Taal document

Datum

19 dec 2008

Documentsoort

Vreemdelingenrecht

Trefwoord

Paspoortvereiste

Organisatie

Rechtbank Oost-Brabant

Rechtbank Den Bosch, 08-10375, 19 december 2008

Datum

19 dec 2008

Afwijzing van de aanvraag tot verlening van voortgezet verblijf na verblijf. Eiseres dient in het bezit te zijn van een geldig document van grensoverschrijding. Nu eiseres van de Sierra Leoonse ambassade geen paspoort kan krijgen, dient zij naar Sierra Leone te reizen om daar een geldig document voor grensoverschrijding te halen. Dat de reis financieel bezwaarlijk is, dat ze voor haar HIV-besmetting regelmatig op controle moet en dat ze geen bemiddeling van de korpschef of DT&V heeft gekregen zijn geen doorslaggevende argumenten om van het paspoortvereiste af te zien.

Voorts stelt eiseres dat ze vanwege opgewekt vertrouwen niet over een geldig reisdocument hoeft te beschikken. Verweerder heeft in de brief van 2006 de ontheffing van het paspoortvereiste uitdrukkelijk beperkt tot de op dat moment in behandeling zijnde verlengingsaanvraag. Bij eiseres kan dan ook niet de verwachting zijn gewekt dat ze ook voor de aanvraag voortgezet verblijf zou worden vrijgesteld van het paspoortvereiste. In de brief heeft verweerder er nadrukkelijk op gewezen dat eiseres bij een evt. vervolgprocedure in het bezit dient te zijn van een geldig document voor grensoverschrijding.

Tevens stelt eiseres dat ze vrijgesteld dient te worden van het paspoortvereiste omdat de autoriteiten weigeren een paspoort te verstrekken (WBV 2006/36A). De rechtbank oordeelt dat het WBV 2006/36A ten tijde van de aanvraag en van het besluit op bezwaar niet van toepassing was, daar per 1 januari 2007 het beleid B16/7 Vc van toepassing is. Verweerder heeft aan dit beleid getoetst. Daar het gaat om gepubliceerd beleid mag het bij eiseres bekend verondersteld worden en kan zij zich er niet op beroepen dat haar eerst in het besluit op bezwaar wordt tegengeworpen dat zij naar Sierra Leone dient te reizen om daar een paspoort aan te vragen. Beroep ongegrond. NB: Hoger beroep ongegrond (16 juni 2009, nr. 200900474/1/V3).