Documentsoort

  • Jurisprudentie EHRM

Pagina's

Resultaten 1 - 10 van totaal 18 resultaten
  1. Language Dutch 47 reads European Court of Human Rights (ECHR) In deze zaak heeft het EHRM uitspraak gedaan in een zaak waarbij sprake is van een kindhuwelijk en een beroep op ‘family life’ op grond van artikel 8 EVRM. Verzoekers zijn Afghaanse onderdanen ...

    In deze zaak heeft het EHRM uitspraak gedaan in een zaak waarbij sprake is van een kindhuwelijk en een beroep op ‘family life’ op grond van artikel 8 EVRM.Verzoekers zijn Afghaanse onderdanen die in Genève (Zwitserland) wonen en asiel hebben aangevraagd. Daarnaast zijn verzoekers via Italië naar Zwitserland gekomen en presenteren zich als een getrouwd stel aan de Zwitserse autoriteiten. Volgens het echtpaar zijn ze in een religieuze ceremonie in Iran getrouwd. Op dat moment was mevrouw ZH 14 jaar oud en de heer RH 18 jaar oud. Hun asielaanvraag werd in december 2011 en maart 2012 afgewezen. Gezien zij eerst in Italië waren aangekomen, is de Zwitserse autoriteiten van mening dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van hun asielverzoek (Dublin-verordening II).In de daaropvolgende beroepsprocedure heeft de nationale rechter de afwijzing van hun asielaanvraag bevestigd. Zij hebben verzuimd om een certificaat van het huwelijk te weerleggen. Hun religieuze huwelijk wordt niet als rechtsgeldig erkend in Zwitserland omdat de wet in Afghanistan een verbod heeft op huwelijken voor vrouwen onder de leeftijd van 15 jaar. Bovendien is het huwelijk van het echtpaar onverenigbaar met de Zwitserse wet op grond van openbare orde. Seksuele gemeenschap met een kind onder de leeftijd van 16 is een misdaad in Zwitserland. Derhalve kan mevrouw ZH in het kader van het EU-recht niet worden gekwalificeerd als een lid van de familie van de heer RH en kunnen zij geen aanspraak maken op het recht op een gezinsleven op grond van de Europese Conventie. De heer RH werd uitgezet naar Italië, maar keerde een paar dagen later terug. Op basis van artikel 8 EVRM klagen verzoekers dat de uitzetting van de heer RH naar Italië een schending van hun recht op eerbiediging van het gezinsleven is.Het Europese Hof ziet geen reden om af te wijken van de bevindingen van de FAC (Federal Administrative Court). Het Europese Hof is van mening dat artikel 8 EVRM niet kan worden geïnterpreteerd als het opleggen van een verplichting aan een staat om een huwelijk (religieus of anderszins) van een 14-jarige te erkennen.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie EHRM
    • Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM)
    • Kindhuwelijk
    • Minderjarigen
    • Asiel
    • EHRM
    • Family life
    • Zwitserland
    • Dublin-verordening
    • Artikel 8 EVRM
    • Afghanistan
    • Terugkeer
    • Religieuze huwelijk
    • Eerbiediging op het gezinsleven
    • Kindbruiden
    • Kindhuwelijk
    • Engels
  2. Taal Nederlands Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) Uitspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens waaruit blijkt dat gezinnen van asielzoekers met kinderen alleen naar een ander Europees land mogen worden gestuurd a ...

    Uitspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens waaruit blijkt dat gezinnen van asielzoekers met kinderen alleen naar een ander Europees land mogen worden gestuurd als vooraf zeker is dat ze terecht kunnen in een geschikte opvang.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie EHRM
    • Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM)
    • Verblijfsrecht
    • Artikel 3 EVRM
    • Artikel 8 EVRM
    • Dublin-claim
    • Asiel
    • Engels
  3. 04 dec 2012

    Language Dutch 79 reads European Court of Human Rights (ECHR) Uit het arrest Butt kan voorts worden afgeleid dat zwaarwegende redenen van migratiebeleid in beginsel aanleiding zijn het gedrag van de ouders van een vreemdeling aan de desbetreffende vreemde ...

