Documentsoort

Trefwoord

Organisatie

  • Strafrecht

Pagina's

Resultaten 1 - 10 van totaal 712 resultaten
  1. Taal Nederlands 1 Rechtbank Midden-Nederland Rechtbank Midden-Nederland heeft een 20-jarige man veroordeeld voor mensenhandel. Het betreft het gedwongen in de prostitutie brengen van minderjarige slachtoffers. De rechtbank acht mensenhandel, ...

    Rechtbank Midden-Nederland heeft een 20-jarige man veroordeeld voor mensenhandel. Het betreft het gedwongen in de prostitutie brengen van minderjarige slachtoffers. De rechtbank acht mensenhandel, medeplegen van onttrekking van een minderjarige aan het wettig gezag, ontuchtige handelingen plegen bij een minderjarige en bezit van kinderpornografie bewezen, op basis van de volgende bewijsmiddelen: de consistente en gedetailleerde verklaringen van beide minderjarige slachtoffers, aantreffen kinderpornografisch materiaal bij een verdachte, seksadvertenties van de slachtoffers op internet en telefoonanalyse van de verdachten. De verdachte heeft 26 maanden gevangenisstraf gekregen, waarvan 10 maanden voorwaardelijk en met een proeftijd van 5 jaar.Een medeverdachte (20 jaar) is ook veroordeeld voor mensenhandel. Omdat de rechtbank het niet bewezen acht dat hij ontuchtige handelingen heeft gepleegd bij de minderjarigen en in het bezit was van kinderpornografie, heeft hij een gevangenisstraf opgelegd gekregen van 32 maanden, waarvan 10 voorwaardelijk en met een proeftijd van 5 jaar.Zie ook: http://www.mensenhandelweb.nl/document/veroordeling-mensenhandel-14-feb-2017-rechtbank-midden-nederland-0 

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Rechtbank Midden-Nederland
    • Minderjarigen
    • minderjarig slachtoffer
    • Seksuele uitbuiting
    • Bezit kinderporno
    • Nederlands
  2. Language Dutch 3 reads Court of Midden-Nederland De Rechtbank Midden-Nederland spreekt een verdachte van mensenhandel vrij. De Rechtbank acht niet bewezen dat de verdachte als medepleger aangemerkt kan worden en dat sprake is geweest van het gebruik van d ...

    De Rechtbank Midden-Nederland spreekt een verdachte van mensenhandel vrij. De Rechtbank acht niet bewezen dat de verdachte als medepleger aangemerkt kan worden en dat sprake is geweest van het gebruik van dwangmiddelen ten opzichte van het slachtoffer. 

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Rechtbank Midden-Nederland
    • Strafrecht
    • Vrijspraak mensenhandel
    • Gedwongen prostitutie
    • Seksuele uitbuiting
    • Nederlands
  3. Gerechtshof Den Haag Taal Nederlands Op 23 juni 2016 heeft het Gerechtshof Den Haag verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde mensenhandel. Hierbij overwoog het hof dat de verklaringen van aangeefster op essentiële onderdelen niet e ...

    Op 23 juni 2016 heeft het Gerechtshof Den Haag verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde mensenhandel. Hierbij overwoog het hof dat de verklaringen van aangeefster op essentiële onderdelen niet eensluitend zijn en in sommige gevallen zelfs innerlijk tegenstrijdig.De bankrekeningen van de verdachte en zijn medeverdachte zijn volgens het hof ontlastend van aard. In de ten laste gelegde periode hebben de verdachte en de medeverdachte volgens de gegevens van de bankrekeningen geen hoge inkomsten genoten. Er zijn geen aanwijzingen dat zij hebben een opmerkelijk spendeergedrag of luxe levensstijl hebben gehad.Ook uit tapgesprekken blijkt niet dat aangeefster gedwongen was tot afgifte van de door haar middels de prositutie verdiende gelden.Het hof is van oordeel dat de tenlastelegging niet wettig en overtuigend kan worden bewezen aangezien de verklaringen van de aangeefster onvoldoende steun in de overige bewijsmiddelen vinden. Het hof spreekt daarom verdachte vrij.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Nederland
    • Gerechtshof Den Haag
    • Strafrecht
    • Nederlands
  4. Rechtbank Overijssel Taal Nederlands Op 15 december 2016 heeft de Rechtbank Overijssel verdachte schuldig bevonden aan mensenhandel. Verdachte heeft gedurende de periode van 2010-2015 in Nederland en/of in Hongarije vijf Hongaarse vrouwen u ...

