Pagina's

    Resultaten 1 - 10 van totaal 24 resultaten
    1. Language Dutch 131 reads Betreft data ratificatie door China van het Protocol inzake de voorkoming, bestrijding en bestraffing van mensenhandel, in het bijzonder vrouwenhandel en kinderhandel, tot aanvulling van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen g ...

      Betreft data ratificatie door China van het Protocol inzake de voorkoming, bestrijding en bestraffing van mensenhandel, in het bijzonder vrouwenhandel en kinderhandel, tot aanvulling van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad en de data ratificatie door Estland van het Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel.Tractatenblad van het Koninkrijk de Nederlanden, februari 2010.

      Overheidspublicaties

      • Overige documenten overheid
      • China
      • Estland
    2. Language Dutch 121 reads In dit thematisch ambtsbericht wordt de situatie in Xinjiang 1 beschreven voor zover deze van belang is voor de beoordeling van asielverzoeken van personen die afkomstig zijn uit Xinjiang en voor besluitvorming over de terugkeer v ...

      In dit thematisch ambtsbericht wordt de situatie in Xinjiang 1 beschreven voor zover deze van belang is voor de beoordeling van asielverzoeken van personen die afkomstig zijn uit Xinjiang en voor besluitvorming over de terugkeer van afgewezen asielzoekersafkomstig uit Xinjiang. Dit thematisch ambtsbericht is een actualisering van eerdere ambtsberichten over de situatie in China, waarin onder meer over de situatie in Xinjiang wordt gerapporteerd. Op 29 juni 2010 is laatstelijk een algemeen ambtsbericht over de situatie in China uitgebracht. In dat algemeen ambtsbericht werd in paragraaf 3.5.2 aandacht besteed aan de situatie in Xinjiang. Dit thematischambtsbericht, dat dient ter aanvulling en actualisering van paragraaf 3.5.2 van het algemeen ambtsbericht China van 29 juni 2010, beslaat de periode van juli 2010 tot en met februari 2011.

      Overheidspublicaties

      • Ambtsberichten en TOR's
      • China
    3. Language Dutch 99 reads "Hierbij zend ik u, onder verwijzing naar de afspraken zoals die tussen het ministerie van Justitie en het ministerie van Buitenlandse Zakenzijn gemaakt, een overzicht met aandachtspunten die met het oog op de beleidsvorming d ...

      "Hierbij zend ik u, onder verwijzing naar de afspraken zoals die tussen het ministerie van Justitie en het ministerie van Buitenlandse Zakenzijn gemaakt, een overzicht met aandachtspunten die met het oog op de beleidsvorming door de minister voor Immigratie en Asiel en de uitvoeringspraktijk van de IND bespreking behoeven in het door u uit te brengen thematisch ambtsbericht inzake Xinjiang (China), als aanvulling op paragraaf 3.5.2. van het algemeen ambtsbericht China van juni 2010..."

      Overheidspublicaties

      • Ambtsberichten en TOR's
      • China
    4. Language Dutch 103 reads "Hierbij zend ik u, onder verwijzing naar de afspraken tussen het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het Ministerie van Buitenlandse Zaken, een overzicht met aandachtspunten die met het oog op de bele ...

      "Hierbij zend ik u, onder verwijzing naar de afspraken tussen het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het Ministerie van Buitenlandse Zaken, een overzicht met aandachtspunten die met het oog op de beleidsvorming door de Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel en de uitvoeringspraktijk van de IND bespreking behoeven in het door u uit te brengen ambtsbericht met betrekking tot de algemene situatie in China..."

      Overheidspublicaties

      • Ambtsberichten en TOR's
      • China
    5. Language Dutch 64 reads FairWork Verslag van FairWork naar aanleiding van bezoek aan China in 2010. China In maart bracht een delegatie van FairWork, toen nog BLinN, een bezoek aan Beijing om een beter beeld te krijgen van de achtergronden van slachtoffer ...

