Trefwoord

Organisatie

  • Hoge Raad

Pagina's

Resultaten 1 - 10 van totaal 30 resultaten
  1. Hoge Raad Taal Nederlands Op 20 december 2016 heeft de Hoge Raad overwogen dat het verzoek tot het stellen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitite niet voor inwilliging vatbaar is.  De eerder veroordeelde verdachte had aangevochte ...

    Op 20 december 2016 heeft de Hoge Raad overwogen dat het verzoek tot het stellen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitite niet voor inwilliging vatbaar is. De eerder veroordeelde verdachte had aangevochten dat het aanwerven van een persoon uit een ander land om in de prostitutie te gaan niet direct mensenhandel met zich meebrengt, aangezien dit een beperking op de keuzevrijheid oplevert. Een dergelijke zienswijze zou een ongeoorloofde inbreuk opleveren van het discriminatieverbod alsmede het vrije verkeer van werknemers en personen binnen de EU, zo werd beargumenteerd.De Hoge Raad is echter van oordeel dat dit betoog niet op gaat. In het onderhavige geval houdt de bewezensverklaring namelijk niet alleen in dat de verdachte het slachtoffer heeft aangeworven in een ander land om zich beschikbaar te stellen voor het verrichten van prostitutiewerkzaamheden, maar ook dat hij haar onder meer door dreiging met geweld heeft geworden met het oogmerk van seksuele uitbuiting aen het opzettelijk voordeel trekken uit de seksuele uitbuiting. Hierdoor kan niet worden gesteld dat de veroordeling uitsluitend berust op het feit dat de verdachte een persoon uit het buitenland heeft aangeworven en/of meegenomen.Het middel van verdachte faalt. 

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Nederland
    • Hoge Raad
    • Strafrecht
    • Prejudiciële vragen
    • Veroordeling mensenhandel
    • Nederlands
  2. Hoge Raad Taal Nederlands Op 20 december 2016 heeft de Hoge Raad de bestreden uitspraak terug naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch verwezen, zodat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw kan worden berecht en afgedaan. De Hoge R ...

    Op 20 december 2016 heeft de Hoge Raad de bestreden uitspraak terug naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch verwezen, zodat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw kan worden berecht en afgedaan.De Hoge Raad is van oordeel dat uit de bewijsvoering van het Hof niet volgt dat bij de bewezensverklaarde gedragingen sprake was van uitbuiting. Om te voldoen aan artikel 273f eerste lid aanhef en onder 3 Sr moet echter uitbuiting worden bewezen, omdat dit gezien kan worden als een impliciet bestanddeel van dit artikel. Nu het Hof deze bewijsvoering achterwege heeft gelaten, kan de bestreden uitspraak niet in stand blijven en wordt het verzoek van de verdachte gegrond verklaard. 

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Nederland
    • Hoge Raad
    • Strafrecht
    • Mensenhandel
    • Uitbuiting
    • Nederlands
  3. Hoge Raad Taal Nederlands Op 6 december heeft de Hoge Raad gekeken naar de beoordeling van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De Hoge Raad heeft overwogen dat het Hof niet blijk gaf van een onjuiste rechtsopvatting en toereikend heeft gemot ...

    Op 6 december heeft de Hoge Raad gekeken naar de beoordeling van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De Hoge Raad heeft overwogen dat het Hof niet blijk gaf van een onjuiste rechtsopvatting en toereikend heeft gemotiveerd dat het slachtoffer zich in een kwetsbare positie bevond en dat hier misbruik van is gemaakt door de verdachte(n). De Hoge Raad benadrukt hierbij dat daadwerkelijke uitbuiting niet hoeft plaats te vinden, maar dat het oogmerk van uitbuiting van aan ander volstaat voor de vervulling van de delictsomschrijving van artikel 273f eerste lid aanhef en onder sub 1 Sr. Het maakt dus niet uit dat het Roemeense slachtoffer het werk in een bordeel niet heeft verricht. Het beroep van de de betrokkene wordt door de Hoge Raad verworpen. 

