• Raad van State
  • Vrouwenbesnijdenis/Vrouwelijke genitale verminking
Resultaten 1 - 5 van totaal 5 resultaten
  1. 104 reads States Council (Dutch) Language Dutch Het hoger beroep is kennelijk gegrond. Uit de weergegeven passages van het ambtsbericht volgt dat een grote meerderheid van de vrouwen in Nigeria niet wordt besneden, dat het percentage vrouwen dat wordt bes ...

    Het hoger beroep is kennelijk gegrond.Uit de weergegeven passages van het ambtsbericht volgt dat een grote meerderheid van de vrouwen in Nigeria niet wordt besneden, dat het percentage vrouwen dat wordt besneden in de stedelijke gebieden afneemt en dat in enkele grote steden opvangmogelijkheden door ngo's worden geboden aan vrouwen die zich willen onttrekken aan besnijdenis. Onder verwijzing naar het ambtsbericht en voormelde uitspraak van de Afdeling van 1 juli 2011 heeft de staatssecretaris zich in het besluit terecht op het standpunt gesteld dat, voor zover de vreemdeling betoogt dat binnen haar etnische bevolkingsgroep meisjes worden besneden, zij niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij geen opvang kan verkrijgen in een stad buiten haar herkomstgebied in Nigeria om haar dochter aan het risico van besnijdenis te onttrekken. Tevens heeft de staatssecretaris zich terecht op het standpunt gesteld dat uit het ambtsbericht volgt dat NAPTIP over opvangmogelijkheden voor slachtoffers vanmensenhandel beschikt waar de vreemdelingen terecht kunnen. De vreemdeling heeft niet aannemelijk gemaakt dat haar twee kinderen door NAPTIP niet zullen worden toegelaten tot de opvang. Het door de vreemdelingen aangevoerde Trafficking in Persons Report van het U.S. Department of State van 19 juni 2012 leidt niet tot een ander oordeel nu daaruit volgt dat de overheid van Nigeria zich inzet om te voldoen aan de minimumnormen voor de strijd tegen mensenhandel en dat NAPTIP weliswaar ondersteuning van de regering nodig heeft, maar opvang en bescherming biedt aan slachtoffers van mensenhandel. Gelet op het voorgaande heeft de staatssecretaris zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de gestelde opvangproblemen geen bijzondere individuele omstandigheden zijn die met zich brengen dat van de vreemdelingen niet gevergd kan worden dat zij Nederland verlaten.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Nigeria
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Artikel 8 EVRM
    • Artikel 8 EVRM
    • Vestigingsalternatief
    • Voortgezet verblijf
    • Vrouwenbesnijdenis/Vrouwelijke genitale verminking
    • Besnijdenis
    • Nederlands
  2. 121 reads States Council (Dutch) Language Dutch De Raad van State overweegt: ' Voor zover de vreemdeling in beroep heeft betoogd dat zij zich bij terugkeer in Nigeria niet staande kan houden mede gelet op de zorg voor haar twee minderjarige kinderen ...

    De Raad van State overweegt:'Voor zover de vreemdeling in beroep heeft betoogd dat zij zich bij terugkeer in Nigeria niet staande kan houden mede gelet op de zorg voor haar twee minderjarige kinderen en de maatschappelijke positie van vrouwen in dat land, faalt dat betoog. De staatssecretaris heeft zich, gelet op de uitspraak van de Afdeling van 13 maart 2014 in zaak nr. 201300723/1/V3, onder verwijzing naar het ambtsbericht en het ambtsbericht inzake Nigeria van 5 april 2011 in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat zij een beroep kan doen op NAPTIP, de Internationale Organisatie voor Migratie en de Stichting Maatwerk bij Terugkeer, die haar kunnen helpen bij de sociale en maatschappelijke herintegratie in haar land van herkomst.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Nigeria
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Artikel 8 EVRM
    • Artikel 8 EVRM
    • Vrouwenbesnijdenis/Vrouwelijke genitale verminking
    • Besnijdenis
    • Nederlands
  3. 112 reads States Council (Dutch) Language Dutch De Raad van State overweegt: 'Uit de weergegeven passages van het ambtsbericht volgt dat een grote meerderheid van de vrouwen in Nigeria niet wordt besneden, dat het percentage vrouwen dat wordt besnede ...