      Verslag van FairWork naar aanleiding van bezoek aan China in 2010.

      Publicaties

      • Artikelen
      • China
      • FairWork
      • Nederlands
    6. Language Dutch 61 reads Court of Overijssel Niet in geschil is dat verzoekster toerekenbaar geen documenten als genoemd in artikel 31 lid 2 onder e en f Vw 2000 heeft overgelegd en dat verzoekster zich niet onverwijld na aankomst in Nederland heeft gemeld ...

      Niet in geschil is dat verzoekster toerekenbaar geen documenten als genoemd in artikel 31 lid 2 onder e en f Vw 2000 heeft overgelegd en dat verzoekster zich niet onverwijld na aankomst in Nederland heeft gemeld bij de Nederlandse autoriteiten. Onder deze omstandigheden dient van het asielrelaas een positieve overtuigingskracht uit te gaan.De voorzieningenrechter oordeelt dat verweerder in redelijkheid heeft kunnen overwegen dat verzoeksters asielrelaas tegenstrijdigheden bevat op het punt van de één-kindpolitiek in haar woonplaats. Ten aanzien van verzoeksters kritiek op het algemeen ambtsbericht inzake China van 2006 wordt overwogen dat een ambtsbericht geldt als een deskundigenadvies. Verzoekster heeft bovendien de stelling dat in Guangzhou de één-kindpolitiek onverkort wordt gehandhaafd niet onderbouwd.Verweerder heeft derhalve voldoende concreet en gemotiveerd overwogen waarom het asielrelaas op dit punt over onvoldoende positieve overtuigingskracht beschikt. Verweerder heeft de aanvraag daarom kunnen afwijzen. Beroep ongegrond.

      Jurisprudentie

      • Vreemdelingenrecht
      • China
      • Rechtbank Overijssel
      • Asielprocedure
      • Nederlands
    7. Language Dutch 60 reads Court of Noord-Holland Verzoekster is in China door woekeraars vastgehouden en geslagen omdat zij weigerde als prostituee te gaan werken. Hoewel uit het ambtsbericht van 29 juni 2010 blijkt dat de situatie voor vrouwen die worden b ...

      Verzoekster is in China door woekeraars vastgehouden en geslagen omdat zij weigerde als prostituee te gaan werken. Hoewel uit het ambtsbericht van 29 juni 2010 blijkt dat de situatie voor vrouwen die worden bedreigd met seksuele uitbuiting nog steeds zorgelijk is en er geen structurele opvangmogelijkheden zijn, heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat verzoekster onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij van de Chinese autoriteiten dan wel van andere organisaties die zich inzetten voor de slachtoffers van seksueel geweld in China, geen enkele bescherming kan inroepen. Blijkens het ambtsbericht is het mogelijk om aangifte te doen. Verzoekster heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit zinledig is.Evenmin heeft verzoekster voldoende onderbouwd dat er in China geen vestigingsalternatief is. De stelling dat in het algemeen beschermings- en opvangmogelijkheden voor vrouwen als verzoekster zeer beperkt zijn in China, acht de voorzieningenrechter in dit verband ontoereikend.Verzoekster heeft voorts gesteld slachtoffer te zijn van mensenhandel. Zij valt misschien onder de B9-regeling maar wil geen aangifte doen, niet in China en niet in Nederland, om haarzelf en haar familie niet in gevaar te brengen. De bedreiging door de woekeraars strekt zich derhalve uit over de grenzen van China. De rechter oordeelt dat deze –niet onderbouwde– stelling niet afdoet aan het voorgaande, nu verzoekster daarmee nog niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij geen enkele bescherming kan inroepen dan wel dat geen vestigingsalternatief beschikbaar is. Beroep ongegrond.

      Jurisprudentie

      • Vreemdelingenrecht
      • China
      • Rechtbank Noord-Holland
      • Asielprocedure
      • Aangiftebereidheid
      • Nederlands
    8. 81 reads Court of Noord-Holland Language Dutch Verweerder heeft de aanvraag van eiseres tot wijziging van de beperking van de aan haar verleende verblijfsvergunning regulier van ‘beperking als genoemd in hoofdstuk B9 Vc’ in de beperking ‘voortgezet verbli ...

