Trefwoord

  • Film
  • Jurisprudentie

Pagina's

Resultaten 1 - 10 van totaal 24 resultaten
  1. Taal Nederlands 3 Rechtbank Den Haag Op 10 januari 2014 heeft eiseres een aanvraag ingediend tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Zij heeft aan haar aanvraag ten grondslag gelegd dat zij is gevlucht omdat haar ...

    Op 10 januari 2014 heeft eiseres een aanvraag ingediend tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Zij heeft aan haar aanvraag ten grondslag gelegd dat zij is gevlucht omdat haar vader, pastor, en haar broer bij een overval door Boko Haram tijdens een kerkdienst gedood zijn in januari 2012 en dat haar moeder daarbij gewond is geraakt. Tevens vreest eiseres voor besnijdenis.De rechtbank overweegt:'Voorts is niet in geschil dat eiseres te vrezen heeft voor besnijdenis. Verweerder heeft eiseres echter een vlucht- of vestigingsalternatief in het zuiden van, of elders in, Nigeria tegengeworpen, waar zij niet te vrezen heeft voor besnijdenis en waar zij zich eveneens aan de invloed van Boko Haram kan onttrekken, aldus verweerder. Eiseres heeft zich in dit verband beroepen op de UNHCR Guidelines on International Protection, punten 25 en 26, waarin onder meer gesteld wordt: ‘The personal circumstances of an individual should always be given due weight in assessing whether it would be unduly harsh and therefore unreasonable for the person to relocate in the proposed area. ’ Daarnaast wordt gesteld: ‘Psychological trauma arising out of past persecution may be relevant in determining whether it is reasonable to expect the claimant to relocate in the proposed area.’ Naar het oordeel van de rechtbank vloeit ook uit het bepaalde in artikel 3.37d, tweede lid, van het VV 2000 voort dat verweerder moet onderzoeken of de algemene omstandigheden en de persoonlijke omstandigheden zodanig zijn dat verblijf in het beoogde vlucht- of vestigingsalternatief van de vreemdeling gevergd kan worden. De rechtbank overweegt dienaangaande dat verweerder zich niet op het standpunt kan stellen dat eiseres terug kan vallen op de bescherming van haar ouders en broer, nu verweerder zelf beaamt dat hun lot ongewis is en verweerder onvoldoende deugdelijk gemotiveerd heeft dat het overlijden van de vader en de broer van eiseres niet geloofwaardig is. Eiseres kan evenmin terugvallen op familie die nog woonachtig is in het zuiden, want zij hangen het Arose geloof aan en zijn voorstander van besnijdenis. Eiseres kan evenmin ondersteuning vragen aan de gemeenschap van de [naam kerk] waartoe zij behoorde, aangezien deze in het noorden gevestigd is en daar de overval door Boko Haram heeft plaatsgevonden. Verder overweegt de rechtbank dat het BMA-advies van 7 juli 2014 uitgaat van de diagnose PTSS bij eiseres en dat het uitblijven van behandeling een reële kans op toename van klachten betekent. In het BMA-advies kon bij de beoordeling bovendien nog niet worden betrokken dat eiseres de zorg draagt voor een jong kindje, geboren in augustus 2014, dat met ernstige gezondheidsproblemen te maken heeft.' De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en bepaalt dat verweerder een nieuw besluit neemt.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Nigeria
    • Rechtbank Den Haag
    • Afwijzing asielaanvraag
    • Boko Haram
    • Asielprocedure
    • Integrale toetsing van de geloofwaardigheid van het asielrelaas
    • Geloofwaardigheid
    • Paspoortvereiste
    • Reisdocumenten
    • Vestigingsalternatief
    • Vrouwenbesnijdenis/Vrouwelijke genitale verminking
    • Besnijdenis
    • Traumatabeleid
    • Nederlands
  2. 08 okt 2014

    32 reads Language Dutch Sexy Money is een muzikale documentaire over de emancipatie van Nigeriaanse vrouwen die in Europa zijn uitgebuit en vernederd in de seksindustrie en die nu, terug in Nigeria, een nieuw leven proberen op te bouwen. (Dutch subtitles) ...

    Sexy Money is een muzikale documentaire over de emancipatie van Nigeriaanse vrouwen die in Europa zijn uitgebuit en vernederd in de seksindustrie en die nu, terug in Nigeria, een nieuw leven proberen op te bouwen.(Dutch subtitles)

    Media

    • Film
    • Nigeria
    • Engels
  3. 104 reads States Council (Dutch) Language Dutch Het hoger beroep is kennelijk gegrond. Uit de weergegeven passages van het ambtsbericht volgt dat een grote meerderheid van de vrouwen in Nigeria niet wordt besneden, dat het percentage vrouwen dat wordt bes ...

