Taal document

Datum

13 mrt 2015

Documentsoort

Strafrecht

Thema

Land

Trefwoord

Medeplegen
Mishandeling
Seksuele uitbuiting
Schadevergoeding
Schadevergoedingsmaatregel

Organisatie

Rechtbank Amsterdam

Rechtbank Amsterdam, ECLI:NL:RBAMS:2015:1446, 13 maart 2015

Datum

13 mrt 2015

Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee jaren voor mensenhandel in vereniging gepleegd, medeplichtigheid aan mensenhandel in vereniging gepleegd en medeplegen van mishandeling. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de uitbuiting en mishandeling van slachtoffer 3 en aan medeplichtigheid aan de uitbuiting van slachtoffer 4. Verdachte heeft samen met het echtpaar [medeverdachten 1 en 2] misbruik gemaakt van een kwetsbare jonge vrouw gedurende een periode van ongeveer veertien maanden.

De rechtbank overweegt ‘dat [slachtoffer 3] het echtpaar [medeverdachten 1 en 2] heeft ontmoet, toen zij, zoals zij zelf heeft verklaard, in een kwetsbare positie zat. [slachtoffer 3] was destijds achttien jaar oud, haar vader was alcoholist, met haar moeder had ze geen contact meer, haar neef had zich verhangen en [slachtoffer 3] werd depressief. De vader van [slachtoffer 3] had haar met Kerstmis het huis uit gejaagd en gezegd dat hij haar nooit meer wilde zien. Via een schoolkameraad kwam zij met de familie [medeverdachten 1 en 2] in contact. Zij hebben van die kwetsbare positie misbruik gemaakt door [slachtoffer 3] toen over te halen om in de prostitutie te gaan werken onder het voorwendsel dat zij haar op alle gebieden zouden steunen. Het echtpaar spiegelde [slachtoffer 3] voor haar (nieuwe) familie te zijn. Ze moest hen ook vader en moeder noemen. [slachtoffer 3] moest haar inkomsten aan het echtpaar en verdachte geven. Het echtpaar [medeverdachten 1 en 2] beloofde een huis en een auto voor haar te zullen kopen, maar ook daarvan kwam niets terecht. Verdachte en het echtpaar [medeverdachten 1 en 2] hebben [slachtoffer 3] vervolgens gedwongen in de prostitutie te (blijven) werken en haar verdiensten aan hen af te staan door, onder meer, hun stem tegen haar te verheffen en haar te slaan toen zij, naar het oordeel van verdachte en het echtpaar [medeverdachten 1 en 2], niet voldoende verdiende. [slachtoffer 3] bevond zich in een land waarvan ze de taal niet sprak en waar ze de weg niet kende.

Verdachte is voorts behulpzaam geweest bij het misbruik dat de familie [medeverdachten 3,4 en 5] maakte van een andere jonge vrouw, [slachtoffer 4]. Verdachte heeft, samen met het echtpaar [medeverdachten 1 en 2], de familie [medeverdachten 3,4 en 5] en [slachtoffer 4] gehuisvest in het appartement dat zij reeds tot hun beschikking hadden en waar zij reeds [slachtoffer 3] hadden ondergebracht. Zonder de hulp van verdachte en het echtpaar [medeverdachten 1 en 2] was het voor de familie [medeverdachten 3,4 en 5] een stuk lastiger geweest om hun weg te vinden in [plaats] en [slachtoffer 4] daar uit te buiten. Verder heeft verdachte samen met de zoon van de familie [medeverdachten 3,4 en 5] [slachtoffer 4] gecontroleerd als zij aan het werk was. Verdachte liep samen met [medeverdachte 5] op de Wallen rond en zij spraken [slachtoffer 4] aan als zij zat of niet met een potentiële klant in zee ging’.

De rechtbank is verder van oordeel ‘dat verdachte door aldus te handelen welbewust misbruik heeft gemaakt van [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4]. Hij heeft geen respect getoond voor hun fundamentele waarden, namelijk de individuele vrijheid en lichamelijke integriteit. Verdachte heeft uitsluitend gehandeld uit winstbejag. Tijdens de periodes waarin het echtpaar [medeverdachten 1 en 2] niet in Nederland aanwezig was, hadden zij verdachte als vervanger aangesteld. Hij nam hun taken waar en zag erop toe dat [slachtoffer 3] haar werk deed, verantwoording aflegde, voldoende verdiende en haar inkomsten afstond. Verdachte heeft op geen enkele manier ervan blijk gegeven dat hij zich bewust is van de ernst van zijn gedragingen’.

De vorderingen van slachtoffer 3 en 4 zijn toegewezen tot een bedrag van € 29.300,- (negenentwintigduizend en driehonderd euro) respectievelijk € 26.700,- (zesentwintigduizend en zevenhonderd euro). In het belang van beide slachtoffers is, als extra waarborg voor betaling, de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.