• Raad van State
  • BMA-advies
Resultaten 1 - 2 van totaal 2 resultaten
  1. 103 reads States Council (Dutch) Language Dutch Hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard: ' Gelet op hetgeen de vreemdeling in dit verband heeft aangevoerd, heeft de staatssecretaris de omstandigheid dat de vreemdeling de zorg hee ...

    Hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard:'Gelet op hetgeen de vreemdeling in dit verband heeft aangevoerd, heeft de staatssecretaris de omstandigheid dat de vreemdeling de zorg heeft voor haar in Nederland geboren zoon, met de vaststelling dat het thans goed gaat met diens gezondheid, voldoende kenbaar in de besluitvorming betrokken. De rechtbank heeft derhalve ten onrechte overwogen dat het besluit in zoverre ondeugdelijk is gemotiveerd.'en:'De rechtbank heeft dan ook ten onrechte geoordeeld dat de staatssecretaris geen besluit op het door de vreemdeling gemaakte bezwaar mocht nemen, zonder voorafgaand medisch advies van het BMA in te winnen.'Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard:'Gelet op de hiervoor in 7.1 weergegeven motivering en de grote mate van beoordelingsvrijheid die artikel 3.52 van het Vb 2000 de staatssecretaris biedt, bestaat geen grond voor het oordeel dat de staatssecretaris zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de door de vreemdeling aangevoerde individuele omstandigheden niet dusdanig bijzonder zijn dat van haar niet kan worden gevergd dat zij Nederland verlaat. De verwijzing naar voormeld rapport van BLinN ten aanzien van de door NAPTIP geboden bescherming, leidt niet tot een ander oordeel. De staatssecretaris heeft zijn standpunt dat de vreemdeling zich voor bescherming tot NAPTIP kan wenden op het ambtsbericht gebaseerd, dat van na voormeld rapport dateert, en de vreemdeling heeft haar stelling dat de in dat rapport geschetste situatie recent niet is verbeterd, niet met bewijsstukken gestaafd. De verwijzing naar de uitspraak van de rechtbank van 21 december 2012 leidt evenmin tot een ander oordeel, nu de Afdeling het door de staatssecretaris tegen deze uitspraak ingestelde hoger beroep bij uitspraak van 13 maart 2014 (in zaak nr. 201300723/1/V3) gegrond heeft verklaard, die uitspraak heeft vernietigd en het door de desbetreffende vreemdeling ingestelde beroep ongegrond heeft verklaard. Ook de stelling van de vreemdeling dat uit voormeld rapport van BLinN volgt dat in de opvanglocaties van NAPTIP weinig psychosociale ondersteuning is, leidt niet tot een ander oordeel, reeds omdat zij hiermee niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij van NAPTIP geen psychosociale ondersteuning zal krijgen.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Nigeria
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • BMA-advies
    • In Nederland geboren kind
    • Medisch advies
    • Represailles
    • Nederlands
  2. Language Dutch 776 reads States Council (Dutch) Hoger beroep van de SvJ tegen de uitspraak van Rb Haarlem van 28 mei 2009 (08/28632) waarbij het beroep van de vreemdelinge tegen haar ongewenstverklaring gegrond is verklaard. De SvJ klaagt dat de Rb ten on ...

    Hoger beroep van de SvJ tegen de uitspraak van Rb Haarlem van 28 mei 2009 (08/28632) waarbij het beroep van de vreemdelinge tegen haar ongewenstverklaring gegrond is verklaard. De SvJ klaagt dat de Rb ten onrechte heeft overwogen dat de medische situatie van de vreemdelinge niet op zorgvuldige wijze bij de belangenafweging is betrokken.De SvJ betoogt dat BMA geen inhoudelijk medisch advies heeft kunnen uitbrengen omdat de vreemdelinge niet onder behandeling stond. Er was zodoende onvoldoende informatie beschikbaar om tot een inhoudelijk advies te komen. Hoger beroep gegrond. De Afdeling beoordeelt vervolgens de beroepsgronden.Door de vreemdelinge is betoogd dat zij vanwege haar psychische toestand niet in staat is aangifte van mensenhandel tedoen. De omstandigheid dat zij is aangehouden in een prostitutiebedrijf en daarbij in het bezit was van een vervalst paspoort is echter voldoende om te concluderen dat sprake is geweest van mensenhandel. De Afdeling oordeelt dat dit echter niet in een procedure omtrent ongewenstverklaring aan de orde kan komen. Beroep ongegrond. Hoger beroep SvJ gegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • B8/3
    • BMA-advies
    • Medische omstandigheden
    • Ongewenstverklaring
    • Belangenafweging
    • Nederlands