• Raad van State
  • Asielprocedure
Resultaten 1 - 7 van totaal 7 resultaten
  1. Language Dutch 80 reads States Council (Dutch) Hoger beroep van de staatssecretaris tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam (20 juni 2012, Awb 11/41000) gegrond. In de eerste grief klaagt de staatssecretaris dat de rechtbank ten onrechte heeft overw ...

    Hoger beroep van de staatssecretaris tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam (20 juni 2012, Awb 11/41000) gegrond. In de eerste grief klaagt de staatssecretaris dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat hij zich niet zonder nadere motivering op het standpunt heeft kunnen stellen dat de vermoedens van de vreemdeling dat hij bij terugkeer naar China problemen zal ondervinden, onvoldoende zwaarwegend zijn voor de conclusie dat de vreemdeling bij terugkeer zal worden blootgesteld aan behandeling in strijd met artikel 3 EVRM.In het besluit heeft de staatssecretaris zich op het standpunt gesteld dat uit zijn verklaringen niet kan worden opgemaakt dat hij na zijn ontsnapping aan persoon A. in Nederland te maken heeft gehad met omstandigheden die nopen tot verblijfsaanvaarding. De vreemdeling heeft niet bestreden dat hij, sinds zijn ontsnapping, geen problemen heeft ondervonden van persoon A. De staatssecretaris heeft zich gelet hierop terecht op het standpunt gesteld dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer opnieuw problemen zal ondervinden en onderworpen worden aan behandeling in strijd met artikel 3 EVRM. De grief slaagt.In de tweede grief klaagt de staatssecretaris dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat hij zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de vreemdeling volgens paragraaf C2/4.2 Vc 2000 niet in aanmerking komt voor de verblijfsvergunning. De Afdeling stelt dat nu de vreemdeling China niet eerder heeft verlaten dan anderhalf jaar na het seksueel misbruik en de mishandeling, de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat er een causaal verband bestaat tussen die gebeurtenissen en zijn vertrekt uit China, zoals het beleid voorschrijft. De grief slaagt.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • Traumatabeleid
    • Asielprocedure
    • Nederlands
  2. Language Dutch 46 reads States Council (Dutch) Zowel staatssecretaris als de vreemdeling gaan in beroep tegen de uitspraak van de rechtbank. De staatssecretaris heeft zowel de aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel als een verblijfsvergunning regulier ...

    Zowel staatssecretaris als de vreemdeling gaan in beroep tegen de uitspraak van de rechtbank. De staatssecretaris heeft zowel de aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel als een verblijfsvergunning regulier afgewezen. De staatssecretaris oordeelde dat haar asielrelaas een positieve overtuigingskracht mist. De Raad van State gaat hierin mee. Met betrekking tot de verblijfsvergunning regulier oordeelt de Raad van State:'Het betoog van de vreemdeling dat de staatssecretaris ten onrechte heeft geweigerd haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking 'vervolging van mensenhandel' te verlenen, kan niet worden gevolgd. Nu de vreemdeling geen aangifte heeft gedaan, voldoet zij reeds daarom niet aan de in paragraaf B9/2 van de Vc 2000 gestelde voorwaarden om in aanmerking te komen voor verlening van deze verblijfsvergunning.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • Verblijfsrecht
    • Asielprocedure
    • Medische omstandigheden
    • Positieve overtuigingskracht
    • Aangifte
    • B8/3
    • Psychologisch onderzoek
    • Nederlands
  3. Language Dutch 76 reads States Council (Dutch) Hoger beroep van de minister tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 12 september 2011 (nr. 09/43299). De vreemdeling heeft aangevoerd dat zij als alleenstaande moeder met psychische problemen een v ...