    Het hoger beroep is kennelijk gegrond.Uit de weergegeven passages van het ambtsbericht volgt dat een grote meerderheid van de vrouwen in Nigeria niet wordt besneden, dat het percentage vrouwen dat wordt besneden in de stedelijke gebieden afneemt en dat in enkele grote steden opvangmogelijkheden door ngo's worden geboden aan vrouwen die zich willen onttrekken aan besnijdenis. Onder verwijzing naar het ambtsbericht en voormelde uitspraak van de Afdeling van 1 juli 2011 heeft de staatssecretaris zich in het besluit terecht op het standpunt gesteld dat, voor zover de vreemdeling betoogt dat binnen haar etnische bevolkingsgroep meisjes worden besneden, zij niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij geen opvang kan verkrijgen in een stad buiten haar herkomstgebied in Nigeria om haar dochter aan het risico van besnijdenis te onttrekken. Tevens heeft de staatssecretaris zich terecht op het standpunt gesteld dat uit het ambtsbericht volgt dat NAPTIP over opvangmogelijkheden voor slachtoffers vanmensenhandel beschikt waar de vreemdelingen terecht kunnen. De vreemdeling heeft niet aannemelijk gemaakt dat haar twee kinderen door NAPTIP niet zullen worden toegelaten tot de opvang. Het door de vreemdelingen aangevoerde Trafficking in Persons Report van het U.S. Department of State van 19 juni 2012 leidt niet tot een ander oordeel nu daaruit volgt dat de overheid van Nigeria zich inzet om te voldoen aan de minimumnormen voor de strijd tegen mensenhandel en dat NAPTIP weliswaar ondersteuning van de regering nodig heeft, maar opvang en bescherming biedt aan slachtoffers van mensenhandel. Gelet op het voorgaande heeft de staatssecretaris zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de gestelde opvangproblemen geen bijzondere individuele omstandigheden zijn die met zich brengen dat van de vreemdelingen niet gevergd kan worden dat zij Nederland verlaten.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Nigeria
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Artikel 8 EVRM
    • Artikel 8 EVRM
    • Vestigingsalternatief
    • Voortgezet verblijf
    • Vrouwenbesnijdenis/Vrouwelijke genitale verminking
    • Besnijdenis
    • Nederlands
  4. 9 Rechtbank Den Haag Taal Nederlands Beroepen van eiseressen zijn ongegrond verklaard.  'Nu de beklagprocedure van eiseres 1 er niet toe heeft geleid dat de daadwerkelijke vervolging van de verdachte alsnog ter hand is genomen, heeft ve ...

    Beroepen van eiseressen zijn ongegrond verklaard. 'Nu de beklagprocedure van eiseres 1 er niet toe heeft geleid dat de daadwerkelijke vervolging van de verdachte alsnog ter hand is genomen, heeft verweerder terecht overwogen dat de termijn van de beklagprocedure gericht tegen de beslissing van de officier van justitie de verdachte niet te vervolgen niet meetelt voor de berekening van de driejarentermijn van het beleid zoals dat ten tijde van belang was neergelegd in hoofdstuk B16/4.5, onder b, van de Vc 2000. Dat eiseres 1 gedurende de beklagprocedure wel aan de voorwaarden van het toen geldende B9-beleid voldeed, doet aan het vorenstaande niet af.''Voorts heeft de Afdeling in deze uitspraak geoordeeld dat uit het algemeen ambtsbericht niet kan worden afgeleid dat een vreemdeling bij opvang in een stad in een deelstaat waar vrouwenbesnijdenis niet is verboden een reëel risico loopt op besnijdenis. Nu eiseressen afkomstig zijn uit Benin City, waar blijkens pagina 47 van het algemeen ambtsbericht van 2012 opvangvoorzieningen voorhanden zijn, en welke stad gelegen is in een staat waar besnijdenis wél strafbaar is gesteld, te weten Edo-State, ziet de rechtbank geen reden te veronderstellen dat eiseressen zich niet aan het eventuele risico van besnijdenis kunnen onttrekken.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Nigeria
    • Rechtbank Den Haag
    • Voortgezet verblijf
    • Voortgezet verblijf
    • Vrouwenbesnijdenis/Vrouwelijke genitale verminking
    • Besnijdenis
    • Beklagprocedure
    • Bijzondere individuele omstandigheden
    • Nederlands
  5. 103 reads States Council (Dutch) Language Dutch Hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard: ' Gelet op hetgeen de vreemdeling in dit verband heeft aangevoerd, heeft de staatssecretaris de omstandigheid dat de vreemdeling de zorg hee ...

    Hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard:'Gelet op hetgeen de vreemdeling in dit verband heeft aangevoerd, heeft de staatssecretaris de omstandigheid dat de vreemdeling de zorg heeft voor haar in Nederland geboren zoon, met de vaststelling dat het thans goed gaat met diens gezondheid, voldoende kenbaar in de besluitvorming betrokken. De rechtbank heeft derhalve ten onrechte overwogen dat het besluit in zoverre ondeugdelijk is gemotiveerd.'en:'De rechtbank heeft dan ook ten onrechte geoordeeld dat de staatssecretaris geen besluit op het door de vreemdeling gemaakte bezwaar mocht nemen, zonder voorafgaand medisch advies van het BMA in te winnen.'Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard:'Gelet op de hiervoor in 7.1 weergegeven motivering en de grote mate van beoordelingsvrijheid die artikel 3.52 van het Vb 2000 de staatssecretaris biedt, bestaat geen grond voor het oordeel dat de staatssecretaris zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de door de vreemdeling aangevoerde individuele omstandigheden niet dusdanig bijzonder zijn dat van haar niet kan worden gevergd dat zij Nederland verlaat. De verwijzing naar voormeld rapport van BLinN ten aanzien van de door NAPTIP geboden bescherming, leidt niet tot een ander oordeel. De staatssecretaris heeft zijn standpunt dat de vreemdeling zich voor bescherming tot NAPTIP kan wenden op het ambtsbericht gebaseerd, dat van na voormeld rapport dateert, en de vreemdeling heeft haar stelling dat de in dat rapport geschetste situatie recent niet is verbeterd, niet met bewijsstukken gestaafd. De verwijzing naar de uitspraak van de rechtbank van 21 december 2012 leidt evenmin tot een ander oordeel, nu de Afdeling het door de staatssecretaris tegen deze uitspraak ingestelde hoger beroep bij uitspraak van 13 maart 2014 (in zaak nr. 201300723/1/V3) gegrond heeft verklaard, die uitspraak heeft vernietigd en het door de desbetreffende vreemdeling ingestelde beroep ongegrond heeft verklaard. Ook de stelling van de vreemdeling dat uit voormeld rapport van BLinN volgt dat in de opvanglocaties van NAPTIP weinig psychosociale ondersteuning is, leidt niet tot een ander oordeel, reeds omdat zij hiermee niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij van NAPTIP geen psychosociale ondersteuning zal krijgen.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Nigeria
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • BMA-advies
    • In Nederland geboren kind
    • Medisch advies
    • Represailles
    • Nederlands
  6. 121 reads States Council (Dutch) Language Dutch De Raad van State overweegt: ' Voor zover de vreemdeling in beroep heeft betoogd dat zij zich bij terugkeer in Nigeria niet staande kan houden mede gelet op de zorg voor haar twee minderjarige kinderen ...

    De Raad van State overweegt:'Voor zover de vreemdeling in beroep heeft betoogd dat zij zich bij terugkeer in Nigeria niet staande kan houden mede gelet op de zorg voor haar twee minderjarige kinderen en de maatschappelijke positie van vrouwen in dat land, faalt dat betoog. De staatssecretaris heeft zich, gelet op de uitspraak van de Afdeling van 13 maart 2014 in zaak nr. 201300723/1/V3, onder verwijzing naar het ambtsbericht en het ambtsbericht inzake Nigeria van 5 april 2011 in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat zij een beroep kan doen op NAPTIP, de Internationale Organisatie voor Migratie en de Stichting Maatwerk bij Terugkeer, die haar kunnen helpen bij de sociale en maatschappelijke herintegratie in haar land van herkomst.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Nigeria
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Artikel 8 EVRM
    • Artikel 8 EVRM
    • Vrouwenbesnijdenis/Vrouwelijke genitale verminking
    • Besnijdenis
    • Nederlands
  7. 112 reads States Council (Dutch) Language Dutch De Raad van State overweegt: 'Uit de weergegeven passages van het ambtsbericht volgt dat een grote meerderheid van de vrouwen in Nigeria niet wordt besneden, dat het percentage vrouwen dat wordt besnede ...

