Organisatie

  • Raad van State
  • Voortgezet verblijf

Door MHW geduid als zeer belangrijk

Pagina's

Resultaten 1 - 10 van totaal 18 resultaten
  1. 67 reads States Council (Dutch) Language Dutch ''In het besluit van 11 oktober 2013 heeft dat de staatssecretaris zich naar aanleiding van de verklaringen van de vreemdeling tijdens de hoorzitting op het standpunt gesteld dat niet is gebleken da ...

    ''In het besluit van 11 oktober 2013 heeft dat de staatssecretaris zich naar aanleiding van de verklaringen van de vreemdeling tijdens de hoorzitting op het standpunt gesteld dat niet is gebleken dat de vreemdeling zich niet elders in Sierra Leone kan vestigen. De staatssecretaris heeft met betrekking tot de stelling van de vreemdeling, dat de mensenhandelaar er meteen van op de hoogte is als hij terugkeert omdat de mensenhandelaar veel mensen in Sierra Leone kent, opgemerkt dat dit slechts een vermoeden is. Uit de gestelde omstandigheid dat de mensenhandelaar veel mensen in Sierra Leone kent, volgt niet op voorhand dat de vreemdeling zich niet elders in Sierra Leone kan vestigen, aldus de staatssecretaris. Met de verklaring van de vreemdeling dat hij het liefst wil terugkeren naar zijn moeder, heeft de vreemdeling volgens de staatssecretaris evenmin aannemelijk gemaakt dat vestiging elders in Sierra Leone niet mogelijk is, nu dit hem er ook niet van heeft weerhouden zich in Nederland te vestigen. Tevens kan de vreemdeling zich volgens de staatssecretaris bij terugkeer wenden tot de Internationale Organisatie voor Migratie, om via lokale hulporganisaties terugkeer en herintegratie te laten faciliteren.''Het hoger beroep wordt gegrond verklaard. 

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Nederland
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Hoger beroep
    • Mensenhandel
    • Terugkeer
    • Herintegratie
    • Nederlands
  2. 104 reads States Council (Dutch) Language Dutch Het hoger beroep is kennelijk gegrond. Uit de weergegeven passages van het ambtsbericht volgt dat een grote meerderheid van de vrouwen in Nigeria niet wordt besneden, dat het percentage vrouwen dat wordt bes ...

    Het hoger beroep is kennelijk gegrond.Uit de weergegeven passages van het ambtsbericht volgt dat een grote meerderheid van de vrouwen in Nigeria niet wordt besneden, dat het percentage vrouwen dat wordt besneden in de stedelijke gebieden afneemt en dat in enkele grote steden opvangmogelijkheden door ngo's worden geboden aan vrouwen die zich willen onttrekken aan besnijdenis. Onder verwijzing naar het ambtsbericht en voormelde uitspraak van de Afdeling van 1 juli 2011 heeft de staatssecretaris zich in het besluit terecht op het standpunt gesteld dat, voor zover de vreemdeling betoogt dat binnen haar etnische bevolkingsgroep meisjes worden besneden, zij niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij geen opvang kan verkrijgen in een stad buiten haar herkomstgebied in Nigeria om haar dochter aan het risico van besnijdenis te onttrekken. Tevens heeft de staatssecretaris zich terecht op het standpunt gesteld dat uit het ambtsbericht volgt dat NAPTIP over opvangmogelijkheden voor slachtoffers vanmensenhandel beschikt waar de vreemdelingen terecht kunnen. De vreemdeling heeft niet aannemelijk gemaakt dat haar twee kinderen door NAPTIP niet zullen worden toegelaten tot de opvang. Het door de vreemdelingen aangevoerde Trafficking in Persons Report van het U.S. Department of State van 19 juni 2012 leidt niet tot een ander oordeel nu daaruit volgt dat de overheid van Nigeria zich inzet om te voldoen aan de minimumnormen voor de strijd tegen mensenhandel en dat NAPTIP weliswaar ondersteuning van de regering nodig heeft, maar opvang en bescherming biedt aan slachtoffers van mensenhandel. Gelet op het voorgaande heeft de staatssecretaris zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de gestelde opvangproblemen geen bijzondere individuele omstandigheden zijn die met zich brengen dat van de vreemdelingen niet gevergd kan worden dat zij Nederland verlaten.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Nigeria
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Artikel 8 EVRM
    • Artikel 8 EVRM
    • Vestigingsalternatief
    • Voortgezet verblijf
    • Vrouwenbesnijdenis/Vrouwelijke genitale verminking
    • Besnijdenis
    • Nederlands
  3. 103 reads States Council (Dutch) Language Dutch Hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard: ' Gelet op hetgeen de vreemdeling in dit verband heeft aangevoerd, heeft de staatssecretaris de omstandigheid dat de vreemdeling de zorg hee ...

    Hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard:'Gelet op hetgeen de vreemdeling in dit verband heeft aangevoerd, heeft de staatssecretaris de omstandigheid dat de vreemdeling de zorg heeft voor haar in Nederland geboren zoon, met de vaststelling dat het thans goed gaat met diens gezondheid, voldoende kenbaar in de besluitvorming betrokken. De rechtbank heeft derhalve ten onrechte overwogen dat het besluit in zoverre ondeugdelijk is gemotiveerd.'en:'De rechtbank heeft dan ook ten onrechte geoordeeld dat de staatssecretaris geen besluit op het door de vreemdeling gemaakte bezwaar mocht nemen, zonder voorafgaand medisch advies van het BMA in te winnen.'Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard:'Gelet op de hiervoor in 7.1 weergegeven motivering en de grote mate van beoordelingsvrijheid die artikel 3.52 van het Vb 2000 de staatssecretaris biedt, bestaat geen grond voor het oordeel dat de staatssecretaris zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de door de vreemdeling aangevoerde individuele omstandigheden niet dusdanig bijzonder zijn dat van haar niet kan worden gevergd dat zij Nederland verlaat. De verwijzing naar voormeld rapport van BLinN ten aanzien van de door NAPTIP geboden bescherming, leidt niet tot een ander oordeel. De staatssecretaris heeft zijn standpunt dat de vreemdeling zich voor bescherming tot NAPTIP kan wenden op het ambtsbericht gebaseerd, dat van na voormeld rapport dateert, en de vreemdeling heeft haar stelling dat de in dat rapport geschetste situatie recent niet is verbeterd, niet met bewijsstukken gestaafd. De verwijzing naar de uitspraak van de rechtbank van 21 december 2012 leidt evenmin tot een ander oordeel, nu de Afdeling het door de staatssecretaris tegen deze uitspraak ingestelde hoger beroep bij uitspraak van 13 maart 2014 (in zaak nr. 201300723/1/V3) gegrond heeft verklaard, die uitspraak heeft vernietigd en het door de desbetreffende vreemdeling ingestelde beroep ongegrond heeft verklaard. Ook de stelling van de vreemdeling dat uit voormeld rapport van BLinN volgt dat in de opvanglocaties van NAPTIP weinig psychosociale ondersteuning is, leidt niet tot een ander oordeel, reeds omdat zij hiermee niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij van NAPTIP geen psychosociale ondersteuning zal krijgen.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Nigeria
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • BMA-advies
    • In Nederland geboren kind
    • Medisch advies
    • Represailles
    • Nederlands
  4. 121 reads States Council (Dutch) Language Dutch De Raad van State overweegt: ' Voor zover de vreemdeling in beroep heeft betoogd dat zij zich bij terugkeer in Nigeria niet staande kan houden mede gelet op de zorg voor haar twee minderjarige kinderen ...

    De Raad van State overweegt:'Voor zover de vreemdeling in beroep heeft betoogd dat zij zich bij terugkeer in Nigeria niet staande kan houden mede gelet op de zorg voor haar twee minderjarige kinderen en de maatschappelijke positie van vrouwen in dat land, faalt dat betoog. De staatssecretaris heeft zich, gelet op de uitspraak van de Afdeling van 13 maart 2014 in zaak nr. 201300723/1/V3, onder verwijzing naar het ambtsbericht en het ambtsbericht inzake Nigeria van 5 april 2011 in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat zij een beroep kan doen op NAPTIP, de Internationale Organisatie voor Migratie en de Stichting Maatwerk bij Terugkeer, die haar kunnen helpen bij de sociale en maatschappelijke herintegratie in haar land van herkomst.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Nigeria
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Artikel 8 EVRM
    • Artikel 8 EVRM
    • Vrouwenbesnijdenis/Vrouwelijke genitale verminking
    • Besnijdenis
    • Nederlands
  5. 112 reads States Council (Dutch) Language Dutch De Raad van State overweegt: 'Uit de weergegeven passages van het ambtsbericht volgt dat een grote meerderheid van de vrouwen in Nigeria niet wordt besneden, dat het percentage vrouwen dat wordt besnede ...

