Trefwoord

  • B8/3

Door MHW geduid als zeer belangrijk

Pagina's

Resultaten 1 - 10 van totaal 35 resultaten
  1. Language Dutch 57 reads Appellante heeft op 6 juni 2002 een verlenging aangevraagd voor haar vtv onder de beperking mensenhandel. Zij betoogt dat de rechtbank ten onrechte overwogen heeft dat zij niet voor gevraagde verlenging in aanmerking komt. Volgens ...

    Appellante heeft op 6 juni 2002 een verlenging aangevraagd voor haar vtv onder de beperking mensenhandel. Zij betoogt dat de rechtbank ten onrechte overwogen heeft dat zij niet voor gevraagde verlenging in aanmerking komt. Volgens het gevoerde beleid komt de grond onder zo’n vtv te ontvallen, indien de uitspraak in de strafzaak onherroepelijk is geworden. Hierbij is het niet van belang dat betrokkenen ten tijde van een eventuele aanvraag om verlenging daarvan op de hoogte is. Verder betoogt appellante dat de minister haar had moeten informeren over het onherroepelijk worden van de uitspraak.Volgens B9/4.5 Vc 2000 doet het OM melding van het onherroepelijk worden van de uitspraak aan de contactpersoon van de IND en het slachtoffer van de mensenhandel. Overigens bestaan evenmin aanknopingspunten om appellante te volgen, waar zij stelt dat op de minister ter zake een informatieplicht rust. Dat het OM de op hem rustende meldingsplicht mogelijk niet is nagekomen, heeft de rechtbank onder die omstandigheden terecht niet geleid tot gegrondverklaring van het beroep. Hoger beroep ongegrond. (JV 2005/465)

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • B8/3
    • Informatieplicht
    • Nederlands
  2. Language Dutch 68 reads States Council (Dutch) De rechtbank heeft niet onderkend dat voor de betekenis van artikel 3.88 Vb 2000 de tekst van die bepaling als uitgangspunt dient te worden genomen. Aangezien in het artikel in duidelijke bewoordingen is neer ...

    De rechtbank heeft niet onderkend dat voor de betekenis van artikel 3.88 Vb 2000 de tekst van die bepaling als uitgangspunt dient te worden genomen. Aangezien in het artikel in duidelijke bewoordingen is neergelegd dat de vreemdeling tegen de beslissing tot niet vervolging of niet verdere vervolging van de verdachte van mensenhandel schriftelijk beklag moet hebben gedaan bij het gerechtshof en uit de bepaling ook duidelijk volgt dat daarbij wordt gedoeld op de vreemdeling die een aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning heeft ingediend, is de tekst bepalend voor de uitleg van het artikel. De rechter komt dan niet toe aan een van die tekst afwijkende, door hem redelijk bevonden uitleg, als door de rechtbank in de bestreden overweging neergelegd. Nu voorts niet in geschil is dat de vreemdeling geen schriftelijk beklag tegen de niet vervolging van de verdachte van mensenhandel bij het gerechtshof heeft ingediend en artikel 3.88 Vb 2000 verder geen ruimte biedt voor afwijking in bijzondere gevallen, heeft de rechtbank ten onrechte grond gevonden voor het oordeel dat het bij haar bestreden besluit met betrekking tot de toepassing van artikel 3.88 Vb 2000 niet deugdelijk is gemotiveerd. (JV 2007/44)

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • B8/3
    • Verlenging verblijfsvergunning
    • Beklagprocedure
    • Nederlands
  3. Language Dutch 81 reads States Council (Dutch) Het verzoek van appellante tot verlening van Rvb-verstrekkingen over de maand december 2005 is door het COA op 10 maart 2006 afgewezen. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard (AWB 06/16997). In hog ...

