• Raad van State
  • B8/3
Resultaten 1 - 3 van totaal 3 resultaten
  1. Language Dutch 63 reads States Council (Dutch) De B9-verblijfsvergunning van de vreemdeling wordt met terugwerkende kracht ingetrokken naar het moment waarop het Gerechtshof uitspraak heeft gedaan in de beklagprocedure. De rechtbank vindt dit onredelijk, ...

    De B9-verblijfsvergunning van de vreemdeling wordt met terugwerkende kracht ingetrokken naar het moment waarop het Gerechtshof uitspraak heeft gedaan in de beklagprocedure. De rechtbank vindt dit onredelijk, omdat er voor de vreemdeling een 'verblijfsgat' zal ontstaan en zij in de periode geen verstrekkingen en opvang had mogen ontvangen. De Raad van State oordeelt:'Voor het oordeel dat onder de door de rechtbank geschetste omstandigheden intrekking met terugwerkende kracht van de aan vreemdeling 1 verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met de vervolging van mensenhandel kennelijk onredelijk is, bestaat geen aanleiding. Gelet op de onder 4 weergegeven wet- en regelgeving diende vreemdeling 1 ermee rekening te houden dat deze vergunning zou worden ingetrokken met ingang van de datum van de uitspraak van het gerechtshof. Voorts bestaan geen aanwijzingen dat tot terugvordering van de verstrekkingen zal worden overgegaan.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • B8/3
    • B8/3
    • Nederlands
  2. Language Dutch 46 reads States Council (Dutch) Zowel staatssecretaris als de vreemdeling gaan in beroep tegen de uitspraak van de rechtbank. De staatssecretaris heeft zowel de aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel als een verblijfsvergunning regulier ...

    Zowel staatssecretaris als de vreemdeling gaan in beroep tegen de uitspraak van de rechtbank. De staatssecretaris heeft zowel de aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel als een verblijfsvergunning regulier afgewezen. De staatssecretaris oordeelde dat haar asielrelaas een positieve overtuigingskracht mist. De Raad van State gaat hierin mee. Met betrekking tot de verblijfsvergunning regulier oordeelt de Raad van State:'Het betoog van de vreemdeling dat de staatssecretaris ten onrechte heeft geweigerd haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking 'vervolging van mensenhandel' te verlenen, kan niet worden gevolgd. Nu de vreemdeling geen aangifte heeft gedaan, voldoet zij reeds daarom niet aan de in paragraaf B9/2 van de Vc 2000 gestelde voorwaarden om in aanmerking te komen voor verlening van deze verblijfsvergunning.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • Verblijfsrecht
    • Asielprocedure
    • Medische omstandigheden
    • Positieve overtuigingskracht
    • Aangifte
    • B8/3
    • Psychologisch onderzoek
    • Nederlands
  3. Language Dutch 54 reads States Council (Dutch) Hoger beroep van de vreemdeling tegen de uitspraak van rechtbank Amsterdam van 27 januari 2010 (10/599 en 10/603). De Afdeling oordeelt dat, indien aan de vreemdeling een verblijfsvergunning regulier zou zijn ...

    Hoger beroep van de vreemdeling tegen de uitspraak van rechtbank Amsterdam van 27 januari 2010 (10/599 en 10/603). De Afdeling oordeelt dat, indien aan de vreemdeling een verblijfsvergunning regulier zou zijn verleend, voordat op de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel was beslist, de staatssecretaris deze aanvraag krachtens artikel 30 lid 1 onder b Vw had moeten afwijzen.De Afdeling is tevens van oordeel dat de vreemdeling terecht betoogt dat, zolang de vreemdeling in het bezit is van een verblijfsvergunning regulier, zij met het door haar ingestelde beroep niet kan bereiken dat aan haar alsnog een verblijfsvergunning asiel wordt verleend. Dit leidt ertoe dat de vreemdeling toetsing van de weigering haar een verblijfsvergunning asiel te verlenen wordt onthouden, zolang zij in het bezit is van een verblijfsvergunning regulier.De intrekking van de verblijfsvergunning regulier dan wel de weigering om haar te verlengen is, naar het oordeel van de Afdeling, als een nieuw gebleken feit dat toetsing van het besluit op de opvolgende aanvraag mogelijk maakt als ware het een eerste afwijzing. De situatie waaraan de vreemdeling procesbelang stelt te ontlenen, zal zich dus niet voordoen. Hoger beroep kennelijk ongegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • B8/3
    • Procesbelang
    • Nederlands