Taal document

Datum

07 feb 2012

Documentsoort

Vreemdelingenrecht

Thema

Trefwoord

Nader gehoor

Organisatie

Raad van State

Raad van State, 201002520-1-V1, 7 februari 2012

Datum

07 feb 2012

Hoger beroep van de vreemdeling in de uitspraak van rechtbank Zwolle van 19 februari 2010 in zaak nr. 09/35115.De vreemdeling heeft op 24 april 2009 een aanvraag ingediend voor een vbt-asiel. Op 27 april 2009 heeft het eerste gehoor plaatsgevonden. Zij is daarop in de beschermde opvang geplaatst, waar amv's die (mogelijk) slachtoffer zijn of dreigen te worden van mensenhandel, beschermd worden opgevangen. Hierbij wordt een methodiek gebruikt “deprogrammering” die minderjarigen helpt tegen de invloed van de handelaar/uitbuiter.

Tijdens het nader gehoor is de vreemdeling op 11 juni 2009 in de gelegenheid gesteld haar aanvraag toe te lichten. De minister heeft de aanvraag van de vreemdeling afgewezen, omdat hij haar asielrelaas ongeloofwaardig acht. De Afdeling overweegt dat de omstandigheid dat de vreemdeling niet nader heeft geconcretiseerd waarom de deprogrammering had moeten worden afgewacht, dat door de vreemdeling bij de aanvang van het gehoor is verklaard dat zij in staat was te worden gehoord en dat geen melding is gemaakt van bijzonderheden waarmee rekening zou moeten worden gehouden, onvoldoende grond vormen voor het oordeel dat de minister geen aanleiding heeft hoeven zien het nader gehoor uit te stellen.

In het licht van de brieven van de staatssecretaris aan de Tweede Kamer met betrekking tot de bescherming van amv’s tegen mensenhandel lag het op de weg van de minister zich ervan te vergewissen dat de in die brieven genoemde omstandigheden in dit geval niet zodanig zwaarwegend waren dat in verband daarmee het nader gehoor van de vreemdeling vooralsnog niet kon plaatsvinden en heeft de minister niet kunnen volstaan met de vaststelling dat er van de zijde van de vreemdeling geen nadere op haar geval betrekking hebbende bijzonderheden zijn genoemd. Hoger beroep gegrond, beroep gegrond.