Taal document

Datum

03 jan 2018

Documentsoort

Overheidspublicaties

Trefwoord

Slachtoffer
Mensenhandel
subcomissie
verblijfsregeling
bescherming

Tijdelijke regeling aannemelijkheid slachtofferschap mensenhandel

Datum

03 jan 2018

 

Uiit toelichting Officiele Bekendmakingen

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2017-74288.html

 

Met deze regeling wordt het Schadefonds Geweldsmisdrijven (Schadefonds) gedurende 2018 bij wijze van proef uitgebreid met een Subcommissie slachtofferschap mensenhandel (hierna: subcommissie), die tot taak heeft om op aanvraag een multidisciplinair deskundigenbericht uit te brengen over de vraag of het aannemelijk is dat de aanvrager slachtoffer van mensenhandel is in de zin van artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Dat deskundigenbericht kan de aanvrager helpen bij de aanvraag van een verblijfsvergunning op humanitaire gronden of een andere collectieve voorziening.

 

Deze pilot is ondergebracht bij het Schadefonds vanwege de daar beschikbare kennis en expertise.

 

De ondersteuning van (mogelijke) slachtoffers van mensenhandel is in Nederland in belangrijke mate gerelateerd aan het (verloop van het) strafproces. Onder meer de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en GRETA pleiten ervoor om de identificatie van slachtoffers van mensenhandel meer los te koppelen van het strafproces, door het inrichten van een alternatieve, onafhankelijke identificatieprocedure.

 

Op dit moment zijn er verschillende partijen, zoals de IND en opvanginstellingen, die worden geconfronteerd met de vraag of het aannemelijk is of iemand slachtoffer van mensenhandel is of niet. Bij een grote groep slachtoffers van mensenhandel kan of wordt het slachtofferschap niet door middel van een strafrechtelijke vervolging van de dader bewezen of vastgesteld. Ook zonder vervolging en veroordeling van de verdachte/dader kan iemand wel degelijk slachtoffer zijn en moet hij of zij dus toegang kunnen krijgen tot bepaalde voorzieningen. Hiertoe dient een procedure te worden ingericht. Om vorm te geven aan een dergelijke procedure, is binnen het Nationaal Verwijsmechanisme Mensenhandel (NVM) het traject ‘multidisciplinaire advisering slachtofferschap mensenhandel’ gestart. In dat kader is in 2015 een verkennend onderzoek verricht, waarin de mogelijkheden hiertoe zijn onderzocht. Dit heeft geresulteerd in een pre-pilot (van september 2015 tot april 2016), uitgevoerd door het Schadefonds Geweldsmisdrijven, waarin de impact en mogelijkheden hieromtrent verder werden geïnventariseerd.

In vervolg op de pre-pilot wordt in 2018 door het Schadefonds een operationele pilot uitgevoerd. Deze heeft als hoofddoelen: 1) nagaan of de multidisciplinaire commissie slachtofferschap mensenhandel daadwerkelijk de aannemelijkheid van slachtofferschap kan beoordelen en 2) nagaan of het deskundigenbericht van de subcommissie toegevoegde waarde heeft voor betrokken partijen (zoals de slachtoffers zelf, de IND en opvanginstellingen). Het WODC zal de pilot eind 2018 evalueren. Aan de hand van de resultaten daarvan kan eventueel worden besloten om de pilot te verlengen, of om de werkwijze van de pilot voort te zetten in een structurelere vorm, en welke aanpassingen eventueel nodig zijn.