    Het verzoek van appellante tot verlening van Rvb-verstrekkingen over de maand december 2005 is door het COA op 10 maart 2006 afgewezen. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard (AWB 06/16997).In hoger beroep klaagt appellante dat het COA de datum beëindiging van de haar toegekende Rvb-verstrekkingen, zijnde 8 december 2005, heeft kunnen baseren op informatie van de IND. Uit deze informatie bleek dat appellante korte tijd (van 8-15 december 2005) rechtmatig verblijf in NL heeft gehad op grond van een vbt-regulier B9 (mensenhandel). Het besluit hiertoe is door de IND op 16 januari 2006, na de periode waarop de aanvraag Rvb betrekking heeft, genomen. De afdeling oordeelt dat het COA terecht rekening heeft gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden op het moment van de besluitvorming. Het hoger beroep is ongegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • B8/3
    • Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA)
    • Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen (Rvb)
    • Nederlands
  4. Language Dutch 59 reads States Council (Dutch) Betreft hoger beroep staatssecretaris tegen de uitspraak van rechtbank Zwolle van 24 april 2007 (Awb 05/51918). De aanvraag van de vreemdeling om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning w ...

    Betreft hoger beroep staatssecretaris tegen de uitspraak van rechtbank Zwolle van 24 april 2007 (Awb 05/51918). De aanvraag van de vreemdeling om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning wegens mensenhandel is afgewezen. Volgens de grief van de staatssecretaris is de berechting in feitelijke aanleg, waarnaar het beleid inzake slachtoffer- en getuige aangevers van mensenhandel wordt verwezen, beëindigd.Volgens paragraaf B9/4.6 van de Vc kan de geldigheid van de verblijfsvergunning worden verlengd zolang er sprake is van een strafrechtelijk opsporings- en vervolgingsonderzoek naar of berechting feitelijke aanleg van de verdachte van het strafbare feit ter zake waarvan aangifte is gedaan. Nu het Gerechtshof uitspraak heeft gedaan in de strafzaak terzake mensenhandel en dit arrest onherroepelijk is geworden is hiermee de berechting in feitelijke aanleg van de verdachte van het strafbare feit ter zake waarvan door de vreemdeling aangifte is gedaan, beëindigd.De omstandigheid dat uit het uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister volgt dat de opgelegde maatregel tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel nog niet onherroepelijk is, doet aan het voorgaande niet af. De grief slaagt. Het hoger beroep is kennelijk gegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • B8/3
    • Afwijzing verlenging
    • Nederlands
  5. Language Dutch 73 reads States Council (Dutch) Betreft hoger beroep tegen de uitspraak van rechtbank Amsterdam van 17 december 2007 (07/21311). De SvJ klaagt in de eerste grief dat de Rb ten onrechte heeft geoordeeld dat het beroep van de vreemdeling op h ...

    Betreft hoger beroep tegen de uitspraak van rechtbank Amsterdam van 17 december 2007 (07/21311). De SvJ klaagt in de eerste grief dat de Rb ten onrechte heeft geoordeeld dat het beroep van de vreemdeling op het vertrouwensbeginsel slaagt, nu de vreemdeling uit het handelen van de SvJ heeft mogen concluderen dat aan haar rechtmatig verblijf was toegestaan.Honorering van het door de vreemdeling gedane beroep op het vertrouwensbeginsel zou betekenen dat haar een verblijfsvergunning als bedoeld in art. 3.48 Vb (vervolging wegens mensenhandel) zou moeten worden verleend voor een periode waarin, ook met inachtneming van art. 3.88 Vb, niet langer is voldaan aan de beperking van de vergunning.Het vertrouwensbeginsel strekt niet zo ver, dat het de SvJ verplicht om in strijd met een algemeen verbindend wettelijk voorschrift te besluiten. De Rb heeft dit niet onderkend. De eerste grief slaagt. De tweede grief faalt. Grief 3 en 4 missen zelfstandige betekenis. Hoger beroep gegrond. (JV 2008/334)

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • B8/3
    • Beklagprocedure
    • Nederlands
  6. Language Dutch 776 reads States Council (Dutch) Hoger beroep van de SvJ tegen de uitspraak van Rb Haarlem van 28 mei 2009 (08/28632) waarbij het beroep van de vreemdelinge tegen haar ongewenstverklaring gegrond is verklaard. De SvJ klaagt dat de Rb ten on ...

