• Terugkeerrichtlijn
Resultaten 1 - 2 van totaal 2 resultaten
  1. Language Dutch 78 reads States Council (Dutch) De rechtbank overweegt: 'De rechtbank is evenzeer terecht ervan uitgegaan dat ten tijde van de uitvaardiging van het inreisverbod, toen de vreemdeling niet langer legaal in Nederland verbleef, de Terugke ...

    De rechtbank overweegt:'De rechtbank is evenzeer terecht ervan uitgegaan dat ten tijde van de uitvaardiging van het inreisverbod, toen de vreemdeling niet langer legaal in Nederland verbleef, de Terugkeerrichtlijn op haar van toepassing was. Hoewel niet in geschil is dat de vreemdeling op dat moment geen bedreiging vormde voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid als bedoeld in artikel 11, derde lid, tweede alinea, van de Terugkeerrichtlijn en derhalve aan die voorwaarde was voldaan, heeft de rechtbank niet onderkend dat uit het bepaalde in dat artikelonderdeel volgt dat de in het daarin omschreven geval geldende verplichting geen inreisverbod uit te vaardigen niet van toepassing is, indien de desbetreffende vreemdeling niet aan de terugkeerverplichting heeft voldaan. Vaststaat dat de vreemdeling ten tijde van de uitvaardiging van het inreisverbod geen gevolg had gegeven aan de haar laatstelijk in het besluit van 23 april 2013 opgelegde terugkeerverplichting. De staatssecretaris heeft gelet op het bepaalde in artikel 11, derde lid, tweede alinea, gelezen in verbinding met artikel 11, eerste lid, eerste alinea, aanhef en onder b, van de Terugkeerrichtlijn reeds om die reden terecht op 4 juni 2013 een inreisverbod tegen de vreemdeling uitgevaardigd. Artikel 6.5, tweede lid, aanhef en onder b, van het Vb 2000 behelst geen onjuiste omzetting daarvan.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • Terugkeerrichtlijn
    • Terugkeer
    • Inreisverbod
    • Nederlands
  2. Language Dutch 59 reads States Council (Dutch) De Raad van State overweegt: 'Van bijzondere, individuele omstandigheden op grond waarvan de minister in het geval van de vreemdeling niettemin van vrijheidsontneming had moeten afzien of de opgelegde ma ...

    De Raad van State overweegt:'Van bijzondere, individuele omstandigheden op grond waarvan de minister in het geval van de vreemdeling niettemin van vrijheidsontneming had moeten afzien of de opgelegde maatregel had moeten opheffen, is niet gebleken. Dat het beroep in de asielzaak van de vreemdeling nog moet worden behandeld, is daartoe onvoldoende. Dat geldt evenzeer voor de gestelde medische problemen van de vreemdeling, reeds omdat zij deze niet met bewijsstukken heeft gestaafd. Voorts is het feit dat wordt onderzocht of de vreemdeling het slachtoffer is van mensenhandel, niet een dergelijke omstandigheid, nu aldus niet is vastgesteld dat de vreemdeling als zodanig is aan te merken. Deze omstandigheden bieden op zichzelf dan wel in onderlinge samenhang bezien onvoldoende grond om te oordelen dat de minister ten onrechte het grensbewakingsbelang heeft laten prevaleren boven het belang van de vreemdeling bij de toepassing van een minder dwingende maatregel.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • Terugkeerrichtlijn
    • Vreemdelingendetentie/vreemdelingenbewaring
    • Nederlands