• Paspoortvereiste
  • Nederlands
  • 2011
Resultaten 1 - 3 van totaal 3 resultaten
  1. Language Dutch 80 reads Court of Noord-Nederland Uit de verklaringen van eiseres valt niet af te leiden dat het voor eiseres niet mogelijk was om gedurende de reis naar Nederland de reisagent te vragen naar de gebruikte reispapieren. Op basis van de verkl ...

    Uit de verklaringen van eiseres valt niet af te leiden dat het voor eiseres niet mogelijk was om gedurende de reis naar Nederland de reisagent te vragen naar de gebruikte reispapieren. Op basis van de verklaringen van eiseres kan niet worden geconcludeerd dat sprake was van (een situatie van) dwang. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder onder deze omstandigheden in redelijkheid het ontbreken van reispapieren aan eiseres toegerekend.Volgens rechtspraak van het EHRM (St. Kitts, nr. 146/1996/767/964 op 2 mei 1997, en Bensaid 44599/98 op 6 februari 2001, en N. t. VK 26565/05 op 27 mei 2008) kan uitzetting in verband met de medische toestand van de uit te zetten vreemdeling, onder uitzonderlijke omstandigheden en wegens dwingende redenen van humanitaire aard, bij gebrek aan medische voorzieningen en sociale opvang in het land, waarnaar wordt uitgezet, leiden tot schending van art. 3 EVRM.De rechtbank overweegt dat uit de door eiseres overgelegde medische gegevens niet volgt dat de klachten die eiseres heeft, een ziekte betreffen die zich in een vergevorderd en direct levensbedreigend stadium bevindt (uitspraak Afdeling 8 november 2005 zaak nr. 200507278/1/).Uit de rechtspraak van EHRM kan niet worden afgeleid dat bij de beoordeling van de medische toestand mede speculaties over mogelijke toekomstige belemmeringen van de toegang tot de noodzakelijke zorg moeten worden betrokken. Verweerder heeft derhalve op goede gronden geconcludeerd dat geen aanleiding bestaat om in het onderhavige geval onderzoek door het BMA te laten verrichten.Verweerder heeft zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat geen vbt-regulier met als doel ‘verblijf als amv’ wordt verleend, omdat eiseres een mogelijk onderzoek naar de opvangmogelijkheden in haar land van herkomst frustreert. Nu is geoordeeld dat verweerder in redelijkheid heeft kunnen concluderen dat eiseres vage en summiere verklaringen heeft afgelegd over haar moeder, over haar familie en over de vriend en zijn gezin, is de rb van oordeel dat verweerder terecht niet ambtshalve een verblijfsvergunning op grond van het minderjarigenbeleid aan eiseres heeft verleend. Beroep ongegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Rechtbank Noord-Nederland
    • Minderjarigen / Kinderhandel
    • Paspoortvereiste
    • Ongedocumenteerden
    • Paspoortvereiste
    • Alleenstaande Minderjarige Asielzoeker (AMA)
    • Asielprocedure
    • Nederlands
  2. 9 Rechtbank Den Haag Taal Nederlands Eiser heeft geen feiten aannemelijk gemaakt waaruit volgt dat de autoriteiten van Sierra Leone niet bereid zijn een reisdocument te verstrekken indien eiser volledige en juiste informatie verstrekt, en he ...