    Op 15 december 2016 heeft de Rechtbank Overijssel verdachte schuldig bevonden aan mensenhandel. Verdachte heeft gedurende de periode van 2010-2015 in Nederland en/of in Hongarije vijf Hongaarse vrouwen uitgebuit en voordeel getrokken uit de werkzaamheden van de slachtoffers in de prostitutie.De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van negen jaar. Daarnaast moet hij aan twee van de vrouwen schadevergoedingen betalen van in totaal 459.000 euro.De bijlage met bewijsmiddelen is ook toegevoegd aan het vonnis.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Nederland
    • Rechtbank Overijssel
    • Strafrecht
    • Veroordeling mensenhandel
    • Nederlands
  5. Hoge Raad Taal Nederlands Op 20 december 2016 heeft de Hoge Raad overwogen dat het verzoek tot het stellen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitite niet voor inwilliging vatbaar is.  De eerder veroordeelde verdachte had aangevochte ...

    Op 20 december 2016 heeft de Hoge Raad overwogen dat het verzoek tot het stellen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitite niet voor inwilliging vatbaar is. De eerder veroordeelde verdachte had aangevochten dat het aanwerven van een persoon uit een ander land om in de prostitutie te gaan niet direct mensenhandel met zich meebrengt, aangezien dit een beperking op de keuzevrijheid oplevert. Een dergelijke zienswijze zou een ongeoorloofde inbreuk opleveren van het discriminatieverbod alsmede het vrije verkeer van werknemers en personen binnen de EU, zo werd beargumenteerd.De Hoge Raad is echter van oordeel dat dit betoog niet op gaat. In het onderhavige geval houdt de bewezensverklaring namelijk niet alleen in dat de verdachte het slachtoffer heeft aangeworven in een ander land om zich beschikbaar te stellen voor het verrichten van prostitutiewerkzaamheden, maar ook dat hij haar onder meer door dreiging met geweld heeft geworden met het oogmerk van seksuele uitbuiting aen het opzettelijk voordeel trekken uit de seksuele uitbuiting. Hierdoor kan niet worden gesteld dat de veroordeling uitsluitend berust op het feit dat de verdachte een persoon uit het buitenland heeft aangeworven en/of meegenomen.Het middel van verdachte faalt. 

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Nederland
    • Hoge Raad
    • Strafrecht
    • Prejudiciële vragen
    • Veroordeling mensenhandel
    • Nederlands
  6. Hoge Raad Taal Nederlands Op 20 december 2016 heeft de Hoge Raad de bestreden uitspraak terug naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch verwezen, zodat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw kan worden berecht en afgedaan. De Hoge R ...

    Op 20 december 2016 heeft de Hoge Raad de bestreden uitspraak terug naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch verwezen, zodat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw kan worden berecht en afgedaan.De Hoge Raad is van oordeel dat uit de bewijsvoering van het Hof niet volgt dat bij de bewezensverklaarde gedragingen sprake was van uitbuiting. Om te voldoen aan artikel 273f eerste lid aanhef en onder 3 Sr moet echter uitbuiting worden bewezen, omdat dit gezien kan worden als een impliciet bestanddeel van dit artikel. Nu het Hof deze bewijsvoering achterwege heeft gelaten, kan de bestreden uitspraak niet in stand blijven en wordt het verzoek van de verdachte gegrond verklaard. 

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Nederland
    • Hoge Raad
    • Strafrecht
    • Uitbuiting
    • Mensenhandel
    • Nederlands
  7. Rechtbank Zeeland-West-Brabant Taal Nederlands Op 19 december 2016 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant wettig en overtuigend bewezen geacht dat verdachte tezamen en in vereniniging met een ander of anderen een minderjarig slachtoffer he ...