    Hoger beroep van de SvJ tegen de uitspraak van Rb Haarlem van 28 mei 2009 (08/28632) waarbij het beroep van de vreemdelinge tegen haar ongewenstverklaring gegrond is verklaard. De SvJ klaagt dat de Rb ten onrechte heeft overwogen dat de medische situatie van de vreemdelinge niet op zorgvuldige wijze bij de belangenafweging is betrokken.De SvJ betoogt dat BMA geen inhoudelijk medisch advies heeft kunnen uitbrengen omdat de vreemdelinge niet onder behandeling stond. Er was zodoende onvoldoende informatie beschikbaar om tot een inhoudelijk advies te komen. Hoger beroep gegrond. De Afdeling beoordeelt vervolgens de beroepsgronden.Door de vreemdelinge is betoogd dat zij vanwege haar psychische toestand niet in staat is aangifte van mensenhandel tedoen. De omstandigheid dat zij is aangehouden in een prostitutiebedrijf en daarbij in het bezit was van een vervalst paspoort is echter voldoende om te concluderen dat sprake is geweest van mensenhandel. De Afdeling oordeelt dat dit echter niet in een procedure omtrent ongewenstverklaring aan de orde kan komen. Beroep ongegrond. Hoger beroep SvJ gegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • B8/3
    • Belangenafweging
    • BMA-advies
    • Medische omstandigheden
    • Ongewenstverklaring
    • Nederlands
  7. Language Dutch 48 reads Op 11 november 2011, heeft u in een brief aan de Tweede Kamer „Maatregelen bestrijding misbruik verblijfsregeling slachtoffers mensenhandel‟ bekend gemaakt.1  In uw brief citeert u uit het regeerakkoord: Mensenhandel wordt steviger ...

    Op 11 november 2011, heeft u in een brief aan de Tweede Kamer „Maatregelen bestrijding misbruik verblijfsregeling slachtoffers mensenhandel‟ bekend gemaakt.1 In uw brief citeert u uit het regeerakkoord: Mensenhandel wordt steviger aangepakt. Misbruik van de verblijfsregeling voor slachtoffers van mensenhandel wordt tegengegaan. Dit voornemen wordt in het regeerakkoord geuit als onderdeel van het aanpakken van het onrechtmatig verblijf van vreemdelingen in Nederland.2 De aanpak van mensenhandel en misbruik van de verblijfsre-geling voor slachtoffers wordt genoemd als onderdeel van een aanpak die gericht is op het zo snel mogelijk het land uit zetten van overlast gevende en criminele (illegaal) in Nederland ver-blijvende personen. Slachtoffers van mensenhandel worden in dit kader enkel genoemd in sa-menhang met misbruik van de verblijfsregeling. Dit kan niet de bedoeling zijn. Brief van verschillende organisaties waaronder FierFryslan, HumanTrafficking.info, FairWork, Comensha e.a.

    Publicaties

    • Brieven
    • B8/3
    • Misbruik B8/3 (B9)
    • Nederlands
  8. Language Dutch 82 reads National Ombudsman Ten aanzien van de aangifte tot mensenhandel speelt naast het belang van effectieve bestrijding van mensenhandel het belang van voorkomen van misbruik van de aangiftemogelijkheid om vreemdelingenrechtelijke voord ...

