Trefwoord

  • B8/3

Door MHW geduid als zeer belangrijk

Pagina's

Resultaten 1 - 10 van totaal 35 resultaten
  1. Taal Nederlands Verblijfsregeling Mensenhandel geldend vanaf 29 maart 2016 Vreemdelingencirculaire 2000 (B) Geldend van 1-4-2016 tot heden 3. Slachtoffers en getuige-aangevers van mensenhandel 3.1. Beleidsregels Voor zover indicaties van me ...

    Verblijfsregeling Mensenhandel geldend vanaf 29 maart 2016

    Wetgeving

    • Wetgeving Nederland
    • B8/3
    • Rechtmatig verblijf
    • Aangifte
    • B8/3
    • Nederlands
  2. Language Dutch 84 reads FairWork Rapport 'Slachtoffers achter de tralies. Signalering van slachtoffers van mensenhandel in vreemdelingendetentie en knelpunten bij aangifte en verlening van de B9-status' van FairWork. In dit rapport onderzoekt Fa ...

    Rapport 'Slachtoffers achter de tralies. Signalering van slachtoffers van mensenhandel in vreemdelingendetentie en knelpunten bij aangifte en verlening van de B9-status' van FairWork. In dit rapport onderzoekt FairWork de signalering van slachtoffers van mensenhandel in vreemdelingendetentie en bespreekt de knelpunten bij aangifte en verlening van de B9-status. 

    Publicaties

    • Rapporten
    • FairWork
    • B8/3
    • Vreemdelingendetentie/vreemdelingenbewaring
    • Aangifte
    • B8/3
  3. Language Dutch 69 reads Court of Overijssel Tussen partijen is niet in geschil dat van toepassing is het beleid zoals neergelegd in hoofdstuk B14/5.3 van de Vc 2000. Uit dit beleid volgt dat de asielzoeker die stelt slachtoffer van mensenhandel te zijn, m ...

    Tussen partijen is niet in geschil dat van toepassing is het beleid zoals neergelegd in hoofdstuk B14/5.3 van de Vc 2000. Uit dit beleid volgt dat de asielzoeker die stelt slachtoffer van mensenhandel te zijn, maar ter zake (nog) geen aangifte heeft gedaan, noch op andere wijze medewerking heeft verleend aan het strafrechtelijk opsporings- of vervolgingsonderzoek, niet in aanmerking komt voor ambtshalve verlening van een verblijfsvergunning onder de beperking verband houdend met de vervolging van mensenhandel. 2.12.2Eiser heeft verklaard geen aangifte te hebben gedaan. De rechtbank is van oordeel dat het ‘zich beschikbaar houden’ in de zin die eiser heeft aangegeven, niet kan worden aangemerkt als het op andere wijze medewerking verlenenaan het strafrechtelijke onderzoek als bedoeld in hoofdstuk B14/5.3 van de Vc 2000. Verweerder heeft eiser de bedoelde verblijfsvergunning dan ook kunnen onthouden.De rechtbank wijst er overigens op dat uit het beleid eveneens volgt dat ook na afloop van de asielprocedure aangifte kan worden gedaan en dat in dat geval verlening plaatsvindt op de wijze zoals beschreven in hoofdstuk B9 van de Vc 2000.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Rechtbank Overijssel
    • B8/3
    • Asielprocedure
    • Aangifte
    • Nederlands
  4. Taal Nederlands 5 Rechtbank Gelderland Volgens paragraaf B9/3.1 van de Vc 2000 kunnen, ook ten aanzien van vreemdelingen op wie een maatregel conform artikel 59 Vw van toepassing is, er aanwijzingen zijn dat zij slachtoffer van mensenhandel ...

