• Mongolië
  • Rechtbank Midden-Nederland
Resultaten 1 - 1 van totaal 1 resultaten
  1. 10 Rechtbank Midden-Nederland Taal Nederlands Beroepen gegrond. De vreemdelingen – twee minderjarige broers – hebben aan hun asielaanvragen ten grondslag gelegd dat zij in Mongolië als straatkinderen werden bedreigd, gemarginaliseerd en gedi ...

    Beroepen gegrond. De vreemdelingen – twee minderjarige broers – hebben aan hun asielaanvragen ten grondslag gelegd dat zij in Mongolië als straatkinderen werden bedreigd, gemarginaliseerd en gediscrimineerd. Tevens stellen zij bij terugkeer te vrezen voor vervolging naar aanleiding van verdenking van moord.De staatssecretaris heet de asielaanvragen afgewezen op grond van artikel 31, lid 1 Vw, waarbij hun asielrelaas geloofwaardig is bevonden, maar de gestelde, aan dat relaas ontleende vrees niet plausibel dan wel zwaarwegend. Vaststaat dat de staatssecretaris het vermoeden van eisers dat zij bij terugkeer in detentie zullen belanden plausibel heeft geacht. Wat partijen verdeeld is of aannemelijk is dat de detentie een behandeling als bedoeld in artikel 3 EVRM oplevert.Gelet op het algemeen ambtsbericht van Mongolië van 14 januari 2010 slaagt het betoog van de vreemdelingen dat de staatssecretaris onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de plausibel geachte omstandigheden dat zij in bij terugkeer in detentie zullen belanden, juist ook gelet op hun minderjarigheid, onvoldoende zwaarwegend zijn voor verlening van de verblijfsvergunning.De vreemdelingen hebben voorts gesteld dat zij in aanmerking moeten komen voor een verblijfsvergunning regulier als amv. Daarbij hebben zij aangevoerd dat voor hen geen adequate opvang mogelijk is.De rechtbank stelt dat niet aannemelijk is geworden dat de opvangtehuizen in Mongolië niet adequaat zouden zijn. Derhalve slaagt de beroepsgrond niet. De rechtbank wijst ten slotte het verzoek van de vreemdelingen om zelf in de de zaak te voorzien af, maar ziet wel aanleiding om in verband met de vernietiging van de bestreden besluiten vanwege het eerder vastgestelde motiveringsgebrek, ter bespoediging van de finale beslechting van het geschil, de staatssecretaris op te dragen binnen vier weken nieuwe besluiten te nemen.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Mongolië
    • Rechtbank Midden-Nederland
    • Minderjarigen / Kinderhandel
    • Minderjarige
    • Alleenstaande Minderjarige Vreemdeling (AMV)
    • Asielprocedure
    • Artikel 3 EVRM
    • Nederlands