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Nederland
    • Hoge Raad
    • Strafrecht
    • Mensenhandel
    • Kwetsbare situatie
    • oogmerkt van uitbuiting
    • Nederlands
  4. Hoge Raad Taal Nederlands Op 8 november 2016 heeft de Hoge Raad besloten dat het vonnis van het Gerechtshof in stand moet worden gehouden. Volgens artikel 407 Sv kan het hoger beroep slechts worden ingesteld in zijn geheel en het Openbaar M ...

    Op 8 november 2016 heeft de Hoge Raad besloten dat het vonnis van het Gerechtshof in stand moet worden gehouden. Volgens artikel 407 Sv kan het hoger beroep slechts worden ingesteld in zijn geheel en het Openbaar Ministerie heeft  volgens de Hoge Raad hier niet aan voldaan. De vrijspraak tegen mensenhandel blijft in stand.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Nederland
    • Hoge Raad
    • Strafrecht
    • Vrijspraak mensenhandel
    • cassatie
    • Nederlands
  5. Taal Nederlands Hoge Raad De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest en wijst de zaak terug naar het Gerechtshof 's-Gravenhage, teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan. De Hoge Raad oordeelde als volgt: ...

    De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest en wijst de zaak terug naar het Gerechtshof 's-Gravenhage, teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.De Hoge Raad oordeelde als volgt: "Naar mijn oordeel schiet de motivering van het medeplegen tekort. Het hof heeft er in wezen mee volstaan in de motivering van de verwerping van het verweer de inhoud van de bewezenverklaring nog eens kort te herhalen, zonder daarbij uitdrukkelijk bijvoorbeeld te betrekken de intensiteit en duur van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol van verdachte in voorbereiding, uitvoering of afhandeling, verdachtes aanwezigheid op belangrijke momenten, en - last but not least - de wetenschap van verdachte over de wijze waarop medeverdachte [betrokkene 2] met de uit Hongarije ingevlogen prostituees omsprong."

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Hoge Raad
    • Uitbuiting
    • Uitbuiting in de prostitutie
    • Nederlands
  6. Taal Nederlands Hoge Raad De Hoge Raad heeft het bestreden arrest vernietigd en wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag. De Hoge Raad oordeelt als volgt: "Mede gelet op de wetsgeschiedenis en in aanmerking genomen dat handele ...

    De Hoge Raad heeft het bestreden arrest vernietigd en wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag.De Hoge Raad oordeelt als volgt: "Mede gelet op de wetsgeschiedenis en in aanmerking genomen dat handelen in strijd met art. 273f, eerste lid aanhef en onder 3º, Sr wordt gekwalificeerd als 'mensenhandel' en wordt bedreigd met een gevangenisstraf van acht jaren, moet worden aangenomen dat de in het derde onderdeel omschreven gedragingen alleen strafbaar zijn als zij zijn begaan onder omstandigheden waarbij uitbuiting kan worden verondersteld (vgl. HR 24 november 2015, ECLI:NL:HR: 2015:3309).Dit brengt mee dat die gedragingen eerst dan als 'mensenhandel' kunnen worden bestraft indien uit de bewijsvoering volgt dat voldaan is aan voormelde voorwaarde dat zij zijn begaan onder omstandigheden waarbij uitbuiting kan worden verondersteld. 'Uitbuiting' moet worden aangemerkt als een impliciet bestanddeel van art. 273f, eerste lid aanhef en onder 3º, Sr (vgl. HR 5 april 2016, ECLI:NL:HR: 2016:556 ten aanzien van het vierde onderdeel van art. 273f, eerste lid, Sr)."

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Hoge Raad
    • Vervoeren (met oogmerk van uitbuiting)
    • Pooier
    • Vervoeren van prostitutees
    • Gedwongen prostitutie
    • Uitbuiting in de prostitutie
    • Nederlands
  7. Taal Nederlands 1 Hoge Raad De Hoge Raad heeft het cassatieberoep op de voet van art. 80a RO niet-ontvankelijk verklaard. Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft bij arrest van 9 mei 2014 aan de betrokkene de verplichting opgelegd om een bedr ...

