• Voortgezet verblijf

Door MHW geduid als zeer belangrijk

Pagina's

Resultaten 1 - 10 van totaal 37 resultaten
  1. 106 reads Language Dutch B16, oude regeling voortgezet verblijf. Voor meest recente regelgeving zie 'B9 humanitair niet tijdelijk'.  Indien de vreemdeling niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf op  grond va ...

    B16, oude regeling voortgezet verblijf. Voor meest recente regelgeving zie 'B9 humanitair niet tijdelijk'. Indien de vreemdeling niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf op grond van artikel 3.50 of 3.51 Vb (zie B16/2 tot en met B16/6), kan op grond van klemmende redenen van humanitaire aard voortgezet verblijf worden toegestaan (zie artikel 3.52 Vb). In individuele gevallen, waarin niet aan de voorwaarden voor voortgezet verblijf wordt voldaan, wordt altijd bezien of het voortgezet verblijf moet worden aanvaard op grond van klemmende redenen van humanitaire aard.

    Wetgeving

    • Wetgeving
    • Voortgezet verblijf
    • Nederlands
  2. 287 reads Language Dutch Voortgezet verblijf. Voorheen: B-16 regeling. B9. Humanitair niet-tijdelijk 1. Inleiding In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen die gelden voor vreemdelingen die: • eerder in Nederland hebben verbleven en naar Nederland ...

    Voortgezet verblijf. Voorheen: B-16 regeling.

    Wetgeving

    • Wetgeving
    • Voortgezet verblijf
    • Nederlands
  3. Language Dutch 73 reads (JV 2005/119, m.nt. Van Blokland) Appellante is het niet eens met de overweging dat de bewijslast voor de mate van bescherming tegen het risico van represailles die de autoriteiten van Slowakije bereid en in staat zijn te bieden, b ...

    (JV 2005/119, m.nt. Van Blokland) Appellante is het niet eens met de overweging dat de bewijslast voor de mate van bescherming tegen het risico van represailles die de autoriteiten van Slowakije bereid en in staat zijn te bieden, bij appellante ligt. Zij wijst erop dat gezien de brief van de minister op haar slechts een inspanningsverplichting rust om een terugkeerrisico aan te tonen.De Afdeling oordeelt dat het in beginsel aan appellante is om de feiten en omstandigheden aannemelijk te maken waaruit verwacht kan worden dat haar geen bescherming door de Slowaakse autoriteiten geboden zal worden en ook in de brief van de minister staat dat voorop. De bewijslast om aannemelijk te maken dat zij het risico van represailles loopt en dat de autoriteiten van Slowakije niet bereid en in staat zijn bescherming te bieden, ligt, zoals de rechtbank terecht heeft overwogen, bij appelante.Met betrekking tot de tweede grief overweegt de Afdeling dat de rechtbank niet ten onrechte marginaal heeft getoetst aangezien de minister bij de hantering van de maatstaf gegeven in Paragraaf B9/4.6 van de Vc2000, op verschillende onderdelen, waaronder de inschatting van een bepaald risico en de mate van bescherming daartegen, nog beoordelingsvrijheid heeft. Hoger beroep vreemdeling kennelijk ongegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Voortgezet verblijf
    • Bewijslast
    • Toetsing
    • Nederlands
  4. 93 reads States Council (Dutch) Language Dutch Ter zitting bij de Afdeling  heeft de vreemdeling erkend dat zij in het bezit moet zijn geweest van een hukou registratie.  Gelet hierop en op de informatie uit het ambtsbericht, betoogt de staatssecretaris t ...

    Ter zitting bij de Afdeling heeft de vreemdeling erkend dat zij in het bezit moet zijn geweest van een hukou registratie. Gelet hierop en op de informatie uit het ambtsbericht, betoogt de staatssecretaris terecht dat de vreemdeling niet heeft aangetoond dat zij niet of niet meer in het bezit kan worden gesteld van een geldig document voor grensoverschrijding. Dit geldt ook voor de stelling van de vreemdeling dat zij verscheidene malen een bezoek heeft gebracht aan de Chinese ambassade, reeds omdat in de door haar overgelegde verklaring van 8 februari 2010 staat vermeld dat de ambassade heeft medegedeeld dat het niet mogelijk is om reisdocumenten te verkrijgen zonder de daarvoor vereiste papieren.  De staatssecretaris heeft in redelijkheid van belang kunnen achten dat de vreemdeling eerst in 2009 actie heeft ondernomen om in het bezit te komen van een paspoort, terwijl zij al op 15 januari 2007 op deze verplichting is gewezen. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat de staatssecretaris zich in het besluit van 2 juni 2010 terecht op het standpunt heeft gesteld dat de aanvraag wordt afgewezen omdat de vreemdeling niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit alsnog ongegrond verklaren.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • China
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Voortgezet verblijf
    • Paspoortvereiste
    • Nederlands
  5. 78 reads States Council (Dutch) Language Dutch Hoger beroep minister tegen de uitspraak van de rechtbank Assen van 21 februari 2011 (10/4706) Vbt-regulier afgewezen. De Afdeling oordeelt als volgt. De vreemdeling heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij nie ...