    Eiser heeft geen feiten aannemelijk gemaakt waaruit volgt dat de autoriteiten van Sierra Leone niet bereid zijn een reisdocument te verstrekken indien eiser volledige en juiste informatie verstrekt, en het door de Nederlandse en Sierra Leoonse autoriteiten te verrichten onderzoek niet frustreert.Tussen partijen is niet in geschil, zodat ook de rechtbank daarvan uitgaat, dat verweerder eiser onder de door de autoriteiten van Sierra Leone te België gestelde eisen kan presenteren bij die autoriteiten en dat naar aanleiding daarvan een verklaring kan worden afgegeven waarmee eiser een reisdocument kan verkrijgen.De rechtbank volgt eiser niet in zijn stelling dat voormelde gang van zaken niet binnen redelijke termijn kan leiden tot een reisdocument. In dit verband acht de rb voor de redelijke termijn ook relevant dat eiser niet vanaf zijn inbewaringstelling actief en volledig heeft meegewerkt teneinde de bewaring zo kort mogelijk te laten voortduren. Onder die omstandigheden bestaat geen grond voor het oordeel dat een redelijk vooruitzicht voor eiser op verwijdering naar Sierra Leone ontbreekt.Voorts ziet de rechtbank geen grond voor het oordeel dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt. Gelet op het feit dat eiser eerst sinds 24 augustus 2011 meewerkt heeft verweerder eraan voldaan al het redelijkerwijs mogelijke te doen door meerdere malen vertrekgesprekken met eiser te voeren en regelmatig, laatstelijk op 15 augustus 2011, bij de Sierra Leoonse autoriteiten te vragen naar de stand van zaken met betrekking tot het plannen van een presentatiedatum.In de omstandigheid dat er nog geen presentatiedatum bekend is, ziet de rechtbank geen aanleiding om anders te oordelen nu eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat verweerder de mogelijkheid had om de presentatie eerder plaats te laten vinden en dat verweerder dit desondanks heeft nagelaten. Beroep ongegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Sierra Leone
    • Rechtbank Den Haag
    • Paspoortvereiste
    • Paspoortvereiste
    • Vreemdelingendetentie/vreemdelingenbewaring
    • Nederlands
  3. 75 reads Court of Noord-Nederland Language Dutch Op 26 februari 2007 heeft eiseres aangifte gedaan van mensenhandel. Bij besluit van 19 april 2007 is aan eiseres een verblijfsvergunning verleend onder de beperking zoals genoemd in hoofdstuk B9 Vc. Deze wa ...

    Op 26 februari 2007 heeft eiseres aangifte gedaan van mensenhandel. Bij besluit van 19 april 2007 is aan eiseres een verblijfsvergunning verleend onder de beperking zoals genoemd in hoofdstuk B9 Vc. Deze was geldig van 26 februari 2007 tot 26 februari 2008. Op 12 februari 2008 heeft het OM bericht dat het opsporingsonderzoek naar aanleiding van de door eiseres gedane aangifte niet heeft geleid tot vaststellen van een verdachte en dat het onderzoek wordt gesloten.Verweerder heeft de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking voortgezet verblijf als bedoeld in art. 3.52 Vb niet ingewilligd en het bezwaarschrift van eiseres ongegrond verklaard. In geschil is of verweerder dit op de juiste gronden heeft gedaan.De rechtbank is van oordeel dat in het geval van eiseres, nu is komen vast te staan dat zij het slachtoffer is van mensenhandel, het bepaalde in hoofdstuk B9/9.4 Vc – waarin het gaat om verlenging van de verblijfsvergunning onder een beperking - van overeenkomstige toepassing is. Ook nu de vreemdeling een aanvraag heeft ingediend op grond van art.3.52 Vb , kan van een slachtoffer van mensenhandel in beginsel niet worden verwacht dat hij in het land van herkomst een paspoort aanvraagt. Uit het ambtsbericht inzake Guinee blijkt dat een nationaal paspoort alleen in Conakry kan worden aangevraagd en niet bij de diplomatieke vertegenwoordiging in Nederland.De rechtbank oordeelt dat verweerder in redelijkheid niet het paspoortvereiste heeft kunnen tegenwerpen. Ook heeft verweerder ten onrechte niet het beleid zoals neergelegd in hoofdstuk B16/4.5 Vc – waarin is neergelegd dat een slachtoffer van mensenhandel in aanmerking kan komen voor een vergunning op grond van art.3.52 Vb, indien naar het oordeel van de minister wegens bijzondere individuele omstandigheden van de vreemdeling niet gevergd kan worden dat hij Nederland verlaat - bij de beoordeling van de aanvraag betrokken. Beroep gegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Guinee
    • Rechtbank Noord-Nederland
    • Voortgezet verblijf
    • Paspoortvereiste
    • Paspoortvereiste
    • Voortgezet verblijf
    • Nederlands