Filters

  • Article 8 ECHR

Pages

Results 1 - 10 of 17
  1. Taal Nederlands 7 keer gelezen Raad van State Het door de staatssecretaris ingesteld hoger beroep is gegrond verklaard. De staatssecretaris heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de vreemdeling niet in aanmerking komt voor vrijstel ...

    Het door de staatssecretaris ingesteld hoger beroep is gegrond verklaard. De staatssecretaris heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de vreemdeling niet in aanmerking komt voor vrijstelling van het mvv-vereiste. De Afdeling oordeelt als volgt.“Gelet op het voorgaande klaagt de staatssecretaris terecht dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat hij zich onvoldoende deugdelijk gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat hij aan de vreemdeling heeft kunnen tegenwerpen dat hij zijn nationaliteit en identiteit en slachtofferschap van mensenhandel niet aannemelijk heeft gemaakt. Gelet daarop heeft de staatssecretaris zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de vreemdeling niet in aanmerking komt voor vrijstelling van het mvv-vereiste.”

    Jurisprudence

    • Immigration law
    • States Council (Dutch)
    • Article 8 ECHR
    • Residence permits
    • Vreemdeling
    • Art. 8 EVRM
    • Hardship clause
    • Human trafficking / trafficking in persons
    • Dutch
  2. Language Dutch 2 IND (Dutch Agency of Immigration and Naturalisation) Dit is geen beleidsdocument. Het bevat geen harde regels die altijd op dezelfde manier moeten worden toegepast. De toets aan artikel 8 EVRM is immers een afweging van alle aangev ...

    Dit is geen beleidsdocument. Het bevat geen harde regels die altijd op dezelfde manier moeten worden toegepast. De toets aan artikel 8 EVRM is immers een afweging van alle aangevoerde omstandigheden van het individuele geval. Het individuele geval verschilt van casus tot casus en daarmee kan het gewicht dat aan de aangevoerde omstandigheden moet worden toegekend verschillen.

    Legislation

    • Immigration department workinstructions
    • IND (Dutch Agency of Immigration and Naturalisation)
    • Article 8 ECHR
    • Article 8 ECHR
    • Immigration department work instruction
    • Dutch
  3. Language Dutch 10 Centre against Child- and Human Trafficking Beschrijving van artikel 8 EVRM. Centrum Kinderhandel Mensenhandel 14 juli 2014 Artikel 8 Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM) Artikel 8 Recht op eerbiediging van privé-, f ...

    Beschrijving van artikel 8 EVRM.

    Publications

    • Working documents/instructions
    • Centre against Child- and Human Trafficking
    • Article 8 ECHR
    • Article 8 ECHR
    • Dutch
  4. 10 States Council (Dutch) Language Dutch Het hoger beroep is kennelijk gegrond. Uit de weergegeven passages van het ambtsbericht volgt dat een grote meerderheid van de vrouwen in Nigeria niet wordt besneden, dat het percentage vrouwen dat wordt bes ...