    Hoger beroep van de minister tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 12 september 2011 (nr. 09/43299). De vreemdeling heeft aangevoerd dat zij als alleenstaande moeder met psychische problemen een verhoogd risico loopt om bij terugkeer naar de Democratische Republiek Congo slachtoffer te worden van seksueel geweld en verwijst naar het rapport van 16 juli 2009 van Human Rights Watch en een brief van Vluchtelingenwerk Nederland van 8 augustus 2011.Volgens de Afdeling biedt deze informatie, mede gelet op de uitspraken van de Afdeling van 17 februari 2012 (nr. 201106629/1) en 3 oktober 2012 (nr. 201201003/1), geen grond voor het oordeel dat vrouwen in de Democratische Republiek Congo een groep zijn die systematisch wordt blootgesteld aan een praktijk van onmenselijke behandelingen. De minister heeft het asielrelaas van de vreemdeling, waaronder haar verklaring dat zijn in de Democratische Republiek Congo geen familie meer heeft, ongeloofwaardig kunnen achten.Voorts biedt hetgeen de vreemdeling heeft aangevoerd geen steun voor haar stelling dat vrouwen met een kind van een man met wie zij niet zijn getrouwd, een verhoogd risico lopen slachtoffer te worden van seksueel geweld.Daarnaast is de medische problematiek gelet op de uitkomst van het rapport van het Bureau Medische Advisering van 10 mei 2011 niet zodanig dat bij terugkeer naar de Democratische Republiek Congo een schending van artikel 3 EVRM dreigt. De vreemdeling heeft met de stelling dat zij in een vluchtelingenkamp in de Democratische Republiek Congo slachtoffer is geworden van mensenhandel en seksueel misbruik in Nederland, niet aannemelijk gemaakt in de Democratische Republiek Congo een verhoogd risico te lopen slachtoffer te worden van seksueel geweld. Hoger beroep gegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • DR Congo
    • Raad van State
    • Alleenstaande moeder
    • Asielprocedure
    • Artikel 3 EVRM
    • Nederlands
  4. 60 reads States Council (Dutch) Language Dutch Verweerder heeft de aanvraag van de vreemdeling tot verlening van een verblijfsvergunning asiel afgewezen en ambtshalve besloten de vreemdeling niet in het bezit te stellen van een verblijfsvergunning regulie ...

    Verweerder heeft de aanvraag van de vreemdeling tot verlening van een verblijfsvergunning asiel afgewezen en ambtshalve besloten de vreemdeling niet in het bezit te stellen van een verblijfsvergunning regulier. De Raad van State acht het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevestigt de aangevallen uitspraak van de rechtbank.De vreemdeling heeft niet aannemelijk kunnen maken dat het ontbreken van nationaliteits- en identiteitspapieren niet aan haar kan worden toegerekend. Verder ontbeert het relaas van de vreemdeling positieve overtuigingskracht. De rechtbank overwoog: 'De ongeloofwaardigheid van het asielrelaas brengt mee dat verweerder in het asielrelaas terecht geen grond heeft gezien voor toewijzing van de aanvraag van eiseres. Daarnaast heeft eiseres onvoldoende onderbouwd dat zij, omdat zij naar Nederland is gebracht om in de prostitutie te gaan werken, bij terugkeer in haar land van herkomst een reëel risico loopt om te worden onderworpen aan foltering, onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing. Eiseres kan immers niet worden gevolgd in haar verklaringen dat zij naar Nederland is gebracht om in de prostitutie te gaan werken, omdat uit haar eigen verklaringen niet naar voren is gekomen dat zij in opdracht van in de prostitutie moest gaan werken. Daarbij brengt eiseres deze stelling pas in de zienswijze naar voren en is deze niet nader onderbouwd.' 

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Kameroen
    • Raad van State
    • Verblijfsrecht
    • Asielprocedure
    • Positieve overtuigingskracht
    • Represailles
    • Nederlands
  5. Language Dutch 54 reads States Council (Dutch) De Raad van State acht het hoger beroep van de vreemdeling kennelijk gegrond: 'In het arrest van 21 januari 2011 van het EHRM in de zaak M.S.S.  tegen België en Griekenland, zaak nr. 30696/09, JV 2011/68 ...

    De Raad van State acht het hoger beroep van de vreemdeling kennelijk gegrond:'In het arrest van 21 januari 2011 van het EHRM in de zaak M.S.S. tegen België en Griekenland, zaak nr. 30696/09, JV 2011/68 komt het EHRM kort weergegeven tot het oordeel dat, onder meer gelet op de risico's die voortvloeien uit de gebreken in de Griekse asielprocedure en de leefomstandigheden van asielzoekers in Griekenland, overdracht door België naar Griekenland in strijd is met artikel 3 van het EVRM. Gelet daarop klaagt de vreemdeling terecht dat ook zijn overdracht aan die lidstaat in strijd zou zijn met dit artikel. De grieven slagen.'  

