeverdachte zijn volgens het hof ontlastend van aard. In de ten laste gelegde periode hebben de verdachte en de medeverdachte volgens de gegevens van de bankrekeningen geen hoge inkomsten genoten. Er zijn geen aanwijzingen dat zij hebben een opmerkelijk spendeergedrag of luxe levensstijl hebben gehad.Ook uit tapgesprekken blijkt niet dat aangeefster gedwongen was tot afgifte van de door haar middels de prositutie verdiende gelden.Het hof is van oordeel dat de tenlastelegging niet wettig en overtuigend kan worden bewezen aangezien de verklaringen van de aangeefster onvoldoende steun in de overige bewijsmiddelen vinden. Het hof spreekt daarom verdachte vrij.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Nederland
    • Gerechtshof Den Haag
    • Strafrecht
    • Nederlands

Pagina's