    Op 19 december 2016 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant wettig en overtuigend bewezen geacht dat verdachte tezamen en in vereniniging met een ander of anderen een minderjarig slachtoffer heeft uitgebuit en daarmee zich schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel.De rechtbank heeft geconstateerd dat de minderjarige aangeefster op sommige punten in de verklaringen wisselend heeft verklaard. Dit verschil was te zien bij het intakegesprek en bij het doen van aangifte. De rechtbank is van oordeel dat dit verschil in karakter van de verklaringen komt door de omstandigheden waarin de aangeefster heeft verklaard. Bij het intakegesprek was het laat op de avond en was zij net door de politie op straat gevonden.Op basis van de verklaringen van aangeefster en verdachte is de rechtbank van oordeel dat verdachte op de hoogte was van de seksuele uitbuiting van aangeester. Zij hebben kort nadat aangeefster is gearriveerd het over seksuele uitbuiting gehad en medeverdachte heeft tegen haar verteld dat zij als prostituee moest gaan werken.De rechtbank is van oordeel dat sprake was van medeplegen van verdachte met de medeverdachten ten aanzien van het tenlastegelegde mensenhandel, want er was geplande samenwerking.Verdachte wordt veroordeelt tot een gevangenisstraf van 365 dagen, maar 321 dagen hiervan zullen niet ten uitvoer worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. Daarbij ontvangt verdachte een taakstraf van 240 uren.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Nederland
    • Rechtbank Zeeland-West-Brabant
    • Strafrecht
    • Mensenhandel
    • minderjarig slachtoffer
    • Medeplegen
    • Nederlands
  8. Rechtbank Noord-Nederland Taal Nederlands Op 19 december 2016 heeft de Rechtbank Noord-Nederland verdachte vrijgesproken van mensenhandel. Verdachte heeft verklaard dat hij niet wist dat slachtoffer escortwerkzaamheden verrichte en dat hij ...

    Op 19 december 2016 heeft de Rechtbank Noord-Nederland verdachte vrijgesproken van mensenhandel.Verdachte heeft verklaard dat hij niet wist dat slachtoffer escortwerkzaamheden verrichte en dat hij niet wist dat hij haar naar escortafspraken bracht. De rechtbank stelt op basis van de verklaringen van slachtoffer en een getuige vast dat de verdachte wel degelijk wist dat hij het slachtoffer naar escortafspraken bracht. Wel is de rechtbank van oordeel dat onvoldoende is gebleken of verdachte hiervoor betaald kreeg en er dus enig (economisch) voordeel uit haalde.  De rechtbank is van oordeel dat bij de beantwoording van de vraag of sprake is van uitbuiting, ook als het gaat om gedwongen prostitutie, enige betekenis toekomt aan het (economisch) voordeel dat door de verdachte wordt behaald of beoogd. De rechtbank ziet het profiteren van de werkzaamheden van een ander als één van de wezenlijke elementen van uitbuiting. Hierbij stelt de rechtbank dat vereist is dat verdachte het besef had dat er uitbuiting was en dat hij dit had gewild. Uit de verklaringen blijkt niet dat toen de verdachte het slachtoffer van Schiphol haalde hij wist van de mogelijke uitbuitingssituatie en ook niet toen hij haar huisvestte en vervoerde naar escortafspraken. Daarbij kan niet worden bevestigd dat verdachte geld heeft ontvangen.Met deze overweging spreekt de rechtbank de verdachte vrij van het tenlastegelegde mensenhandel nu er niet is voldaan aan het oogmerk op uitbuiting.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Nederland
    • Rechtbank Noord-Nederland
    • Strafrecht
    • Vrijspraak mensenhandel
    • medeplichtigheid
    • Nederlands
  9. Rechtbank Noord-Nederland Taal Nederlands Op 15 december 2016 heeft de Rechtbank Noord-Nederland verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde mensenhandel. De rechtbank stelt valt dat de verdediging niet in de gelegenheid is gesteld de ...