    De Raad van State overweegt:'Uit de weergegeven passages van het ambtsbericht volgt dat een grote meerderheid van de vrouwen in Nigeria niet wordt besneden, dat het percentage vrouwen dat wordt besneden in de stedelijke gebieden afneemt en dat in enkele grote steden opvangmogelijkheden door ngo's worden geboden aan vrouwen die zich willen onttrekken aan besnijdenis. Onder verwijzing naar voormelde uitspraak van de Afdeling van 1 juli 2011 en het aan de moeder van de vreemdeling gerichte besluit waarbij de afwijzing van de aanvraag van de moeder om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd is gehandhaafd, heeft de staatssecretaris zich terecht op het standpunt gesteld dat, voor zover de vreemdeling betoogt dat binnen haar etnische bevolkingsgroep meisjes worden besneden, zij niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij geen opvang kan verkrijgen in een stad buiten het herkomstgebied van haar moeder in Nigeria om zich aan het risico van besnijdenis te onttrekken. Uit het ambtsbericht kan niet worden afgeleid dat de vreemdeling bij opvang in een stad in een deelstaat waar vrouwenbesnijdenis niet is verboden een reëel risico loopt op besnijdenis. Voorts volgt uit de uitspraak van heden in zaak nr. 201307508/1/V1 dat de vreemdeling bij die opvang door haar moeder kan worden begeleid.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Nigeria
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Vrouwenbesnijdenis/Vrouwelijke genitale verminking
    • Besnijdenis
    • Nederlands
  6. 101 reads States Council (Dutch) Language Dutch De Raad van State overweegt: 'Het besluit, zoals hiervoor onder 4.2. weergegeven, geeft er, anders dan de vreemdeling betoogt, voorts geen blijk van dat de staatssecretaris zich, bezien in het licht van ...

    De Raad van State overweegt:'Het besluit, zoals hiervoor onder 4.2. weergegeven, geeft er, anders dan de vreemdeling betoogt, voorts geen blijk van dat de staatssecretaris zich, bezien in het licht van artikel 3 van het Verdrag inzake de rechten van het kind, onvoldoende rekenschap heeft gegeven van de belangen van het kind van de vreemdeling. Het betoog van de vreemdeling dat een buiten het huwelijk geboren kind het risico loopt bij zijn moeder te worden weggenomen en het besluit daarom in strijd is met artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden leidt niet tot een ander oordeel, nu, zoals de staatssecretaris terecht heeft overwogen, de vreemdeling dit niet heeft onderbouwd. De beroepsgrond faalt.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Sierra Leone
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK)
    • Voortgezet verblijf
    • Vrouwenbesnijdenis/Vrouwelijke genitale verminking
    • Besnijdenis
    • Nederlands
  7. Language Dutch 99 reads States Council (Dutch) De Raad van State overweegt: 'De staatssecretaris betoogt in dit verband terecht dat hij, gelet op het gewicht dat in het onder 3.1. weergegeven beleid wordt toegekend aan psychische of andere medische o ...

    De Raad van State overweegt:'De staatssecretaris betoogt in dit verband terecht dat hij, gelet op het gewicht dat in het onder 3.1. weergegeven beleid wordt toegekend aan psychische of andere medische omstandigheden binnen de door hem te maken afweging, niet nader heeft hoeven onderzoeken of er voor de vreemdeling in Sierra Leone voldoende mogelijkheden voor medisch-psychische behandeling bestaan. In de vreemdelingenwetgeving en het bij de toepassing daarvan gevoerde beleid is voorzien in een specifieke beperking inzake medische behandeling. Zoals de Afdeling heeft overwogen in de uitspraak van 2 maart 2007 in zaak nr. 200607507/1, volgt uit die wetgeving en de daaruit blijkende systematiek dat bij een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd die verband houdt met psychische problemen, moet worden aangesloten bij de daarvoor geldende beperkingen en ter verkrijging van een zodanige vergunning een daartoe strekkende aanvraag moet worden ingediend.De rechtbank heeft dan ook ten onrechte geoordeeld dat de staatssecretaris geen besluit op het door de vreemdeling gemaakte bezwaar mocht nemen, zonder voorafgaand medisch advies in te winnen over het gewicht dat aan haar psychische problemen moet worden toegekend.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Medische omstandigheden
    • Nederlands
  8. Language Dutch 107 reads States Council (Dutch) Aanvraag tot voortgezet verblijf afgewezen. Vreemdeling gaat in bezwaar en beroep. De rechtbank oordeelt in beroep ' dat de staatssecretaris zich, gelet op de omstandigheid dat de vreemdeling niet de be ...