    De Hoge Raad heeft het cassatieberoep op de voet van art. 80a RO niet-ontvankelijk verklaard.Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft bij arrest van 9 mei 2014 aan de betrokkene de verplichting opgelegd om een bedrag van € 41.080,30 aan de Staat te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Tegen het arrest van het hof heeft betrokkene beroep in cassatie ingesteld.Blijkens het arrest van het hof en de aanvulling bewijsmiddelen is de betrokkene (onherroepelijk) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zesendertig maanden wegens mensenhandel, meermalen gepleegd, in de periode van 1 maart 2009 tot en met 26 juni 2009.Het hof ontleent aan de inhoud van voormelde bewijsmiddelen het oordeel, dat veroordeelde door middel van het begaan van het bewezen verklaarde feit en soortgelijke feiten een voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht heeft genoten, bestaande uit een besparing van kosten door het uitbetalen van te weinig arbeidsuren aan haar werknemers.Door en namens de veroordeelde is ter terechtzitting in hoger beroep betoogd dat de aan veroordeelde opgelegde boetes als kosten in mindering dienen te worden gebracht, aangezien er een rechtstreeks verband is met de veroordeling voor mensenhandel.Het hof stelt voorop dat bij de bepaling van de hoogte van het wederrechtelijk voordeel slechts kosten die in directe relatie staan tot het delict, die niet zouden zijn gemaakt als dat delict niet zou zijn gepleegd, voor aftrek in aanmerking kunnen komen.Het door de raadsman als productie 8 overgelegde afschrift van een boetebeschikking heeft betrekking op een overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen. Deze boete zijn wellicht kosten die volgens de veroordeelde gemaakt zijn - indien zij betaald zouden zijn - in het kader van haar bedrijfsvoering, maar het zijn daarmee nog geen kosten die in directe relatie staan tot de voltooiing van het delict dat ten grondslag ligt aan de becijfering van het wederrechtelijk verkregen voordeel en die veroordeelde niet zou hebben gemaakt als zij dat delict niet zou hebben gepleegd.De Hoge Raad overweegt dat het oordeel van het hof niet van een onjuiste rechtsopvatting getuigt, dat de bedoelde boetes geen kosten zijn die in directe relatie staan tot de voltooiing van het delict dat ten grondslag ligt aan de becijfering van het wederrechtelijk verkregen voordeel en die de betrokkene niet zou hebben gemaakt als zij dat delict niet zou hebben gepleegd.  

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Hoge Raad
    • Mensenhandel
    • Arbeidsuitbuiting
    • Gedwongen prostitutie
    • Misbruik van het overwicht
    • Misbruik van kwetsbare positie
    • Nederlands
  8. Taal Nederlands Hoge Raad De Hoge Raad verwerpt de beroepen en oordeelt als volgt: Mede gelet op de wetsgeschiedenis en in aanmerking genomen dat handelen in strijd met art. 273f, eerste lid sub 4, Sr wordt gekwalificeerd als 'mensenha ...

