• Voortgezet verblijf

Door MHW geduid als zeer belangrijk

Pagina's

Resultaten 1 - 10 van totaal 37 resultaten
  1. Taal Nederlands Rechtbank Den Haag Eiseres is slachtoffer van mensenhandel en heeft een B8 verblijfsvergunning gehad. Aanvraag voor een verblijfsvergunning niet-tijdelijke humanitaire gronden (voortgezet verblijf) is afgewezen. Eiseres voer ...

    Eiseres is slachtoffer van mensenhandel en heeft een B8 verblijfsvergunning gehad. Aanvraag voor een verblijfsvergunning niet-tijdelijke humanitaire gronden (voortgezet verblijf) is afgewezen. Eiseres voert onder andere aan dat zij op basis van de IND-werkinstructie gehoord had moeten worden. Verweerder stelt dat het een interne werkinstructie uit 2009 is die in de praktijk niet meer wordt gevolgd. De rechtbank oordeelt:' Nu verweerder betwist dat vermelde werkinstructie uit 2009 nog gehanteerd wordt in de beslispraktijk en eiseres, naar het oordeel van de rechtbank, onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat verweerder, anders dan betoogd, nog immer toepassing geeft aan deze werkinstructie, volgt de rechtbank eiseres niet in het betoog dat verweerder niet van horen had kunnen afzien op grond van de werkinstructie.' Verder oordeelt de rechtbank:'De rechtbank is van oordeel dat verweerder met de opgenomen overwegingen, de aangevoerde factoren, ook in onderlinge samenhang bezien, voldoende heeft beoordeeld. Verweerder kan aldus gevolgd worden in zijn standpunt dat van risico’s op represailles niet gebleken is, nu gesteld noch gebleken is dat eiseres ooit nog door de mensenhandelaren is benaderd dan wel bedreigd, dat zij met behulp van derden in staat moet worden geacht te herintegreren in Gambia en dat de medische omstandigheden en overige factoren, op zichzelf, noch in onderlinge samenhang bezien, zijn aan te merken als bijzondere individuele omstandigheden op grond waarvan eiseres blijvend op Nederland zou zijn aangewezen. Hetgeen eiseres heeft aangevoerd, heeft verweerder onvoldoende kunnen achten voor een ander standpunt. De beroepsgrond slaagt niet.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Rechtbank Den Haag
    • Voortgezet verblijf
    • Hoorplicht
    • IND-werkinstructie
    • Nader gehoor
    • Voortgezet verblijf
    • Nederlands
  2. 67 reads States Council (Dutch) Language Dutch ''In het besluit van 11 oktober 2013 heeft dat de staatssecretaris zich naar aanleiding van de verklaringen van de vreemdeling tijdens de hoorzitting op het standpunt gesteld dat niet is gebleken da ...

    ''In het besluit van 11 oktober 2013 heeft dat de staatssecretaris zich naar aanleiding van de verklaringen van de vreemdeling tijdens de hoorzitting op het standpunt gesteld dat niet is gebleken dat de vreemdeling zich niet elders in Sierra Leone kan vestigen. De staatssecretaris heeft met betrekking tot de stelling van de vreemdeling, dat de mensenhandelaar er meteen van op de hoogte is als hij terugkeert omdat de mensenhandelaar veel mensen in Sierra Leone kent, opgemerkt dat dit slechts een vermoeden is. Uit de gestelde omstandigheid dat de mensenhandelaar veel mensen in Sierra Leone kent, volgt niet op voorhand dat de vreemdeling zich niet elders in Sierra Leone kan vestigen, aldus de staatssecretaris. Met de verklaring van de vreemdeling dat hij het liefst wil terugkeren naar zijn moeder, heeft de vreemdeling volgens de staatssecretaris evenmin aannemelijk gemaakt dat vestiging elders in Sierra Leone niet mogelijk is, nu dit hem er ook niet van heeft weerhouden zich in Nederland te vestigen. Tevens kan de vreemdeling zich volgens de staatssecretaris bij terugkeer wenden tot de Internationale Organisatie voor Migratie, om via lokale hulporganisaties terugkeer en herintegratie te laten faciliteren.''Het hoger beroep wordt gegrond verklaard. 

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Nederland
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Hoger beroep
    • Mensenhandel
    • Terugkeer
    • Herintegratie
    • Nederlands
  3. Language Dutch 358 reads Centre against Child- and Human Trafficking Het CKM merkt dat het voor slachtoffers van mensenhandel steeds moeilijker wordt om voortgezet verblijf te krijgen. Het werd al steeds moeilijker voor een slachtoffer om te bewijzen dat ...

