• Herintegratie
Resultaten 1 - 3 van totaal 3 resultaten
  1. Taal Nederlands 8 Rechtbank Limburg Beroep ongegrond. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de staatssecretaris zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het asielrelaas positieve overtuigingskracht mist. Het betoog ...

    Beroep ongegrond. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de staatssecretaris zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het asielrelaas positieve overtuigingskracht mist. Het betoog van de vreemdeling dat haar een vergunning op de b-grond toekomt omdat zij voor de mensenhandelaar en zijn kompanen te vrezen heeft in Nigeria faalt, omdat zij niet uit objectief verifieerbare bron heeft vernomen dat deze mannen haar familie in Nigeria na haar vertrek hebben mishandeld. De overgelegde aangifte door haar broer is voorts niet op authenticiteit waardeerbaar vanwege het ontbreken van referentiemateriaal.In het kader van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw 2000 is een beroep gedaan op het traumatabeleid. De staatssecretaris heeft in redelijkheid kunnen betogen dat een voodoo-ritueel niet valt onder handelingen die zijn verricht van overheidswege, door politieke of militante groeperingen die de feitelijke macht uitoefenen in een land van herkomst of een deel daarvan, of door groeperingen waartegen de overheid niet in staat of niet bereid is bescherming te bieden.Dat de vreemdeling – nu zij slachtoffer is geworden van mensenhandel, vervolgens in de prostitutie is beland en inmiddels ook nog alleenstaande moeder is – in Nigeria geen sociaal netwerk heeft, levert ook geen geslaagd beroep op de c-grond op. In dit verband heeft de staatssecretaris zich onder verwijzing naar het ambtsbericht inzake Nigeria van 17 oktober 2012 in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij niet in staat zal zijn, eventueel met behulp van National Agency for Prohibition of Traffic in Persons and Other Related Matters (NAPTIP), een nieuw netwerk op te bouwen en zich te hervestigen.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Nigeria
    • Rechtbank Limburg
    • Asielprocedure
    • Prostitutie
    • Herintegratie
    • Nederlands
  2. 92 reads Court of Oost-Brabant Language Dutch Niet in het geding is dat de vreemdeling slachtoffer is van mensenhandel. De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat de vreemdeling bij terugkeer naar haar woonplaats in het Deltagebied in Nigeria een ...

    Niet in het geding is dat de vreemdeling slachtoffer is van mensenhandel. De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat de vreemdeling bij terugkeer naar haar woonplaats in het Deltagebied in Nigeria een reëel risico loopt op een schending van artikel 3 EVRM.De minister betoogt echter dat de vreemdeling zich aan de problemen kan onttrekken door zich elders in Nigeria te vestigen. In dit verband wordt één van de steden waar de NAPTIP (National Agency for Prohibition of Traffic in Persons and Other Related Matters) genoemd, waar deze organisatie opvanghuizen heeft. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister van betekenis kunnen achten dat er voor de vreemdeling in Nigeria mogelijkheden zijn voor sociale en maatschappelijke herintegratie en dat zij aldaar beschermd zal zijn tegen eventuele represailles.Daarbij heeft de minister, onder verwijzing van het algemeen ambtsbericht over Nigeria van april 2011, kunnen stellen dat NAPTIP de vreemdeling daarbij ondersteuning biedt. De enkele, niet onderbouwde stelling van de vreemdeling dat zij geen sociaal netwerk heeft, acht de rechtbank niet van doorslaggevende betekenis. De minister heeft in dit geval voldoende gemotiveerd dat als hereniging met familie niet mogelijk is, NAPTIP een oplossing op maat probeert te vinden. De rechtbank vindt in dit oordeel steun in de uitspraak van de Afdeling van 10 april 201 in zaak nr 201103208/1. Beroep ongegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Nigeria
    • Rechtbank Oost-Brabant
    • Terugkeer
    • Asielprocedure
    • Artikel 3 EVRM
    • Herintegratie
    • Nederlands
  3. 8 Rechtbank Limburg Taal Nederlands Gelet op het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat verweerder had dienen te motiveren waarom hij van mening is dat de enkele omstandigheid dat eiseres meerderjarig is geworden tot gevolg heeft da ...

    Gelet op het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat verweerder had dienen te motiveren waarom hij van mening is dat de enkele omstandigheid dat eiseres meerderjarig is geworden tot gevolg heeft dat de in een voorkomend geval door het NAPTIP te verlenen faciliteiten maken dat eiseres "in voldoende mate beschermd is tegen mensenhandelaren", terwijl dit gedurende de minderjarigheid van eiseres niet kon worden aangenomen. Nu deze motivering in het bestreden besluit ontbreekt, is dit besluit in strijd met het bepaalde in de artikel 3:46 en 3:47 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: AWB) en komt dit besluit mitsdien hierom voor vernietiging in aanmerking.Daarnaast acht de rechtbank ook anderzins het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd waartoe zij als volgt overweegt.Hoewel uit het hiervoor genoemde thematisch ambtsbericht kan worden afgeleid dat het NAPTIP een oplossing op maat kan bieden, in die zin dat het slachtoffers van mensenhandel tijdelijk aan onderdak en een baan helpen en dat het geen slachtoffers van mensenhandel op straat zet zonder dat ze ergens naar toe kunnen, volgt uit het ambtsbericht ook dat het verblijf in een shelter slechts tijdelijk is en dat hervestiging in de praktijk onmogelijk is indien betrokkene in de nieuwe woonplaats geen netwerk heeft van familieleden of personen met dezelfde regionale en etnische afkomst.Uit het ambtsbericht blijkt verder dat slechts een zeer klein percentage van alle vrouwen die slachtoffer zijn geworden van mensenhandel, die in Europa in de prostitutie hebben gewerkt en die vrijwillig of gedwongen zijn teruggekeerd naar Nigeria in een van de shelters van het NAPTIP terechtkomt en dat zij een groot risico lopen om opnieuw gerekruteerd te worden voor de prostitutie in Europa.Gelet op het voorgaande en gelet op de omstandigheid dat eiseres geen sociaal netwerk heeft, is de rechtbank van oordeel dat verweerder zijn standpunt dat van eiseres gevergd kan worden dat zij zich elders in Negeria kan vestigen om zich aan moeilijkheden te onttrekken, onvoldoende heeft gemotiveerd.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Nigeria
    • Rechtbank Limburg
    • Minderjarigen / Kinderhandel
    • AMV's
    • Herintegratie
    • Nederlands