    De Hoge Raad verwerpt de beroepen en oordeelt als volgt:Mede gelet op de wetsgeschiedenis en in aanmerking genomen dat handelen in strijd met art. 273f, eerste lid sub 4, Sr wordt gekwalificeerd als 'mensenhandel' en wordt bedreigd met een gevangenisstraf van acht jaren, moet worden aangenomen dat de in het vierde onderdeel omschreven gedragingen alleen strafbaar zijn als zij zijn begaan onder omstandigheden waarbij uitbuiting kan worden verondersteld.Dit brengt mee dat die gedragingen eerst dan als 'mensenhandel' kunnen worden bestraft indien uit de bewijsvoering volgt dat voldaan is aan voormelde voorwaarde dat zij zijn begaan onder omstandigheden waarbij uitbuiting kan worden verondersteld. Het oordeel van het Hof dat 'uitbuiting' moet worden aangemerkt als een impliciet bestanddeel van art. 273f, eerste lid aanhef en onder 4º, Sr, is derhalve juist.Gelet op het vorenoverwogene heeft het Hof met juistheid geoordeeld dat voor bewezenverklaring van een op art. 273f, eerste lid sub 4, Sr toegesneden tenlastelegging is vereist dat op grond van de omstandigheden van het geval uitbuiting komt vast te staan. Daarbij komt, gelet op hetgeen volgt uit eerdere jurisprudentie, onder meer betekenis toe aan de aard en duur van de tewerkstelling, de beperkingen die zij voor de betrokkene meebrengt en het economisch voordeel dat daarmee door de tewerksteller wordt behaald. Het Hof heeft geoordeeld dat een gedraging als het 'afsluiten van een telefoonabonnement' niet zonder meer is aan te merken als arbeid of dienst tot het verrichten waarvan iemand wordt gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen als bedoeld in art. 273f, eerste lid aanhef sub 4, Sr. Uitgaande van het vermelde toetsingskader heeft het Hof geoordeeld dat, in het bijzonder gelet op de aard en de korte duur (één of enkele dagen) van de diensten, de niet-noemenswaardige beperkingen die zij voor de betrokkenen meebrachten en het economische voordeel dat daarmee door de verdachte werd behaald, alsmede gelet op de overige (persoonlijke) omstandigheden van de betrokkenen, in geen van deze gevallen sprake was van uitbuiting.Dit oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk.In het licht van 's Hofs oordeel dat en waarom in de onderhavige gevallen (telkens) geen sprake was van uitbuiting, geeft ook het kennelijke oordeel van het Hof dat van het oogmerk van uitbuiting in de zin van art. 273f, eerste lid onder 1°, Sr evenmin sprake was, niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is het niet onbegrijpelijk.Zie ook HR, 5 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:556     

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Hoge Raad
    • Strafrecht
    • Overige uitbuiting
    • Strafrecht
    • Nederlands
  9. Hoge Raad Taal Nederlands De Hoge Raad vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 2 tenlastegelegde en de strafoplegging. Zij wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwar ...

    De Hoge Raad vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 2 tenlastegelegde en de strafoplegging. Zij wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.Het middel klaagt onder meer over de bewezenverklaring onder 2. Ten laste van de verdachte is onder 2 bewezenverklaard dat: "hij op (een) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 september 2011 tot en met 1 november 2011 in Nederland, een ander, genaamd [betrokkene 1] , (telkens) door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft vervoerd en/of overgebracht met het oogmerk van uitbuiting van [betrokkene 1] .De Hoge Raad oordeelt als volgt: 'Het oordeel van het Hof dat de verdachte "een ander, genaamd [betrokkene 1] , (telkens) door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft vervoerd en/of overgebracht met het oogmerk van uitbuiting van [betrokkene 1] volgt niet zonder meer uit de bewijsvoering. Voor zover het middel daarover klaagt, is het terecht voorgesteld. Opmerking verdient nog dat geen steun in het recht vindt de blijkens de toelichting aan het middel mede ten grondslag liggende opvatting dat van mensenhandel slechts sprake kan zijn als de bewezenverklaarde gedragingen een schending van art. 4 EVRM opleveren'.  

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie Nederland
    • Nederland
    • Hoge Raad
    • Strafrecht
    • Uitbuiting in de prostitutie
    • Vervoeren (met oogmerk van uitbuiting)
    • Strafrecht
    • Gedwongen prostitutie
    • Nederlands
  10. 1 read Language Dutch Supreme Court De Hoge Raad heeft de bestreden uitspraak vernietigd uitsluitend wat betreft de strafoplegging en wijst de zaak terug naar Gerechtshof Den Haag De Hoge Raad oordeelt als volgt: De vaststelling dat "de verdachte eer ...

    De Hoge Raad heeft de bestreden uitspraak vernietigd uitsluitend wat betreft de strafoplegging en wijst de zaak terug naar Gerechtshof Den HaagDe Hoge Raad oordeelt als volgt: De vaststelling dat "de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten, zij het andersoortige feiten" en dat dit de verdachte "er kennelijk niet van [heeft] weerhouden de onderhavige feiten te plegen" is niet zonder meer begrijpelijk aangezien voormeld uittreksel daarvoor geen steun biedt. De strafoplegging is daarom ontoereikend gemotiveerd. Het middel is terecht voorgesteld. "

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Hoge Raad
    • Nederlands

Pagina's