Taal document

Datum

13 okt 2010

Documentsoort

Vreemdelingenrecht

Trefwoord

Asielprocedure
Nader gehoor

Organisatie

Raad van State

Raad van State, 201003206-1-V1, 13 oktober 2010

Datum

13 okt 2010

Hoger beroep vreemdeling tegen rechtbank Amsterdam, 5 maart 2010, 08/37328. De vreemdeling klaagt in zijn eerste grief dat de rechtbank ten onrechte de in zijn beroepschrift opgenomen aanvullend asielrelaas inzake seksueel misbruik niet met toepassing van artikel 83 van de Vreemdelingenwet 2000 bij de behandeling van zijn beroep heeft meegenomen. Hij betoogt daartoe dat gelet op de Afdelinguitspraak van 15 januari 2010 in zaak nr. 200904260/1/V3 de rechtbank deze informatie wel bij de beoordeling had moeten betrekken.

De Afdeling oordeelt dat niet met vrucht kan worden staande gehouden dat de vreemdeling reeds ten tijde van het nader gehoor op 6 maart 2008 in staat was uit eigen beweging een eventueel relaas over seksueel misbruik naar voren te brengen. Dit geldt te meer nu de staatssecretaris het, gelet op hetgeen hiervoor onder 2.2. is overwogen, noodzakelijk acht vreemdelingen die in de beschermde opvang worden geplaatst, uitdrukkelijk voor te lichten over mensenhandel, uitbuiting en prostitutie. Dat de vreemdeling na afloop van het nader gehoor heeft verklaard alles te hebben verteld wat van belang was voor de beoordeling van zijn aanvraag, kan daaraan in het licht van het gestelde in voornoemde brief van 11 maart 2009 niet afdoen.

Gelet hierop kan evenmin met vrucht worden staande gehouden dat de vreemdeling het aanvullende relaas inzake seksueel misbruik in de bestuurlijke fase had kunnen en moeten aanvoeren, zodat de overwegingen van de rechtbank dienaangaande evenzeer onjuist zijn. De conclusie is dat de rechtbank het relaas van de vreemdeling inzake seksueel misbruik ten onrechte niet bij haar beoordeling heeft betrokken.Hoger beroep gegrond; beroep gegrond