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • Artikel 3 EVRM
    • Asielprocedure
    • Nederlands
  6. Language Dutch 45 reads States Council (Dutch) Hoger beroep vreemdeling tegen rechtbank Amsterdam, 5 maart 2010, 08/37328. De vreemdeling klaagt in zijn eerste grief dat de rechtbank ten onrechte de in zijn beroepschrift opgenomen aanvullend asielrelaas i ...

    Hoger beroep vreemdeling tegen rechtbank Amsterdam, 5 maart 2010, 08/37328. De vreemdeling klaagt in zijn eerste grief dat de rechtbank ten onrechte de in zijn beroepschrift opgenomen aanvullend asielrelaas inzake seksueel misbruik niet met toepassing van artikel 83 van de Vreemdelingenwet 2000 bij de behandeling van zijn beroep heeft meegenomen. Hij betoogt daartoe dat gelet op de Afdelinguitspraak van 15 januari 2010 in zaak nr. 200904260/1/V3 de rechtbank deze informatie wel bij de beoordeling had moeten betrekken.De Afdeling oordeelt dat niet met vrucht kan worden staande gehouden dat de vreemdeling reeds ten tijde van het nader gehoor op 6 maart 2008 in staat was uit eigen beweging een eventueel relaas over seksueel misbruik naar voren te brengen. Dit geldt te meer nu de staatssecretaris het, gelet op hetgeen hiervoor onder 2.2. is overwogen, noodzakelijk acht vreemdelingen die in de beschermde opvang worden geplaatst, uitdrukkelijk voor te lichten over mensenhandel, uitbuiting en prostitutie. Dat de vreemdeling na afloop van het nader gehoor heeft verklaard alles te hebben verteld wat van belang was voor de beoordeling van zijn aanvraag, kan daaraan in het licht van het gestelde in voornoemde brief van 11 maart 2009 niet afdoen.Gelet hierop kan evenmin met vrucht worden staande gehouden dat de vreemdeling het aanvullende relaas inzake seksueel misbruik in de bestuurlijke fase had kunnen en moeten aanvoeren, zodat de overwegingen van de rechtbank dienaangaande evenzeer onjuist zijn. De conclusie is dat de rechtbank het relaas van de vreemdeling inzake seksueel misbruik ten onrechte niet bij haar beoordeling heeft betrokken.Hoger beroep gegrond; beroep gegrond

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • Nader gehoor
    • Asielprocedure
    • Nederlands
  7. Language Dutch 82 reads States Council (Dutch) Hoger beroep van de vreemdeling tegen rechtbank Den Haag van 13 januari (09/18313). Vreemdelingen klagen dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat zij bij terugkeer geen reëel risico lopen op behande ...

    Hoger beroep van de vreemdeling tegen rechtbank Den Haag van 13 januari (09/18313). Vreemdelingen klagen dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat zij bij terugkeer geen reëel risico lopen op behandeling in strijd met art. 3 EVRM.Ten onrechte is geoordeeld dat hun vrees niet met informatie uit een objectieve bron aannemelijk zijn gemaakt. Deze vrees bestaat er nu een van de vreemdelingen aan het licht heeft gebracht dat een Surinaamse minister betrokken was bij het faciliteren van mensenhandel. Ter onderbouwing hebben vreemdelingen onder meer gewezen op het krantenbericht ‘Jurist Marica blijft erbij: wél politieke invloeden rechterlijke macht’.De Afdeling overweegt dat de Rb terecht heeft geoordeeld dat de informatie niet afkomstig is uit een objectieve bron. Met het krantenbericht hebben vreemdelingen die vrees evenmin voldoende onderbouwd, nu hieruit niet volgt dat zij bij terugkeer zullen worden blootgesteld aan ernstige bedreigingen. Hoger beroep ongegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Suriname
    • Raad van State
    • Asielprocedure
    • Bewijs
    • Objectieve bron
    • Nederlands