• Paspoortvereiste
  • Voortgezet verblijf
Resultaten 1 - 3 van totaal 3 resultaten
  1. 75 reads Court of Noord-Nederland Language Dutch Op 26 februari 2007 heeft eiseres aangifte gedaan van mensenhandel. Bij besluit van 19 april 2007 is aan eiseres een verblijfsvergunning verleend onder de beperking zoals genoemd in hoofdstuk B9 Vc. Deze wa ...

    Op 26 februari 2007 heeft eiseres aangifte gedaan van mensenhandel. Bij besluit van 19 april 2007 is aan eiseres een verblijfsvergunning verleend onder de beperking zoals genoemd in hoofdstuk B9 Vc. Deze was geldig van 26 februari 2007 tot 26 februari 2008. Op 12 februari 2008 heeft het OM bericht dat het opsporingsonderzoek naar aanleiding van de door eiseres gedane aangifte niet heeft geleid tot vaststellen van een verdachte en dat het onderzoek wordt gesloten.Verweerder heeft de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking voortgezet verblijf als bedoeld in art. 3.52 Vb niet ingewilligd en het bezwaarschrift van eiseres ongegrond verklaard. In geschil is of verweerder dit op de juiste gronden heeft gedaan.De rechtbank is van oordeel dat in het geval van eiseres, nu is komen vast te staan dat zij het slachtoffer is van mensenhandel, het bepaalde in hoofdstuk B9/9.4 Vc – waarin het gaat om verlenging van de verblijfsvergunning onder een beperking - van overeenkomstige toepassing is. Ook nu de vreemdeling een aanvraag heeft ingediend op grond van art.3.52 Vb , kan van een slachtoffer van mensenhandel in beginsel niet worden verwacht dat hij in het land van herkomst een paspoort aanvraagt. Uit het ambtsbericht inzake Guinee blijkt dat een nationaal paspoort alleen in Conakry kan worden aangevraagd en niet bij de diplomatieke vertegenwoordiging in Nederland.De rechtbank oordeelt dat verweerder in redelijkheid niet het paspoortvereiste heeft kunnen tegenwerpen. Ook heeft verweerder ten onrechte niet het beleid zoals neergelegd in hoofdstuk B16/4.5 Vc – waarin is neergelegd dat een slachtoffer van mensenhandel in aanmerking kan komen voor een vergunning op grond van art.3.52 Vb, indien naar het oordeel van de minister wegens bijzondere individuele omstandigheden van de vreemdeling niet gevergd kan worden dat hij Nederland verlaat - bij de beoordeling van de aanvraag betrokken. Beroep gegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Guinee
    • Rechtbank Noord-Nederland
    • Voortgezet verblijf
    • Paspoortvereiste
    • Paspoortvereiste
    • Voortgezet verblijf
    • Nederlands
  2. 93 reads Court of Oost-Brabant Language Dutch Afwijzing van de aanvraag tot verlening van voortgezet verblijf na verblijf. Eiseres dient in het bezit te zijn van een geldig document van grensoverschrijding. Nu eiseres van de Sierra Leoonse ambassade geen ...