    Het hoger beroep is kennelijk gegrond.Uit de weergegeven passages van het ambtsbericht volgt dat een grote meerderheid van de vrouwen in Nigeria niet wordt besneden, dat het percentage vrouwen dat wordt besneden in de stedelijke gebieden afneemt en dat in enkele grote steden opvangmogelijkheden door ngo's worden geboden aan vrouwen die zich willen onttrekken aan besnijdenis. Onder verwijzing naar het ambtsbericht en voormelde uitspraak van de Afdeling van 1 juli 2011 heeft de staatssecretaris zich in het besluit terecht op het standpunt gesteld dat, voor zover de vreemdeling betoogt dat binnen haar etnische bevolkingsgroep meisjes worden besneden, zij niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij geen opvang kan verkrijgen in een stad buiten haar herkomstgebied in Nigeria om haar dochter aan het risico van besnijdenis te onttrekken. Tevens heeft de staatssecretaris zich terecht op het standpunt gesteld dat uit het ambtsbericht volgt dat NAPTIP over opvangmogelijkheden voor slachtoffers vanmensenhandel beschikt waar de vreemdelingen terecht kunnen. De vreemdeling heeft niet aannemelijk gemaakt dat haar twee kinderen door NAPTIP niet zullen worden toegelaten tot de opvang. Het door de vreemdelingen aangevoerde Trafficking in Persons Report van het U.S. Department of State van 19 juni 2012 leidt niet tot een ander oordeel nu daaruit volgt dat de overheid van Nigeria zich inzet om te voldoen aan de minimumnormen voor de strijd tegen mensenhandel en dat NAPTIP weliswaar ondersteuning van de regering nodig heeft, maar opvang en bescherming biedt aan slachtoffers van mensenhandel. Gelet op het voorgaande heeft de staatssecretaris zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de gestelde opvangproblemen geen bijzondere individuele omstandigheden zijn die met zich brengen dat van de vreemdelingen niet gevergd kan worden dat zij Nederland verlaten.

    Jurisprudence

    • Immigration law
    • Nigeria
    • States Council (Dutch)
    • Continued residence
    • Article 8 ECHR
    • Female genital mutulation (FGM)
    • Circumcision
    • Article 8 ECHR
    • Establishment alternative
    • Continued residence
    • Dutch
  5. 12 States Council (Dutch) Language Dutch De Raad van State overweegt: ' Voor zover de vreemdeling in beroep heeft betoogd dat zij zich bij terugkeer in Nigeria niet staande kan houden mede gelet op de zorg voor haar twee minderjarige kinderen ...

    De Raad van State overweegt:'Voor zover de vreemdeling in beroep heeft betoogd dat zij zich bij terugkeer in Nigeria niet staande kan houden mede gelet op de zorg voor haar twee minderjarige kinderen en de maatschappelijke positie van vrouwen in dat land, faalt dat betoog. De staatssecretaris heeft zich, gelet op de uitspraak van de Afdeling van 13 maart 2014 in zaak nr. 201300723/1/V3, onder verwijzing naar het ambtsbericht en het ambtsbericht inzake Nigeria van 5 april 2011 in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat zij een beroep kan doen op NAPTIP, de Internationale Organisatie voor Migratie en de Stichting Maatwerk bij Terugkeer, die haar kunnen helpen bij de sociale en maatschappelijke herintegratie in haar land van herkomst.'

    Jurisprudence

    • Immigration law
    • Nigeria
    • States Council (Dutch)
    • Continued residence
    • Article 8 ECHR
    • Article 8 ECHR
    • Female genital mutulation (FGM)
    • Circumcision
    • Dutch
  6. 106 keer gelezen Rechtbank Den Haag Taal Nederlands Eiseressen stellen zich primair op het standpunt dat de Kinderregeling (Kinderpardon) een niet gerechtvaardigd onderscheid bevat tussen asielkinderen en kinderen wiens ouders geen asielaanvraag hebben in ...