    Uit het arrest Butt kan voorts worden afgeleid dat zwaarwegende redenen van migratiebeleid in beginsel aanleiding zijn het gedrag van de ouders van een vreemdeling aan de desbetreffende vreemdeling toe te rekenen, in verband met het risico dat ouders de positie van hun kinderen misbruiken om een verblijfsrecht te verkrijgen. Indien de desbetreffende vreemdeling dan wel diens ouders konden – althans hadden moeten – weten dat het verblijfsrecht van die vreemdeling onzeker was, bestaat slechts onder bijzondere omstandigheden reden voor de conclusie dat op grond van artikel 8 van het EVRM een verplichting bestaat tot het laten voortzetten van het privéleven onderscheidenlijk familie- en gezinsleven.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie EHRM
    • Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM)
    • Artikel 8 EVRM
    • Artikel 8 EVRM
    • Engels
  4. Language Dutch 98 reads EHCR Dit is de vierde uitspraak van het EHRM. In dit geval over een vrouw die in huishoudelijke slavernij werd gehouden. Het Hof neemt een inbreuk op artikel 4 EVRM aan Hieronder de belangrijkste punten uit de uitspraak: Een vrouw ...

    Dit is de vierde uitspraak van het EHRM. In dit geval over een vrouw die in huishoudelijke slavernij werd gehouden. Het Hof neemt een inbreuk op artikel 4 EVRM aan Hieronder de belangrijkste punten uit de uitspraak:Een vrouw ontsnapt aan huiselijk en seksueel geweld uit Uganda en komt met behulp van een familielid aan in de UK. Na 3 1/2 jaar stort ze in elkaar voor een bank en wordt naar het ziekenhuis gebracht. Zij vraagt asiel aan wat haar wordt geweigerd. Haar advocaat vraagt een speciale mensenhandeleenheid van de politie haar zaak te onderzoeken. Die komen tot de conclusie dat geen sprake is van mensenhandel. Autoriteiten zijn wantrouwend omdat zij de UK illegaal is binnengekomen.Het zg POPPY project, een door de overheid gefinancierde opvang- en hulporganisatie voor slachtoffers van mensenhandel, concludeert dat sprake is geweest van vijf van de zes indicatoren die door de ILO ( International Labour Organisation) zijn opgesteld. Zo mocht ze haar werkplek niet verlaten, werden haar onbekende schulden ingehouden op haar salaris, en werd haar salaris vier jaar ingehouden. Haar paspoort werd ingehouden en ze werd bedreigd overgeleverd te worden aan de autoriteiten. Gedurende deze periode was er in de UK geen wet die domestic servitude strafbaar stelde. Dit is veranderd met de inwerkingtreding van Section 71 of the Coroners and Justice Act.Het Hof begint ermee dat artikel 4 EVRM een procedurele plicht voor lidstaten inhoudt om te onderzoeken; “where there is a credible suspicion that an individual' s rights under that Article have been violated”; (par. 69). De Britse autoriteiten zijn een onderzoek in deze zaak begonnnen, maar dit onderzoek was gericht op mensenhandel, meer dan op huisslavernoij. Dit zou het onderzoek inadequaat gemaakt hebben. In Siliadin vs Frankrijk echter,(2005) heeft het Hof onmiskenbaar duidelijk gemaakt dat het noodzakelijkerwijs uit artikel 4 volgt, gelijk als in artikel 3 EVRM dat lidstaten een positieve verplichting hebben, strafrechtelijke bepalingen te implementeren die praktijken als verboden in artikel 4 EVRM strafbaar stellen "the legislative provisions in force in the United Kingdom at the relevant time were inadequate to afford practical and effective protection against treatment falling within the scope of Article 4 of the Convention. Instead of enabling the authorities to investigate and penalise such treatment, the authorities were limited to investigating and penalising criminal offences which often – but do not necessarily accompany the offences of slavery, servitude and forced or compulsory labour. Victims of such treatment who were not also victims of one of these related offences were left without any remedy.Daarna gaat het Hof in op het argument dat er onvoldoende bewijs zou zijn geweest om de claim te onderbouwen.. Verwijzend naar de Interventie van het Aire Centre and the Equality and Human Rights Commission, stelt het HOF dat "domestic servitude is a specific offence, distinct from trafficking and exploitation, "involves a complex set of dynamics, involving both overt and more subtle forms of coercion, to force compliance. “thorough investigation into complaints of such conduct therefore requires an understanding of the many subtle ways an individual can fall under the control of another. In the present case, the Court considers that due to the absence of a specific offence of domestic servitude, the domestic authorities were unable to give due weight to these factors.” Opvallend is de bewoording van het Hof: overt and more subtle forms of coercion”the many subtle ways an individual can fall under the control of another.” Hiermee lijkt het Hof de complexiteit van de situatie van huisslavernij te willen omvatten. Het Hof concludeert tot een inbreuk van artikel 4 EVRM