    Op 15 december 2016 heeft de Rechtbank Noord-Nederland verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde mensenhandel.De rechtbank stelt valt dat de verdediging niet in de gelegenheid is gesteld de belastende getuige (het slachtoffer) te ondervragen en dat hiervoor geen compensatie mogelijk is. Ten aanzien van de rechtvaardiging van de inbreuk op het ondervragingsrecht overweegt de rechtbank dat de betwiste onderdelen van de verklaringen van het slachtoffer door de verdachte  in voldoende mate ondersteund worden door de verklaringen van de partner van het slachtoffer. De verdediging heeft namelijk de verklaringen van de partner van het slachtoffer kunnen toetsen middels meerdere verhoren bij de rechter-commissaris volgens de rechtbank.Toch heeft de rechtbank niet de overtuiging gekregen dat slachtoffer en haar partner slachtoffer beschreven wijze door verdachte is gedwongen tot het verrichten van prostitutiewerkzaamheden en het afstaan van haar verdiensten. Dit komt onder andere doordat het slachtoffer telkens ontkend had dat zij al in de prostitutie had gewerkt en bleef werken, maar dit achteraf onjuist bleek. De verdachte wordt door de rechtbank vrijgesproken nu het ten laste gelegde niet bewezen is verklaard. 

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Nederland
    • Rechtbank Noord-Nederland
    • Strafrecht
    • Vrijspraak mensenhandel
    • ontbreken van overtuigend wettelijk bewijs
    • Nederlands
  10. Gerechtshof Amsterdam Taal Nederlands Op 8 december 2016 heeft het Gerechtshof Amsterdam de verdachte vrijgesproken van het tenlastegelegde mensenhandel. Het Hof overwoog dat er geen bewijs naar voren is gekomen dat de verdachte zich schuld ...

    Op 8 december 2016 heeft het Gerechtshof Amsterdam de verdachte vrijgesproken van het tenlastegelegde mensenhandel. Het Hof overwoog dat er geen bewijs naar voren is gekomen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde handelingen met betrekking tot artikel 273f Sr.Uit de totstandkomingsgeschiedenis van artikel 273f Sr en de toepasselijke jurisprudentie volgt dat mensenhandel is gericht op uitbuiting. Het gebrek aan keuzevrijheid en afhankelijkheid komt nader tot uitdrukking in de verschillende bestanddelen van artikel 273f Sr, waarbij deze gedragingen alleen bestraft kunnen worden als zij zijn begaan onder omstandigheden waarbij (oogmerk van) uitbuiting kan worden verondersteld. Het enkele aanwenden van dwangmiddelen is niet voldoende om uitbuiting op te leveren, maar het (impliciet in te lezen) oogmerk van uitbuiting brengt met zich mee dat sprake moet zijn van een (voorgenomen) ernstige inbreuk op de lichamelijke en/of geestelijke integriteit en/of de persoonlijke vrijheid. Het Hof overwoog dat in dit geval sprake was van een uitbuitingssituatie wanneer de betrokkene in een situatie verkeert die niet gelijk is aan de omstandigheden waarin een mondige prostitue(e) pleegt te verkeren in Nederland. Hier was dit echter niet het geval.Wel kan worden bewezen dat verdachte het slachtoffer heeft bewogen hem te bevoordelen uit de opbrengst van seksuele handelingen door middel van misleiding. In diverse telefoongesprekken vraagt de verdachte aan slachtoffer om geld naar hem over te maken voor doeleinden (die achteraf verzonnen bleken te zijn). Hiermee heeft verdachte doelbewust een foute voorstelling van zaken gegeven.  Het hof heeft echter niet kunnen vaststellen dat van (het oogmerk van) uitbuiting sprake is geweest. Er blijkt geen sprake te zijn van een afhankelijkheidspositie van het slachtofffer aan de verdachte. Het bewijsmateriaal is onvoldoende om te kunnen spreken van een dermate ernstige inbreuk op de lichamelijke of geestelijke integriteit of persoonlijke vrijheid van het slachtoffer dat in dit geval (het oogmerk van) uitbuiting bewezen kan worden geacht.Verdachte wordt vrijgesproken.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Nederland
    • Gerechtshof Amsterdam
    • Strafrecht
    • Vrijspraak mensenhandel
    • geen oogmerk van uitbuiting
    • Nederlands

Pagina's