    De Raad van State overweegt:'Uit de weergegeven passages van het ambtsbericht volgt dat een grote meerderheid van de vrouwen in Nigeria niet wordt besneden, dat het percentage vrouwen dat wordt besneden in de stedelijke gebieden afneemt en dat in enkele grote steden opvangmogelijkheden door ngo's worden geboden aan vrouwen die zich willen onttrekken aan besnijdenis. Onder verwijzing naar voormelde uitspraak van de Afdeling van 1 juli 2011 en het aan de moeder van de vreemdeling gerichte besluit waarbij de afwijzing van de aanvraag van de moeder om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd is gehandhaafd, heeft de staatssecretaris zich terecht op het standpunt gesteld dat, voor zover de vreemdeling betoogt dat binnen haar etnische bevolkingsgroep meisjes worden besneden, zij niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij geen opvang kan verkrijgen in een stad buiten het herkomstgebied van haar moeder in Nigeria om zich aan het risico van besnijdenis te onttrekken. Uit het ambtsbericht kan niet worden afgeleid dat de vreemdeling bij opvang in een stad in een deelstaat waar vrouwenbesnijdenis niet is verboden een reëel risico loopt op besnijdenis. Voorts volgt uit de uitspraak van heden in zaak nr. 201307508/1/V1 dat de vreemdeling bij die opvang door haar moeder kan worden begeleid.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Nigeria
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Vrouwenbesnijdenis/Vrouwelijke genitale verminking
    • Besnijdenis
    • Nederlands
  4. 101 reads States Council (Dutch) Language Dutch De Raad van State overweegt: 'Het besluit, zoals hiervoor onder 4.2. weergegeven, geeft er, anders dan de vreemdeling betoogt, voorts geen blijk van dat de staatssecretaris zich, bezien in het licht van ...

    De Raad van State overweegt:'Het besluit, zoals hiervoor onder 4.2. weergegeven, geeft er, anders dan de vreemdeling betoogt, voorts geen blijk van dat de staatssecretaris zich, bezien in het licht van artikel 3 van het Verdrag inzake de rechten van het kind, onvoldoende rekenschap heeft gegeven van de belangen van het kind van de vreemdeling. Het betoog van de vreemdeling dat een buiten het huwelijk geboren kind het risico loopt bij zijn moeder te worden weggenomen en het besluit daarom in strijd is met artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden leidt niet tot een ander oordeel, nu, zoals de staatssecretaris terecht heeft overwogen, de vreemdeling dit niet heeft onderbouwd. De beroepsgrond faalt.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Sierra Leone
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK)
    • Voortgezet verblijf
    • Vrouwenbesnijdenis/Vrouwelijke genitale verminking
    • Besnijdenis
    • Nederlands
  5. Language Dutch 107 reads States Council (Dutch) Aanvraag tot voortgezet verblijf afgewezen. Vreemdeling gaat in bezwaar en beroep. De rechtbank oordeelt in beroep ' dat de staatssecretaris zich, gelet op de omstandigheid dat de vreemdeling niet de be ...

    Aanvraag tot voortgezet verblijf afgewezen. Vreemdeling gaat in bezwaar en beroep. De rechtbank oordeelt in beroep 'dat de staatssecretaris zich, gelet op de omstandigheid dat de vreemdeling niet de bescherming van een mannelijk familielid geniet en er geen sprake is van een sociaal netwerk, mede in het licht van de weergegeven passage uit het ambtsbericht, niet zonder nadere motivering op het standpunt heeft kunnen stellen dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij haar dochter niet zal kunnen onttrekken aan vrouwenbesnijdenis en haar dochter bij terugkeer derhalve een reëel risico loopt te worden besneden'.De staatssecretaris gaat in hoger beroep. De Raad van State acht het hoger beroep kennelijk gegrond: 'De vreemdeling heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij niet in staat zal zijn, eventueel met behulp van NAPTIP, de IOM en Bureau Maatwerk bij Terugkeer, een nieuw netwerk op te bouwen en zich te hervestigen. Met hetgeen de staatssecretaris in het besluit van 23 oktober 2012 heeft opgenomen ter aanvulling van hetgeen reeds was opgenomen in het besluit van 13 maart 2012 heeft hij, anders dan de rechtbank heeft overwogen, voldoende gemotiveerd dat van de vreemdeling kan worden gevergd dat zij Nederland verlaat. Het betoog van de vreemdeling dat de door haar naar voren gebrachte psychische en andere medische omstandigheden hierbij onvoldoende zijn meegenomen, leidt voorts niet tot een ander oordeel. De vreemdeling heeft immers niet gesteld dat deze omstandigheden verband houden met de omstandigheid dat zij in het verleden slachtoffer is geworden van mensenhandel, zodat de staatssecretaris in dit geval de psychische en andere medische omstandigheden terecht als een op zichzelf staande grond ter verkrijging van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd heeft aangemerkt die naar aanleiding van een daartoe strekkende aanvraag kunnen worden beoordeeld.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Voortgezet verblijf
    • Vrouwenbesnijdenis/Vrouwelijke genitale verminking
    • Besnijdenis
    • Nederlands