    Volgens paragraaf B9/3.1 van de Vc 2000 kunnen, ook ten aanzien van vreemdelingen op wie een maatregel conform artikel 59 Vw van toepassing is, er aanwijzingen zijn dat zij slachtoffer van mensenhandel zijn. Indien er tijdens vreemdelingenbewaring aanwijzingen zijn dat de vreemdeling slachtoffer is van mensenhandel, dient de politie de vreemdeling te wijzen op de mogelijkheid van het doen van aangifte of het op andere wijze verlenen van medewerking aan een strafrechtelijk opsporing- of vervolgingsonderzoek ter zake mensenhandel. Ook dan heeft het vermoedelijke slachtoffer van mensenhandel recht op de bedenktijdfase.Het verlenen van de bedenktijd heeft tot gevolg dat de grondslag aan de bewaring komt te ontvallen en de bewaring derhalve dient te worden opgeheven. In die gevallen zal de bedenktijdfase echter alleen verleend worden indien het OM en de politie hiermee akkoord gaan. De rechtbank merkt hierbij wel op dat door acceptatie van de bedenktijd of door het doen van aangifte de grondslag van een inbewaringstelling ontvalt, aangezien er dan geen sprake meer is van illegaal verblijf en van zicht op uitzetting omdat de uitzetting immers tijdelijk wordt opgeschort.De omstandigheid dat de verplichting om een vreemdeling op de B9-procedure te wijzen op de politie rust, ontslaat de minister niet van de verplichting om dit proces te bewaken. Nu de minister ter zitting heeft verklaard dat de stukken van de onderhavige procedure naar de politie zijn doorgestuurd, ziet de rechtbank vooralsnog geen aanleiding om te oordelen dat minister onvoldoende voortvarend heeft gehandeld. Beroep ongegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Rechtbank Gelderland
    • B8/3
    • Vreemdelingendetentie/vreemdelingenbewaring
    • B8/3
    • Nederlands
  5. Language Dutch 67 reads Court of Rotterdam Het B9-beleid verlangt van verweerder een actieve houding. Het is in eerste instantie aan verweerder om te beoordelen of de B9-regeling wordt aangeboden. Het is bovendien aan verweerder om, in het kader van zorgv ...

    Het B9-beleid verlangt van verweerder een actieve houding. Het is in eerste instantie aan verweerder om te beoordelen of de B9-regeling wordt aangeboden. Het is bovendien aan verweerder om, in het kader van zorgvuldigheid van het onderzoek ter zake, de verslaglegging van gevoerde gesprekken te (doen) verzorgen en in voorkomende gevallen deze in het dossier te voegen. Daar was in deze zaak ook aanleiding toe. nu in elk geval is aangegeven in de schriftelijke beroepsgronden dat het handelen van verweerder ten aanzien van de B9-procedure niet blijkt uit het dossier. Beroep gegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Rechtbank Rotterdam
    • B8/3
    • B8/3
    • Nederlands
  6. Taal Nederlands 6 Rechtbank Limburg De minister heeft geweigerd de vreemdeling ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen onder de beperking ‘de vervolging van mensenhandel’. Voor de vreemdeling is er belang b ...

    De minister heeft geweigerd de vreemdeling ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen onder de beperking ‘de vervolging van mensenhandel’. Voor de vreemdeling is er belang bij de voorlopige voorziening voor het verkrijgen van opvang. Pas als er sprake is van een aanvraag/aangifte zou de vreemdeling opvang kunnen krijgen bij het COA.De voorzieningenrechter heeft het belang van de vreemdeling afgewogen tegen het belang van de minister om nog te reageren op de overlegde informatie. Gezien de vorst die voorspeld is besluit de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening toe te wijzen. De voorzieningenrechter heeft bij het treffen van deze voorziening allereerst in aanmerking genomen dat het standpunt van de minister dat er geen belang is naar zijn oordeel voorlopig onjuist is.De minister gaat er immers van uit dat er geen aangifte is en derhalve ook geen aanvraag. Om die reden is ambtshalve geweigerd de vreemdeling een vergunning te verlenen op grond van het zogenaamde B9-beleid. Verder is de voorzieningenrechter voorlopig van oordeel, dat gezien het gerechtshof in de beklagprocedure voor het seponeren van de aangifte geen vraagtekens heeft gezet bij de aangifte, dat de minister er ook van uit dient te gaan dat er een aangifte is geweest. Vovo toegewezen.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Rechtbank Limburg
    • B8/3
    • Aangifte
    • B8/3
    • Nederlands
  7. Language Dutch 56 reads Court of Noord-Holland Tussen partijen is in geschil of verweerder de verblijfsvergunning heeft kunnen intrekken met terugwerkende kracht tot 31 augustus 2010. Verweerder stelt zich op het standpunt dat nu uit informatie van de off ...

    Tussen partijen is in geschil of verweerder de verblijfsvergunning heeft kunnen intrekken met terugwerkende kracht tot 31 augustus 2010. Verweerder stelt zich op het standpunt dat nu uit informatie van de officier van justitie blijkt dat de door eiseres gedane aangifte feiten bevat die onder meer als leugenachtig kunnen worden aangemerkt, sprake is van informatie die, indien zij eerder bekend was geweest, niet zou hebben geleid tot verlening van een verblijfsvergunning regulier, onder de beperking “B9”.Eiseres heeft in beroep betoogd dat thans nog niet vaststaat dat eiseres een valse aangifte heeft gedaan, nu haar strafzaak nog niet is afgerond en op haar verzoek nog getuigen zullen worden gehoord. Verweerder had dan ook niet, aldus eiseres, zonder eiseres te horen, mogen afgaan op de beoordeling door de officier van justitie. De rechtbank is van oordeel dat deze beroepsgrond slaagt.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Rechtbank Noord-Holland
    • B8/3
    • Aangifte
    • Valse aangifte
    • Misbruik B8/3 (B9)
    • Nederlands
  8. Taal Nederlands 7 Rechtbank Noord-Holland Verzoekster heeft op 19 juli 2008 aangifte gedaan van mensenhandel. Deze aangifte wordt conform het beleid, zoals onder meer vastgelegd in paragraaf B9/4.1 van de Vc 2000, aangemerkt als een aanvraag ...