    De Raad van State overweegt:'Uit de weergegeven passages van het ambtsbericht volgt dat een grote meerderheid van de vrouwen in Nigeria niet wordt besneden, dat het percentage vrouwen dat wordt besneden in de stedelijke gebieden afneemt en dat in enkele grote steden opvangmogelijkheden door ngo's worden geboden aan vrouwen die zich willen onttrekken aan besnijdenis. Onder verwijzing naar voormelde uitspraak van de Afdeling van 1 juli 2011 en het aan de moeder van de vreemdeling gerichte besluit waarbij de afwijzing van de aanvraag van de moeder om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd is gehandhaafd, heeft de staatssecretaris zich terecht op het standpunt gesteld dat, voor zover de vreemdeling betoogt dat binnen haar etnische bevolkingsgroep meisjes worden besneden, zij niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij geen opvang kan verkrijgen in een stad buiten het herkomstgebied van haar moeder in Nigeria om zich aan het risico van besnijdenis te onttrekken. Uit het ambtsbericht kan niet worden afgeleid dat de vreemdeling bij opvang in een stad in een deelstaat waar vrouwenbesnijdenis niet is verboden een reëel risico loopt op besnijdenis. Voorts volgt uit de uitspraak van heden in zaak nr. 201307508/1/V1 dat de vreemdeling bij die opvang door haar moeder kan worden begeleid.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Nigeria
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Vrouwenbesnijdenis/Vrouwelijke genitale verminking
    • Besnijdenis
    • Nederlands
  8. 10 Rechtbank Den Haag Taal Nederlands Eiseressen stellen zich primair op het standpunt dat de Kinderregeling (Kinderpardon) een niet gerechtvaardigd onderscheid bevat tussen asielkinderen en kinderen wiens ouders geen asielaanvraag hebben in ...

    Eiseressen stellen zich primair op het standpunt dat de Kinderregeling (Kinderpardon) een niet gerechtvaardigd onderscheid bevat tussen asielkinderen en kinderen wiens ouders geen asielaanvraag hebben ingediend. De rechtbank overweegt:'De stelling van eiseres 2 dat, voor zover er in het algemeen al een gerechtvaardigd onderscheid bestaat, dit in haar specifieke geval niet opgaat vanwege de B9 vergunning die zij heeft gehad waarbij artikel 3 van het EVRM ook een rol speelt bij de het verzoek om voortgezet verblijf , volgt de rechtbank niet. Vooropgesteld moet worden dat het voor eiseres 2 vrij stond na afloop van de geldigheid van haar B9 vergunning asiel aan te vragen. Eiseres 2 heeft hier om haar moverende redenen niet voor gekozen maar een reguliere aanvraag om voortgezet verblijf ingediend. Dat in deze procedure de aangevoerde asielgerelateerde omstandigheden zijn getoetst en niet tot een vergunning hebben geleid, maakt niet dat deze aanvraag gelijk moet worden gesteld met een asielaanvraag. Evenmin maakt het gegeven dat voor de Nederlandse staat ook een bijzondere verantwoordelijkheid voor slachtoffers van mensenhandel bestaat, niet dat deze op één lijn moet worden gesteld met de bijzondere verantwoordelijkheid die de Nederlandse staat heeft voor asielzoekers en hun minderjarige kinderen zoals hiervoor ook is weergegeven. De B9-procedures verschillen daarnaast ook qua karakter en duur wezenlijk van asielprocedures. Dat bij B9-procedures eveneens sprake kan zijn van subjectieve vrees voor terugkeer naar het land van herkomst, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om het gemaakte onderscheid niet gerechtvaardigd te achten. Hierbij acht de rechtbank mede van belang dat de vreemdeling die in het bezit is van een B9-vergunning hier te lande rechtmatig verblijf heeft en aldus gedurende die periode beschermd is tegen gedwongen terugkeer. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de Regeling ook op dit punt niet in strijd is met de (inter)nationale discriminatieverboden zoals door eiseressen aangehaald.'Het beroep op de hoorplicht slaagt, beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. De rechtsgevolgen van het bestreden besluit worden in stand gelaten.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Nigeria
    • Rechtbank Den Haag
    • Artikel 8 EVRM
    • Kinderpardon
    • Artikel 8 EVRM
    • Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK)
    • Kinderpardon
    • Nederlands
  9. 128 reads Court of Overijssel Language Dutch Beroep gegrond. Verzoekster heeft gesteld dat terugkeer naar Nigeria een schending van artikel 3 EVRM oplevert, omdat er een aanzienlijk risico bestaat dat haar iets zal worden aangedaan door de mensenhandelaar ...

