• Raad van State
  • Terugkeer
Resultaten 1 - 3 van totaal 3 resultaten
  1. 67 reads States Council (Dutch) Language Dutch ''In het besluit van 11 oktober 2013 heeft dat de staatssecretaris zich naar aanleiding van de verklaringen van de vreemdeling tijdens de hoorzitting op het standpunt gesteld dat niet is gebleken da ...

    ''In het besluit van 11 oktober 2013 heeft dat de staatssecretaris zich naar aanleiding van de verklaringen van de vreemdeling tijdens de hoorzitting op het standpunt gesteld dat niet is gebleken dat de vreemdeling zich niet elders in Sierra Leone kan vestigen. De staatssecretaris heeft met betrekking tot de stelling van de vreemdeling, dat de mensenhandelaar er meteen van op de hoogte is als hij terugkeert omdat de mensenhandelaar veel mensen in Sierra Leone kent, opgemerkt dat dit slechts een vermoeden is. Uit de gestelde omstandigheid dat de mensenhandelaar veel mensen in Sierra Leone kent, volgt niet op voorhand dat de vreemdeling zich niet elders in Sierra Leone kan vestigen, aldus de staatssecretaris. Met de verklaring van de vreemdeling dat hij het liefst wil terugkeren naar zijn moeder, heeft de vreemdeling volgens de staatssecretaris evenmin aannemelijk gemaakt dat vestiging elders in Sierra Leone niet mogelijk is, nu dit hem er ook niet van heeft weerhouden zich in Nederland te vestigen. Tevens kan de vreemdeling zich volgens de staatssecretaris bij terugkeer wenden tot de Internationale Organisatie voor Migratie, om via lokale hulporganisaties terugkeer en herintegratie te laten faciliteren.''Het hoger beroep wordt gegrond verklaard. 

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Nederland
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Hoger beroep
    • Mensenhandel
    • Terugkeer
    • Herintegratie
    • Nederlands
  2. Language Dutch 78 reads States Council (Dutch) De rechtbank overweegt: 'De rechtbank is evenzeer terecht ervan uitgegaan dat ten tijde van de uitvaardiging van het inreisverbod, toen de vreemdeling niet langer legaal in Nederland verbleef, de Terugke ...

    De rechtbank overweegt:'De rechtbank is evenzeer terecht ervan uitgegaan dat ten tijde van de uitvaardiging van het inreisverbod, toen de vreemdeling niet langer legaal in Nederland verbleef, de Terugkeerrichtlijn op haar van toepassing was. Hoewel niet in geschil is dat de vreemdeling op dat moment geen bedreiging vormde voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid als bedoeld in artikel 11, derde lid, tweede alinea, van de Terugkeerrichtlijn en derhalve aan die voorwaarde was voldaan, heeft de rechtbank niet onderkend dat uit het bepaalde in dat artikelonderdeel volgt dat de in het daarin omschreven geval geldende verplichting geen inreisverbod uit te vaardigen niet van toepassing is, indien de desbetreffende vreemdeling niet aan de terugkeerverplichting heeft voldaan. Vaststaat dat de vreemdeling ten tijde van de uitvaardiging van het inreisverbod geen gevolg had gegeven aan de haar laatstelijk in het besluit van 23 april 2013 opgelegde terugkeerverplichting. De staatssecretaris heeft gelet op het bepaalde in artikel 11, derde lid, tweede alinea, gelezen in verbinding met artikel 11, eerste lid, eerste alinea, aanhef en onder b, van de Terugkeerrichtlijn reeds om die reden terecht op 4 juni 2013 een inreisverbod tegen de vreemdeling uitgevaardigd. Artikel 6.5, tweede lid, aanhef en onder b, van het Vb 2000 behelst geen onjuiste omzetting daarvan.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • Terugkeerrichtlijn
    • Inreisverbod
    • Terugkeer
    • Nederlands
  3. Language Dutch 49 reads States Council (Dutch) Tegen de vreemdeling is een inreisverbod uitgevaardigd. Hij klaagt '... dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het beroep op artikel 41 van het Handvest faalt, omdat uit het proces-verbaal van ...

    Tegen de vreemdeling is een inreisverbod uitgevaardigd. Hij klaagt'... dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het beroep op artikel 41 van het Handvest faalt, omdat uit het proces-verbaal van gehoor bij het terugkeerbesluit en inreisverbod van 23 augustus 2012 blijkt dat de vreemdeling is geïnformeerd over het opleggen van het terugkeerbesluit en het inreisverbod en de gevolgen daarvan, dat op grond van bijzonder individuele omstandigheden van het opleggen van een inreisverbod kan worden afgezien en dat het aan de vreemdeling is bedoelde omstandigheden aan te voeren en dat hij daartoe in de gelegenheid is gesteld.'De vreemdeling verzoekt om een prejudiciële vraag te stellen aan het Hof van Justitie. De Raad van State oordeelt dat er geen prejudiciële vraag hoeft te worden gesteld omdat er geen twijfel is over hoe de gestelde vraag moet worden opgelost. De Raad van State:'In dit geval heeft de staatssecretaris de vreemdeling voorafgaand aan het nemen van het terugkeerbesluit en het besluit tot inbewaringstelling gehoord om te beoordelen of het risico bestaat dat hij zich aan het toezicht zal onttrekken. De vreemdeling is derhalve voorafgaand aan het nemen van het terugkeerbesluit voldoende in staat gesteld de voor het nemen van het terugkeerbesluit relevante persoonlijke omstandigheden en belangen naar voren te brengen.Het gehoor van de vreemdeling is ook ten grondslag gelegd voor het opleggen van een inreisverbod. In dit geval blijkt uit het proces-verbaal van gehoor bij het terugkeerbesluit en inreisverbod van 23 augustus 2012 dat aan de vreemdeling kenbaar is gemaakt dat individuele omstandigheden aanleiding kunnen geven tot het afzien van het opleggen van een inreisverbod dan wel tot verkorting van de duur van het op te leggen inreisverbod en dat het aan de vreemdeling is dergelijke individuele omstandigheden naar voren te brengen.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • Prejudiciële vragen
    • Terugkeer
    • Inreisverbod
    • Nederlands