    Eiseressen stellen zich primair op het standpunt dat de Kinderregeling (Kinderpardon) een niet gerechtvaardigd onderscheid bevat tussen asielkinderen en kinderen wiens ouders geen asielaanvraag hebben ingediend. De rechtbank overweegt:'De stelling van eiseres 2 dat, voor zover er in het algemeen al een gerechtvaardigd onderscheid bestaat, dit in haar specifieke geval niet opgaat vanwege de B9 vergunning die zij heeft gehad waarbij artikel 3 van het EVRM ook een rol speelt bij de het verzoek om voortgezet verblijf , volgt de rechtbank niet. Vooropgesteld moet worden dat het voor eiseres 2 vrij stond na afloop van de geldigheid van haar B9 vergunning asiel aan te vragen. Eiseres 2 heeft hier om haar moverende redenen niet voor gekozen maar een reguliere aanvraag om voortgezet verblijf ingediend. Dat in deze procedure de aangevoerde asielgerelateerde omstandigheden zijn getoetst en niet tot een vergunning hebben geleid, maakt niet dat deze aanvraag gelijk moet worden gesteld met een asielaanvraag. Evenmin maakt het gegeven dat voor de Nederlandse staat ook een bijzondere verantwoordelijkheid voor slachtoffers van mensenhandel bestaat, niet dat deze op één lijn moet worden gesteld met de bijzondere verantwoordelijkheid die de Nederlandse staat heeft voor asielzoekers en hun minderjarige kinderen zoals hiervoor ook is weergegeven. De B9-procedures verschillen daarnaast ook qua karakter en duur wezenlijk van asielprocedures. Dat bij B9-procedures eveneens sprake kan zijn van subjectieve vrees voor terugkeer naar het land van herkomst, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om het gemaakte onderscheid niet gerechtvaardigd te achten. Hierbij acht de rechtbank mede van belang dat de vreemdeling die in het bezit is van een B9-vergunning hier te lande rechtmatig verblijf heeft en aldus gedurende die periode beschermd is tegen gedwongen terugkeer. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de Regeling ook op dit punt niet in strijd is met de (inter)nationale discriminatieverboden zoals door eiseressen aangehaald.'Het beroep op de hoorplicht slaagt, beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. De rechtsgevolgen van het bestreden besluit worden in stand gelaten.

    Jurisprudence

    • Immigration law
    • Nigeria
    • Court of The Hague
    • Article 8 ECHR
    • Children's pardon regulation
    • Article 8 ECHR
    • International Convention on the Rights of the Child (CRC)
    • Children's Pardon Regulation
    • Dutch
  7. Taal Nederlands 168 keer gelezen Rechtbank Den Haag Gerechtvaardigd onderscheid tussen vreemdelingen met een asielverblijfsvergunning en vreemdelingen met een reguliere verblijfsvergunning met betrekking tot het kinderpardon. De staatssecretaris heeft de ...

    Gerechtvaardigd onderscheid tussen vreemdelingen met een asielverblijfsvergunning en vreemdelingen met een reguliere verblijfsvergunning met betrekking tot het kinderpardon.De staatssecretaris heeft de aanvragen afgewezen omdat niet is voldaan aan de voorwaarde uit de Kinderregeling dat ten behoeven van vreemdeling 1 een asielaanvraag moet zijn ingediend. De moeder van vreemdeling 1 is eerder in het bezit geweest van een reguliere verblijfsvergunning onder de beperking vervolging van mensenhandel. De vreemdelingen hebben aangevoerd dat het onderscheid in de Kinderregeling tussen vreemdelingen met een asielachtergrond en aanvragers met een reguliere achtergrond onrechtmatig is en in strijd met internationale verdragen.Uit het arrest Butt t. Noorwegen van het EHRM (47017/09) van 4 december 2012 en de uitspraak van de Afdeling van 13 november 2013 in zaak nr 201207970/1 maakt de rechtbank op dat door ouders gemaakte keuzes mogen worden toegerekend. Indien aan het kind een verblijfsvergunning op grond van de Kinderregeling zou worden verleend, zouden de ouders ook een verblijfsvergunning krijgen. Er is een risico dat ouders de positie van hun kinderen misbruiken om een verblijfrecht te verkrijgen.Voorts heeft de staatssecretaris naar het oordeel van de rechtbank zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat een objectieve en redelijke rechtvaardiging aanwezig is voor het gemaakte onderscheid. De staatssecretaris heeft daarbij kunnen wijzen op het verschil in verantwoordelijkheid van de overheid voor asielzoekers en voor andere vreemdelingen, dat de positie van vreemdelingen tijdens de asielprocedure verschilt van de positie van andere vreemdelingen en ook gewicht kunnen toekennen aan de omstandigheid dat asielprocedures lang en slepend kunnen zijn. Er is geen sprake van strijd met artikel 14 EVRM. De staatssecretaris heeft zich ook op het standpunt mogen stellen dat geen sprake is van het recht op eerbiediging van het privéleven, alle voor die belangenafweging van betekenis zijnde feiten en omstandigheden zijn kenbaar betrokken.