    Ten aanzien van de aangifte tot mensenhandel speelt naast het belang van effectieve bestrijding van mensenhandel het belang van voorkomen van misbruik van de aangiftemogelijkheid om vreemdelingenrechtelijke voordelen te behalen.Toen verzoekster aangifte wilde doen had de politie - en later ook de officier van justitie - kennelijk het idee dat het verzoekster om verkrijging van de vreemdelingenrechtelijke status ging en niet zozeer om opsporing en vervolging van het feit. Dat was de reden om eerst onderzoek te verrichten naar de betrouwbaarheid van verzoeksters verklaringen. Hieruit rees twijfel over de juistheid van de reis- en verblijfgegevens en de aangifte werd dan ook niet opgenomen. Dit laatste is onjuist.Gelet op artikel 163 Sv geldt het uitgangspunt dat er weinig ruimte is om geen aangifte op te nemen. Dit neemt niet weg dat in deze zaak, waar twijfel over de bedoelingen van verzoekster niet onbegrijpelijk was, aangifte toch had moeten worden opgenomen, omdat niet op voorhand, zonder verder onderzoek en zonder twijfel kan worden vastgesteld dat de gedraging geen strafbaar feit is. Indien men vermoedt dat het bij aangifte eigenlijk alleen om de vreemdelingenrechtelijke status gaat én er (bijna) geen aanknopingspunten voor opsporing zijn, kan alsnog worden besloten geen (verder) onderzoek te doen en dit aan de IND door te geven. Dan is wel een beroep ex artikel 12 Sv mogelijk.De gedraging is onbehoorlijk wegens schending van het beginsel van fair play. Ten aanzien van het vereiste van hoor en wederhoor in de zin van artikel 9:10 Awb geldt dat de hoofdofficier van justitie verzoekster in de gelegenheid had moeten stellen te worden gehoord, nu de hoofdofficier de klacht niet als kennelijk ongegrond heeft aangemerkt en verzoekster niet heeft aangegeven geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord. Er is gehandeld in strijd met het vereiste van hoor en wederhoor. (JV 2006/391).

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Nationale Ombudsman
    • B8/3
    • Fair play
    • Hoorplicht
    • Aangifte
    • Valse aangifte
    • Misbruik B8/3 (B9)
    • Nederlands
  9. 06 jan 2014

    Taal Nederlands 57 Verblijfsregeling slachtoffers van mensenhandel OUD. B8/3 Slachtoffers en getuige-aangevers van mensenhandel 3.1 Beleidsregels Voor zover indicaties van mensenhandel zich voordoen bij een vreemdeling die via Schiphol Neder ...

    Verblijfsregeling slachtoffers van mensenhandel OUD.

    Wetgeving

    • Wetgeving
    • B8/3
    • B8/3
    • Nederlands
  10. Language Dutch 451 reads In deze bijlage wordt het rechtmatige verblijf van slachtoffer- en getuige-aangevers en slachtoffers die op andere wijze medewerking verlenen aan het opsporings- of vervolgingsonderzoek van mensenhandel gedurende de bedenktijd voo ...

    In deze bijlage wordt het rechtmatige verblijf van slachtoffer- en getuige-aangevers en slachtoffers die op andere wijze medewerking verlenen aan het opsporings- of vervolgingsonderzoek van mensenhandel gedurende de bedenktijd voorafgaande aan de aangifte en gedurende de periode van opsporing, vervolging en berechting in feitelijke aanleg na aangifte van mensenhandel beschreven.Daarnaast biedt deze bijlage richtlijnen voor het bieden van opvang en bescherming van de slachtoffer- en getuige-aangevers en slachtoffers die op andere wijze medewerking verlenen aan het opsporings- of vervolgingsonderzoek van mensenhandel. Deze bijlage betreft een bestendige bestuurspraktijk op basis van het geldende beleid in paragraaf B8/3 van de Vreemdelingencirculaire. Het bevat een beschrijving van de achtergrond van het beleid en de procedures bij en verantwoordelijkhedenvan de betrokken ketenpartners.

    Wetgeving

    • Wetgeving
    • B8/3

Pagina's