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie EHRM
    • EHRM
    • Positieve verplichting
    • Artikel 4 EVRM
    • Huisslaven
    • Engels
  5. Language Dutch 59 reads European Court of Human Rights (ECHR) Dit is de vierde uitspraak van het EHRM. In dit geval over een vrouw die in huishoudelijke slavernij werd gehouden. Het Hof neemt een inbreuk op artikel 4 EVRM aan Hieronder de belangrijkste pu ...

    Dit is de vierde uitspraak van het EHRM. In dit geval over een vrouw die in huishoudelijke slavernij werd gehouden. Het Hof neemt een inbreuk op artikel 4 EVRM aan Hieronder de belangrijkste punten uit de uitspraak:Een vrouw ontsnapt aan huiselijk en seksueel geweld uit Uganda en komt met behulp van een familielid aan in de UK. Na 3 1/2 jaar stort ze in elkaar voor een bank en wordt naar het ziekenhuis gebracht. Zij vraagt asiel aan wat haar wordt geweigerd. Haar advocaat vraagt een speciale mensenhandeleenheid van de politie haar zaak te onderzoeken. Die komen tot de conclusie dat geen sprake is van mensenhandel. Autoriteiten zijn wantrouwend omdat zij de UK illegaal is binnengekomen.Het zg POPPY project, een door de overheid gefinancierde opvang- en hulporganisatie voor slachtoffers van mensenhandel, concludeert dat sprake is geweest van vijf van de zes indicatoren die door de ILO ( International Labour Organisation) zijn opgesteld. Zo mocht ze haar werkplek niet verlaten, werden haar onbekende schulden ingehouden op haar salaris, en werd haar salaris vier jaar ingehouden. Haar paspoort werd ingehouden en ze werd bedreigd overgeleverd te worden aan de autoriteiten. Gedurende deze periode was er in de UK geen wet die domestic servitude strafbaar stelde. Dit is veranderd met de inwerkingtreding van Section 71 of the Coroners and Justice Act.Het Hof begint ermee dat artikel 4 EVRM een procedurele plicht voor lidstaten inhoudt om te onderzoeken; “where there is a credible suspicion that an individual' s rights under that Article have been violated”; (par. 69). De Britse autoriteiten zijn een onderzoek in deze zaak begonnnen, maar dit onderzoek was gericht op mensenhandel, meer dan op huisslavernij. Dit zou het onderzoek inadequaat gemaakt hebben. In Siliadin vs Frankrijk echter,(2005) heeft het Hof onmiskenbaar duidelijk gemaakt dat het noodzakelijkerwijs uit artikel 4 volgt, gelijk als in artikel 3 EVRM dat lidstaten een positieve verplichting hebben, strafrechtelijke bepalingen te implementeren die praktijken als verboden in artikel 4 EVRM strafbaar stellen "the legislative provisions in force in the United Kingdom at the relevant time were inadequate to afford practical and effective protection against treatment falling within the scope of Article 4 of the Convention. Instead of enabling the authorities to investigate and penalise such treatment, the authorities were limited to investigating and penalising criminal offences which often – but do not necessarily accompany the offences of slavery, servitude and forced or compulsory labour. Victims of such treatment who were not also victims of one of these related offences were left without any remedy.Daarna gaat het Hof in op het argument dat er onvoldoende bewijs zou zijn geweest om de claim te onderbouwen. Verwijzend naar de Interventie van het Aire Centre and the Equality and Human Rights Commission, stelt het HOF dat "domestic servitude is a specific offence, distinct from trafficking and exploitation, "involves a complex set of dynamics, involving both overt and more subtle forms of coercion, to force compliance. “thorough investigation into complaints of such conduct therefore requires an understanding of the many subtle ways an individual can fall under the control of another. In the present case, the Court considers that due to the absence of a specific offence of domestic servitude, the domestic authorities were unable to give due weight to these factors.” Opvallend is de bewoording van het Hof: overt and more subtle forms of coercion”the many subtle ways an individual can fall under the control of another.” Hiermee lijkt het Hof de complexiteit van de situatie van huisslavernij te willen omvatten. Het Hof concludeert tot een inbreuk van artikel 4 EVRM