    Jurisprudence

    • Immigration law
    • Court of The Hague
    • Article 8 ECHR
    • Children's pardon regulation
    • Article 8 ECHR
    • Children's Pardon Regulation
    • Dutch
  8. 16 Language Dutch Moeder (eiseres 1) heeft voortgezet verblijf aangevraagd, maar dat is afgewezen. Dochter (eiseres 2) heeft verblijfsvergunning met beperking 'gezinshereniging met ouder' gehad, maar deze is ingetrokken. Eiseressen 1 en 2 ...

    Moeder (eiseres 1) heeft voortgezet verblijf aangevraagd, maar dat is afgewezen. Dochter (eiseres 2) heeft verblijfsvergunning met beperking 'gezinshereniging met ouder' gehad, maar deze is ingetrokken. Eiseressen 1 en 2 wonen sinds 1998 in Nederland en eiseres 2 volgt hier een opleiding.De rechtbank is van oordeel dat het bestreden besluit op het punt van beoordeling van het beroep met betrekking tot artikel 8 EVRM niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid en genomen en evenmin op een deugdelijke motivering berust. Volgens de rechtbank had verweerder de mogelijkheid dat eiseres 2 besneden kan worden in de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM moeten betrekken. Ook heeft verweerder onvoldoende bij de belangenafweging betrokken dat eiseres 2 slechts een half jaar oud was toen zij naar Nederland kwam en sindsdien altijd in Nederland is verbleven en ook haar schoolopleiding hier volgt. Volgens de rechtbank is het spreken van Pidgin Engels en het hebben van de Nigeriaanse nationaliteit niet voldoende om te spreken van een (culturele) band met Nigeria.Het beroep van eiseres 2 wordt gegrond verklaard.Met betrekking tot eiseres 1 zegt de rechtbank dat verweerder niet zomaar mag stellen dat het hele mensenhandelrelaas niet aannemelijk is, omdat eiseres 1 tegenstrijdige verklaringen over een bepaalde periode heeft afgelegd. Ook is de rechtbank het eens met eiseres 1 dat niet van haar kan worden verwacht dat zij op detailniveau volledig consistent verklaart over gebeurtenissen die twintig jaar geleden hebben plaatsgevonden. Rechtbank volgt verweerder niet in het standpunt dat het mensenhandelrelaas niet aannemelijk is, omdat eiseres 1 pas in 2010 aangifte heeft gedaan en dat daaruit volgt dat zij haar situatie blijkbaar niet als urgent dan wel als niet serieus genoeg heeft ingeschat. De verklaring dat eiseres 1 bang was en tijd nodig had om moed bijeen te rapen en dat zij uiteindelijk met hulp van de kerk en haar advocaat aangifte heeft gedaan acht de rechtbank plausibel.De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van 'klemmende redenen van humanitaire aard'. Omdat het beroep van eiseres 2 gegrond is verklaard is, is niet uit te sluiten dat eiseres 2 een verblijfsvergunning krijgt. De motivering van verweerder dat geen sprake is van schending van artikel 8 EVRM kan daarom geen stand meer houden. Beroep van eiseres 1 is ook gegrond.

    Jurisprudence

    • Immigration law
    • Nigeria
    • Continued residence
    • Article 8 ECHR
    • Article 8 ECHR
    • International Convention on the Rights of the Child (CRC)
    • Continued residence
    • Circumcision
    • Dutch
  9. Taal Nederlands 94 keer gelezen Rechtbank Den Haag Voorlopige voorziening toegewezen. De aanvragen van de vreemdelingen om verlening van een verblijfsvergunning onder de overgangsregeling langdurig verblijvende kinderen zijn afgewezen. Vreemdeling 1 voldo ...

