Taal document

Datum

13 mrt 2015

Documentsoort

Strafrecht

Thema

Land

Trefwoord

Medeplegen
Seksuele uitbuiting
Mishandeling
Schadevergoeding
Schadevergoedingsmaatregel

Organisatie

Rechtbank Amsterdam

Rechtbank Amsterdam, ECLI:NL:RBAMS:2015:1449, 13 maart 2015

Datum

13 mrt 2015

Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren voor mensenhandel in vereniging gepleegd, meermalen gepleegd; medeplichtigheid aan mensenhandel in vereniging gepleegd en medeplegen van mishandeling. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de uitbuiting van slachtoffer 1 en 3 en medeplichtigheid aan uitbuiting van slachtoffer 4. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan mishandeling van slachtoffer 3. Verdachte heeft samen met haar echtgenoot en een handlanger misbruik gemaakt van twee kwetsbare jonge vrouwen. Ten aanzien van [slachtoffer 3] gedurende een periode van ongeveer veertien maanden. Ten aanzien van [slachtoffer 1] ongeveer zeven dagen.

De rechtbank overweegt ‘dat [slachtoffer 3] het [verdachte en medeverdachte 1] heeft ontmoet, toen zij, zoals zij zelf heeft verklaard, in een kwetsbare positie zat. [slachtoffer 3] was destijds achttien jaar oud, haar vader was alcoholist, met haar moeder had ze geen contact meer, haar neef had zich verhangen en [slachtoffer 3] werd depressief. De vader van [slachtoffer 3] had haar met Kerstmis het huis uit gejaagd en gezegd dat hij haar nooit meer wilde zien. Via een schoolkameraad kwam zij met de familie [verdachte en medeverdachte 1] in contact. Verdachte en haar echtgenoot hebben van die kwetsbare positie misbruik gemaakt door [slachtoffer 3] toen over te halen om in de prostitutie te gaan werken onder het voorwendsel dat zij haar op alle gebieden zouden steunen. Het echtpaar spiegelde [slachtoffer 3] voor haar (nieuwe) familie te zijn. Ze moest hen ook vader en moeder noemen. [slachtoffer 3] moest haar inkomsten aan het echtpaar en hun handlanger geven. Zij beloofden een huis en een auto voor haar te zullen kopen, maar ook daarvan kwam niets terecht. Verdachte, haar echtgenoot en haar handlanger hebben [slachtoffer 3] vervolgens gedwongen in de prostitutie te (blijven) werken en haar verdiensten aan hen af te staan door, onder meer, hun stem tegen haar te verheffen en haar te slaan toen zij, naar het oordeel van het [verdachte en medeverdachte 1] en hun handlanger, niet voldoende verdiende. [slachtoffer 3] bevond zich in een land waarvan ze de taal niet sprak en waar ze de weg niet kende’.

De rechtbank overweegt verder ‘dat [slachtoffer 1] het [verdachte en medeverdachte 1] ook heeft ontmoet toen zij, zoals zij zelf heeft verklaard, in een kwetsbare positie zat. [slachtoffer 1] was op dat moment een week aan het werk in de prostitutie in Hongarije, omdat zij zonder hulp haar kind van twee jaar oud moest onderhouden. Haar moeder was overleden en haar vader had [slachtoffer 1] en haar moeder verlaten. De partner van [slachtoffer 1] zat in de gevangenis. Verdachte en haar echtgenoot hebben van die kwetsbare positie misbruik gemaakt door [slachtoffer 1] over te halen in Nederland in de prostitutie te gaan werken, onder het voorwendsel dat ze daar veel meer zou kunnen verdienen. Verdachte en haar echtgenoot hebben [slachtoffer 1] vervolgens gedwongen in de prostitutie te (blijven) werken en haar verdiensten aan hen af te staan door, onder meer, haar uit te schelden en haar te slaan. [slachtoffer 1] bevond zich in een land waarvan zij de taal niet sprak en waar ze de weg niet kende. De rechtbank rekent het verdachte daarbij ook bijzonder zwaar aan dat zij [slachtoffer 1] heeft gedwongen haar wenkbrauwen te tatoeëren. Verdachte is voorts behulpzaam geweest bij het misbruik dat de [medeverdachten 3,4 en 5] maakte van een andere jonge vrouw, [slachtoffer 4]. Verdachte en haar echtgenoot hebben de [medeverdachten 3,4 en 5] immers de weg gewezen naar [plaats]. Verder heeft zij, samen met haar echtgenoot en handlanger, de [medeverdachten 3,4 en 5] en [slachtoffer 4] gehuisvest in het appartement dat zij reeds tot hun beschikking hadden en waar zij reeds [slachtoffer 3] hadden ondergebracht. Zonder de hulp van verdachte, haar echtgenoot en haar handlanger was het voor de [medeverdachten 3,4 en 5] een stuk lastiger geweest om hun weg te vinden in [plaats] en [slachtoffer 4] daar uit te buiten'.

De rechtbank is van oordeel ‘dat verdachte door aldus te handelen welbewust misbruik heeft gemaakt van [slachtoffer 3], [slachtoffer 1] en [slachtoffer 4]. Zij heeft geen respect getoond voor hun fundamentele waarden, namelijk de individuele vrijheid en lichamelijke integriteit. Verdachte heeft uitsluitend gehandeld uit winstbejag. Verdachte en haar echtgenoot hebben het initiatief genomen voor de uitbuiting en die (bijna) volledig uitgevoerd. Voor de periodes die zij niet in Nederland aanwezig waren, hadden zij een vervanger aangesteld, [medeverdachte 2], die hun taken waarnam en erop toe zag dat [slachtoffer 3], kort gezegd, haar werk deed, verantwoording aflegde, voldoende verdiende en haar inkomsten afstond’.

De vorderingen van slachtoffer 3 en 4 zijn toegewezen tot een bedrag van € 29.300,- (negenentwintigduizend en driehonderd euro) respectievelijk € 26.700,- (zesentwintigduizend en zevenhonderd euro). In het belang van beide slachtoffers is, als extra waarborg voor betaling, de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.