Taal document

Datum

13 mrt 2015

Documentsoort

Strafrecht

Thema

Land

Trefwoord

Mishandeling
Medeplegen
Schadevergoeding
Schadevergoedingsmaatregel
Seksuele uitbuiting

Organisatie

Rechtbank Amsterdam

Rechtbank Amsterdam, ECLI:NL:RBAMS:2015:1441, 13 maart 2015

Datum

13 mrt 2015

Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee jaren voor mensenhandel in vereniging gepleegd en medeplegen van mishandeling. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan uitbuiting en mishandeling van slachtoffer 3. Verdachte heeft samen met zijn ouders, (medeverdachten 4 en 5), misbruik gemaakt van een kwetsbare jonge vrouw gedurende een periode van circa twaalf maanden.

De rechtbank overweegt ‘dat [slachtoffer 3] het echtpaar [medeverdachten 4 en 5] heeft ontmoet toen zij, zoals zij zelf verklaard, in een kwetsbare positie zat. Ze was jong, haar vader was aan de drank en het gezin had niet voldoende inkomen om van rond te komen. [slachtoffer 3] had de neiging verkeerd gezelschap op te zoeken en liet zich makkelijk tot dingen overhalen. Hierdoor had ze problemen met haar ouders en ze was een keer van school gestuurd. Verdachte en zijn ouders hebben misbruik gemaakt van die kwetsbare positie door haar voor te houden dat ze in de prostitutie veel geld kon verdienen en daarmee haar ouders kon helpen. Ze spiegelden haar voor dat zij tot hun familie behoorde. De eerste paar maanden nadat [slachtoffer 3] de familie leerde kennen, had zij nog contact met haar eigen familie, maar daarna heeft ze, op initiatief van de familie [familie verdachte en medeverdachten 4 en 5], aan haar ouders verteld dat ze een relatie had met verdachte en in een hotel zou gaan werken, terwijl zij in werkelijkheid in Zwitserland en later Nederland in de prostitutie ging werken. Verdachte en zijn ouders hebben [slachtoffer 3] vervolgens gedwongen in de prostitutie te (blijven) werken en haar verdiensten aan hen af te staan door haar, onder meer, te controleren en haar uit te schelden en te slaan als ze niet genoeg verdiende. Toen [slachtoffer 3] was weggelopen, hebben verdachte en zijn ouders haar teruggehaald. In aanwezigheid van verdachte hebben [medeverdachten 4 en 5] [slachtoffer 3] dusdanig mishandeld dat zij daar een blauw oog aan overhield. [slachtoffer 3] bevond zich in landen waarvan ze de taal niet sprak en waar ze de weg niet kende’.

De rechtbank wijst de vordering van slachtoffer 3 toe tot € 26.700,- (zesentwintigduizend en zevenhonderd euro), bestaande uit materiële en immateriële schadevergoeding. In belang van het slachtoffer is, als extra waarborg voor betaling, de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.