    Het CKM merkt dat het voor slachtoffers van mensenhandel steeds moeilijker wordt om voortgezet verblijf te krijgen. Het werd al steeds moeilijker voor een slachtoffer om te bewijzen dat er sprake is van bijzondere individuele omstandigheden. Maar nu heeft de IND tijdens een zitting van één van de cliënten van het CKM afgekondigd dat de ze alleen nog maar naar bijzondere individuele omstandigheden gaat kijken als het mensenhandelrelaas aannemelijk is. Een extra te nemen hindernis in het al moeilijke voortgezet verblijf. Of dit beleid echt zo nieuw is, is overigens de vraag. 

    Publicaties

    • Artikelen
    • Het Centrum Kinderhandel Mensenhandel (CKM)
    • Voortgezet verblijf
    • Geloofwaardigheid
    • Voortgezet verblijf
    • Bijzondere individuele omstandigheden
    • Nederlands
  4. 74 reads States Council (Dutch) Language Dutch De Raad van State acht het hoger beroep kennelijk ongegrond. De rechtbank oordeelde: 'Uit de door eiseres overgelegde  documentatie en getuigenverklaringen kan niet worden opgemaakt of zij om een dergeli ...

    De Raad van State acht het hoger beroep kennelijk ongegrond. De rechtbank oordeelde:'Uit de door eiseres overgelegde documentatie en getuigenverklaringen kan niet worden opgemaakt of zij om een dergelijk aanvraagformulier heeft verzocht. Evenmin vult daaruit op te maken dat de Chinese autoriteiten hebben geweigerd haar een dergelijk aanvraagformulier ie verstrekken. Dat eiseres niet over een (kopie van een) paspoort of identiteitskaart beschikt of kan beschikken, is blijkens het bestreden besluit geen punt van geschil. Uit de door eiseres overgelegde informatie en getuigenverklaringen blijkt echter evenmin dat zij haar hukou-registratie heeft aangeboden teneinde de Chinese autoriteiten te bewegen het door haar gewenste onderzoek te verrichten. Ook blijkt uit het voorgaande niet dat de Chinese autoriteiten slechts bereid waren actie te ondernemen als eiseres een (kopie van) een identiteitsdocument zou overleggen. De stelling dat eiseres niet meer over een (kopie van) een Chinees paspoort of een identiteitskaart kan beschikken, noch haar hukou-registratie over zou kunnen leggen dan wel (op een daartoe bestemd aanvraagformulier) zou kunnen noteren, heeft verweerder er niet toe hoeven leiden het beroep van eiseres op artikel 3.72, artikel 3.102, derde lid, van het Vb 2000 en paragraaf B 1/4.2 van de Vc 2000 te honoreren.'  De rechtbank vindt dat er geen sprake is van bijzondere individuele omstandigheden.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • China
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Artikel 8 EVRM
    • Paspoortvereiste
    • Represailles
    • Bijzondere individuele omstandigheden
    • Nederlands
  5. Language Dutch 43 reads States Council (Dutch) Aanvraag tot voortgezet verblijf van de vreemdeling is afgewezen. In geschil is of er sprake is van bijzondere individuele omstandigheden. De Raad van State acht het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevsti ...

    Aanvraag tot voortgezet verblijf van de vreemdeling is afgewezen. In geschil is of er sprake is van bijzondere individuele omstandigheden. De Raad van State acht het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevstigt de uitspraak van de rechtbank.De rechtbank overwoog:'Verweerder is bij de beoordeling van de vraag of aannemelijk is dat eiser slachtoffer van mensenhandel is geworden, in het primaire besluit, dat is ingelast in het bestreden besluit, uitgegaan van de verklaring die eiser op 30 mei 2008 bij de politie heeft afgelegd. De rechtbank volgt verweerder hierin. Eiser heeft namelijk in de door hem gevoerde procedures (over een lange periode) nooit melding gemaakt van de omstandigheid dat hij de verklaring van 30 mei 2008 heeft afgelegd onder invloed van mensenhandelaren, ondanks de bijstand van een raadsman. Zelfs in het gehoor van 14 januari 20 U is hier geen melding van gemaakt. Pas in beroep is dit door eiser naar voren gebracht. Uit de door eiser aangehaalde zienswijze van 21 juli 2008 volgt naar het oordeel van de rechtbank evenmin dat eiser melding heeft gemaakt van het onjuist verklaren onder invloed van mensenhandelaren. Verder is van belang dat eiser verschillende redenen heeft gegeven waarom hij op 30 mei 2008 onjuist zou hebben verklaard. Naast dat hij heeft verklaard onder invloed van mensenhandelaren te hebben gestaan heeft hij ook aangevoerd dat hij onjuist heeft verklaard omdat hij bang was opgesloten te worden. De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat verweerder terecht heeft overwogen dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt zijn verklaring op 30 mei 2008 te hebben afgelegd onder invloed van mensenhandelaren.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Voortgezet verblijf
    • Represailles
    • Bijzondere individuele omstandigheden
    • Nederlands
  6. Language Dutch 55 reads States Council (Dutch) De vreemdeling heeft recht op voortgezet verblijf omdat zij langer dan drie jaar een verblijfsvergunning op grond van de B9-regeling heeft wanneer het Gerechtshof een beslissing neemt in de beklagprocedure. D ...

