• Raad van State
  • Paspoortvereiste
Resultaten 1 - 2 van totaal 2 resultaten
  1. 93 reads States Council (Dutch) Language Dutch Ter zitting bij de Afdeling  heeft de vreemdeling erkend dat zij in het bezit moet zijn geweest van een hukou registratie.  Gelet hierop en op de informatie uit het ambtsbericht, betoogt de staatssecretaris t ...

    Ter zitting bij de Afdeling heeft de vreemdeling erkend dat zij in het bezit moet zijn geweest van een hukou registratie. Gelet hierop en op de informatie uit het ambtsbericht, betoogt de staatssecretaris terecht dat de vreemdeling niet heeft aangetoond dat zij niet of niet meer in het bezit kan worden gesteld van een geldig document voor grensoverschrijding. Dit geldt ook voor de stelling van de vreemdeling dat zij verscheidene malen een bezoek heeft gebracht aan de Chinese ambassade, reeds omdat in de door haar overgelegde verklaring van 8 februari 2010 staat vermeld dat de ambassade heeft medegedeeld dat het niet mogelijk is om reisdocumenten te verkrijgen zonder de daarvoor vereiste papieren.  De staatssecretaris heeft in redelijkheid van belang kunnen achten dat de vreemdeling eerst in 2009 actie heeft ondernomen om in het bezit te komen van een paspoort, terwijl zij al op 15 januari 2007 op deze verplichting is gewezen. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat de staatssecretaris zich in het besluit van 2 juni 2010 terecht op het standpunt heeft gesteld dat de aanvraag wordt afgewezen omdat de vreemdeling niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit alsnog ongegrond verklaren.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • China
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Paspoortvereiste
    • Voortgezet verblijf
    • Nederlands
  2. 74 reads States Council (Dutch) Language Dutch De Raad van State acht het hoger beroep kennelijk ongegrond. De rechtbank oordeelde: 'Uit de door eiseres overgelegde  documentatie en getuigenverklaringen kan niet worden opgemaakt of zij om een dergeli ...

    De Raad van State acht het hoger beroep kennelijk ongegrond. De rechtbank oordeelde:'Uit de door eiseres overgelegde documentatie en getuigenverklaringen kan niet worden opgemaakt of zij om een dergelijk aanvraagformulier heeft verzocht. Evenmin vult daaruit op te maken dat de Chinese autoriteiten hebben geweigerd haar een dergelijk aanvraagformulier ie verstrekken. Dat eiseres niet over een (kopie van een) paspoort of identiteitskaart beschikt of kan beschikken, is blijkens het bestreden besluit geen punt van geschil. Uit de door eiseres overgelegde informatie en getuigenverklaringen blijkt echter evenmin dat zij haar hukou-registratie heeft aangeboden teneinde de Chinese autoriteiten te bewegen het door haar gewenste onderzoek te verrichten. Ook blijkt uit het voorgaande niet dat de Chinese autoriteiten slechts bereid waren actie te ondernemen als eiseres een (kopie van) een identiteitsdocument zou overleggen. De stelling dat eiseres niet meer over een (kopie van) een Chinees paspoort of een identiteitskaart kan beschikken, noch haar hukou-registratie over zou kunnen leggen dan wel (op een daartoe bestemd aanvraagformulier) zou kunnen noteren, heeft verweerder er niet toe hoeven leiden het beroep van eiseres op artikel 3.72, artikel 3.102, derde lid, van het Vb 2000 en paragraaf B 1/4.2 van de Vc 2000 te honoreren.'  De rechtbank vindt dat er geen sprake is van bijzondere individuele omstandigheden.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • China
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Artikel 8 EVRM
    • Paspoortvereiste
    • Represailles
    • Bijzondere individuele omstandigheden
    • Nederlands