    Afwijzing van de aanvraag tot verlening van voortgezet verblijf na verblijf. Eiseres dient in het bezit te zijn van een geldig document van grensoverschrijding. Nu eiseres van de Sierra Leoonse ambassade geen paspoort kan krijgen, dient zij naar Sierra Leone te reizen om daar een geldig document voor grensoverschrijding te halen. Dat de reis financieel bezwaarlijk is, dat ze voor haar HIV-besmetting regelmatig op controle moet en dat ze geen bemiddeling van de korpschef of DT&V heeft gekregen zijn geen doorslaggevende argumenten om van het paspoortvereiste af te zien.Voorts stelt eiseres dat ze vanwege opgewekt vertrouwen niet over een geldig reisdocument hoeft te beschikken. Verweerder heeft in de brief van 2006 de ontheffing van het paspoortvereiste uitdrukkelijk beperkt tot de op dat moment in behandeling zijnde verlengingsaanvraag. Bij eiseres kan dan ook niet de verwachting zijn gewekt dat ze ook voor de aanvraag voortgezet verblijf zou worden vrijgesteld van het paspoortvereiste. In de brief heeft verweerder er nadrukkelijk op gewezen dat eiseres bij een evt. vervolgprocedure in het bezit dient te zijn van een geldig document voor grensoverschrijding.Tevens stelt eiseres dat ze vrijgesteld dient te worden van het paspoortvereiste omdat de autoriteiten weigeren een paspoort te verstrekken (WBV 2006/36A). De rechtbank oordeelt dat het WBV 2006/36A ten tijde van de aanvraag en van het besluit op bezwaar niet van toepassing was, daar per 1 januari 2007 het beleid B16/7 Vc van toepassing is. Verweerder heeft aan dit beleid getoetst. Daar het gaat om gepubliceerd beleid mag het bij eiseres bekend verondersteld worden en kan zij zich er niet op beroepen dat haar eerst in het besluit op bezwaar wordt tegengeworpen dat zij naar Sierra Leone dient te reizen om daar een paspoort aan te vragen. Beroep ongegrond. NB: Hoger beroep ongegrond (16 juni 2009, nr. 200900474/1/V3).

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Sierra Leone
    • Rechtbank Oost-Brabant
    • Voortgezet verblijf
    • Paspoortvereiste
    • Paspoortvereiste
    • Nederlands
  3. 9 Rechtbank Den Haag Taal Nederlands Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat eiseres niet voldoet aan de voorwaarden die genoemd zijn in B9/4.6 Vc. Eiseres beschikt niet over een geldig paspoort, en zij heeft evenmin aangetoond dat de U ...

    Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat eiseres niet voldoet aan de voorwaarden die genoemd zijn in B9/4.6 Vc. Eiseres beschikt niet over een geldig paspoort, en zij heeft evenmin aangetoond dat de Ugandese autoriteiten haar geen paspoort willen verstrekken. Over het paspoortvereiste overweegt de rechtbank het volgende.De reden waarom eiseres geen paspoort kan aanvragen, is medisch. Eiseres heeft een verklaring van een arts overgelegd, waaruit blijkt dat zij niet in staat kan worden geacht om een paspoort aan te vragen bij de ambassade van Uganda. Dit is niet in geschil. Dat de reden van de medische problematiek enkel asielgerelateerd zou zijn, zoals verweerder hier kennelijk uit afleidt, volgt de rechtbank echter niet. Daarom kan met betrekking tot het paspoortvereiste niet worden volstaan met verwijzen naar de mogelijkheid van een asielaanvraag.Ten overvloede wordt hierbij opgemerkt dat eiseres bovendien, ondanks het ontbreken van een geldig paspoort, eerder in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning op grond van de B9-regeling. Het tegenwerpen van het paspoort-vereiste in het kader van de onderhavige aanvraag is naar het oordeel van de rechtbank dan ook onvoldoende gemotiveerd.Verweerder heeft erop gewezen dat de medische omstandigheden die eiseres heeft aangevoerd, beoordeeld dienen te worden bij een aanvraag medische behandeling. De rechtbank is met eiseres van oordeel dat het geheel van omstandigheden bij de beoordeling betrokken dient te worden. Immers, deze omstandigheden houden met elkaar en met de mensenhandel verband en kunnen niet in diverse onderdelen cq. verblijfsdoelen gesplitst en beoordeeld worden. Hoewel een aantal aspecten, zoals (een deel van) de problemen in Uganda, asielgerelateerd zijn, is het naar het oordeel van de rechtbank niet onmogelijk om deze in dit geval, als één van de onderdelen, mee te laten wegen bij de onderhavige aanvraag.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Uganda
    • Rechtbank Den Haag
    • Voortgezet verblijf
    • Paspoortvereiste
    • Medische omstandigheden
    • Paspoortvereiste
    • Nederlands