    Aanvraag tot voortgezet verblijf afgewezen. Vreemdeling gaat in bezwaar en beroep. De rechtbank oordeelt in beroep 'dat de staatssecretaris zich, gelet op de omstandigheid dat de vreemdeling niet de bescherming van een mannelijk familielid geniet en er geen sprake is van een sociaal netwerk, mede in het licht van de weergegeven passage uit het ambtsbericht, niet zonder nadere motivering op het standpunt heeft kunnen stellen dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij haar dochter niet zal kunnen onttrekken aan vrouwenbesnijdenis en haar dochter bij terugkeer derhalve een reëel risico loopt te worden besneden'.De staatssecretaris gaat in hoger beroep. De Raad van State acht het hoger beroep kennelijk gegrond: 'De vreemdeling heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij niet in staat zal zijn, eventueel met behulp van NAPTIP, de IOM en Bureau Maatwerk bij Terugkeer, een nieuw netwerk op te bouwen en zich te hervestigen. Met hetgeen de staatssecretaris in het besluit van 23 oktober 2012 heeft opgenomen ter aanvulling van hetgeen reeds was opgenomen in het besluit van 13 maart 2012 heeft hij, anders dan de rechtbank heeft overwogen, voldoende gemotiveerd dat van de vreemdeling kan worden gevergd dat zij Nederland verlaat. Het betoog van de vreemdeling dat de door haar naar voren gebrachte psychische en andere medische omstandigheden hierbij onvoldoende zijn meegenomen, leidt voorts niet tot een ander oordeel. De vreemdeling heeft immers niet gesteld dat deze omstandigheden verband houden met de omstandigheid dat zij in het verleden slachtoffer is geworden van mensenhandel, zodat de staatssecretaris in dit geval de psychische en andere medische omstandigheden terecht als een op zichzelf staande grond ter verkrijging van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd heeft aangemerkt die naar aanleiding van een daartoe strekkende aanvraag kunnen worden beoordeeld.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Voortgezet verblijf
    • Vrouwenbesnijdenis/Vrouwelijke genitale verminking
    • Besnijdenis
    • Nederlands
  9. Language Dutch 79 reads States Council (Dutch) De Raad van State overweegt: 'De vreemdeling heeft, naast het gestelde risico van represailles van de zijde van (handlangers van) [persoon], ook aangevoerd te vrezen voor vervolging van de zijde van (han ...

    De Raad van State overweegt:'De vreemdeling heeft, naast het gestelde risico van represailles van de zijde van (handlangers van) [persoon], ook aangevoerd te vrezen voor vervolging van de zijde van (handlangers van) [persoon]. Nog daargelaten de vraag of in het hiervoor onder 2. weergegeven beleid niet veeleer wordt gedoeld op strafrechtelijke vervolging in plaats van op vervolging van de zijde van de vermeende mensenhandelaar, volgt uit de in hoger beroep verrichte toetsing dat de staatssecretaris zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij na terugkeer naar haar land van herkomst te vrezen heeft voor represailles van de zijde van (handlangers van) [persoon]. Gelet op de samenhang die in dit geval bestaat ten aanzien van hetgeen de vreemdeling over beide factoren heeft aangevoerd, moet de door de staatssecretaris aan dat standpunt ten grondslag gelegde motivering worden geacht mede te zien op het door de vreemdeling gestelde risico van vervolging en kan de vreemdeling derhalve niet worden gevolgd in het door haar op dit punt gestelde motiveringsgebrek.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Represailles
    • Nederlands
  10. Language Dutch 55 reads States Council (Dutch) De vreemdeling heeft recht op voortgezet verblijf omdat zij langer dan drie jaar een verblijfsvergunning op grond van de B9-regeling heeft wanneer het Gerechtshof een beslissing neemt in de beklagprocedure. D ...

    De vreemdeling heeft recht op voortgezet verblijf omdat zij langer dan drie jaar een verblijfsvergunning op grond van de B9-regeling heeft wanneer het Gerechtshof een beslissing neemt in de beklagprocedure. De Raad van State:'Uit het besluit van 21 mei 2012 blijkt dat de staatssecretaris bij de beantwoording van de vraag of de opsporing dan wel de vervolging is beëindigd, de datum van de beschikking van het Gerechtshof in de beklagprocedure, te weten 13 december 2010, als uitgangspunt heeft genomen, hetgeen overeenkomt met het ten tijde van belang geldende beleid. Gelet hierop heeft de rechtbank niet onderkend dat vreemdeling 1 terecht heeft aangevoerd dat zij sinds 24 september 2007, en daarom langer dan drie jaar, in het bezit was van een verblijfsvergunning regulier onder de beperking, bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder s, van het Vb 2000. De grief slaagt.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Voortgezet verblijf
    • Beklagprocedure
    • Nederlands

Pagina's