      Verweerder heeft de aanvraag van eiseres tot wijziging van de beperking van de aan haar verleende verblijfsvergunning regulier van ‘beperking als genoemd in hoofdstuk B9 Vc’ in de beperking ‘voortgezet verblijf’ op grond van art. 3.52 Vb afgewezen.De rechtbank stelt vast dat verweerder in onderhavige zaak eerst heeft beoordeeld of voldaan is aan de voorwaarden van art. 3.52 Vb, te weten of er sprake is van bijzondere individuele omstandigheden waardoor van eiseres niet gevergd kan worden dat zij Nederland verlaat. Verweerder is tot de conclusie gekomen dat van bijzondere individuele omstandigheden geen sprake is, getoetst aan art. 16, lid 1, aanhef en onder b,Vw.De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat hetgeen eiseres met betrekking tot het risico van represailles en vervolging, alsmede met betrekking tot de mogelijkheden van sociale en maatschappelijk herintegratie als slachtoffer van mensenhandel en alleenstaande vrouw in China heeft aangevoerd, geen bijzondere individuele omstandigheden betreffen waardoor van haar niet gevergd kan worden dat zij Nederland verlaat.Ten aanzien van hetgeen eiseres omtrent haar medische situatie in de bestuurlijke fase heeft aangevoerd, heeft verweerder - vanwege het ontbreken van overige bijzondere individuele omstandigheden - derhalve in redelijkheid kunnen concluderen dat deze omstandigheden evenmin tot vergunningverlening op grond van art. 3.52 Vw leiden, nu geen sprake is van een bijzonder samenstel van omstandigheden. Beroep ongegrond; vovo afgewezen.

      Jurisprudentie

      • Vreemdelingenrecht
      • China
      • Rechtbank Noord-Holland
      • Voortgezet verblijf
      • Voortgezet verblijf
      • Bijzondere individuele omstandigheden
      • Nederlands
    9. Taal Nederlands 5 Rechtbank Noord-Holland Verzoekster heeft gevangen gezeten vanwege deelname aan een demonstratie in Lhasa (Tibet). Verweerder acht het relaas ongeloofwaardig. Daarbij is betrokken dat verzoekster toerekenbaar ongedocumentee ...

      Verzoekster heeft gevangen gezeten vanwege deelname aan een demonstratie in Lhasa (Tibet). Verweerder acht het relaas ongeloofwaardig. Daarbij is betrokken dat verzoekster toerekenbaar ongedocumenteerd is en onvoldoende heeft meegewerkt aan de vaststelling van de reisroute. Het relaas ontbeert volgens verweerder positieve overtuigingskracht.Verzoekster stelt onder meer dat haar studentenkaart door de politie is ingenomen en dat haar identiteitskaart en Hukou-boekje zijn achtergebleven in haar huis in Bechuan dat in mei 2008 door een aardbeving is verwoest. De rechtbank overweegt dat het in China, zoals verweerder zelf ook heeft gesteld niet wettelijk verplicht is een identiteitskaart bij zich te hebben.De verklaring van verzoekster dat zij geen identiteitskaart nodig had omdat zij een studentenkaart had, heeft verweerder niet zonder nadere motivering onaannemelijk kunnen achten. Uit het ambtsbericht van april 2008 en de wet waarnaar onder noot 140 wordt verwezen, blijkt dat volgens art. 14 van de daargenoemde Chinese wet is op te maken dat een burger in bepaalde situaties zijn identiteitskaart zal moeten kunnen tonen, maar ook dat hij zijn identiteit op andere wijze kan aantonen als hij daartoe niet in staat is.Met betrekking tot de reis heeft verzoekster onder meer aangevoerd zij slachtoffer is van mensenhandel en/of smokkel. De verklaringen daarover acht verweerder niet onaannemelijk. Verweerder heeft als reactie op de zienswijze niet kunnen volstaan met de enkele opmerking dat de omstandigheid dat verzoekster mogelijk slachtoffer is van mensenhandel en/of smokkel niet leidt tot het oordeel dat verzoekster niet kunnen worden tegengeworpen dat zij onvoldoende informatie over de reis heeft kunnen verschaffen. In het bijzonder had van verweerder verwacht mogen worden in te gaan op de bepaald niet onaannemelijke stelling van de gemachtigde van verzoekster dat mensensmokkelaars er alles aan gelegen is om te voorkomen dat hun slachtoffers informatie kunnen verstrekken over de reisroute en de gebruikte transportmiddelen. Ook op dit onderdeel is het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd. Beroep gegrond.

