• Rechtbank Noord-Holland
Resultaten 1 - 4 van totaal 4 resultaten
  1. Language Dutch 95 reads Court of Noord-Holland Beroep gegrond ten aanzien van de verplichting Nederland onmiddellijk te verlaten en het inreisverbod. De rechtbank oordeelt dat de vreemdeling bescherming kan krijgen tegen mensensmokkelaars door zich te wen ...

    Beroep gegrond ten aanzien van de verplichting Nederland onmiddellijk te verlaten en het inreisverbod. De rechtbank oordeelt dat de vreemdeling bescherming kan krijgen tegen mensensmokkelaars door zich te wenden tot de autoriteiten en de ondersteuning van het NAPTIP.Ten aanzien van het terugkeerbesluit stelt de rechtbank voorop dat de staatssecretaris in bijzondere gevallen van zijn bevoegdheid de terugkeertermijn te verkorten kan afzien. Naar het oordeel van de rechtbank dient de staatssecretaris nader te motiveren waarom daartoe in het onderhavige geval geen aanleiding zou bestaan. Daartoe is redengevend dat de staatssecretaris in het onderhavige besluit het asielrelaas van eiseres geloofwaardig heeft geoordeeld, en dat volgens dit relaas het valse Duitse visum waarop de veroordeling betrekking had aan de vreemdeling was gegeven binnen het kader van de op haar gelegde druk om in de prostitutie werkzaam te zijn.Ten aanzien van het inreisverbod van vijf jaar overweegt de rechtbank dat de vreemdeling onder druk naar Nederland is gekomen om hier in de prostitutie werkzaam was, en het valse Duitse visum volgens het asielrelaas, in het kader van die op haar uitgeoefende druk aan haar was gegeven. De staatssecretaris dient nader te motiveren waarom onder de gestelde omstandigheden niet is gebleken van individuele of bijzondere omstandigheden die nopen tot het afzien van het uitvaardigen van een inreisverbod dan wel tot het opleggen van een inreisverbod van kortere duur.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Nigeria
    • Rechtbank Noord-Holland
    • Asielprocedure
    • Terugkeer
    • Nederlands
  2. 42 reads Court of Noord-Holland Language Dutch De rechtbank beoordeelt dat, nu de minister ter zitting heeft toegelicht dat niet wordt getwijfeld aan de besnijdenis van de vreemdeling, minister niet zonder nadere motivering staande kan houden dat de vreem ...

    De rechtbank beoordeelt dat, nu de minister ter zitting heeft toegelicht dat niet wordt getwijfeld aan de besnijdenis van de vreemdeling, minister niet zonder nadere motivering staande kan houden dat de vreemdeling niet heeft aangetoond dat zij tot een bevolkingsgroep behoort waarbij vrouwenbesnijdenis de praktijk is.Gezien het betoog van de vreemdeling dat zij niet de bescherming van een mannelijk familielid geniet en dat er geen sprake is van een sociaal netwerk, welk betoog door minister niet is betwist, heeft minister zich, mede in het licht uit het ambtsbericht, pagina 54, niet zonder nader motivering op het standpunt kunnen stellen dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij haar dochter niet zal kunnen onttrekken aan vrouwenbesnijdenis en zij bij terugkeer derhalve geen reëel risico loopt te worden besneden. De rechtbank stelt de minister in de gelegenheid de gebreken van het besluit te herstellen in de zin van artikel 8:51b lid Awb. 

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Nigeria
    • Rechtbank Noord-Holland
    • Voortgezet verblijf
    • Voortgezet verblijf
    • Besnijdenis
    • Nederlands
  3. Taal Nederlands 7 Rechtbank Noord-Holland Bij de tweede aanvraag verklaart eiseres dat zij asiel aanvraagt omdat zij de eerste keer niet alles heeft verteld. In het gehoor inzake nieuwe feiten en omstandigheden verklaart eiseres dat zij er i ...

    Bij de tweede aanvraag verklaart eiseres dat zij asiel aanvraagt omdat zij de eerste keer niet alles heeft verteld. In het gehoor inzake nieuwe feiten en omstandigheden verklaart eiseres dat zij er in Nederland is achtergekomen dat een vrouw in Italië niet alleen eiseres, maar ook andere meisjes uit Nigeria naar Europa heeft gebracht. Eiseres werd gedwongen deze dingen niet te vertellen, zodat zij dit niet eerder kon verklaren.Verder is gebleken dat eiseres getuige is geweest in de zogenoemde Koolviszaak. Deze zaak betreft een landelijk onderzoek naar mensenhandel vanuit Nigeria van de Dienst Nationale Recherche en de KMar. Uit een brief gedateerd 16 maart 2009 blijkt dat eiseres zich heeft gevoegd in het strafproces teneinde de schade te verhalen op de verdachte in de Koolviszaak.De rechtbank oordeelt dat uit voorgaande blijkt dat eiseres haar asielrelaas voor zover betrekking hebbend op mensenhandel, nog niet eerder naar voren heeft kunnen brengen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat geen sprake is van een asielaanvraag die door verweerder met toepassing van art.4:6 Awb kon worden afgedaan, maar dat er sprake is van een nieuw asielrelaas dat door verweerder op de gebruikelijke manier dient te worden beoordeeld.Bij het nemen van een nieuw besluit kan verweerder aandacht besteden aan de medische omstandigheden waarin eiseres verkeert, mede op basis van het opnieuw gevraagde BMA-advies. Beroep gegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Nigeria
    • Rechtbank Noord-Holland
    • Asielprocedure
    • Tweede asielaanvraag
    • Nederlands
  4. 73 reads Court of Noord-Holland Language Dutch Beroep vreemdeling tegen de afwijzing van een aanvraag om voortgezet verblijf na een B9-vergunning. Verweerder heeft deze aanvraag als een aanvraag om eerste toelating beoordeeld, nu eiseres de aanvraag meer ...

    Beroep vreemdeling tegen de afwijzing van een aanvraag om voortgezet verblijf na een B9-vergunning. Verweerder heeft deze aanvraag als een aanvraag om eerste toelating beoordeeld, nu eiseres de aanvraag meer dan drie jaar nadat de geldigheid van de aan haar verleende B9-vergunning was geëindigd, heeft ingediend. De aanvraag is vervolgens afgewezen wegens het ontbreken van een mvv.Ten aanzien van het beroep van eiseres op art. 8 EVRM is de rechtbank van oordeel dat verweerder de opgebouwde banden van de dochter van eiseres met Nederland, mede gelet op de duur van de periode waarop de opgebouwde banden zien, alsmede gelet op het feit dat de banden zijn opgebouwd tijdens onrechtmatig verblijf, ontoereikend heeft kunnen achten om bij tegenwerping van het mvv-vereiste aan eiseres een schending van art. 8 EVRM aan te nemen.Ten aanzien van het beroep van eiseres op de hardheidsclausule overweegt de rechtbank als volgt. Niet aannemelijk is geworden dat eiseres te vrezen heeft van mensenhandelaren in Nigeria. Daarnaast kan eiseres zich ter bescherming en opvang wenden tot NAPTIP, opgericht door de Nigeriaanse overheid om (potentiële) slachtoffers van mensenhandel op te vangen, te beschermen tegen mensenhandelaren en hen (indien nodig) te helpen met re-integratie in de samenleving. Ook is niet aannemelijk geworden dat eiseres te vrezen heeft voor de gedwongen besnijdenis van haar dochter. Beroep ongegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Nigeria
    • Rechtbank Noord-Holland
    • Voortgezet verblijf
    • Artikel 8 EVRM
    • Voortgezet verblijf
    • Nederlands