    De vreemdeling heeft recht op voortgezet verblijf omdat zij langer dan drie jaar een verblijfsvergunning op grond van de B9-regeling heeft wanneer het Gerechtshof een beslissing neemt in de beklagprocedure. De Raad van State:'Uit het besluit van 21 mei 2012 blijkt dat de staatssecretaris bij de beantwoording van de vraag of de opsporing dan wel de vervolging is beëindigd, de datum van de beschikking van het Gerechtshof in de beklagprocedure, te weten 13 december 2010, als uitgangspunt heeft genomen, hetgeen overeenkomt met het ten tijde van belang geldende beleid. Gelet hierop heeft de rechtbank niet onderkend dat vreemdeling 1 terecht heeft aangevoerd dat zij sinds 24 september 2007, en daarom langer dan drie jaar, in het bezit was van een verblijfsvergunning regulier onder de beperking, bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder s, van het Vb 2000. De grief slaagt.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Voortgezet verblijf
    • Beklagprocedure
    • Nederlands
  7. Language Dutch 79 reads States Council (Dutch) De Raad van State overweegt: 'De vreemdeling heeft, naast het gestelde risico van represailles van de zijde van (handlangers van) [persoon], ook aangevoerd te vrezen voor vervolging van de zijde van (han ...

    De Raad van State overweegt:'De vreemdeling heeft, naast het gestelde risico van represailles van de zijde van (handlangers van) [persoon], ook aangevoerd te vrezen voor vervolging van de zijde van (handlangers van) [persoon]. Nog daargelaten de vraag of in het hiervoor onder 2. weergegeven beleid niet veeleer wordt gedoeld op strafrechtelijke vervolging in plaats van op vervolging van de zijde van de vermeende mensenhandelaar, volgt uit de in hoger beroep verrichte toetsing dat de staatssecretaris zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij na terugkeer naar haar land van herkomst te vrezen heeft voor represailles van de zijde van (handlangers van) [persoon]. Gelet op de samenhang die in dit geval bestaat ten aanzien van hetgeen de vreemdeling over beide factoren heeft aangevoerd, moet de door de staatssecretaris aan dat standpunt ten grondslag gelegde motivering worden geacht mede te zien op het door de vreemdeling gestelde risico van vervolging en kan de vreemdeling derhalve niet worden gevolgd in het door haar op dit punt gestelde motiveringsgebrek.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Represailles
    • Nederlands
  8. 112 reads States Council (Dutch) Language Dutch De Raad van State overweegt: 'Uit de weergegeven passages van het ambtsbericht volgt dat een grote meerderheid van de vrouwen in Nigeria niet wordt besneden, dat het percentage vrouwen dat wordt besnede ...

    De Raad van State overweegt:'Uit de weergegeven passages van het ambtsbericht volgt dat een grote meerderheid van de vrouwen in Nigeria niet wordt besneden, dat het percentage vrouwen dat wordt besneden in de stedelijke gebieden afneemt en dat in enkele grote steden opvangmogelijkheden door ngo's worden geboden aan vrouwen die zich willen onttrekken aan besnijdenis. Onder verwijzing naar voormelde uitspraak van de Afdeling van 1 juli 2011 en het aan de moeder van de vreemdeling gerichte besluit waarbij de afwijzing van de aanvraag van de moeder om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd is gehandhaafd, heeft de staatssecretaris zich terecht op het standpunt gesteld dat, voor zover de vreemdeling betoogt dat binnen haar etnische bevolkingsgroep meisjes worden besneden, zij niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij geen opvang kan verkrijgen in een stad buiten het herkomstgebied van haar moeder in Nigeria om zich aan het risico van besnijdenis te onttrekken. Uit het ambtsbericht kan niet worden afgeleid dat de vreemdeling bij opvang in een stad in een deelstaat waar vrouwenbesnijdenis niet is verboden een reëel risico loopt op besnijdenis. Voorts volgt uit de uitspraak van heden in zaak nr. 201307508/1/V1 dat de vreemdeling bij die opvang door haar moeder kan worden begeleid.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Nigeria
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Vrouwenbesnijdenis/Vrouwelijke genitale verminking
    • Besnijdenis
    • Nederlands
  9. 9 Rechtbank Den Haag Taal Nederlands Beroepen van eiseressen zijn ongegrond verklaard.  'Nu de beklagprocedure van eiseres 1 er niet toe heeft geleid dat de daadwerkelijke vervolging van de verdachte alsnog ter hand is genomen, heeft ve ...