    Voorlopige voorziening toegewezen. De aanvragen van de vreemdelingen om verlening van een verblijfsvergunning onder de overgangsregeling langdurig verblijvende kinderen zijn afgewezen. Vreemdeling 1 voldoet niet aan de vereisten van de kinderregeling om dat zij nooit een asielaanvraag in Nederland heeft ingediend.Er is een gerechtvaardigd onderscheid tussen kinderen met een asielachtergrond, en kinderen zonder een dergelijke achtergrond. Deze is onder meer gelegen in het aspect van de subjectieve vrees voor terugkeer naar het land van herkomst, een vrees die niet speelt bij kinderen die een reguliere aanvraag hebben gedaan.De vreemdelingen voeren aan dat het onderscheid in het algemeen ongerechtvaardigd is, en als dit wel het gerechtvaardigd is, dit in hun specifieke geval toch als een ongerechtvaardigd onderscheid moet worden beschouwd, nu de vreemdelingen rechtmatig verblijf hebben gehad op grond van een B9-procedure. De voorzieningenrechter overweegt ten aanzien van de vraag of dit onderscheid gerechtvaardigd is als volgt.Bij de beantwoording van deze vraagt speelt in deze specifieke zaak de vraag mee of het feit dat de vreemdelingen op grond van de B9-regeling rechtmatig verblijf hebben genoten, de uitkomst anders maakt. De voorzieningenrechter is van oordeel dat deze vereenvoudigde spoedprocedure zich niet goed leent voor een zorgvuldige beoordeling van deze complexe rechtsvragen.

    Jurisprudence

    • Immigration law
    • Court of The Hague
    • Minors / Child Trafficking
    • Article 8 ECHR
    • Children's Pardon Regulation
    • B8/3 (Dutch Residence Permit for victims of human trafficking)
    • Dutch
  10. Taal Nederlands 80 keer gelezen Eiseres wordt verdacht van het doen van valse aangifte, daarom heeft verweerder haar B9-verblijfsvergunning met terugwerkende kracht ingetrokken. De rechtbank vernietigt het besluit omdat verweerder er niet in is geslaagd o ...

    Eiseres wordt verdacht van het doen van valse aangifte, daarom heeft verweerder haar B9-verblijfsvergunning met terugwerkende kracht ingetrokken. De rechtbank vernietigt het besluit omdat verweerder er niet in is geslaagd om aannemelijk te maken dat eiseres onjuiste gegevens heeft verstrekt. Verweerder kan niet volstaan met verwijzen naar dagvaarding van officier van Justitie nu er nog geen uitspraak is gedaan in de strafzaak.Verder overweegt de rechtbank:'Tenslotte wijst verweerder op de verklaring van eiseres, dat [naam 5] haar heeft voorgesteld aan zijn ouders en zij bij de ouders van [naam 5] heeft gelogeerd. Verweerder acht het niet logisch dat [naam 5] dat zou hebben gedaan en eiseres af en toe mee zou nemen naar zijn ouders, indien het zijn doel was eiseres seksueel uit te buiten. Naar het oordeel van de rechtbank betreft het ook hier een waardeoordeel van verweerder, terwijl niet valt uit te sluiten dat [naam 5] dit inderdaad heeft gedaan en eiseres eerst daarna heeft gedwongen zich te prostitueren, zoals eiseres zelf ook heeft verklaard. De rechtbank merkt hierbij nog op dat de verklaringen van eiseres op dit punt passen in het algemeen bekende beeld van de praktijken van een zogenoemde loverboy, waarbij de loverboy eerst het vertrouwen van het slachtoffer wint en daarna het slachtoffer dwingt tot prostitutie.'

    Jurisprudence

    • Immigration law
    • B8/3 (Dutch residence permit for victims of human trafficking)
    • Article 8 ECHR
    • Article 8 ECHR
    • False statement
    • Misuse of B8/3 (Dutch Residence Permit for victims of human trafficking)
    • Dutch

Pages