    Hoger beroep minister tegen de uitspraak van de rechtbank Assen van 21 februari 2011 (10/4706) Vbt-regulier afgewezen. De Afdeling oordeelt als volgt. De vreemdeling heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij niet in staat zal zijn, eventueel met behulp van NAPTIP, een nieuw netwerk op te bouwen en zich te hervestigen. Gelet hierop, heeft de minister zich met de in 2.4.2. weergegeven motivering in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat van de vreemdeling kan worden gevergd dat zij Nederland verlaat.De omstandigheid dat, zoals de rechtbank heeft overwogen, in het ambtsbericht is vermeld dat slechts een zeer klein percentage van alle vrouwen die slachtoffer zijn geworden van mensenhandel, die in Europa in de prostitutie hebben gewerkt en die vrijwillig of gedwongen zijn teruggekeerd naar Nigeria in één van de NAPTIP-shelters terechtkomt, leidt niet tot een ander oordeel, nu volgens het ambtsbericht aan degenen die de hulp van NAPTIP willen aanvaarden, opvang en bijstand wordt geboden. Hoger beroep minister gegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Nigeria
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Voortgezet verblijf
    • Nederlands
  6. 74 reads States Council (Dutch) Language Dutch De Raad van State acht het hoger beroep kennelijk ongegrond. De rechtbank oordeelde: 'Uit de door eiseres overgelegde  documentatie en getuigenverklaringen kan niet worden opgemaakt of zij om een dergeli ...

    De Raad van State acht het hoger beroep kennelijk ongegrond. De rechtbank oordeelde:'Uit de door eiseres overgelegde documentatie en getuigenverklaringen kan niet worden opgemaakt of zij om een dergelijk aanvraagformulier heeft verzocht. Evenmin vult daaruit op te maken dat de Chinese autoriteiten hebben geweigerd haar een dergelijk aanvraagformulier ie verstrekken. Dat eiseres niet over een (kopie van een) paspoort of identiteitskaart beschikt of kan beschikken, is blijkens het bestreden besluit geen punt van geschil. Uit de door eiseres overgelegde informatie en getuigenverklaringen blijkt echter evenmin dat zij haar hukou-registratie heeft aangeboden teneinde de Chinese autoriteiten te bewegen het door haar gewenste onderzoek te verrichten. Ook blijkt uit het voorgaande niet dat de Chinese autoriteiten slechts bereid waren actie te ondernemen als eiseres een (kopie van) een identiteitsdocument zou overleggen. De stelling dat eiseres niet meer over een (kopie van) een Chinees paspoort of een identiteitskaart kan beschikken, noch haar hukou-registratie over zou kunnen leggen dan wel (op een daartoe bestemd aanvraagformulier) zou kunnen noteren, heeft verweerder er niet toe hoeven leiden het beroep van eiseres op artikel 3.72, artikel 3.102, derde lid, van het Vb 2000 en paragraaf B 1/4.2 van de Vc 2000 te honoreren.'  De rechtbank vindt dat er geen sprake is van bijzondere individuele omstandigheden.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • China
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Paspoortvereiste
    • Represailles
    • Bijzondere individuele omstandigheden
    • Artikel 8 EVRM
    • Nederlands
  7. Language Dutch 75 reads States Council (Dutch) In de vreemdelingenwetgeving en het bij de toepassing daarvan gevoerde beleid is voorzien  in een specifieke beperking inzake medische behandeling. Zoals de Afdeling heeft  overwogen in de uitspraak van 2 maa ...

    In de vreemdelingenwetgeving en het bij de toepassing daarvan gevoerde beleid is voorzien in een specifieke beperking inzake medische behandeling. Zoals de Afdeling heeft overwogen in de uitspraak van 2 maart 2007 in zaak nr. 200607507/1, volgt uit de daaruit blijkende systematiek dat bij een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd die verband houdt met psychische problemen moet worden aangesloten bij de daarvoor geldende beperkingen en moet ter verkrijging van een zodanige vergunning een daartoe strekkende aanvraag worden ingediend. Nu door de vreemdeling, los van de gestelde, niet aannemelijk geachte, herintegratieproblemen slechts medische aspecten zijn aangevoerd heeft de minister die terecht als een op zichzelf staande grond ter verkrijging van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aangemerkt die naar aanleiding van een daartoe strekkende aanvraag kunnen worden beoordeeld. De minister heeft zich  derhalve terecht op het standpunt gesteld dat zich in dit geval geen bijzondere individuele omstandigheden als bedoeld in artikel 3.52 van het Vb 2000 voordoen. De grief slaagt. Het hoger beroep is kennelijk gegrond. 

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Medische omstandigheden
    • Voortgezet verblijf
    • Nederlands
  8. 85 reads States Council (Dutch) Language Dutch In de vreemdelingenwetgeving en het bij de toepassing daarvan gevoerde beleid is voorzien  in een specifieke beperking inzake medische behandeling. Zoals de Afdeling heeft  overwogen in de uitspraak van 2 maa ...