    Beroepen van eiseressen zijn ongegrond verklaard. 'Nu de beklagprocedure van eiseres 1 er niet toe heeft geleid dat de daadwerkelijke vervolging van de verdachte alsnog ter hand is genomen, heeft verweerder terecht overwogen dat de termijn van de beklagprocedure gericht tegen de beslissing van de officier van justitie de verdachte niet te vervolgen niet meetelt voor de berekening van de driejarentermijn van het beleid zoals dat ten tijde van belang was neergelegd in hoofdstuk B16/4.5, onder b, van de Vc 2000. Dat eiseres 1 gedurende de beklagprocedure wel aan de voorwaarden van het toen geldende B9-beleid voldeed, doet aan het vorenstaande niet af.''Voorts heeft de Afdeling in deze uitspraak geoordeeld dat uit het algemeen ambtsbericht niet kan worden afgeleid dat een vreemdeling bij opvang in een stad in een deelstaat waar vrouwenbesnijdenis niet is verboden een reëel risico loopt op besnijdenis. Nu eiseressen afkomstig zijn uit Benin City, waar blijkens pagina 47 van het algemeen ambtsbericht van 2012 opvangvoorzieningen voorhanden zijn, en welke stad gelegen is in een staat waar besnijdenis wél strafbaar is gesteld, te weten Edo-State, ziet de rechtbank geen reden te veronderstellen dat eiseressen zich niet aan het eventuele risico van besnijdenis kunnen onttrekken.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Nigeria
    • Rechtbank Den Haag
    • Voortgezet verblijf
    • Bijzondere individuele omstandigheden
    • Voortgezet verblijf
    • Vrouwenbesnijdenis/Vrouwelijke genitale verminking
    • Besnijdenis
    • Beklagprocedure
    • Nederlands
  10. 104 reads States Council (Dutch) Language Dutch Het hoger beroep is kennelijk gegrond. Uit de weergegeven passages van het ambtsbericht volgt dat een grote meerderheid van de vrouwen in Nigeria niet wordt besneden, dat het percentage vrouwen dat wordt bes ...

    Het hoger beroep is kennelijk gegrond.Uit de weergegeven passages van het ambtsbericht volgt dat een grote meerderheid van de vrouwen in Nigeria niet wordt besneden, dat het percentage vrouwen dat wordt besneden in de stedelijke gebieden afneemt en dat in enkele grote steden opvangmogelijkheden door ngo's worden geboden aan vrouwen die zich willen onttrekken aan besnijdenis. Onder verwijzing naar het ambtsbericht en voormelde uitspraak van de Afdeling van 1 juli 2011 heeft de staatssecretaris zich in het besluit terecht op het standpunt gesteld dat, voor zover de vreemdeling betoogt dat binnen haar etnische bevolkingsgroep meisjes worden besneden, zij niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij geen opvang kan verkrijgen in een stad buiten haar herkomstgebied in Nigeria om haar dochter aan het risico van besnijdenis te onttrekken. Tevens heeft de staatssecretaris zich terecht op het standpunt gesteld dat uit het ambtsbericht volgt dat NAPTIP over opvangmogelijkheden voor slachtoffers vanmensenhandel beschikt waar de vreemdelingen terecht kunnen. De vreemdeling heeft niet aannemelijk gemaakt dat haar twee kinderen door NAPTIP niet zullen worden toegelaten tot de opvang. Het door de vreemdelingen aangevoerde Trafficking in Persons Report van het U.S. Department of State van 19 juni 2012 leidt niet tot een ander oordeel nu daaruit volgt dat de overheid van Nigeria zich inzet om te voldoen aan de minimumnormen voor de strijd tegen mensenhandel en dat NAPTIP weliswaar ondersteuning van de regering nodig heeft, maar opvang en bescherming biedt aan slachtoffers van mensenhandel. Gelet op het voorgaande heeft de staatssecretaris zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de gestelde opvangproblemen geen bijzondere individuele omstandigheden zijn die met zich brengen dat van de vreemdelingen niet gevergd kan worden dat zij Nederland verlaten.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Nigeria
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Artikel 8 EVRM
    • Artikel 8 EVRM
    • Vestigingsalternatief
    • Voortgezet verblijf
    • Vrouwenbesnijdenis/Vrouwelijke genitale verminking
    • Besnijdenis
    • Nederlands

Pagina's