    Verzoekster heeft op 19 juli 2008 aangifte gedaan van mensenhandel. Deze aangifte wordt conform het beleid, zoals onder meer vastgelegd in paragraaf B9/4.1 van de Vc 2000, aangemerkt als een aanvraag voor een vbt-r. Ingevolge artikel 8 lid 1 onder f Vw 2000 juncto artikel 3.1 lid 1 Vb 2000 is verzoekster in afwachting van de beslissing op de aanvraag rechtmatig verblijf en kan zij niet worden uitgezet. Gelet hierop heeft verzoekster thans geen spoedeisend belang bij het treffen van de gevraagde voorziening. Vovo afgewezen.Ten aanzien van het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel oordeelt de rechter dat gesteld noch gebleken is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de vrijheidsontnemende maatregel in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is. De rechtbank merkt daarbij op dat verveerder heeft aangegeven zich in te spannen om er voor te zorgen dat verzoekster op zeer korte termijn zal worden geplaatst in de beschermde opvang voor aangevers van mensenhandel. Zodra plaatsing gerealiseerd is, zal verweerder de maatregel opheffen. Beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel ongegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Rechtbank Noord-Holland
    • B8/3
    • Vrijheidsontneming
    • Nederlands
  9. 9 Rechtbank Den Haag Taal Nederlands 'Evenmin volgt de voorzieningenrechter verzoeker in zijn stelling dat hij op grond van zijn aangifte van mensenhandel rechtmatig verblijf heeft verkregen. Immers, gedurende zijn ongewenstverklaring k ...

    'Evenmin volgt de voorzieningenrechter verzoeker in zijn stelling dat hij op grond van zijn aangifte van mensenhandel rechtmatig verblijf heeft verkregen. Immers, gedurende zijn ongewenstverklaring kon verzoeker geen rechtmatig verblijf hebben op grond van artikel 67, derde lid, Vw. Op grond van artikel 66a, zevende lid, Vw staat een inreisverbod niet in de weg aan het rechtmatig verblijf op grond van een (eerste) aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel. Deze bepaling heeft echter geen betrekking op een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier op grond van een aangifte van mensenhandel.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Nederland
    • Rechtbank Den Haag
    • B8/3
    • Verblijfsvergunning
    • Mensenhandel
    • Ongewenstverklaring
    • Rechtmatig verblijf
    • Nederlands
  10. Taal Nederlands 8 Eiseres wordt verdacht van het doen van valse aangifte, daarom heeft verweerder haar B9-verblijfsvergunning met terugwerkende kracht ingetrokken. De rechtbank vernietigt het besluit omdat verweerder er niet in is geslaagd o ...

    Eiseres wordt verdacht van het doen van valse aangifte, daarom heeft verweerder haar B9-verblijfsvergunning met terugwerkende kracht ingetrokken. De rechtbank vernietigt het besluit omdat verweerder er niet in is geslaagd om aannemelijk te maken dat eiseres onjuiste gegevens heeft verstrekt. Verweerder kan niet volstaan met verwijzen naar dagvaarding van officier van Justitie nu er nog geen uitspraak is gedaan in de strafzaak.Verder overweegt de rechtbank:'Tenslotte wijst verweerder op de verklaring van eiseres, dat [naam 5] haar heeft voorgesteld aan zijn ouders en zij bij de ouders van [naam 5] heeft gelogeerd. Verweerder acht het niet logisch dat [naam 5] dat zou hebben gedaan en eiseres af en toe mee zou nemen naar zijn ouders, indien het zijn doel was eiseres seksueel uit te buiten. Naar het oordeel van de rechtbank betreft het ook hier een waardeoordeel van verweerder, terwijl niet valt uit te sluiten dat [naam 5] dit inderdaad heeft gedaan en eiseres eerst daarna heeft gedwongen zich te prostitueren, zoals eiseres zelf ook heeft verklaard. De rechtbank merkt hierbij nog op dat de verklaringen van eiseres op dit punt passen in het algemeen bekende beeld van de praktijken van een zogenoemde loverboy, waarbij de loverboy eerst het vertrouwen van het slachtoffer wint en daarna het slachtoffer dwingt tot prostitutie.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • B8/3
    • Artikel 8 EVRM
    • Artikel 8 EVRM
    • Valse aangifte
    • Misbruik B8/3 (B9)
    • Nederlands

Pagina's