    In de vreemdelingenwetgeving en het bij de toepassing daarvan gevoerde beleid is voorzien in een specifieke beperking inzake medische behandeling. Zoals de Afdeling heeft overwogen in de uitspraak van 2 maart 2007 in zaak nr. 200607507/1, volgt uit de daaruit blijkende systematiek dat bij een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd die verband houdt met psychische problemen moet worden aangesloten bij de daarvoor geldende beperkingen en moet ter verkrijging van een zodanige vergunning een daartoe strekkende aanvraag worden ingediend. Nu door de vreemdeling, los van de gestelde, niet aannemelijk geachte, herintegratieproblemen slechts medische aspecten zijn aangevoerd heeft de minister die terecht als een op zichzelf staande grond ter verkrijging van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aangemerkt die naar aanleiding van een daartoe strekkende aanvraag kunnen worden beoordeeld. De minister heeft zich  derhalve terecht op het standpunt gesteld dat zich in dit geval geen bijzondere individuele omstandigheden als bedoeld in artikel 3.52 van het Vb 2000 voordoen. De grief slaagt. Het hoger beroep is kennelijk gegrond. 

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Gambia
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Voortgezet verblijf
    • Medische omstandigheden
    • Nederlands
  9. 65 reads States Council (Dutch) Language Dutch Hoger beroep minister tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Zwolle van 15 maart 2011 (11/3409 en 10/42069) waarin het beroep van vreemdeling, tegen de afwijzing van zijn aanvraag om ...

    Hoger beroep minister tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Zwolle van 15 maart 2011 (11/3409 en 10/42069) waarin het beroep van vreemdeling, tegen de afwijzing van zijn aanvraag om voortgezet verblijf na afloop van B9, gegrond is verklaard. De Afdeling oordeelt als volgt.De minister heeft de door de vreemdeling aangevoerde psychische problemen voldoende bij de belangenafweging betrokken en voldoende gemotiveerd dat deze niet leiden tot het oordeel dat van de vreemdeling niet kan worden gevergd dat hij NL verlaat.De minister heeft daarbij van belang kunnen achten dat uit het ambtsbericht volgt dat voor slachtoffers van mensenhandel die terugkeren naar Nigeria opvang en psychische hulp beschikbaar is. De minister heeft in dat verband terecht beoogd dat hij niet nader heeft hoeven onderzoeken of voor de vreemdeling in Nigeria voldoende medisch-psychische hulp beschikbaar is.Voor zover de vreemdeling zich op het standpunt stelt dat hij in Nederland voor zijn psychische klachten zou moeten worden behandeld, dient hij derhalve een daartoe strekkende aanvraag in te dienen. Hoger beroep minister is kennelijk gegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Nigeria
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Voortgezet verblijf
    • Medische omstandigheden
    • Nederlands
  10. Language Dutch 43 reads States Council (Dutch) Aanvraag tot voortgezet verblijf van de vreemdeling is afgewezen. In geschil is of er sprake is van bijzondere individuele omstandigheden. De Raad van State acht het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevsti ...

    Aanvraag tot voortgezet verblijf van de vreemdeling is afgewezen. In geschil is of er sprake is van bijzondere individuele omstandigheden. De Raad van State acht het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevstigt de uitspraak van de rechtbank.De rechtbank overwoog:'Verweerder is bij de beoordeling van de vraag of aannemelijk is dat eiser slachtoffer van mensenhandel is geworden, in het primaire besluit, dat is ingelast in het bestreden besluit, uitgegaan van de verklaring die eiser op 30 mei 2008 bij de politie heeft afgelegd. De rechtbank volgt verweerder hierin. Eiser heeft namelijk in de door hem gevoerde procedures (over een lange periode) nooit melding gemaakt van de omstandigheid dat hij de verklaring van 30 mei 2008 heeft afgelegd onder invloed van mensenhandelaren, ondanks de bijstand van een raadsman. Zelfs in het gehoor van 14 januari 20 U is hier geen melding van gemaakt. Pas in beroep is dit door eiser naar voren gebracht. Uit de door eiser aangehaalde zienswijze van 21 juli 2008 volgt naar het oordeel van de rechtbank evenmin dat eiser melding heeft gemaakt van het onjuist verklaren onder invloed van mensenhandelaren. Verder is van belang dat eiser verschillende redenen heeft gegeven waarom hij op 30 mei 2008 onjuist zou hebben verklaard. Naast dat hij heeft verklaard onder invloed van mensenhandelaren te hebben gestaan heeft hij ook aangevoerd dat hij onjuist heeft verklaard omdat hij bang was opgesloten te worden. De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat verweerder terecht heeft overwogen dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt zijn verklaring op 30 mei 2008 te hebben afgelegd onder invloed van mensenhandelaren.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Represailles
    • Bijzondere individuele omstandigheden
    • Voortgezet verblijf
    • Nederlands

Pagina's