      Jurisprudentie

      • Vreemdelingenrecht
      • China
      • Rechtbank Noord-Holland
      • Asielprocedure
      • Identiteitsdocument
      • Mensensmokkel
      • Nederlands
    10. Taal Nederlands 5 Rechtbank Noord-Holland Verzoekster heeft na twee jaar illegaal verblijf in Nederland asiel gevraagd. Zij heeft zich in Nederland tot het Protestantse geloof bekeerd en vreest bij terugkeer een behandeling in strijd met art ...

      Verzoekster heeft na twee jaar illegaal verblijf in Nederland asiel gevraagd. Zij heeft zich in Nederland tot het Protestantse geloof bekeerd en vreest bij terugkeer een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM omdat zij gedwongen is zich bij een ondergrondse kerk aan te sluiten. Dit betreft volgens de rechter een onzekere toekomstverwachting; ook is het in China niet verboden om het Christelijke geloof te belijden.Verzoekster stelt dat zij, gezien haar ervaringen in China, het risico loopt dat zij opnieuw in handen valt van dergelijke lieden als die haar eerder in slavernij of dienstbaarheid hebben gehouden en dat dat voor verweerder een positieve verplichting tot verblijfsaanvaarding meebrengt.De uitspraak van het EHRM inzake Siliadin tegen Frankrijk (klachtnr. 73316/01) van 26 juli 2005 waarop verzoekster zich beroept, geeft aanleiding tot de constatering dat ingevolge artikel 4 EVRM (ook) op Nederland een positieve verplichting rust om bescherming te bieden aan slachtoffers van slavernij, in de vorm van specifiek tegen slavernij gerichte strafwetgeving en in voorkomende gevallen door het instellen van strafvervolging. Dat ook een positieve verplichting tot verblijfsaanvaarding zou bestaan, is niet uit de uitspraak af te leiden.Gelet op de inhoud van verzoeksters nader gehoor, waaruit niet blijkt dat verzoekster in China slavin is geweest, en omdat zij dat ook niet in haar zienswijze op het voornemen heeft aangevoerd, kan verweerder niet worden verweten dat niet op artikel 4 EVRM is ingegaan.Voorts is verweerder te volgen in het betoog dat de conclusie dat verzoekster geen reëel en voorzienbaar risico loopt op onmenselijke en vernederende bejegening, bij gebreke van enige nadere aanknopingspunten in het asielrelaas, behelst dat verweerder zich op het standpunt stelt dat zij geen reëel risico loopt wederom aan slavernij of dienstbaarheid, te worden onderworpen. Verweerder heeft dan ook niet miskend dat verzoekster tegen haar wil in slavernij of dienstbaarheid is genomen. Beroep ongegrond.NB. Deze uitspraak is in hoger beroep ongemotiveerd bevestigd (ABRvS, 3 juli 2008, nr. 200803967/1).

      Jurisprudentie

      • Vreemdelingenrecht
      • China
      • Rechtbank Noord-Holland
      • Asielprocedure
      • Artikel 3 EVRM
      • Artikel 4 EVRM
      • Nederlands

    Pagina's