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie EHRM
    • Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM)
    • Positieve verplichting
    • Artikel 4 EVRM
    • Huisslaven
    • Frans
  6. 48 reads Language Dutch EHCR Ook bij grenscontroles dienen staten afdoende bescherming te bieden aan kwetsbare groepen zoals vluchtelingen en statelozen, vrouwen en onbegeleide minderjarigen evenals slachtoffers van mensenhandel. GRAND CHAMBER CASE OF HIR ...

    Ook bij grenscontroles dienen staten afdoende bescherming te bieden aan kwetsbare groepen zoals vluchtelingen en statelozen, vrouwen en onbegeleide minderjarigen evenals slachtoffers van mensenhandel.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie EHRM
    • EHRM
    • Engels
  7. Language Dutch FIFTH SECTION CASE OF BREUKHOVEN v. THE CZECH REPUBLIC (Application no. 44438/06) JUDGMENT STRASBOURG 21 July 2011 FINAL 21/10/2011 This judgment has become final under Article 44 § 2 of the Convention. It may be subject to editorial revisi ...

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie EHRM
    • EHRM
    • Engels
  8. Taal Nederlands 22 EHRM Uitspraak Europese Hof voor Rechten van de Mens, Rantsev v. Cyprus and Russia 07.01.10  005 07.01.2010 Press release issued by the Registrar Chamber judgment 1 Rantsev v. Cyprus and Russia (application no. 25965/04) C ...

    Uitspraak Europese Hof voor Rechten van de Mens, Rantsev v. Cyprus and Russia 07.01.10 

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie EHRM
    • EHRM
    • Indirect refoulement
    • Refoulement
    • Artikel 4 EVRM
    • Mensenrechtelijke benadering
    • Engels
  9. Taal Nederlands 5 Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) AFFAIRE RANTSEV c. CHYPRE ET RUSSIE (Requête n o 25965/04) PREMIÈRE SECTION AFFAIRE RANTSEV c. CHYPRE ET RUSSIE (Requête n o 25965/04) ARRÊT [Extraits] STRASBOURG 7 janvier 20 ...

    AFFAIRE RANTSEV c. CHYPRE ET RUSSIE(Requête n o 25965/04)

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie EHRM
    • Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM)
    • Indirect refoulement
    • Refoulement
    • Artikel 4 EVRM
    • Mensenrechtelijke benadering
    • Frans
  10. Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) Taal Nederlands Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens heeft op 2 december 2008 uitspraak gedaan in de zaak K.U. vs. Finland. In deze zaak oordeelt het Hof dat verdragsstaten die aangesl ...

    Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens heeft op 2 december 2008 uitspraak gedaan in de zaak K.U. vs. Finland. In deze zaak oordeelt het Hof dat verdragsstaten die aangesloten zijn bij het EVRM een verplichting hebben om kinderen te beschermen tegen misbruik van pedofielen op het internet.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie EHRM
    • Finland
    • Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM)
    • Minderjarigen
    • Strafrecht
    • Misbruik
    • Pedofilie
    • Internet
    • Minderjarig
    • Art. 8 EVRM
    • Engels

Pagina's