    Beroep gegrond. Verzoekster heeft gesteld dat terugkeer naar Nigeria een schending van artikel 3 EVRM oplevert, omdat er een aanzienlijk risico bestaat dat haar iets zal worden aangedaan door de mensenhandelaar die ook haar ouders heeft vermoord.De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder zich op goede gronden op het standpunt heeft kunnen stellen dat verzoekster niet aannemelijk heeft gemaakt dat er voor haar elders in Nigeria geen vestigingsalternatief is. Zij heeft niet met concrete informatie aannemelijk gemaakt dat NAPTIP (National Agency for the Prohibition of Traffic In Persons and Other Related Matters) in haar specifieke geval niet voldoende opvang en bescherming zal kunnen bieden.Voorts heeft verzoekster aangevoerd dat haar dochtertje bij terugkeer naar Nigeria het risico loopt te worden besneden en verwijst daarbij naar het ambtsbericht van oktober 2012. De stelling van verweerder ter zitting dat NAPTIP in het algemeen is opgericht ter bescherming en dat er daarom vanuit mag worden gegaan dat NAPTIP ook in staat is bescherming te bieden tegen een dreigende besnijdenis is – zoals verweerder ter zitting desgevraagd ook heeft bevestigd – gebaseerd op een aanname. Concrete aanwijzingen voor deze stelling heeft verweerder niet aangeleverd.De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder zich niet zonder nadere motivering op het standpunt heeft kunnen stellen dat er voor verzoekster – voor zover zij vreest voor besnijdenis van haar dochtertje – een vestigingsalternatief (elders) in Nigeria bestaat. Hieruit volgt dat het bestreden besluit is genomen in strijd met artikel 3.46 Awb.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Nigeria
    • Rechtbank Overijssel
    • Artikel 3 EVRM
    • Artikel 3 EVRM
    • Besnijdenis
    • Asielprocedure
    • Nederlands
  10. 13 Rechtbank Den Haag Taal Nederlands Beroep gegrond. De vreemdeling vreest bij terugkeer naar Nigeria onder meer voor mensenhandelaren en de besnijdenis van haar dochter. Volgens de staatssecretaris kan zij hiertegen de bescherming van de a ...

    Beroep gegrond. De vreemdeling vreest bij terugkeer naar Nigeria onder meer voor mensenhandelaren en de besnijdenis van haar dochter. Volgens de staatssecretaris kan zij hiertegen de bescherming van de autoriteiten in Nigeria inroepen. Volgens de vreemdeling heeft de staatssecretaris ten onrechte overwogen dat NAPTIP haar en de kinderen bescherming en opvang kan bieden. Ook blijkt nergens dat NAPTIP tegen besnijdenis bescherming kan bieden.De rechtbank is van oordeel dat NAPTIP bescherming kan bieden tegen represailles van mensenhandelaren. Het standpunt van de staatssecretaris dat evenmin een reële vrees voor besnijdenis van de minderjarige kinderen aannemelijk is gemaakt, wordt niet gevolgd. Hiertoe acht de voorzieningenrechter van belang dat uit het ambtsbericht van oktober 2012 weliswaar blijkt dat besnijdenis strafbaar is gesteld in verscheidene deelstaten, maar dat uit datzelfde ambtsbericht tevens blijkt dat er in de praktijk zelden controles worden uitgevoerd, en dat er niet of nauwelijks rechtsvervolging plaats vindt.Over het algemeen is de politie niet in staat om bescherming te bieden aan vrouwen en meisjes die dreigen slachtoffer te worden van genitale verminking, aldus het ambtsbericht. Deze gang van zaken wordt bevestigd in een brief van Defence for Children. Het standpunt van verweerder dat het NAPTIP ook tegen een eventuele dreigende genitale verminking van de dochtertjes van verzoekster bescherming kan bieden, is onvoldoende onderbouwd.Hiertoe wijst de voorzieningenrechter erop dat uit het ambtsbericht noch uit andere door de staatssecretaris bij de besluitvorming betrokken informatie blijkt dat het NAPTIP naast opvang en bescherming van slachtoffers van mensenhandel, tevens bescherming kan bieden tegen het risico op besnijdenis in Nigeria. Daarnaast is het besluit in strijd met artikel 3:2 Awb omdat er geen medisch deskundigenadvies van het BMA aan het besluit ten grond ligt en omdat de belangen van het kind niet zijn meegewogen.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Nigeria
    • Rechtbank Den Haag
    • Artikel 3 EVRM
    • Asielprocedure
    • Belang van het kind
    • Besnijdenis
    • Nederlands

Pagina's